Archief voor november, 2010

Positief Coachen

Geplaatst onder Samenleven, Sport met tags , , , , , op 30 november 2010 door Hans de Gruijter

Een zaterdagochtend, ergens in 1971. SV Olympia ’25 speelt nog op de oude velden; op wat toen nog een winderig stuk niemandsland tussen Hilversum en Loosdrecht was. Nu ligt er al jaren een bedrijventerrein. En Olympia heeft al twee verhuizingen gekend sinds die datum. De accommodatie was op z’n zachtst gezegd krakkemikkig. Drie velden, een houten kantine en kleedkamers die het predicaat veredelde varkensstal maar net verdienden. En toch had die plek iets. Ik weet nog dat ik met een beetje pijn in m’n hart afscheid nam. Ook al verhuisde mijn cluppie naar een gloednieuw complex aan de Beresteinseweg. Met een nieuwe kantine. Met mooie kleedkamers. Met een trainingsveld met verlichting! 

Die zaterdagochtend dus. Ik sta met m’n elftalgenootjes klaar voor een wedstrijd tegen een al vergeten tegenstander. Onze elftalbegeleider heeft ons volgestopt met aanwijzingen en tactieken. We knikten wel van ja, dat we hem begrepen. Maar we wilden maar één ding; lekker ballen! Dat begreep hij dan weer niet. En zo kwam het dat hij af en toe helemaal gek werd langs de lijn. Wat hij precies riep aan alle, uiteraard goedbedoelde, aanwijzingen weet ik niet meer. “Doordekken op die man”, of “breedhouden”, zouden zomaar twee van zijn kreten geweest kunnen zijn. En in de rust de dooddoener; “Wel winnen he, jongens!”. Alsof wij niet wilden winnen!

Daar moest ik allemaal aan denken toen ik vanochtend de krant las en het artikel over ”Appreciative Coaching”, of in goed Nederlands; positief coachen, las. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de Engelse term van mij is. Appreciative Inquiry en Appreciative Living waren mij al bekend. Dat er nu ook op die manier naar coachen werd gekeken, wist ik niet. Een aantal puzzelstukjes (waarvan ik het bestaan tot dat moment niet eens vermoedde!) vielen op hun plek. Ik zag verbanden naar Sterke punten, naar Mindset van Carol Dweck, naar “Alles wat je aandacht geeft, groeit”, naar Appreciative Inquiry. En dat allemaal voor het belangrijkste in de sport: zorgen dat kinderen sport leuk gaan vinden en blijven vinden!

Er was al een campagne van de overheid; “Geef kinderen hun spel terug”. Dat kan helemaal gaan slagen als alle sportclubs in Nederland overgaan tot positief coachen bij alle jeugdteams. Dan groeit het plezier, groeien de ledenaantallen en komt het resultaat, bijna, als vanzelf. Spread the rumour!

Wintersport

Geplaatst onder Hardlopen met tags , , op 29 november 2010 door Hans de Gruijter

Mastbos aan het eind van de middag

Nee, nog niet op de lange latten ergens van een besneeuwde berg afglijden. Dat komt nog. Ergens in januari of februari. Bij voorkeur in de Italiaanse Dolomieten. Een gebied waar ik, zowel ‘s zomers als ‘s winters mijn hart aan heb verpand. Vooral door het wonderschone landschap. Een combinatie van lieflijke bergweiden en authentieke dorpjes aan de ene kant. En tomeloze ruigheid aan de andere kant. Tel daarbij de Duits/Oostenrijkse kwaliteit van hotels en pensions gepaard aan de Italiaanse keuken en je hebt een bijkans perfect vakantiegebied. Maar daar gaat het nu niet over.

Ik was vanmiddag vroeg thuis; een vergadering was eerder afgelopen en er was nog volop licht toen ik de auto voor de deur zette. Het weekend was er niets gekomen van sportieve prestaties, dus de keus was snel gemaakt. Snel omkleden in loopoutfit. Handschoenen aan, muts op. Hartslagmeter om, inclusief GPS sensor. Een leuk speeltje; ik loop er geen meter harder door, maar ik weet hoe ver en hoe hard ik gelopen heb. En het leukste komt thuis; na het uploaden van de trainingsinfo laat Google Earth keurig zien waar ik heb gelopen. Ik denk dat vooral mannen deze gadgets weten te waarderen. Vrouwen willen vooral een leuke vorm en een kek kleurtje. Maar daar gaat het nu niet over.

Zo net na vieren trok ik de deur achter me dicht en na wat warming-up oefeningetjes zette ik koers naar het Mastbos. Het was er vooral stil en rustig. Geen of nauwelijks wind. Al na een kort stukje merkte ik dat het lopen erg lekker en bijna als vanzelf ging. Ik moest mezelf inhouden om niet gelijk vol gas te geven. Ik weet al jaren dat ik alle kenmerken heb van een diesel. Een te snelle start breekt me altijd na een half uur op. Ik stap ff op de rem en loop rustig door. Na een ruime 10 minuten kom ik aan bij het beginpunt van de blauwe wandelroute; een vast deel van mijn trainingsrondjes. De blauwe route is 4,5 km en ik probeer ‘m telkens iets sneller te lopen. Ik doe wat rekoefeningen en geniet van de kou rond m’n inmiddels opgewarmde lijf. Er slaan mooie wolkjes uit m’n mond. Ik geniet van de natuur en de warmte van m’n lijf.

Na 3 minuten zet ik m’n hartslagmeter weer aan en begin aan de blauwe route. De paden zijn bijna bevroren en vormen zo een mooie ondergrond. Alleen op die plekken waar sinds de laatste hevige regenval sporen en gaten zijn ontstaan, is het oppassen. Ik was in maart als eens knalhard door m’n enkel gegaan en wilde dat niet nog een keer meemaken. Als ik een paar minuten onderweg ben, kom ik langs een vennetje. Het is al bevroren en alsof het is afgesproken, begint het zachtjes te sneeuwen als ik langs de oever van het ven loop. Het zijn hele fijne vlokjes. Die geven een tintelend gevoel op m’n gezicht. Af en toe moet ik knipperen als er één zich in aan m’n ogen hecht. Het wordt nog stiller in het bos en ik kan me daardoor concentreren op hartslag, ademhaling en pasritme. Na een kort stukje vals plat na het ven, kom ik in een lekkere cadans. Twee passen inademen en twee passen uitademen. Ik hoop dit vol te houden tot aan het eind van de blauwe route, maar ik merk na ruim een kilometer dat ‘t niet gaat lukken. Ik laat het tempo iets zakken en neem me voor de laatste 500 meter weer te versnellen.

Opeens valt me op dat de mannen van Staatsbosbeheer weer een perceel hebben uitgedund. Het uitzicht is ineens anders; een kaal bos is overgebleven. het zal vanuit bosbouw oogpunt ongetwijfeld verantwoord zijn, maar ik vind het niks. Ik weet ook dat het me over 2 maanden niet meer op zal vallen. Mooi voorbeeld dat je pas iets opvalt als er wijzigingen zijn ten opzichte van het bekende. Hoewel…….. als dat waar is, zouden veel meer mannen het moeten zien wanneer hun vrouw naar de kapper is geweest. Maar daar gaat het nu niet over.

Het lukt me om de laatste 500 meter weer te versnellen. De stopwatch staat stil na 19’24″ over 4,5 km. Ik ben tevreden. Een paar weken geleden was ik al blij met een tijd van rond de 21’00″. Ik wandel een klein stukje terug en ga een paar minuten over in een rustig duurlooptempo. De sneeuw zet door en dempt de geluiden nog meer. Ik kom nog wat andere lopers tegen die op de terugweg zijn. Wat weggedoken in mutsen kan er nog net een “goedemiddag” of “hoi” van af. Ik maak een grote lus door het Mastbos en het laatste stuk langs de Mark. Na ruim een uur sta ik weer voor de deur. Zwetend en dampend geniet ik na van een heerlijke duurloop door het bos. Net wintersport, maar dan zonder bergen, glühwein en apres-ski. De douche was er niet minder lekker door.

MVO – Maatschappelijk Verantwoord Onderwijzen/Opleiden

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , , , , op 28 november 2010 door Hans de Gruijter

In bijgaand filmpje legt Sir Ken Robinson op duidelijke (en overigens fraai vormgegeven) wijze uit waartoe ons onderwijs dient. Allereerst is er een economische impuls om het onderwijs onder te loep te nemen en te hervormen. De tweede insteek is vanuit een cultureel oogpunt. Onderwijs (naast opvoeding) is een belangrijke manier om de cultuur van een samenleving over te dragen. Beide insteken hebben een gemeenschappelijk, want maatschappelijk belang.

Vanuit een economisch standpunt is de redenatie als volgt. Onderwijs (op welk niveau dan ook) zorgt ervoor dat leerlingen / studenten een startkwalificatie verwerven. Deze startkwalificatie maakt het hen mogelijk om werk te vinden. Voor dit werk ontvangen zijn salaris. Dit salaris stelt hen in staat zichzelf (en hun eventuele gezin) te onderhouden. Als dat allemaal niet gebeurt, kloppen deze mensen aan bij de overheid voor een uitkering. Geen enkele overheid kan het zich (op de lange termijn) veroorloven om veel mensen inactief thuis te laten zitten en hen langdurig een uitkering te verstrekken. Dat er meer dan alleen economische en financiële motieven zijn om inactiviteit tegen te gaan moge duidelijk zijn.

Vanuit een cultureel oogpunt zorgt onderwijs (vooropgesteld dat ouders in hun opvoeding een stevige basis voor verdere cultuuroverdracht hebben gelegd) ervoor dat kinderen (nog verder) ingevoerd worden in de cultuur van de samenleving waar zij en dat onderwijs deel van uit maken. Deze cultuur zorgt voor een samenbindend effect binnen die samenleving. Ook hier weer de link naar het maatschappelijk belang. Cultuur is zowel iets wat mensen onderscheidt binnen één samenleving, maar ook wat hen bindt.

In de afgelopen jaren hebben ontwikkelingen op twee vlakken  een negatieve invloed gehad op dat MVO (Maatschappelijk Verantwoord Onderwijzen/Opleiden). Allereerst is daar de schaalvergroting in het Beroepsonderwijs (zowel MBO als HBO). Naast enorme onderwijsfabrieken (mooi verwoord en vormgegeven in het filmpje van Sir Ken!) heeft dat ook een enorme bestuurlijke organisatie binnen die scholen voortgebracht. En deze bestuurslagen hebben goed voor zichzelf gezorgd. De uitspattingen van Jos Elbers bij InHolland zijn daar wel een heel navrant voorbeeld van.  Omdat scholen één pot geld krijgen (de zogenaamde lumpsum) om alles te betalen, kan het niet anders dan dat de (te hoge) salarissen voor die bestuurders en managers ten koste gaan van de studenten. Je kunt een euro tenslotte maar één keer uitgeven, nietwaar?

Een ander risico voor de maatschappelijke functie van het onderwijs (die van cultuuroverdracht) ligt in (een aantal aspecten van) de integratiediscussie. Voor ik het verwijt krijg een allochtonenhater te zijn; lees verder! In de wens om maar flexibel en tolerant te worden gevonden heeft Nederland jaren geleden de deur opengezet voor iedereen die hier wilde komen. Tot zover geen problemen. Het spek begon te stinken toen de overheid overging tot het verstrekken van allerlei informatie in de talen van de binnenkomende asiel- dan wel gelukszoekers. Ook de ruimhartigheid waarmee religieuze (doorgaans islamitische) aspecten werden behandeld staat op z’n zachtst haaks op de scheiding tussen kerk en staat. Wat is nu mijn punt? Als Nederland de eigen cultuur, zoals we die in de laatste 3-4 eeuwen tot stand hebben zien komen, centraal had gesteld was het integratie debat anders verlopen. Had elke binnenkomende allochtoon nog Nederlandser moeten worden dan Henk en Ingrid? Nee. Wat wel? Allereerst de taal leren. En daarna inzicht en begrip krijgen in de Nederlandse staat en samenleving. Met de daarbij horende scheiding van kerk en staat. Met de, inmiddels wel erg losse, huwelijkse en seksuele moraal. Met de zo goed als gelijke posities van man en vrouw. Met de vrijheid van meningsuiting. Enzovoort, enzovoort. Dat hebben we nagelaten en daar plukken we nu nog de wrange vruchten van.

Oplossingen zijn er. Allereerst vanuit een economisch standpunt. Daartoe verwijs ik graag naar een artikel van Arnold Heertje en Jasper van Dijk uit de Volkskrant van vrijdag 26 november. Zij geven een aantal prima oplossingen die gaan bijdragen dat het geld uit de lumpsum vooral ten goede gaan komen aan degene die daar op recht op hebben. Eerst de studenten, dan de docenten. En voor de, in aantal danig teruggebrachte, managers blijft dan nog altijd genoeg over om een goed belegde boterham te eten.

Vanuit het cultureel standpunt bezien is voor mij de belangrijkste les de volgende. Iedereen die naar Nederland wil komen is welkom. Vooropgesteld dat deze nieuwe medelander meer dan gerede kansen heeft zichzelf (en zijn eventuele gezin) te onderhouden. Eénmaal binnen leert hij of zij onze taal. En hij / zij herkent, erkent en respecteert alles wat onze ouders, grootouders en voorouders hebben opgebouwd en vormgegeven en wat wij nog steeds belangrijk vinden. En dat mag, nee moet, terug komen in het onderwijs. Trots op Nederland, maar dan zeker niet zoals Rita Verdonk het bedoelt. Trots op alles wat Nederland de moeite waard maakt om naar toe te komen. En de moeite waard maakt om te blijven. Het motto moet zijn: als je in Nederland wilt wonen dan doe je mee en draag je bij. Overigens geldt dat ook voor alle autochtone Nederlanders!

Dood ga je toch.

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , op 25 november 2010 door Hans de Gruijter

De enige zekerheid die we met z’n allen hebben is dat we dood gaan. Doorgaans niet een zekerheid waar we heel erg blij van worden. Zoals het boek “Tous les hommes sont mortels” van Simone de Beauvoir echter laat zien is het leven waar geen eind aan komt, uiteindelijk niets waard. Ons leven is dus waardevol door het einde dat onherroepelijk komt. Iedereen hoopt natuurlijk dat dit onherroepelijke einde pas na een jaar of 80 komt. Hoewel er ook genoeg mensen zijn waar het bereiken van die leeftijd met zoveel pijn en ellende gepaard ging, dat het voor hen (en voor hun nabestaanden!) ook best eerder afgelopen had mogen zijn. Niet ongewoon, maar wel tragisch is het als iemand op jonge leeftijd sterft of als het niet nodig was geweest. Of beter verwoord; als het voorkomen had kunnen worden.

Uit een artikel in de Volkskrant van vandaag blijkt dat elke 20e dode in een Nederlands ziekenhuis voorkomen had kunnen (en moeten?) worden. Eerst een aantal relativerende opmerkingen bij dit cijfer. Bij het voorlaatste onderzoek (in 2004) was het percentage 4,1; nu iets meer dan 5 (5,5%). Wel een stijging, maar statistisch gezien kan er van alles aan de hand zijn. En, als het je tijd is, ga je toch, nietwaar? De onderzoekers geven aan dat het wel een robuust probleem is dat niet met op zich staande maatregelen worden opgelost.

Ik ben weliswaar katholiek opgevoed, maar al jaren niet meer praktiserend, laat staan gelovig. En toch geloof ik dat sommige dingen niet toevallig gebeuren. Sommige zaken zijn te toevallig om toeval te kunnen zijn. De term predestinatie gaat me veel te ver, dus dat is het niet. Ik weiger dit toeval echter te accepteren bij jonge mensen die overlijden. En bij mensen die overlijden door klungelig of stomweg nalatig handelen van artsen en verplegend personeel.

Maar ja, het leven is complex geworden. Klachten en ziekten zijn complex geworden. Ziekenhuizen zijn complex geworden. Behandelprocedures en -protocollen zijn complex geworden. Allemaal waar. Het belangrijkste is en blijft dat mensen die in een ziekenhuis worden opgenomen er weer gezond uit willen komen. Zij rekenen er ook op dat  artsen, verplegers en verzorgers minimaal 100% geven aan inzet, kennis en kunde om dat doel te bereiken. En ik geloof niet dat elke 20e dode zo ziek was dat zelfs die 100% inzet en kwaliteit hem niet kon redden.

Betekent dit nu een aanklacht tegen alle artsen, verplegers en verzorgers? Nee, ik zou het niet durven. Ik ben blij dat er nog steeds zoveel mensen zij die in een ziekenhuis willen werken. Is dit dan wel een aanklacht? En zo ja, tegen wie dan? Als ‘t al een aanklacht is, is het er één tegen de beleidsmakers en het bestuur van de gezondheidszorg. Er moest marktwerking komen, ziekenhuizen moesten bedrijfsmatiger worden opgezet en bestuurd. Allemaal waar. En in tijden (zoals nu) waarin de regering elk dubbeltje 3x moet omdraaien kan Nederland het zich niet veroorloven om met geld te smijten. In welke sector dan ook. Maar een ziekenhuis moet wel zo zijn georganiseerd en zo worden bestuurd dat zorgverleners (artsen, verplegers, etc.) zich ook alleen maar hoeven en kunnen richten op het (weer) gezond maken van hun patiënten.

Er moet dus iets gebeuren in de ziekenhuizen. Al was het alleen maar dat elke arts, bij wie een patiënt overlijdt, de nabestaanden recht in de ogen kan kijken. En daarbij kan zeggen dat alles is gedaan. Dat alle mogelijke middelen en manieren zijn ingezet om dat leven te redden. En dat er geen redden aan was. Je zult maar de nabestaanden van die 20e dode zijn.

Als de BV Nederland dat voor elkaar krijgt, mogen van mij al die medisch specialisten een hele goed belegde boterham verdienen. En verhoog dan ook maar het salaris van die onmisbare handen aan het bed!

Mijn en dijn.

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , op 23 november 2010 door Hans de Gruijter

In een aantal artikelen geeft de Volkskrant vandaag aan dat er het nodige te doen is over diefstallen en overvallen. Op twee pagina’s in de krant staat het stuk over de Burgemeester van Zaltbommel naast een somber klinkend stuk over de falende bestrijding van overvallen. Op de pagina ernaast staat een stuk dat juist verslag doet van een succesvolle aanpak. Die van de kruidenier Dirk van den Broek. Over deze drie artikelen, hun samenhang en een fundamentele discussie gaat mijn bijdrage van vandaag.

Triest. Het meest triest klinkende artikel (gebaseerd op onderzoek van de Tilburgse hoogleraar Cyrille Fijnaut) gaat over de falende bestrijding van de overvallen. Was er een “all time low” in 2006 (minder dan 2000 overvallen); in 2009 staat de teller op een verontrustend aantal van net onder de 3000. Wat is er aan de hand dat er in 3 jaar tijd een toename van bijna 50% te bespeuren valt? De onderzoekers zijn kort en stellig; een te lage pakkans en een nog lagere kans dat je wordt gestraft. Minister Opstelten belooft strengere straffen. Dat is pas iets waard als de pakkans groter wordt. Die pakkans is nu een krappe 25%! Dus driekwart van de overvallers komt er mee weg! Deze cijfers zijn voor mij verontrustend. En deze cijfers ondermijnen het rechtsgevoel van de burger en daarmee de rechtstaat veel meer dan de uitlatingen van Geert Wilders. Dit zegt overigens niets over mijn voor- dan wel afkeur van Geert Wilders en zijn opvattingen. Maar dat terzijde.

Lichtpuntje. Het tweede artikel gaat over de zeer succesvolle aanpak van de kruidenier Dirk van den Broek. Werden andere supermarkten sinds begin 2008 liefst 600 keer overvallen, bij Dirk van den Broek staat de teller sindsdien op 4! Is hun aanpak nu zo anders dan die van de andere supermarkten? En kan de politie iets leren van die aanpak? En zo ja, wat dan? Uit één van m’n favoriete boeken van de laatste tijd (Switch van Chip & Dan Heath) schiet mij de theorie van lichtpuntjes te binnen. De Heath broers stellen dat je bij een complex probleem niet het hele probleem moet onderzoeken. Dat levert veel informatie op die je kunt karakteriseren met de term WMN. Kort weg: Waar, Maar Nutteloos. Wat moet je dan wel doen? Zoeken naar lichtpuntjes, adviseren Chip en Dan Heath. Welnu, een helderder lichtpunt dan de aanpak van Dirk van den Broek kan ik niet verzinnen! Eén van de speerpunten van die aanpak is dat Dirk van den Broek accepteert dat de politie niet altijd in de buurt kan zijn. De beveiligers van Dirk hebben wel afspraken met de politie gemaakt. Op tips en verzoeken om hulp reageert de politie doorgaans snel en alert. Kortweg; Dirk van den Broek verschuilt zich niet achter een maatschappelijk fenomeen en neemt eigen verantwoordelijkheid. Wanneer krijgt die aanpak navolging?

Held? Het derde artikel gaat over Albert van den Bosch, burgemeester van Zaltbommel. Hij toonde zich een groot fan van de Blokker filiaalchef in zijn woonplaats, die een drietal overvallers met een gerichte karatetrap verjoeg. “Sla ze maar verrot”, voegde de burgervader er nog weinig ambtelijk aan toe. Half (of misschien wel heel) politiek correct Nederland viel vervolgens over de VVD bestuurder heen. Het gaf geen pas. Het zou teveel ruiken naar eigenrichting. En dat doen we niet, toch? Ik voel veel voor de hartverwarmende uitlatingen van de Bommelse burgemeester. Je hebt maar af te blijven van zaken die niet van jou zijn. En als je dat toch wilt doen, moet je een dreun kunnen krijgen. Zo, dat is er uit. Los van allerlei juridische haarkloverij is er één ding dat van den Bosch bereikt: hij wordt (voor zover toch al niet van toepassing) gedragen door zijn burgers. Niets afstandelijke bestuurders, maar mannen en vrouwen die meeleven met de mensen in hun gemeente!

Fundamenteel. Tot slot een aantal overwegingen die wat fundamenteler op de zaak ingaan. In een klein kader geeft de Volkskrant aan dat het recht op zelfverdediging niet scherp is begrensd. Elke burger mag zich verdedigen als het gaat om de onmiddellijke aanranding van diens leven of dat van een ander. Als het gaat om de bescherming van goederen mag zelfverdediging ook worden toegepast, maar dan ligt het al lastiger. En hier zit ‘m voor mij wel de kneep. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat het bezit van goederen net zo belangrijk is als het leven. Het verschil is nu wel zo groot dat velen te gemakkelijk het verschil tussen “mijn en dijn” niet meer zien. Het moet duidelijk zijn dat wat van een ander is, van een ander blijft. En je hebt er maar met je tengels van af te blijven. De wetgever kan dat duidelijk maken door strengere straffen op te stellen voor diefstal en beroving. Volgens Minister Opstelten is het OM ook van plan om nu al hogere straffen te eisen voor overvallen. En wel 2 jaar voor een overval op een winkel en 3 jaar voor een overval op een woning. Da lijkt heel wat, maar ‘t is redelijk nutteloos als de pakkans zo laag blijft als die nu is.

Wat te doen? Kijk naar de aanpak van Dirk van den Broek. Zij zijn behoorlijk succesvol als het gaat om het terugdringen van overvallen. En zorg dat de pakkans van overvallers naar minimaal 50% gaat. Dan gaan strengere straffen ook helpen. Anders blijft het dweilen met de kraan open.

Alles wat je aandacht geeft, groeit.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 22 november 2010 door Hans de Gruijter

Ik had al een keer beloofd om over dit onderwerp een blog te schrijven. ‘t Was daar even niet van gekomen. Omdat belofte doorgaans schuld maakt en ik niet graag schulden heb hier dus het stuk over alles wat je aandacht geeft groeit.

De basis voor dit stuk wordt gevormd door het gelijknamige boek van Cora Smit en Saskia Tjepkema. Het heeft als ondertitel ” De kunst van het transparant managen”. Ik wil in de komende regels laten zien dat het principe “alles wat je aandacht geeft, groeit” op meer toepasbaar is dan alleen het managen.

In het boek leggen Cora en Saskia uit dat het echt zo is dat alles wat je aandacht geeft, groeit. Dan kun je maar beter dat aandacht geven wat je goed vindt. Want ook negatieve zaken die aandacht krijgen zullen toenemen, is de logische vervolgstap. In de kunst van het transparant managen is de eerste stap het duidelijk en ondubbelzinnig formuleren wat je wel wilt als manager / leidinggevende. Zorg dat iedereen in jouw team dat weet. En ga dan elke keer dat mensen het gewenste gedrag vertonen (dat is gedrag dat bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat) dat bedrag belonen. Vertonen je medewerkers ander, minder of zelfs ongewenst gedrag? Negeer het! Niets zo erg voor mensen (we zijn en blijven tenslotte sociale dieren) om genegeerd te worden. Gedrag dat geen aandacht krijgt, dooft uit. Als extra bewijs voor deze stelling moge het volgende voorbeeld dienen. Een primitieve stam (de exacte locatie weet ik niet meer) kende een eigen “rechtspraak”. De zwaarste straf in dat eigen systeem was niet de doodstraf. Als een stamlid iets had gedaan wat in de ogen van de stamoudsten de ultieme misdaad was, werd hij / zij niet ter dood gebracht. De straf was zo mogelijk nog erger………. De “misdadiger” diende door de hele stam te worden genegeerd. Doorgaans gingen deze geëxcommuniceerde leden dood (als ze in de stam bleven) of ze kozen eieren voor hun geld en verlieten de stam. Liever een leven in eenzaamheid, dan te worden genegeerd.

Op welke vlakken is het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” nog meer van toepassing? Waar anders dan in de opvoeding van kinderen? Veel gedrag van kinderen komt voort uit (overdreven) aandacht van hun ouders. Zoals voorbeelden die Paul Helders (de hoogleraar Fysiotherapie) aanhaalde in zijn artikel in de Volkskrant van maandag 15 november. Zie daarvoor ook mijn Blog van vorige week. Kinderen die vallen of zich bezeren, kijken in veel gevallen eerst naar hun ouders. Als die erg schrikken en veel (overigens goedbedoelde!) aandacht geven aan hun kind, zal deze aandacht in een volgend geval leiden tot weer “zielig” gedrag. Of de aard van de val daar nu wel of niet aanleiding toe geeft. Erg veel (te veel?) goedbedoelde aandacht bij elk wissewasje levert kinderen op die geen enkel stootje kunnen verdragen. En wees gerust; elke ouder herkent de signalen van zijn / haar kind dat zich echt heel erg zeer heeft gedaan en veel zorg en troost nodig heeft!

Een ander vlak waar het principe opgaat is het leren en ontwikkelen. Hier wil ik graag een koppeling maken naar het werk van Carol Dweck. ook over haar boek (Mindset) heb ik al eerder een blog geschreven. Zoals Carol Dweck, onder meer, stelt in haar boek is dat de belangrijkste voorspeller voor het leren van nieuwe vaardigheden, het ontwikkelen van nieuw gedrag is of je zelf gelooft in de mogelijkheid om het te leren dan wel te ontwikkelen. In haar woorden; heb je een growth mindset, dan gaat ‘t je lukken. Heb je een fixed mindset, dan is de kans vele malen kleiner dat je succesvol zult zijn. Wat hebben opleiders, docenten, leraren en trainers dus te doen? Aandacht geven aan elke vorm van gedrag die duiden op een growth mindset. En elk gedrag dat duidt op een fixed mindset domweg negeren. In sommige gevallen zal het een weg van de lange adem worden, maar zoals zo vaak, zullen de aanhouders winnen! Een collega blogster op WordPress (Eef Huiser) schrijft een aantal aardige artkelen over sterke punten en hoe je die kunt ontwikkelen. Uit haar stukken blijkt dat sommig gedrag al heel jong is aangeleerd. En afleren van lang geleden gevormd gedrag is het moeilijkst.

Lezen over nieuwe inzichten en theorieën is leuk. Nog leuker is het om te kijken of je iets kunt met die inzichten en theorieën. Wat houdt je tegen om de komende dagen het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” toe te gaan passen? Dat dacht ik al…….. eigenlijk niets. Ga het nou gewoon doen en laat mij weten wat je ervaringen zijn. Veel succes en nog meer plezier!

ADHD; Hype, Epidemie of toch wat anders?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 21 november 2010 door Hans de Gruijter

 In een in veel opzichten briljant filmpje vertelt Sir Ken Robinson in heerlijk Oxford (?) Engels een verhaal dat we in Nederland ter harte zouden moeten nemen. Allereerst door zijn heldere standpunten over onderwijs en dat je in het onderwijs je eisen zeker niet moet verlagen. Het voor mij meest interessante (en in een bepaald opzicht zelfs angstaanjagende) deel ging over ADHD. Nu wil het geval dat op 10 november jl. een interview met Kinderarts Laurens Vlasveld verscheen in de Volkskrant. Laurens Vlasveld houdt zich al jaren bezig met (wat de laatste jaren bekend is geworden als) ADHD. Hij doet een aantal duidelijke uitspraken en schetst een beeld hoe het anders (en beter) kan cq. zou moeten. Als we de betogen van Sir Ken Robinson en Laurens Vlasveld naast elkaar zetten zien we zowel verschillen als overeenkomsten. Laten we eerst eens naar de verschillen kijken.

Verschillen. Robinson stelt onomwonden dat hij niet gelooft in dat ADHD een epidemie is. Hij ontkent het bestaan van ADHD niet (“I’m not qualified tot do so!”), hij gelooft er niet in dat het zoveel voorkomt als nu wordt gesteld. Weliswaar met een voorbeeld uit de VS, laat hij zien dat de mate waarin ADHD voorkomt erg bepaald wordt door de plek waar je woont. Hij heeft grote bezwaren bij het net zo routinematig volstoppen van kinderen met Ritalin, als dat we kinderen van hun amandelen ontdoen. Laurens Vlasveld stelt daartegenover dat er wel degelijk een ADHD (een aantoonbare neurologische aandoening die vastligt op de genen) epidemie is. Hij heeft dat in zijn praktijk als kinderarts zien gebeuren. Hij hanteert ook een vergelijkbare geografische verklaring, maar nu om het ontstaan van die epidemie te verklaren. Een ander verschil tussen de twee professionals (op hele uiteenlopende terreinen) is dat Ken Robinson een duidelijke link legt met het onderwijs (en zijdelings ook met de kunsten!) en dat Laurens Vlasveld de oorzaak breder trekt. Ook de mogelijke oplossing ligt voor beide mannen op andere terreinen. Vlasveld stelt tenslotte als enige dat er niemand in Nederland is die zich druk lijkt te maken over wat nu echt de oorzaken zijn voor ADHD. Laten we kinderen met ADHD maar volstoppen met Ritalin, dan zijn ze rustig.

Overeenkomsten. Beide wetenschappers zijn het eens over dat ADHD een kwalijk effect heeft op opgroeiende kinderen. Dat dit ook zijn uitstralingseffect heeft op de gezinnen waar die kinderen opgroeien is alleen voor Vlasveld een issue. Opvallend eens zijn Robinson en Vlasveld het over wat nu ADHD triggert; onze kinderen groeien op in een wereld die rijker is dan ooit aan prikkels en stimulansen. Er komen zoveel prikkels uit zoveel verschillende richtingen en media op de kinderen af, dat dit (hoogstwaarschijnlijk) ADHD veroorzaakt. Kinderen kunnen dan blijkbaar niet anders dan op al die prikkels reageren. Dat levert het beeld op van springende, stuiterende en schreeuwende kids op. De afkeer van het routinematig toedienen van Ritalin is ook iets dat de mannen bindt.

Oplossingen. Robinson geeft in een mooie one-liner aan waar voor hem een mogelijke oplossing ligt; onze kinderen groeien op in een ongelooflijk prikkelrijke wereld en we verwijten hen dat ze geen aandacht hebben voor saaie stof! Hij geeft hiermee aan dat als we willen dat ADHD geen invloed heeft binnen het onderwijs, we het onderwijs, de stof die daarin wordt aangeboden en hoe die stof wordt aangeboden moeten worden herzien. Vlasveld zoekt het veel meer in de opvoeding van die kinderen. Sterker; hij zou zover willen gaan dat ouders verplichte opvoedingscursussen gaan volgen.

Opvoeden! Ouders zouden veel meer structuur, spelregels en stabiliteit (SSS) aan hun kinderen moeten bieden. Niet meer het aloude adagium van RRR; Rust, Reinheid en Regelmaat. Maar zoveel nieuws is met SSS ook niet onder de zon. Zeker sinds ik zelf vader ben, merk ik steeds vaker dat ik dezelfde opmerkingen maak, die ik als 7-, 10- en 13-jarige van mijn ouders hoorde. Er is niet zoveel veranderd aan opvoeden. Wel aan de wereld waarin wij en onze kinderen leven. Maar kinderen hebben nog steeds (en misschien nog wel meer dan vroeger, in die overzichtelijke en rustige wereld van toen) behoefte aan grenzen en duidelijkheid. Dat is niet het beknotten van de vrijheid van je kinderen, maar hen een veilig en duidelijk afgebakend veld bieden, waar zij in alle vrijheid kunnen ontdekken wie zij zijn en wat ze willen worden. En bij het stellen van grenzen hoort controle. En niet alleen dat; ook het sanctioneren (om het blijkbaar beladen woord straffen maar niet te gebruiken) bij het overschrijden van die grenzen hoort erbij. Het niet stellen van grenzen levert uiteindelijk kinderen (en volwassenen) op die letterlijk grenzeloos zijn. Maar dan in alle opzichten.

En sanctioneren is misschien wel de nieuwe “Hollanditis”. Onze overheid is er al niet zo van (kijk maar naar hoe makkelijk Jos Elbers wegkomt met stuitende zelfverrijking bij InHolland) en blijkbaar wij Nederlanders ook niet. Als we willen dat én de mate waarin ADHD voorkomt, afneemt  én dat we straks een generatie zien opgroeien die grenzen herkennen, erkennen en respecteren. Dat betekent dat wij ouders serieus werk moeten maken van opvoeden. En dan echt opvoeden. Succes! En veel plezier natuurlijk!

Met beide voeten op de grond

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , op 15 november 2010 door Hans de Gruijter

Behalve een logisch vervolg op m’n vorige blog (Lang leve het brein!) zag ik ook een hartverwarmend pleidooi voor “gewoon doen” in het artikel over (bijna gepensioneerde) Professor Paul Helders in de Volkskrant van vandaag. Ik zal zowel de strekking van m’n vorige blog als de essentie van het stuk over Paul Helders koppelen.

Ik was tegelijk enthousiast én teleurgesteld door het stuk over Paul Helders. Enthousiast omdat hij voor mij de vinger op de zere plek legt. En die zere plek zit ‘m dan in hoe veel ouders nu hun kinderen op voeden. En daar zat ook gelijk mijn teleurstelling. Kenmerkte de gemiddelde opvoeding zich vroeger, heus niet alleen door de grote gezinnen, vooral als “liefdevolle verwaarlozing”. Tegenwoordig rusten mensen niet als alles perfect is. Werk moet perfect zijn, de partner idem dito. De woning mag niet onderdoen voor werk en partner (of was ‘t nu andersom?). De bekroning voor de moderne mens is het krijgen van één of meer kinderen. En ja hoor, ook die kinderen moeten perfect zijn. Als er ook maar het vermoeden is dat er iets niet goed is, zijn pa en ma in rep en roer. Elk kind moet goed zijn, moet slagen. In de wieg, in de box, op de kinderopvang, op school, op de muziekles, in sport, anywhere. Het kind moet presteren en het kind moet ge-entertaind worden. Een kind dat niet aan die torenhoge eisen voldoet gaat uiteindelijk een keer naar de fysiotherapeut. En dan blijkt dat bij de 1800 nieuwe behandelingen per jaar, slechts 450 kinderen echt iets blijken te mankeren. Die andere 1350 maken dus voor niets gebruik van dure fysiotherapeuten. En waarom? Omdat papa en mama niet willen accepteren dat hun kind zich op zijn eigen manier en in eigen tempo ontwikkelt.

Helaas vergeten deze ouders één ding. Wat wil mijn kind? Soms wil een kind zich gewoon vervelen. Waarom? Omdat verveling creatie oproept, schepping. Kinderen die zich nooit vervelen, zullen zich later vervelend gedragen. En dan mag je hopen dat het bij vervelend blijft.

Paul Helders zet alles weer heerlijk rustig en nuchter in het juiste perspectief. Kinderen ontwikkelen zich allemaal in hun eigen tempo. Geen twee kinderen volgen een identiek ontwikkelpad. Zo ontwikkelt het ene kind zich eerst vooral op fysiek vlak. En zal daarom ook eerder (en misschien ook beter) kunnen fietsen dan zijn buurjongetje dat even oud is. Een ander kind ontwikkelt zich eerst cognitief en mentaal. Kan eerder lezen en rekenen dan zijn fietsende vriendje. Enzovoort. Maar dat willen ouders niet horen, lezen en weten. En hier zit de link naar m’n blog over leren nadenken. Ouders van nu (waar is dat blad trouwens gebleven?) huilen mee met de wolven in het grote vinex bos. Zien en horen dat andere kinderen anders (beter? verder?) zijn dan hun bloedjes. En niet gehinderd door enige kennis van ontwikkelingsfasen gaan zij hun “recht” halen. En doen daarmee hun kinderen onrecht.

Waarschijnlijk is Paul Helders een man die z’n leven lang is blijven nadenken. Eerst kijken, inventariseren, informatie vergaren, ordenen, rangschikken, hoofd- en bijzaken onderkennen. Dan naar oorzaken en gevolgen kijken. En in gesprek blijven. Klinkt allemaal zo logisch. Blijkbaar is dat voor veel mensen geen “appeltje-eitje” meer. Dat moet het wel worden. Lees het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten uit de Volkskrant van zaterdag 13 november nog maar een keer. Ik sluit me weer aan bij hun pleidooi voor onderwijs in “logisch nadenken” en roep tegelijkertijd Paul Helders uit tot een rolmodel van dat “oude nadenken”.

Naast de oproep om het “logisch nadenken” in ere te herstellen wil ik alle ouders oproepen om hun kinderen de kans te geven in hun eigen tijd en tempo op te groeien en zich te ontwikkelen tot mooie mensen. Dat is naast de plicht van alle ouders, vooral het recht van elk kind.

Er zat nog een aspect in het artikel over Paul Helders. Dat heeft te maken met het principe dat alles dat je aandacht geeft, groeit. Daarover gaat m’n volgende blog. Tot dan.

Lang leve het brein!

Geplaatst onder Breinleren, Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 14 november 2010 door Hans de Gruijter

Het was even stil de afgelopen anderhalve week. Ik vertoefde een week in Toscane en had besloten om me even helemaal niet bezig te houden met social media, blogs en nog wat van die zaken. Ik kon het niet laten om wel e-mail en twitter te checken. Ik was dus niet helemaal verstoken van de actualiteit. Eerlijk gezegd was het wel lekker rustig om niet regelmatig achter de laptop te kruipen. Dat leverde tijd op voor mooie tochten langs Toscaanse steden en dorpen, lekker eten, goede wijnen en, het belangrijkste, leuk en inspirerend gezelschap. De grootste inspiratie voor een nieuwe blog vond ik echter in de Volkskrant van zaterdag 13 november. Daar vond ik een artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten met als titel “Denken moet je leren”.

Het artikel gaat enerzijds uit van publicaties van een aantal Nederlandse Breinonderzoekers. Anderzijds sluiten de schrijvers aan bij een ontwikkeling uit de VS. Daar hebben steeds meer mensen de buik meer dan vol van holle frasen, inhoudsloze teksten en modieus gezwets. Een oproep aldaar leverde liefst 200.000 deelnemers op aan een “rally to restore sanity”. Hier loopt het Malieveld makkelijk vol, maar nog niet voor een oproep tot meer redelijk en logisch nadenken. Dat hopen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten wel voor elkaar te krijgen. Dan niet via een demonstratie op het Malieveld (of waar dan ook), maar via het onderwijs. Zij roepen iedereen op om daar een bijdrage aan te (gaan) leveren. Ik geef, allereerst via deze blog, graag gevolg aan die oproep.

Vooral door de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten bij de FCE, was ik het afgelopen jaar al een fan geworden van breinleren. Onderzoekers als Ap Dijksterhuis, Dick Swaab en Victor Lamme laten in hun boeken en publicaties zien hoe ons brein in elkaar zit en wat dat betekent voor leren, beslissingen nemen en zoiets als de (zogenaamde) vrije wil. Zonder alle publicaties te citeren én het artikel uit de Volkskrant dunnetjes over te doen, volsta ik hier met de vaststelling dat de essentie is dat het onbewuste deel van ons brein de touwtjes doorgaans in handen heeft. Het bewuste deel van ons brein is niet de controleur, bestuurder of hoe je het noemen wilt. Ons bewustzijn is, zo stellen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten, vooral te zien als de commentator die verslag doet van wat op het voetbalveld gebeurt. Ons onbewuste bepaalt en ons bewustzijn verzint daar later de goede en mooie verhaaltjes bij.

En wat betekent dat nu voor het nadenken en hoe je dat moet leren? Zoals met alles: vroeg beginnen! Logisch nadenken is nu nog vooral een zeer gewenst bij-effect van vakken als rekenen en taal. Het moet een vak op zich worden. Feiten en informatie verzamelen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, oorzaak en gevolg kunnen aangeven, zijn allemaal cognitieve vaardigheden die zeer wel van pas komen in een samenleving. Het artikel onderkent twee belangrijke aspecten. Het eerste is dat een overheid via logisch en helder nadenken transparant is en blijft bij het formuleren en vaststellen van beleid. Wij burgers, geconfronteerd met dat beleid, kunnen door op dezelfde manier na te denken, controleren of die overheid ons niet een formidabele peer zit te stoven. Mondige burgers kunnen dan, gewapend met argumenten, de discussie aangaan. Dan zijn we gelijk verstoken van alle hol geblaat op allerlei sites als geenstijl.nl en aanverwante webvervuilers. Ben ik hier kort door de bocht? Zeker, en ‘t voelt prima!

Terug naar het betoog. Start op scholen en voer voor zo jong mogelijke leerlingen het vak nadenken in. Behalve dat het leuk is, levert het ook nog eens op dat kinderen zelf leren nadenken. En op dit punt wil ik een misverstand dat hier op de loer ligt uit de weg helpen. Het feit dat het vooral het onbewuste deel van ons brein is dat de touwtjes in handen heeft, wil niet zeggen dat je alles op het gevoel of (beter gezegd) de intuïtie mag doen. Je kunt beslissingen pas aan je onbewuste overlaten als je er goed en lang over hebt nagedacht. Eerst alles op een rijtje. Feiten verzamelen, ordenen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, etc. Pas dan de beslissing “laten onstaan”. Lees hierover ook het zeer leesbare boek van Ap Dijksterhuis; “Het slimme onbewuste”.

Er is werk aan de winkel; laten we de strekking van het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten zoveel mogelijk uitdragen. Zorgen dat het landt bij beleidsmakers van OCW, schooldirecteuren, onderwijsdeskundigen, etc, etc. Dat het Malieveld niet voor een NL versie van de “rally to restore sanity” moet vollopen.

Sterke punten en burn-out.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , op 4 november 2010 door Hans de Gruijter

AL bijna een jaar geleden kwam ik in aanraking met de “sterke punten benadering”. Dit gedachtegoed wordt door meerdere schrijvers gehanteerd. Het boek waardoor ik er mee in aanraking kwam, is “Ontdek je sterke punten” van Marcus Buckingham. Dit stuk wordt niet alleen een lofzang op dit boek en het gedachtegoed dat er aan ten grondslag ligt. Ik ga het verbinden aan burn-out.  Eerst nog iets over het boek en de theorie die eronder ligt.

Het gedachtegoed en daarmee het boek kwam eigenlijk toevallig tot stand. Gallup, een grote Amerikaanse marktonderzoek organisatie, deed al jaren onderzoek bij een groot aantal (grote) bedrijven en organisaties. Vooral om te ontdekken wat deze bedrijven en organisaties nu succesvol maakte. Daarbij werd vooral gedacht in managementstrategieën, marktonderzoek, reclame, etc. Na verloop van tijd brachten ze ook andersoortige vragen in hun onderzoek. Eén van die vragen luidde “hoeveel dagen per week zijn de werknemers bezig met waar ze echt goed in zijn?”. Tot niet geringe verbazing van de onderzoekers bleek na de analyse van de uitkomsten iets opvallends. Er bleek een direct en zeer duidelijk verband te bestaan tussen de successen van de betreffende organisatie en de hoeveelheid tijd die de werknemers konden besteden aan die dingen waar ze echt goed in waren. Op basis van deze uitkomsten is de theorie ontwikkeld die ten grondslag ligt aan de sterke punten benadering. Buckingham stelt dat het niet voor niets is dat je goed bent in de dingen waar je goed in bent. Andersom werkt het ook; het is niet voor niets dat je slecht bent in de dingen waar je niet goed in bent.

Het leuke aan het boek is niet alleen de theorie en de uitleg daarvan. Het boek geeft via een code aan de binnenzijde van de voorflap toegang tot een internet test die uit een 34-tal thema’s de top 5 van de testpersoon geeft. Uit deze top 5, stelt Buckingham, kan iedereen één of meer sterke punten ontwikkelen. En hij definieert een sterk punt als volgt: een vaardigheid, kwaliteit, competentie waar iemand consequent excellente prestaties mee levert. Hoe herken je nu of je sterke punten hebt? Er is al een heel eenvoudige manier. Want stelt Buckingham, je vindt leuk waar je goed in bent en je bent goed in wet je leuk vindt. En nu komen we bij de link naar burn-out. Wil je het echt weten? Koop dan het boek (€ 12,50 bij Bol.com) en doe de test! En nee, ik heb geen aandelen in Bol.com, noch in de uitgever van het boek!

Als de vaardigheden die je nodig hebt om je werk te doen, samenvallen met één of meer van je sterke punten dan is de kans erg groot dat dit werk je geen energie kost, maar juist energie oplevert. Er kan dan sprake zijn van flow. Als jouw werk vaardigheden vraagt die deels door je sterke punten worden “gecoverd” dan zul je merken dat je werk je af en toe moeite kost; het levert dan geen energie op; het kost juist energie. Hopelijk blijft het wel in balans. Het risico op burn-out wordt erg groot als je werk vaardigheden vraagt die helemaal afwijken van je sterke punten. Het werk kost dan alleen maar (bergen) energie en het levert niets op. Ja, waarschijnlijk een burn-out!

Wat kunnen organisaties, leidinggevenden en werknemers hier van leren? Voor organisaties en leidinggevenden is het zaak om de sterke punten van de werknemers te ontdekken en te definiëren. En dan de koppeling maken naar die plaatsen in de organisatie waar die sterke punten het vaakst en het best tot hun recht komen. Werknemers starten ook bij de zoektocht naar hun eigen sterke punten. En gaan dan zoeken naar die werkgevers of functies waar die sterke punten het vaakst en best tot hun recht komen. Als dat lukt is er maximale wederzijdse aantrekkelijkheid. Dat dit niet alleen de productiviteit en daarmee ook het succes van het bedrijf ten goed komt, maar zeer zeker ook het welzijn en de gezondheid van de medewerkers, hoef ik, hoop ik, niet te benadrukken.

Tot slot nog iets over sterke punten en persoonlijke ontwikkeling. In zo goed als de gehele westerse cultuur is het gewoonte om vooral te kijken naar die dingen waar werknemers (nog) niet goed in zijn. De sterke punten benadering stelt dat je je niet moet bekommeren om die minder ontwikkelde kanten. Je daar op richten levert niet voldoende op en het is niet leuk! Richt je op het verbreden en uitdiepen van je sterke punten. Zet ze op meer dan de bekende terreinen in. Dat levert ontwikkeling en groei op. En het is leuk!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.