Archief voor de Categorie Onderwijs

Papadag is geen vaderdag.

Geplaatst onder Onderwijs, Samenleven met tags , , op 19 juni 2011 door Hans de Gruijter

Er zijn van die woorden waar je gelijk een hekel aan hebt.  Stukje is er zo een. Vooral in combinatie met gevoel, geluk, verantwoordelijkheid en nog een hele stapel zelfstandige naamwoorden. Als ik erover nadenk heb ik een hekel aan heel veel verkleinwoorden. Met uitzondering van liefje en schatje.

Andere woorden die mijn nekharen activeren, zijn uitdaging, collegaatje (en die valt ook al in de categorie verkleinwoorden), multicultureel, prachtwijk, mensenmens en eigenlijk.

Het woord waar ik me, sinds ik zelf vader ben, het meest aan erger is papadag. Een woord dat zomaar, uit het niets bijna, zijn intrede in het Nederlands deed. Het juiste moment weet ik niet. Zou een mooi onderzoeksonderwerp zijn. Ik hoorde het voor het eerst toen ik 4 dagen per week ging werken. Dat moment deed zich voor toen mijn zoon 4 maanden oud was en mijn (toenmalige) vrouw weer aan het werk ging. Collega’s reageerden toen bijna en masse met: “Lekker zeg, jij hebt een papadag!”. Ik moet wat verbaasd hebben gekeken, want ze herhaalden het vaak nog eens. Als ik dan vroeg of ik de andere dagen van de week dan geen papa was, reageerden ze soms zelfs licht gepikeerd. “Tuurlijk niet! Nee, maar zo bedoel ik het ook niet.”

Aan het begin van het vaderdagweekend voerde ik een kort (twitter)gesprek met Ans Grotendorst. Het ging over het verschil tussen vaderdag en papadag. Voor mij is het één dag per jaar vaderdag en, als je dan toch vader bent, op alle 364 andere dagen papadag.

Tot mijn niet geringe verbazing en, ik zal eerlijk zijn, behoorlijke ergernis, zag ik vandaag (Vaderdag) dat op twitter Papadag een trending topic was. Gelukkig was Vaderdag ook trending.

Het kan twee kanten op. Allereerst de slechte kant. Dat er mensen zijn die denken dat vaders alleen papa zijn als ze nadrukkelijk voor hun kinderen zorgen. Het kan nog twee graadjes erger. Eén graad erger is als mensen aan je vragen of je op je eigen kind gaat passen. Twee graadjes erger is als je als ouder zelf zegt dat je op je eigen kind gaat passen.

Laat ik het, als fervent aanhanger van de waarderende benadering, van de positieve kant bekijken. Stel nou dat het alleen voor vaderdag is gedaan. Dat deze ene dag in het jaar waarop de aandacht naar alle vaders uitgaat, ook papadag wordt genoemd. En de rest van het jaar niet meer. Dan hebben we een mooie bestemming voor papadag gevonden. Dan horen we het de rest van het jaar alleen maar als verwijzing naar de 3e zondag in juni. Zou mooi zijn.

Alle andere dagen dat vaders de zorg en opvoeding van hun kind(eren) op zich nemen noemen we gewoon maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Want vader en papa ben je alle dagen vanaf het moment dat je eerste kind wordt geboren. In tijden dat er meer en meer normaal wordt gedaan over een evenrediger verdeling van werk en zorg, moeten we ook normaal doen over hoe we dagen noemen. We noemen de dagen dat moeders zorgtaken op zich nemen, toch ook geen mamadagen? Nou dan.

Of is er toch iets anders aan de hand? Ik ben benieuwd naar andere meningen, zienswijzen en oplossingen.

Boys will be boys, will be boys.

Geplaatst onder Algemeen, Onderwijs met tags , , , , , op 15 januari 2011 door Hans de Gruijter

Eerst schoot de titel van deze blog me te binnen, nadat ik de video van Ali Carr-Chellman had gezien. Later bleek die quote te komen uit het nummer “Boys keep swinging” van David Bowie.  Bowie geeft in dat nummer, weliswaar met de voor hem gebruikelijke vette knipoog, een aantal karakteristieke eigenschappen en activiteiten van jongens.

Het ging (en gaat me nog steeds!) om de TED talk van Ali Carr-Chellman. Haar verhaal gaat over de situatie in de VS met betrekking tot problemen rond jongens in de schoolperiode. Zij stelt kortweg dat de jongenscultuur niet past in de schoolcultuur. Uiteraard kunnen de door haar gegeven cijfers niet 1-op-1 van toepassing worden verklaard op de Nederlandse situatie. Er zijn echter wel zoveel overeenkomsten tussen de VS en NL, dat de situatie hier vergelijkbaar is met wat Ali Carr-Chellman schetst. En dat is verontrustend. Eerst die cijfers:

  1. Voor elke 100 meisjes die worden geschorst van school staan 250 jongens;
  2. Voor elke 100 meisjes die van school worden gestuurd, staan 335 jongens;
  3. Voor elke 100 meisjes in speciaal onderwijs, staan 217 jongens;
  4. Voor elke 100 meisjes met een leerprobleem, staan 276 jongens;
  5. Voor elke 100 meisjes met een diagnose van emotionele verstoring, staan 324 jongens.

Zij voegt eraan toe dat die cijfers nog een graadje erger zijn als de jongens, zwart en/of arm zijn. En als zij op een school zitten met te (over?)volle klassen. Als klap op de vuurpijl blijkt dat jongens een 4x hogere kans hebben op een ADHD diagnose. Over dat laatste heeft Sir Ken Robinson een aantal zeer interessante nuanceringen en relativeringen gemaakt. Zie daarvoor ook mijn blog over ADHD.

Terug naar het verhaal van Ali Carr-Chellman. Zij geeft 3 duidelijke oorzaken voor het geschetste probleem:

  1. Zero tolerance; echt jongensgedrag wordt niet geaccepteerd. Jongens moeten stil zitten, zich gedragen. ‘t Liefst zoals meisjes…. Jongens willen actief zijn, willen zich meten met andere jongens. Jongens tonen interesse in dingen maken en dingen kapot maken. Een fascinatie stoeien en ruige spelletjes. Al die typische jongens zaken worden door leraressen en onderwijzeressen niet geaccepteerd. “Zit stil en doe je werk!”. In een mooi voorbeeld geeft ze aan dat jongens schrijven niet leuk vinden, omdat ze alleen mogen schrijven over wat van de lerares mag; niet over waar ze zelf graag over schrijven. En dat is over ruige dingen doen, over natuurgeweld, over vechten, etc, etc.
  2. Weinig leraren (vooral vrouwen werken in het onderwijs!); jongens zien mannelijke rolmodellen vooral buiten de school. Bij de scouting, op de sportvereniging, maar niet in school! Dat zou kunnen leiden tot de constatering dat school niet een plek voor jongens / mannen is. School zou “dus” vooral een plek voor meisjes / vrouwen zijn. Jongens kiezen dan liever voor een ander terrein om te excelleren. Maar welk terrein is dat dan?
  3. Kleuterschool is de oude 2e klas; scholen willen goede resultaten afleveren. Resultaten die gemeten kunnen worden. En met dat meten beginnen ze (te) vroeg. Ook delen van het curriculum die eerst in hogere klassen aan bod kwamen, zijn nu naar de kleutergroepen verplaatst. Een hilarische foto van een baby met een boek, spreekt wat dat betreft boekdelen!

Aan het eind van haar TED talk geeft zij een aantal mogelijke oplossingen / oplossingsrichtingen. De grote gemene deler daarin is dat er meer moet worden aangesloten bij (kenmerken van) de jongenscultuur. En dan vooral door meer en betere games.

Wat moet er in Nederland gebeuren? Waarschijnlijk is er al meer dan voldoende cijfermateriaal aanwezig. Aan onderzoek geen tekort. Waar het aan ontbreekt is actie. Actie die er op gericht moet zijn dat er meer mannen betrokken raken bij het onderwijs. Daarnaast zullen de vrouwen in het onderwijs op een andere manier om moeten gaan met dat “typische” jongensgedrag. Vooral in het basisonderwijs. Dat is wat de Minister voor elkaar moet krijgen. Omdat het leuk is om les te geven én omdat het meer dan ooit noodzakelijk is dat jongens (en meisjes) een mannelijk rolmodel zien. De uitkomst van die actie moet zijn dat jongens net zo door het onderwijs gaan als dat meisjes dat nu doen. Laten we ervoor zorgen dat de regel uit het nummer van Bowie wordt herschreven in “boys can be boys, can be boys”.

Ik irriteer me suf….

Geplaatst onder Onderwijs met tags , , , , op 28 december 2010 door Hans de Gruijter

Het lijkt op een virus dat inmiddels resistent is geworden tegen elk denkbaar antibioticum. Je hoort het bijna overal. Gebruikt door alle lagen van de bevolking. Zelfs door mensen die boven alle twijfel verheven leken. Ik weiger te geloven dat ook dit verkeerde gebruik van een werkwoord past in wat taalkundigen een levende taal noemen. Daarom nu de kortste blog die ik tot nu toe heb geschreven. Nog één keer dan: ik erger me rot. Want het verkeerde gebruik van wederkerende werkwoorden irriteert me mateloos!

Hoort zegt het voort.

Overigens kan ik iedereen aanraden om op Youtube te zoeken naar nog meer briljante filmpjes van Van Kooten en de Bie. Vooral de uitleg over het juiste gebruik van “als” en “dan” overstijgt zelfs de term briljant. Want behalve vreselijk geestig zijn ze ook nog eens leerzaam. Misschien verplichte leerstof voor de lessen Nederlands op school. Leren de kinderen nog wat en het is nog leuk ook. Oh nee, dat mocht niet meer van de Minister.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.