Archief voor de Categorie Leren en ontwikkelen

9 Onweerlegbare redenen om te slagen.

Geplaatst onder Leidinggeven, Leren en ontwikkelen met tags , , , op 9 juni 2011 door Hans de Gruijter

Ik ben aangestoken. En ik weet ook wanneer dat is gebeurd. Op 15 december 2009. ‘t Is niet dat ik me dat pas nu, anderhalf jaar later, voor ‘t eerst realiseer. Ik weet nu zo goed als zeker dat het een ontwikkeling is, waarvoor op die, door sneeuw geteisterde, decemberdag de kiem is gelegd. Een kiem die geleid heeft tot een andere manier van kijken en praten. Het gaat dan om de waarderende benadering, ook bekend onder de Engelse term Appreciative Inquiry. De kiem werd aangedragen tijdens een dag tijdens de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten van de FCE. Er viel geen kwartje (dat bestond toen toch al bijna 8 jaar niet meer), maar een hele rits muntjes. Die manier van kijken naar en een andere manier van praten over situaties haakte aan bij ideeën en een visie die ik al, half bewust, een tijdje had.

Nu, anderhalf jaar later, merk ik steeds eerder en vaker dat ik niet meer hoef na te denken. Niet meer naar de AI-knop (als ik al zou weten waar die zit) hoef te zoeken. Ik kijk op een waarderende manier. Dat over kwam me gisteren bij deze blogpost van leadershipfreak. Al na het lezen van de kop en de eerste regels dacht ik al dat het veel leuker en interessanter is om te weten wat er voor zorgt dat managers wel slagen. Daarom besloot ik vandaag om er deze blog aan te wijden. Niet omdat ik het beter denk te weten dan Dan Rockwell. Hij schrijft erg zinnige, interessante en inspirerende blogs. Ik schrijf deze blog vooral als oefening voor mezelf. Lukt het me om negatief geformuleerde uitspraken om te zetten naar een positieve versie. Weet ik die uitspraken waarderend te maken?

Niet teveel over praten; hier komen de 9 punten:

  1. Fail to build trust and integrity. Een lekker inkomertje; creëer een sfeer van vertrouwen en integriteit. Dat gaat vooral lukken als je zelf het goede voorbeeld geeft. Wees als manager betrouwbaar en handel integer.
  2. Focus on the wrong things. Gaat me ook lukken; focus op de goede dingen, op de dingen die ertoe doen. Managen gaat over het behalen van resultaten. Zaken die er toe doen zijn zaken die direct of indirect resultaten opleveren.
  3. Don’t model or build accountability. Iets lastiger; voor mij klinkt dit als: verantwoordelijkheid nemen in plaats van dragen. Ageer. Praten over verantwoordelijkheden leidt af van waar het om gaat; sta voor wat je belangrijk vindt en handel daarnaar.
  4. Fail to consistently reinforce what’s important. Blijf regelmatig benadrukken waar het echt om gaat in je bedrijf, onderneming of organisatie. Wat is je kernboodschap?
  5. Overrely on consensus. Neem beslissingen wanneer ze genomen moeten worden. Heb je tijd om dat besluit op basis van consensus te nemen? Doe dat dan. Kan dat niet, neem dan zelf een besluit, gebaseerd op en ondersteund door je kernboodschap.
  6. Focus on being popular. Focus op waar het echt om gaat. Om visie, richting en duidelijke doelen. En vinden je medewerkers je daardoor aardig? Da’s dan mooi meegenomen. Niet meer en niet minder.
  7. Get caught up in your self-importance. Je bedrijf, onderneming, organisatie is belangrijk en de mensen die voor je werken zijn belangrijk. Jij doet er niet toe; wat je doet, dat doet er toe!
  8. Put your head in the sand. Sta recht op, neem slecht nieuws in je op en (re)ageer.
  9. Fix problems not causes. Zoek naar de oorzaken van problemen. Pak die oorzaken, waar ze ook liggen, aan.
Vlak voor ik begon aan het schrijven van deze blog kwam ik een blog van Saskia Tjepkema en Mara Spruyt tegen. Zij schrijven over omgekeerd brainstormen of makkelijker verwoord, “keren doet leren”. En dat is dus ook wat Dan Rockwell (bewust of onbewust?) doet. Hij keert het om; schrijft over wat je vooral niet moet doen. Het lezen, nadenken en schrijven over hoe het dan wel moet levert dan, hopelijk, het inzicht op hoe het wél moet. Ik heb wel iets geleerd tijdens deze exercitie. Het belangrijkste is de herhaalde bevestiging van een besef. Het besef dat het synoniem voor “niet-slecht” niet perse “goed” is. Je zult dus soms meer moeten doen dan het slechte “slechts” om te draaien.
Hoe is dat voor jullie?

Drinken uit de brandslang.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , op 7 juni 2011 door Hans de Gruijter

Op twitter liep ik tegen deze blog aan. Na het lezen ervan schoot mij een aantal zaken door m’n hoofd. Het idee voor deze blog werd daar geboren. Omdat ik toen geen tijd had om te schrijven, stuurde ik wel een tweet als reactie. Die tweet had, besefte ik me later, als ondertoon “life is all about choices”. En als je niet wilt of kunt kiezen kan het wel eens gebeuren dat iets je (veel) teveel wordt.

Nadenkend over deze blog kwam ik erop uit dat het voor mij om de volgende zaken gaat: social-media etiquette, hoe maak je een keus uit de overvloed aan informatie en wie wil ik zijn op het www?

Social-media etiquette. Hier is al heel veel over geschreven op allerlei fora en blogs. Dit is één van de meer aansprekende blogs. Net als bij de “normale” etiquette geldt ook hier dat het helemaal aan jezelf is om je er al of niet aan te houden. Daarmee kom je eigenlijk ook al uit bij het derde item van mijn blog; wie wil je zijn op het www?

Hoe kies je nou? Alleen het bijhouden van je timeline op twitter kan al een dagtaak opleveren. Hangt uiteraard af van het aantal tweeps dat je volgt en hoe actief die zijn. Als je meer dan 1000 mensen volgt en 10% daarvan twittert met regelmaat (1 tweet per uur; en dat is nog niet heel veel….) heb je bij een gemiddelde werkdag (8 uur toch?) al 800 tweets te verstouwen. Ik hoef niet verder uit te weiden, denk ik. Vraag blijft, hoe kies je? Hoe drink je nu uit een brandslang die vol open staat? Deze laatste beeldspraak komt uit een verslag van de presentatie van het boek “En nu online” van Sibrenne Wagenaar en Joitske Hulsebosch. Lees het verslag en bepaal voor jezelf hoe je met die brandslang om wilt gaan.

Wie wil ik zijn op het www? Ik ben de laatste die wil voorschrijven hoe anderen invulling moeten geven aan hun on line aanwezigheid en presentatie. Ik zal daarom aangeven hoe ik mijn aanwezigheid en presentatie invul.

  • Je krijgt wat je geeft. Ik geloof in het principe van wederkerigheid.
  • Social media gaat voor mij over het toevoegen van waarde. Ik volg mensen die voor mij van waarde zijn, of waardevolle bijdragen leveren. Ik probeer van waarde te zijn voor de mensen die mij volgen. Het gaat voor mij niet om kwantiteit; zoveel mogelijk volgers en gevolgden.
  • On line = off line en vice versa. Het gebeurt regelmatig dat ik mensen die ik on line leer kennen later “in real life” tegenkom. Ik kan en wil niet toneelspelen. Ik gedraag me on line niet anders dan off line. Voor mij makkelijk, voor de ander wel zo duidelijk.
  • Kiezen is lastig en schept duidelijkheid. Hoe verleidelijk het ook is om alles te willen volgen, is kiezen voor mij noodzakelijk. Het geeft duidelijkheid en rust. Ik kies voor twitter en volg daar maximaal 120-130 mensen. Ik volg vooral mensen die twitteren over leren, ontwikkelen, leiderschap, samenwerken en, vanwege mijn eigen sportieve voorkeur, over wielrennen. En via Google Reader volg ik een twintigtal blogs. En dat alles kost me soms toch meer tijd dan me lief is…..
  • Ik parkeer m’n ego af en toe….. Ik herken het gevoel van Jan Willem Alphenaar als hij aangeeft dat het hem een kick geeft als een blog van hem wordt aanbevolen en als een tweet een retweet krijgt. Dat is inderdaad een lekker gevoel, maar daar gaat het (voor mij) niet primair om op twitter, of bij andere vormen van social media.
Als ik zo terug kijk is het laatste deel bijna een Credo geworden; ik geloof in…..
Waar geloven jullie in, als het over aanwezigheid en presentatie op Social Media gaat?

10 Dingen waar ik van weet dat ze waar zijn.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , op 26 maart 2011 door Hans de Gruijter

Soms kom ik direct ter zake. Dit keer neem ik een aanloopje. Uiteindelijk kom ik wel bij uit bij “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”. Maar dan toch ff anders dan je nu wellicht denkt. Cryptisch? Ja! Daarom snel met de aanloop beginnen.

Precies 4 weken geleden stond 7 Days of Inspiration op het punt van beginnen. Een gecrowdsourced project dat als doel had om in één week Nederland mooier te maken door sociale overwaarde te benutten. Meer tekst en uitleg in een mooi filmpje dat op die site staat. Ik deed mee aan één specifiek onderdeel van de woensdag in die week. De woensdag had als thema werk. Eén van de activiteiten op die dag was “de dag van de waardering“. Over mijn betrokkenheid schreef ik eerder een blog. In de voorbereiding op die dag troffen vele trainers elkaar in Utrecht. Eén van de aanwezigen gaf me een mooi compliment; “Jij bent een echte ambassadeur van de waarderende benadering”. Ik wilde eerst ontkennen, of in ieder geval de uitspraak wat afzwakken. Ik zag mezelf helemaal niet zo. Mijn gesprekspartner gaf wat voorbeelden om haar bewering te onderbouwen. En daardoor werd het voor mij ook duidelijker. Dit gezichtspunt van een ander leidde tot een andere manier van naar mezelf kijken.

Donderdag 24 maart. In de Argumentenfabriek te Amsterdam vindt een ambassadeursbijeenkomst plaats voor “Helder Denken in School”. Initiatiefnemer voor die bijeenkomst is Kees Kraaijeveld, (mede)directeur van de Argumentenfabriek en schrijver van het boek Helder Denken. Een artikel in de Volkskrant over dat boek van vorig jaar november wekte mijn interesse. Ik schreef daar al een keer over. Vooral de oproep van Kees aan ambassadeurs voor dat Heldere Denken, klonk goed. Via mails, een bezoek en een LinkedIn groep kwam het tot de bijeenkomst op 24 maart. Ook tijdens die avond kreeg ik van Kees Kraaijeveld het compliment dat ik echt een ambassadeur ben. De verbazing was minder dan de keer een maand eerder. Het voelde alleen nog niet helemaal van mezelf. Het zette me wel aan het nadenken.

In dezelfde week als de bijeenkomst over Helder Denken zag ik een blog van Coherent Solutions op twitter langskomen. Dirk van Mulligen stelt daar een leuke vraag (“Welk boek had je 10 jaar eerder willen lezen?”) en ik heb daarop gereageerd. Er waren meer reacties. De teller staat tijdens het schrijven van mijn blog op 9. Een idee kwam toen bij me op. In een TED talk die ik eerder zag vertelt Sarah Kay over “spoken word poetry”. Eén deel van haar verhaal haakte aan bij het idee dat bij mij was ontstaan na het lezen van de blog van Dirk.

Het gaat over de lijstjes die Sarah noemt. Lijstjes die mensen maken, kunnen (uiteindelijk) leiden tot mooie verhalen. Een vraag die Sarah vaak gebruikt om mensen lijstjes te laten maken, is: “10 dingen waar je van weet dat ze waar zijn”. Als in een groep mensen iedereen zo’n lijst maakt, en daarna deelt met de anderen, zijn er 4 mogelijkheden:

  1. Je hoort of leest iets dat precies gelijk is aan één van jouw waarheden op je lijst. Of er heel erg op lijkt;
  2. Je hoort of leest iets dat precies het tegenovergestelde is van één van jouw waarheden;
  3. Je hoort of leest iets dat volslagen nieuw voor je is;
  4. Je hoort of leest een volslagen nieuw gezichtspunt bij één van jouw waarheden.

Ik wil nu ‘s kijken of ik hier een ambassadeur kan worden. Het uitdragen van een groeiend aantal lijstjes met “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”. In de hoop dat mensen die hier hun lijstje schrijven en de lijstjes van anderen lezen, mogelijkheden zien om verhalen te schrijven. Of in contact komen met gelijkgestemden, of juist met hun tegenpolen, of met aanvullers, of met…. Noem maar op.

Wat is jouw lijstje met “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn?” Schrijf ‘m als reactie onder deze blog. Vind je de blog en het idee leuk? Post deze blog dan op jouw LinkedIn pagina, op Facebook, op Twitter, of waar je ‘m ook maar wilt aanbevelen. Alvast bedankt en veel plezier!

Wat heb je ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan? (2)

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , , op 5 maart 2011 door Hans de Gruijter

uMijn eerste blog hier had ook deze titel. Toen ging het over het schrijven van een blog. Hoe toepasselijk….. Naast het gebruiken van mijn NS jaarkaart als OV chipkaart (voor ‘t eerst gedaan op dinsdag 1 maart) heb ik voor ‘t eerst meegedaan aan een “gecrowdsourced” evenement. Ik had ergens eind januari “iets” langs zien komen over een mooi initiatief; 7 Days of Inspiration (7di). Het motto; in één week Nederland een beetje mooier maken op basis van sociale overwaarde. Na een korte blik op hun site, dacht ik nog “mooi initiatief”. En ging weer over tot de orde van de dag.

Tot ik via Saskia Tjepkema een mailtje kreeg. Zij was erg enthousiast geraakt over één van de initiatieven onder de paraplu van 7di; de dag van de waardering op woensdag 2 maart. Zij wilde met haar mailtje zoveel mogelijk trainers in beweging krijgen. Die beweging zou dan moeten bestaan uit het verzorgen van een workshop over “waarderen” in een bedrijf/organisatie/instelling. Vooral via LinkedIn werd al snel een groep van een dikke 80 trainers verzameld. Een groep van 25 van deze trainers ontmoette elkaar op dinsdag 22 februari op Maliebaan 45 in Utrecht. Daar werden in een co-creatie sessie werkvormen uitgewisseld, ervaringen gedeeld en heel veel inspiratie opgedaan. Ik weet nog dat ik vrolijk en redelijk hyper van alle energie en ideeën de 75 km terug naar Breda aflegde.

Op woensdag 2 maart verzorgden een kleine 100 trainers workshops over waardering. In de hoop daarmee een golf van aandacht en waardering door en voor werkend Nederland op gang te krijgen. Ik verzorgde op die dag twee workshops bij een thuiszorgorganisatie in Noord-Limburg. Via Twitter (de hashtag #2011dtw was afgesproken voor de Dag van de Waardering) bleef ik een beetje op de hoogte van wat er elders in Nederland gebeurde. De energie en inspiratie spatte soms van de tweets. Op veel plekken raakten mensen overtuigd van de waarde van waarderen. Zagen in dat uitgaan van de talenten en sterke punten van medewerkers niets extra kost en heel veel oplevert.

En wat leverde het op? In ieder geval vele enthousiaste deelnemers. Enthousiaste trainers. Deelnemers die met voornemens weggingen. En die voornemens op donderdag al omzetten in acties. Ik durf alleen op basis van deze uitkomsten te beweren dat 7di, alle projecten van 7di, maar zeker De dag van de Waardering, ertoe heeft bijgedragen dat Nederland een beetje mooier is geworden. Ik vond het leuk, inspirerend en leerzaam om een bijdrage te hebben geleverd aan een mooi project. Op naar volgend jaar. Alleen kan ik er dan geen blog over schrijven onder de titel “Wat heb ik ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan?” Er zijn ergere dingen.

Verkeerde oplossing

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , op 26 januari 2011 door Hans de Gruijter

Vol trots twitterde onze Minister Marja van Bijsterveldt op maandag 24 januari dat in Rotterdam een pilot zal starten om peuters met een taalachterstand een vliegende start te bezorgen. Een vliegende start om op de basisschool mee te kunnen met de andere kinderen en niet op een onoverbrugbare achterstand te worden gezet. En omdat taalachterstand niet alleen effect heeft op taalonderwijs, maar ook op andere gebieden lijkt het een erg goed en verstandig initiatief. Lijkt, zeg ik met opzet.

Het probleem bestaat, laat ik daar niet moeilijk over doen. En het is een serieus probleem. Elk kind dat uitvalt in het onderwijs is er één te veel. Alle initiatieven om te zorgen dat alle kinderen die aan onderwijs beginnen, dat onderwijs ook afronden is toe te juichen. Ik laat zien dat juist dit plan verkeerd is. En wel om vier redenen.

  1. Taal is belangrijk, heel erg belangrijk. Het is het enige middel dat wij hebben om kennis over te dragen, om cultuur over te dragen. Het is daarmee van het grootste belang dat iedereen Nederlands leert spreken, lezen, begrijpen en schrijven. Dit initiatief richt zich echter uitsluitend op taal. En een kind is meer dan een organisme dat moet leren praten, spreken, lezen en schrijven. Een kind dient zich ook op andere vlakken te ontwikkelen. Met mijn achtergrond als leraar LO gaat het me aan het hart dat er (weer) niets gezegd wordt over het belang van een goede fysieke en motorische ontwikkeling. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit initiatief wordt ingegeven door de wens om Nederland weer in de top 5 van de PISA ranglijst te krijgen.
  2. Elk kind kent een eigen uniek ontwikkelingstempo en -volgorde. Het ene kind zal zich eerst vooral fysiek en motorisch ontwikkelen. En wat later op cognitief vlak. Andere kinderen maken eerst een mentale en emotionele ontwikkeling door. En geen kind zal elke stap in dezelfde snelheid zetten. Het initiatief van de Minister komt voort uit de misvatting dat de ontwikkeling van alle kinderen hetzelfde patroon volgen in een en dezelfde snelheid.
  3. Het kan niet anders dan dat dit initiatief gaat leiden tot meer testen. Hoe wil de Minister anders vaststellen of een kind überhaupt een taalachterstand heeft. En na het zomerbijspijkerprogramma (3x woordwaarde!) zal weer moeten worden getest of het kind wel vorderingen heeft gemaakt. Arme 3-jarige peuters. Als ze al geen hekel hebben aan school, krijgen ze het zo wel. School = testen, zullen ze denken. Terwijl school op die leeftijd nog helemaal niet in beeld moet zijn; hooguit als lonkend perspectief. Op de dag dat deze 3-jarigen hun vierde verjaardag vieren gaat hun school carrière beginnen. Ik weet nog van mijn zoontje dat hij vol verwachting uitkeek naar die dag; zijn eerste schooldag. Hij was dan ook gelukkig niet suf getest bij het kinderdagverblijf en peuterspeelzaal. Hij mocht daar doen wat kinderen op die leeftijd behoren te doen; spelen, uitproberen, naäpen, de kunst afkijken, et, etc. En daarmee en daardoor heel veel leren.
  4. Het is een verkeerde oplossing van een serieus en nijpend probleem. Want de oplossing laat de oorzaak van het probleem in stand.  De meeste kinderen met een taalachterstand hebben ouders die niet of zeer gebrekkig Nederlands spreken. Zolang dat probleem niet wordt aangepakt blijft het in de zomerbijspijkerlessen dweilen met de kraan open . Het recept is zeer eenvoudig. Iedereen die zich vanuit een buitenland in Nederland wenst te vestigen dient eerst en vooral de taal te leren. Zonder taal geen uitzicht op werk, op scholing, op integratie. Zonder werk en integratie grote kans op een te groot beroep op sociale voorzieningen, medische hulp en vaak ook psychiatrische hulp. Een onevenredig groot beroep op steeds schaarser wordende publieke middelen. De Minister scoort pas echt op het terugdringen van taalachterstand als zij de aanpak weghaalt bij de kinderen en richt op de volwassenen. Dat vergt samenwerking met andere departementen. Mooi taak voor deze ambitieuze regering.

Succes!

Nog meer kijken.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , op 23 januari 2011 door Hans de Gruijter

Soms is haastige spoed niet echt goed. En gaan alle goede dingen in drieën. Zo begon ik mijn blog gisteren. In de drang die blog de wereld in te sturen, vergat ik één van de artikelen die ik onder de aandacht wilde brengen. Dus vanmiddag weer ff grasduinen op het web, naar wat ik was vergeten toe te voegen. Cruyff kwam ook nog om de hoek met zijn 1e wet; elk nadeel heb z’n eigen voordeel. Er kwamen zowaar nog 2 artikelen bij; allen uit Trouw van de laatste week.

  1. Allereerst zocht ik het artikel van Lidwien Dobber. Zij schreef over scholen die zich als “etikettenmachine” zijn gaan manifesteren. In haar stuk beschrijft Lidwien hoe zij, vanuit haar positie als betrokken en soms bezorgde ouder, veel moeite moet doen om haar kinderen geen etiket opgeplakt te laten krijgen.
  2. Op het artikel van Lidwien verscheen dit weekend twee reacties. Het eerste artikel gaat specifiek in op het label ADHD en of dat label wel altijd terecht wordt geplakt. En wat dat label dan met het betreffende kind doet.
  3. Het derde artikel is van Paul Helder, in november vorig jaar geïnterviewd door de Volkskrant ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar. In dit stuk in Trouw gaat hij verder op wat hij in de Volkskrant betoogde. Was zijn eerste oproep vooral aan de ouders: “Laat dat kind met rust!”. Zijn tweede oproep is aan scholen, inspectie en anderen die betrokken zijn bij de inrichting van het onderwijssysteem en van scholen: “De therapeut de school uit!”. En scholen moeten dat gaan doen waar ze voor zijn; goed onderwijs verzorgen.

Voor ik verder ga wil ik benadrukken dat ik niet, ik herhaal niet, beweer dat ADHD niet bestaat. Onder navolging van Sir Ken Robinson: I’m not qualified to do so”. ADHD bestaat, punt. Waar ik in ieder geval vraagtekens bij wil zetten is het gemak waarmee kinderen dat etiket opgeplakt krijgen. Waar ik me zorgen over maak is dat de voornaamste remedie bij gediagnostiseerde ADHD, medicatie is. We spuiten onze kinderen plat, om ze maar rustig te houden. Ook hoop ik met deze blogs een bijdrage te leveren aan de bewustwording bij ouders dat er meer manieren zijn om naar hun kinderen te kijken. En dat een andere manier van kijken al ander gedrag van een kind kan bewerkstelligen.

Ik kreeg vanochtend een mailtje van een collega. Hij had mijn vorige blog gelezen. Hij liet me weten dat het hem veel had gedaan. Zijn vrouw en hij maakten zich zorgen om hun oudste zoon. Die zou wellicht een vorm van autisme hebben. Mijn blog liet hen op een andere manier kijken. Een manier die hen veel beter bevalt. Een manier die hen een kader biedt met de focus op kansen en mogelijkheden, in plaats van op beperkingen en onmogelijkheden.

Ik ben begonnen met het schrijven van blogs in de hoop veel mensen te bereiken. En vanochtend was ik geraakt door het verhaal dat in ieder geval al één lezer zich gesterkt voelde door een van mijn berichten. En toen was de zondag net begonnen. Mijn hele weekend is goed!

Tot een volgende keer.

Kwestie van kijken.

Geplaatst onder Algemeen, Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , , , op 22 januari 2011 door Hans de Gruijter

Goede dingen gaan in drieën, zegt men. Slechte dingen soms ook. Dan zou dat ook zomaar voor alle dingen op kunnen gaan. Empirisch of ander bewijs voor deze stelling heb ik niet. Maar daar gaat deze blog ook niet over. Het gaat over kijken. Kijken naar kinderen. Kijken naar gedrag van kinderen. En daarmee gaat het naast kinderen, vooral over de mensen die naar die kinderen kijken. Ouders, opvoeders, leraren, artsen, pedagogen, psychologen, docenten, etc, etc. Volwassenen dus.

Ik laat een aantal zaken voor zichzelf spreken. In de laatste weken kreeg ik via verschillende media informatie over wat de “gangbare” manier van kijken betekent voor kinderen. Onze kinderen. Ik zet ze hier op een rijtje.

  1. Video van Sir Ken Robinson. Sir Ken betoogt hier dat hij op z’n minst vraagtekens zet bij de (omvang van de) epidemie die we ADHD noemen. Het briljant vormgegeven filmpje heb ik al minimaal 3 keer aangeprezen. I rest my case.
  2. Via @AliceEWinter zag ik een tweet van @DorienKok met verwijzing naar haar blog waarin ze iedereen vraagt “even” mee te rekenen. Met statistische gegevens toont zij aan dat Sir Ken de spijker op z’n kop heeft geslagen. Er kan helemaal niet zo’n enorme epidemie zijn van ADHD.
  3. In een eerdere blog heb ik het verhaal van Professor Paul Helders aangehaald. Zijn betoog ging niet direct over ADHD, maar wel over hoe ouders naar kinderen kijken. En welke last die manier van kijken oplevert voor die kinderen. Het blijft namelijk niet alleen bij kijken. Ouders handelen ook vanuit die blik op hun kroost. Lees hier meer.
  4. Met een achtergrond als leraar Lichamelijke Opvoeding mag een voorbeeld uit de sport (‘t liefst de wielersport) niet ontbreken. Twee weken geleden zag ik op twitter twee bijdragen langs komen van @LukDewulf over Niels Albert; een meer dan begenadigd veldrijder. Lees eerst deze en dan deze.

Welke les moeten we trekken uit deze vier bijdragen? Eigenlijk maar één. We moeten anders gaan kijken naar kinderen. Naar onze kinderen. Kijken naar wat dat kind in zich heeft, in plaats van wat het misschien in zich zou kunnen hebben. Of nog scherper gesteld; wat wij graag zien dat dit kind in zich heeft. Kijken naar wat een kind wil in plaats van wat de ouder, opvoeder, etc. wenst. Kijken naar de talenten van dat kind in het hier en nu en niet naar de mogelijke (vooral door ouders gewenste?) talenten in het daar en straks.

Gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden van mensen die hetzij privé, hetzij professioneel anders naar kinderen kijken. Dat zijn de lichtpuntjes die onze kinderen nodig hebben. Ik sluit daarom af met de oproep om de lichtpuntjes te zoeken. Onze (uw?) kinderen zullen er dankbaar voor zijn. En er hele mooie en gelukkige mensen door worden.

Wie is er nou gekke Henkie?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , , op 18 januari 2011 door Hans de Gruijter

Nederland gidsland, Nederland tolerant. Die twee kreten zijn de laatste jaren behoorlijk aan inflatie onderhevig. En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Door met name de PVV is de laatste jaren veel aandacht gevraagd (en gekregen) voor een te grote instroom en (daarmee?) invloed van niet-westerse allochtonen. Vooral de invloed van de groeiende groep mensen met een islamistisch gedachtegoed werd (en wordt) als bedreigend gezien voor Nederland. Bedreigend voor de Nederlandse cultuur, voor de Nederlandse waarden.

Een oud testamentische uitdrukking luidt: “Je valt over de splinter in het oog van je buurman, maar ziet de balk in je eigen oog niet”. De splinter is de invloed van een groeiende groep islamitische burgers in Nederland. Wat we vergeten is de balk. Dat is de in Nederland van oudsher woonachtige grote groep, die minstens zo dogmatisch is als die islamitische medelanders. Ze hangen een ander, van oudsher christelijk, geloof aan. Zij zijn doorgaans lid van respectabele verenigingen en partijen. En ze zijn dogmatisch, op het intolerante af. Ze staan afwijzend tegenover alles dat niet past of zou passen in het verhaal dat hun bijbel vertelt.

Popmuziek, evolutie, medische vooruitgang, geboortebeperking, etc, etc. Een kleine, niet helemaal willekeurige greep uit de zaken die vanuit een zeer diverse kerkelijke hoek niet worden gepruimd. En hier gaat deze groep Nederlanders verdacht veel lijken op de fanatieke aanhangers van Mohammed die ook van alles afwijzen. Die verketteren wat hen onwelgevallig is. Nederland schreeuwt, terecht, moord en brand als wordt voorgesteld de Sharia in te voeren. Nederland verheft, terecht, zijn stem als (zwaar) bevochten rechten voor minderheden worden beknot.

En wat gebeurt bij de ontwikkeling van Nederlandse schoolboeken? Daar worden richtlijnen gegeven om vooral geen aanstoot te geven aan christelijke scholen….. Zie daarvoor de column van Anna van Praag in de Volkskrant van vandaag. Zij schetst een kwalijke praktijk bij het schrijven van lesboeken. Kwalijk in twee opzichten. Allereerst omdat met de wellicht goedbedoelde richtlijnen zaken niet of slecht aan de orde komen. Zaken die thuis horen in ons onderwijs. Dat een deel van Nederland op religieuze gronden niet gelooft in de evolutie is hun goed recht. Maar dat betekent niet dat niemand er van mag horen.

Het tweede kwalijke aspect is dat degenen die het betreft, kinderen, buiten hun weten, worden beknot in hun ontwikkeling, fantasie, creativiteit. Sir Ken Robinson (daar is hij weer!) heeft bij verschillende gelegenheden aangetoond dat scholen behalve opbouwen ook afbreken. Kijk naar deze RSA video om te zien wat onderwijs betekent voor “divergent thinking”. En kijk en luister naar deze TED talk om erachter te komen dat scholen de creativiteit van kinderen “doden”. Laten we nu niet ook nog eens de fantasie van kinderen inperken door boeken te “verbieden” of lesmateriaal te ontdoen van al te gevoelig liggende onderwerpen. We zijn de Taliban niet!

In een pluriforme samenleving als de Nederlandse is het onmogelijk om het iedereen voor 100% naar de zin te maken. Dat houdt in dat elke groepering zijn (haar) portie van ongenoegen zal moeten slikken. Dat is soms niet leuk, zeker als het om zaken gaat die voor die groep zeer belangrijk, want fundamenteel zijn. Het samenleven in Nederland vergt flexibiliteit, tolerantie en inschikkelijkheid. Daarin hoort niet dat een kleine groep zijn wil oplegt aan de rest. Helemaal niet over de rug van kinderen.

Voor we immigranten gaan verwijten dat ze zich niet houden aan die waarden die we in Nederland belangrijk vinden, zullen we eerst intern de zaken op orde moeten hebben. De pot kan nu eenmaal moeilijk de ketel verwijten dat ie zwart ziet…..

Overigens ben ik tegen elke vorm van orthodoxie. Want elke orthodoxie kan vervallen in dogmatisme. Dan is het nog maar een kleine stap naar intolerantie.

2011, wat nu?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , op 2 januari 2011 door Hans de Gruijter

Het zat al een tijdje in m’n hoofd. Misschien zat het ook wel in m’n hele lijf. Zo voelt het nu wel, als ik het afgelopen jaar terugkijk. Ik kan ook terughalen wanneer het begon. Donderdag 17 december 2009. Die dag vond (de eerste dag van) het 3e blok plaats van de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten bij de FCE. Werken aan en met sterke punten was één van de onderwerpen. Saskia Tjepkema begeleidde de dag. Een dag die zich in een paar woorden laat vangen; energie, inspiratie, plezier, herkenning, talenten en waardering.

Onderliggend idee bij het werken aan en met sterke punten (van mensen, teams, organisaties) is het gedachtegoed van Appreciative Inquiry (AI). In goed Nederlands Waarderend Onderzoeken. Vooral kijken naar wat (al) goed gaat. Kijken naar wat mensen (goed) kunnen. Met als volgende stap, wat kunnen we dan leren van dat wat goed gaat? Kunnen we die “best practices” ook op andere vlakken inzetten? Hoe zorgen we er dan voor dat het daar ook goed gaat? In een eerdere blog schreef ik er al iets over.

Ik merkte die dag en de dagen die er direct op volgden dat ik momenten uit mijn geheugen opdiepte waarin ik dat waarderend onderzoeken al (onbewust?) had toegepast. Op andere momenten betrapte ik me erop dat “waarderend kijken” iets is dat je moet oefenen. Ik stapte namelijk ook net zo makkelijk in de valkuil van het negativisme, als dat Lionel Messi wonderpasses verstuurt. Ander, nieuw gedrag moet je inslijpen. Je moet het vaak toepassen. Pas dan wordt het net zo vanzelfsprekend als dat het oude gedrag eens was. Ik werd wel gesterkt in dat nieuwe kijken (en praten) door mensen in mijn omgeving die hier al verder in waren. Het volgen van geoefende “waarderende kijkers” op Twitter hielp ook enorm.

Een aantal weken geleden las ik een stuk dat mij nog een boost gaf. Het ging over een onderzoek naar de effecten van positief gedrag. Het bleek dat mensen die zich positief opstellen en anderen vanuit die houding ook positief (en aardig en vriendelijk!) benaderen, zich veel beter en gelukkiger voelen. Het lijkt een beetje op het verhaal dat het veel meer moeite kost om een chagrijnig gezicht te trekken dan een glimlach te maken. Voor een glimlach heb je nu eenmaal veel minder spieren nodig dan voor een chagrijnig gezicht….. Oftewel; doe ‘s aardig naar een ander. Kleine moeite, groot plezier – voor allebei.

Een ander voorbeeld van deze ontwikkeling over positief kijken, kwam vanuit een, voor mij, onverwachte hoek. Maar wel een aansprekende hoek. In mijn blog over positief coachen had ik daar in november al over geschreven. Het onverwachte zat er in dat het was verpakt in de vorm van een toneelrecensie. Essentie van het positief coachen is in wezen hetzelfde als dat van AI.

Wat is nu de link naar het nieuwe jaar? Op nieuwjaarsochtend werd ik door een tweet geattendeerd op een nieuwe Nederlandse website; www.one11.nl. Tot mijn verrassing en verbazing bleek dat een site te zijn die door een aantal journalisten is opgezet. Meer vanuit ideële dan commerciële overwegingen. Met als belangrijkste uitgangspunt te gaan onderzoeken waar ter wereld dingen goed gaan. Soms zelfs tegen de stroom in en tegen de klippen op. Wat doen die mensen om het voor anderen beter, mooier en makkelijker te maken. De intentie van de site is om te laten zien dat er vooral ook gebouwd wordt, in plaats van afgebroken. Dat er helden zijn, in plaats van verliezers. En om een tegenwicht te bieden aan alle zuurpuimen en azijnpissers. Niet om alles dat niet goed gaat te ontkennen of onder tafel te poetsen. Gewoon omdat al te vaak goed nieuws wordt vermalen in de grote stroom rampspoed en andere ellende. Lees hier het waarom van de initiatiefnemers.

Op die eerste ochtend van 2011 kwamen voor mij zaken bij elkaar. De ontwikkelingen die voor mij begonnen op die, erg winterse, 17e december 2009. Door de introductie in het werken aan en met sterke punten. Het gedachtegoed van appreciative inquiry. Het ondervinden dat op die manier kijken, praten en werken resultaat oplevert . Merken dat het energie geeft in plaats van kost. Ondervinden dat je je beter (gelukkiger?) gaat voelen als je zo in de wereld staat en daar naar handelt.

Wat mij betreft is het antwoord op de vraag 2011, wat nu, makkelijk. Dit jaar wordt de doorbraak van positief kijken en doen. Er was al van alles gaande. In de wereld van trainers, coaches en opleidings- en onderwijsdeskundigen was AI al langer bekend. Ook binnen de sport was het doorgedrongen. En bij de start van 2011 blijken ook journalisten hiervan doordrongen. Als je een onderwerp onder de aandacht wilt brengen kun je je geen betere pleitbezorgers wensen dan journalisten.

Het kan niet anders dan dat 2011 een mooi jaar gaat worden!

Menselijke magneet en toeval dat niet bestaat.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 16 december 2010 door Hans de Gruijter

Toeval bestaat niet. Dat betekent dat er iets moet zijn geweest dat mij vandaag deed besluiten om niet op de Seelig kazerne in Breda te blijven. De vergadering daar was ruim voor 2 uur afgelopen. Naar Den Haag gaan vond ik geen optie; te veel reistijd waar te weinig effectieve werktijd tegenover zou staan. Ik twijfelde even of ik naar de KMA zou gaan, of naar de Trip van Zoutlandtkazerne om nog wat te werken. Ik wist dat er op de Trip een leuke flexplek is waar ik een paar weken geleden ook al was aangeland. En zo belandde ik rond 2 uur op de inmiddels al bekende flex plek. In tegenstelling tot de vorige keer was het bureau ernaast nu wel bezet. Een collega zat te bellen.

Ik wachtte even tot mijn, tot dat moment nog volslagen onbekende, collega zijn telefoongesprek had afgerond. Ik stapte zijn kamer binnen. “Als we dan toch op 3 meter van elkaar zitten te werken, kunnen we ook kennismaken”, sprak ik. We wisselden even de obligate beleefdheden uit en raakten in gesprek. Ik stond op het punt om me op de lijst nog af te werken mailtjes te storten, toen iets wat ik zei mijn collega triggerde. “Nou ga ik toch even doorvragen”, zei hij. Ik had ‘m verteld dat ik net op een nieuwe functie was begonnen en wat dat inhield. Ook had ik kort gerefereerd aan wat ik de 2,5 jaar daarvoor had gedaan. Iets in dat verhaal moet hem hebben aangesproken.

Ik pakte een stoel en liet hem zijn verhaal doen.  Waar het kort en bondig op neer kwam was dit. In het 1e kwartaal van 2011 gaat één van zijn collega’s binnen dezelfde afdeling weg. Ze zijn op zoek naar een opvolger. En ze hebben duidelijk voor ogen welke kwaliteiten die opvolger zou moeten hebben. Niet alleen kwaliteiten zijn van belang, ook de inpasbaarheid in het (kleine) team speelt een belangrijke rol. Ze zoeken een “karakter”. Ik zei al die tijd niet veel, maar non verbaal moet er van alles te zien zijn geweest. Hij onderbreekt zijn verhaal. “Moet ik nog verder gaan?’, vraagt hij. “Ik geloof dat je al een keus hebt gemaakt”. Ik geeft aan dat ik zit te glimmen en glunderen om twee redenen. De eerste omdat ik het erg leuk vind, wat ik hoor. De functie en zoals hij de invulling daarvan, zoals zij die voor ogen hebben, schetst, zijn mij op het lijf geschreven. De tweede reden is eigenlijk een grimlach. Omdat ik merk dat het ergens schuurt en knaagt.

Ik loop tegen mijn eigen waarden en principes aan. Eén daarvan is dat ik graag als een betrouwbare medewerker word gezien. Een andere is dat je afmaakt, waar je aan begonnen bent. En ik ben net begonnen aan een nieuwe job. Die leuk is, uitdagend, spannend. Los van formele regelingen binnen Defensie, vind ik dat ik “gewoon” minimaal twee jaar op die functie aan de slag moet blijven. Maar toch, maar toch. Het is een erg leuke functie. Er zit een bevordering aan vast. En ‘t is op 5 minuten fietsen van mijn huis. Het eerste aspect weegt ‘t zwaarst. In die job kan ik alles kwijt dat ik de laatste jaren heb geleerd en ontwikkeld.

Ter plekke besluit ik open kaart te gaan en blijven spelen. Ik vertel mijn gesprekspartner dat ik het een erg leuk aanbod vind. Dat ik het in overweging neem. En dat ik aanstaande maandag met mijn baas ga praten. Hem uitleg wat er speelt. En ik zie dan wel wat daar uit voort komt.

Een half uur na het gesprek met die collega zit ik nog na te genieten. Het werkt dus. Ik vertelde een week geleden een collega die bij mij in een coachingstraject zit dat het werkt. Dat je op zoveel mogelijk plekken moet vertellen wat je leuk vindt. Dat je vertelt wat je graag zou willen gaan doen. Niet omdat je wilt dat het op (zeer) korte termijn gebeurt, maar omdat je wilt dat zoveel mogelijk mensen van je ambities, wensen en dromen op de hoogte zijn. Ik heb de laatste jaren niet nagelaten te vertellen wat ik leuk vind. Vooral uitgedrukt in activiteiten. Niet in concrete functies. En hier is het; een heel erg leuke functie, bijna op een presenteerblaadje.

Toeval? Nee. Wat dan wel? Weet ik ook niet. Maar ik vind het bijzonder en erg leuk. Maandag een goed gesprek met m’n baas. En dan zie ik wel wat er van komt. En lukt het deze keer niet, dan een volgende keer wel. De zaadjes zijn uitgestrooid. Er zal vast een volgende ontkiemen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.