Archief voor de Categorie Opvoeden

Overlevers?

Geplaatst onder Algemeen, Opvoeden, Samenleven met tags , op 11 augustus 2011 door Hans de Gruijter

Het triest stemmende weer van zomer 2011 kan wel iets luchtigs gebruiken. Vooral lezers met een geboortedatum van voor 1975, zullen sommige stukken met een glimlach van herkenning lezen. Hoe luchtig het ook is, veel, zo niet alle punten zetten je wel aan het denken over of alles wat we nu normaal vinden wel terecht zo normaal wordt gevonden.

Nee, ik ben geen fervent aanhanger dan wel gebruiker van de kreet “vroeger was alles beter”. Dat is namelijk niet zo. Het is wel zeer verfrissend om in de waan van 21e eeuwse dagen stil te staan bij wat we doen. Dit lijstje kan daar bij helpen. Veel plezier.

Voor ik het vergeet; ik kreeg dit lijstje ooit via de mail. Ik weet niet meer van wie. Mocht iemand zich zeer benadeeld voelen dat ik het hier zonder bronvermelding publiceer; neem contact op en ik zal de juiste bron vermelden.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de 60-er/begin 70-er jaren, nog leven? Volgens de theorieën anno 2011 zouden we toch al lang dood moeten zijn?

Veiligheid

  • Wij zaten in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordel of airbag. Onze bedden en speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium.
  • Boven aan een trap was géén hekje; wie te ver ging, kukelde naar beneden. Als je wakker werd in bed hoorde niemand dat, en als er écht iets was moest je hard schreeuwen voordat je ouders het merkten.
  • Flessen met gevaarlijke stoffen en alle apotheekflessen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen.
  • Poorten en deuren gingen gewoon dicht, en als je met je vingers ertussen zat waren ze weg.
  • Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en probeerde je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je.
  • Een helm hadden ze nog niet eens op een bromfiets, laat staan op een fiets.
  • Op school hadden ze maar één maat bank en met zo’n heerlijk gevaarlijke klep er aan.
  • We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen en er werd niemand voor naar de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een extra pak slaag voor.
  • Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur nog naar je zwaaide was je al een watje!

Voedsel

  • Water dronken we uit de kraan, niet uit een fles. Brood stond stijf van conserveringsmiddelen, na twee weken was een Bums nog nét zo vers als in de winkel.
  • Kleur en smaakstoffen moeten ook toen al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als die limonade (Exota!) toén was, zie ik ze nu écht niet meer.
  • Een kauwgom legde je ‘s avonds op het nachtkastje en stak je ‘s morgens weer in je mond.
  • We smeerden onze boterhammen zelf, met een grote mensen mes, en als je ze vergeten had kon je op school niets kopen! Als je de korst niet at, had je een beetje meer honger de rest van de dag.
  • Wij aten ook al koekjes en kregen brood met veel boter en werden toch niet dik.
  • We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.

Vrije tijd

  • We gingen ‘s morgens weg van huis en we kwamen terug als de straatverlichting aan ging. Niemand wist waar we waren in de tussentijd en we hadden geen GSM mee!
  • Het bos of een park was een plek om te spelen en géén vieze mannetjesverzamelplek.
  • Als we naar een vriendje gingen, liep je er gewoon naar toe, je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken. Er ging ook geen volwassene met je mee.
  • Wij hadden geen Wii, Playstation, Nintendo, X-box, 64 televisiezenders, DVD’s, streaming video, MP3′s, eigen televisies, computer, iPhone, iPad, Hyves, Facebook of Twitter. Wij hadden vrienden!
  • De televisiezender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor kinderen en oh wee als je daarna durfde op te staan om op een knopje van een andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast). Pa bepaalde wat en hoe lang je daarna nog keek.
  • Wij vochten en sloegen elkaar soms groen en blauw en er was geen volwassene die zich er druk over maakte, laat staan dat een lieveheersbeestje op je jas kroop.
  • Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg dat we de rem vergeten hadden.
  • We voetbalden op straat, en alleen wie goed was mocht mee doen; wie niet goed genoeg was moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.

Opvoeding

  • Op school zaten ook domme kinderen. Zij gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en kregen de zelfde lessen. Zij deden soms een klas nóg een jaar en daarover waren ook geen discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk.
  • Schoenen waren meestal al ingedragen door broer, zus, neef of zo, en ook je fiets was óf te groot óf te klein. Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was leerde je vader je zo snel mogelijk om hem zelf te plakken.
  • Als je problemen veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wél om je te halen, maar niet om je er uit te lullen. Onze daden hadden consequenties. Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen. Wij hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid.
  • We hebben moeten leren er mee om te gaan. Onze generatie heeft véél mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daar bij risico durven nemen en voor de gevolgen instaan.
Opmerkingen, aanvullingen, herinneringen en alle overige reacties zijn uiteraard van harte welkom.

Nog meer kijken.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , op 23 januari 2011 door Hans de Gruijter

Soms is haastige spoed niet echt goed. En gaan alle goede dingen in drieën. Zo begon ik mijn blog gisteren. In de drang die blog de wereld in te sturen, vergat ik één van de artikelen die ik onder de aandacht wilde brengen. Dus vanmiddag weer ff grasduinen op het web, naar wat ik was vergeten toe te voegen. Cruyff kwam ook nog om de hoek met zijn 1e wet; elk nadeel heb z’n eigen voordeel. Er kwamen zowaar nog 2 artikelen bij; allen uit Trouw van de laatste week.

  1. Allereerst zocht ik het artikel van Lidwien Dobber. Zij schreef over scholen die zich als “etikettenmachine” zijn gaan manifesteren. In haar stuk beschrijft Lidwien hoe zij, vanuit haar positie als betrokken en soms bezorgde ouder, veel moeite moet doen om haar kinderen geen etiket opgeplakt te laten krijgen.
  2. Op het artikel van Lidwien verscheen dit weekend twee reacties. Het eerste artikel gaat specifiek in op het label ADHD en of dat label wel altijd terecht wordt geplakt. En wat dat label dan met het betreffende kind doet.
  3. Het derde artikel is van Paul Helder, in november vorig jaar geïnterviewd door de Volkskrant ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar. In dit stuk in Trouw gaat hij verder op wat hij in de Volkskrant betoogde. Was zijn eerste oproep vooral aan de ouders: “Laat dat kind met rust!”. Zijn tweede oproep is aan scholen, inspectie en anderen die betrokken zijn bij de inrichting van het onderwijssysteem en van scholen: “De therapeut de school uit!”. En scholen moeten dat gaan doen waar ze voor zijn; goed onderwijs verzorgen.

Voor ik verder ga wil ik benadrukken dat ik niet, ik herhaal niet, beweer dat ADHD niet bestaat. Onder navolging van Sir Ken Robinson: I’m not qualified to do so”. ADHD bestaat, punt. Waar ik in ieder geval vraagtekens bij wil zetten is het gemak waarmee kinderen dat etiket opgeplakt krijgen. Waar ik me zorgen over maak is dat de voornaamste remedie bij gediagnostiseerde ADHD, medicatie is. We spuiten onze kinderen plat, om ze maar rustig te houden. Ook hoop ik met deze blogs een bijdrage te leveren aan de bewustwording bij ouders dat er meer manieren zijn om naar hun kinderen te kijken. En dat een andere manier van kijken al ander gedrag van een kind kan bewerkstelligen.

Ik kreeg vanochtend een mailtje van een collega. Hij had mijn vorige blog gelezen. Hij liet me weten dat het hem veel had gedaan. Zijn vrouw en hij maakten zich zorgen om hun oudste zoon. Die zou wellicht een vorm van autisme hebben. Mijn blog liet hen op een andere manier kijken. Een manier die hen veel beter bevalt. Een manier die hen een kader biedt met de focus op kansen en mogelijkheden, in plaats van op beperkingen en onmogelijkheden.

Ik ben begonnen met het schrijven van blogs in de hoop veel mensen te bereiken. En vanochtend was ik geraakt door het verhaal dat in ieder geval al één lezer zich gesterkt voelde door een van mijn berichten. En toen was de zondag net begonnen. Mijn hele weekend is goed!

Tot een volgende keer.

Kwestie van kijken.

Geplaatst onder Algemeen, Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , , , op 22 januari 2011 door Hans de Gruijter

Goede dingen gaan in drieën, zegt men. Slechte dingen soms ook. Dan zou dat ook zomaar voor alle dingen op kunnen gaan. Empirisch of ander bewijs voor deze stelling heb ik niet. Maar daar gaat deze blog ook niet over. Het gaat over kijken. Kijken naar kinderen. Kijken naar gedrag van kinderen. En daarmee gaat het naast kinderen, vooral over de mensen die naar die kinderen kijken. Ouders, opvoeders, leraren, artsen, pedagogen, psychologen, docenten, etc, etc. Volwassenen dus.

Ik laat een aantal zaken voor zichzelf spreken. In de laatste weken kreeg ik via verschillende media informatie over wat de “gangbare” manier van kijken betekent voor kinderen. Onze kinderen. Ik zet ze hier op een rijtje.

  1. Video van Sir Ken Robinson. Sir Ken betoogt hier dat hij op z’n minst vraagtekens zet bij de (omvang van de) epidemie die we ADHD noemen. Het briljant vormgegeven filmpje heb ik al minimaal 3 keer aangeprezen. I rest my case.
  2. Via @AliceEWinter zag ik een tweet van @DorienKok met verwijzing naar haar blog waarin ze iedereen vraagt “even” mee te rekenen. Met statistische gegevens toont zij aan dat Sir Ken de spijker op z’n kop heeft geslagen. Er kan helemaal niet zo’n enorme epidemie zijn van ADHD.
  3. In een eerdere blog heb ik het verhaal van Professor Paul Helders aangehaald. Zijn betoog ging niet direct over ADHD, maar wel over hoe ouders naar kinderen kijken. En welke last die manier van kijken oplevert voor die kinderen. Het blijft namelijk niet alleen bij kijken. Ouders handelen ook vanuit die blik op hun kroost. Lees hier meer.
  4. Met een achtergrond als leraar Lichamelijke Opvoeding mag een voorbeeld uit de sport (‘t liefst de wielersport) niet ontbreken. Twee weken geleden zag ik op twitter twee bijdragen langs komen van @LukDewulf over Niels Albert; een meer dan begenadigd veldrijder. Lees eerst deze en dan deze.

Welke les moeten we trekken uit deze vier bijdragen? Eigenlijk maar één. We moeten anders gaan kijken naar kinderen. Naar onze kinderen. Kijken naar wat dat kind in zich heeft, in plaats van wat het misschien in zich zou kunnen hebben. Of nog scherper gesteld; wat wij graag zien dat dit kind in zich heeft. Kijken naar wat een kind wil in plaats van wat de ouder, opvoeder, etc. wenst. Kijken naar de talenten van dat kind in het hier en nu en niet naar de mogelijke (vooral door ouders gewenste?) talenten in het daar en straks.

Gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden van mensen die hetzij privé, hetzij professioneel anders naar kinderen kijken. Dat zijn de lichtpuntjes die onze kinderen nodig hebben. Ik sluit daarom af met de oproep om de lichtpuntjes te zoeken. Onze (uw?) kinderen zullen er dankbaar voor zijn. En er hele mooie en gelukkige mensen door worden.

Opvoeden? Nee, verzekeren!

Geplaatst onder Opvoeden met tags , , , , op 6 december 2010 door Hans de Gruijter

Elk nadeel heeft z’n eigen voordeel; zo stelt de 1e Wet van Cruyff. Dat speelde vanochtend mee toen ik besloot om, in plaats van met de trein, met de auto naar m’n werk te gaan. Ik weet dat de kans op files levensgroot is tussen Breda en Den Haag. Soms neem ik dat voor lief. En elke keer hoop ik eigenlijk dat er file staat; niet heel veel, maar net genoeg om lang naar Evers Staat Op te luisteren. Zo ook vanochtend. Ik kreeg al luisterend en genietend ook nog inspiratie voor een blog. Het eerste moment kwam tijdens een gesprek dat Edwin had met Dr. Frank Jansen, hoogleraar in de Nederlandse Taal en Letteren aan de Universiteit van Utrecht. Het gesprek ging over schrijffouten in teksten en hoe erg mensen dat vinden. De eerste ingeving die ik kreeg was naar aanleiding van een opmerking over het onderwijs in de Nederlandse taal. De tweede ingeving kwam bij een opmerking van Frank Jansen over “sporen van onvermogen”. En toch gaat ‘t daar niet over.

Ergens in een reclameblok kwam een commercial langs voor een ziektekostenverzekeraar die ik nog niet kende; Kiemer. Wat me opviel, of beter gezegd, ergerde aan die commercial was de tekst. “Je kind is altijd nummer 1. Ook als het te dik is. Daarom zit de vergoeding voor beweegprogramma’s in de dekking van Kiemer”. Of woorden van deze strekking. Als een verzekeringsmaatschappij zoiets aanbiedt, zal, nee moet er een markt voor zijn. Uiteraard is er een markt voor; de berichten over (teveel) zwaarlijvigheid bij (te jonge) kinderen verschijnen steeds vaker. De oplossing is dus, volgens Kiemer, een verzekering afsluiten. Uiteraard. Kind tevreden, want dat mag eten en snoepen zoveel het wil. Ouders blij, want zij hoeven geen nee te zeggen tegen een kind dat om snoep bedelt. En Kiemer tevreden omdat het omzet genereert.

Het verbieden van dit verzekeringsproduct kan niet. Dat is ook niet wat ik wil propageren. Laten ouders weer ‘s ouderwets gaan opvoeden. Dat is mijn devies. Regels aangeven. Grenzen stellen. Nee zeggen. En uiteraard ook ja zeggen als dat kan en past. Complimenteren als je kind iets goeds doet. Als het leert, als het zich ontwikkelt. Maar bovenal Structuur, Spelregels en Stabiliteit (SSS). Ik heb deze variant op het aloude RRR (Rust, Reinheid en Regelmaat) in een van mijn vorige blogs geïntroduceerd. Is het iets nieuws dan? Nee, gewoon oude wijn in nieuwe zakken. ‘t Is inmiddels vele malen onderzocht en aangetoond dat kinderen gedurende hun gehele ontwikkeling baat hebben bij structuur, regels, regelmaat en grenzen. Jammer dat dit waardevolle adagium RRR is gesneuveld, toen we allerlei oude en achterhaalde zaken van onze (voor)ouders bij het vuilnis hebben gezet.

Dus: ouders neem je taak als opvoeder serieus. Niet omdat ik het zeg. Omdat jullie kinderen dat nodig hebben om op te groeien tot gezonde, sociale en waardevolle leden van onze maatschappij. Die kans krijgen ze als ze leren wat grenzen zijn en waarom die er zijn. Die kans krijgen zij als ze leren wat gezond eten is en waarom dat belangrijk is. Die kans krijgen ze als ze leren veel en afwisselend te bewegen en waarom dat belangrijk is. Maar laat vooral (een niet onbelangrijk deel van) hun gezondheid niet over aan een marktpartij als een verzekeraar!

Alles wat je aandacht geeft, groeit.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 22 november 2010 door Hans de Gruijter

Ik had al een keer beloofd om over dit onderwerp een blog te schrijven. ‘t Was daar even niet van gekomen. Omdat belofte doorgaans schuld maakt en ik niet graag schulden heb hier dus het stuk over alles wat je aandacht geeft groeit.

De basis voor dit stuk wordt gevormd door het gelijknamige boek van Cora Smit en Saskia Tjepkema. Het heeft als ondertitel ” De kunst van het transparant managen”. Ik wil in de komende regels laten zien dat het principe “alles wat je aandacht geeft, groeit” op meer toepasbaar is dan alleen het managen.

In het boek leggen Cora en Saskia uit dat het echt zo is dat alles wat je aandacht geeft, groeit. Dan kun je maar beter dat aandacht geven wat je goed vindt. Want ook negatieve zaken die aandacht krijgen zullen toenemen, is de logische vervolgstap. In de kunst van het transparant managen is de eerste stap het duidelijk en ondubbelzinnig formuleren wat je wel wilt als manager / leidinggevende. Zorg dat iedereen in jouw team dat weet. En ga dan elke keer dat mensen het gewenste gedrag vertonen (dat is gedrag dat bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat) dat bedrag belonen. Vertonen je medewerkers ander, minder of zelfs ongewenst gedrag? Negeer het! Niets zo erg voor mensen (we zijn en blijven tenslotte sociale dieren) om genegeerd te worden. Gedrag dat geen aandacht krijgt, dooft uit. Als extra bewijs voor deze stelling moge het volgende voorbeeld dienen. Een primitieve stam (de exacte locatie weet ik niet meer) kende een eigen “rechtspraak”. De zwaarste straf in dat eigen systeem was niet de doodstraf. Als een stamlid iets had gedaan wat in de ogen van de stamoudsten de ultieme misdaad was, werd hij / zij niet ter dood gebracht. De straf was zo mogelijk nog erger………. De “misdadiger” diende door de hele stam te worden genegeerd. Doorgaans gingen deze geëxcommuniceerde leden dood (als ze in de stam bleven) of ze kozen eieren voor hun geld en verlieten de stam. Liever een leven in eenzaamheid, dan te worden genegeerd.

Op welke vlakken is het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” nog meer van toepassing? Waar anders dan in de opvoeding van kinderen? Veel gedrag van kinderen komt voort uit (overdreven) aandacht van hun ouders. Zoals voorbeelden die Paul Helders (de hoogleraar Fysiotherapie) aanhaalde in zijn artikel in de Volkskrant van maandag 15 november. Zie daarvoor ook mijn Blog van vorige week. Kinderen die vallen of zich bezeren, kijken in veel gevallen eerst naar hun ouders. Als die erg schrikken en veel (overigens goedbedoelde!) aandacht geven aan hun kind, zal deze aandacht in een volgend geval leiden tot weer “zielig” gedrag. Of de aard van de val daar nu wel of niet aanleiding toe geeft. Erg veel (te veel?) goedbedoelde aandacht bij elk wissewasje levert kinderen op die geen enkel stootje kunnen verdragen. En wees gerust; elke ouder herkent de signalen van zijn / haar kind dat zich echt heel erg zeer heeft gedaan en veel zorg en troost nodig heeft!

Een ander vlak waar het principe opgaat is het leren en ontwikkelen. Hier wil ik graag een koppeling maken naar het werk van Carol Dweck. ook over haar boek (Mindset) heb ik al eerder een blog geschreven. Zoals Carol Dweck, onder meer, stelt in haar boek is dat de belangrijkste voorspeller voor het leren van nieuwe vaardigheden, het ontwikkelen van nieuw gedrag is of je zelf gelooft in de mogelijkheid om het te leren dan wel te ontwikkelen. In haar woorden; heb je een growth mindset, dan gaat ‘t je lukken. Heb je een fixed mindset, dan is de kans vele malen kleiner dat je succesvol zult zijn. Wat hebben opleiders, docenten, leraren en trainers dus te doen? Aandacht geven aan elke vorm van gedrag die duiden op een growth mindset. En elk gedrag dat duidt op een fixed mindset domweg negeren. In sommige gevallen zal het een weg van de lange adem worden, maar zoals zo vaak, zullen de aanhouders winnen! Een collega blogster op WordPress (Eef Huiser) schrijft een aantal aardige artkelen over sterke punten en hoe je die kunt ontwikkelen. Uit haar stukken blijkt dat sommig gedrag al heel jong is aangeleerd. En afleren van lang geleden gevormd gedrag is het moeilijkst.

Lezen over nieuwe inzichten en theorieën is leuk. Nog leuker is het om te kijken of je iets kunt met die inzichten en theorieën. Wat houdt je tegen om de komende dagen het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” toe te gaan passen? Dat dacht ik al…….. eigenlijk niets. Ga het nou gewoon doen en laat mij weten wat je ervaringen zijn. Veel succes en nog meer plezier!

ADHD; Hype, Epidemie of toch wat anders?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 21 november 2010 door Hans de Gruijter

 In een in veel opzichten briljant filmpje vertelt Sir Ken Robinson in heerlijk Oxford (?) Engels een verhaal dat we in Nederland ter harte zouden moeten nemen. Allereerst door zijn heldere standpunten over onderwijs en dat je in het onderwijs je eisen zeker niet moet verlagen. Het voor mij meest interessante (en in een bepaald opzicht zelfs angstaanjagende) deel ging over ADHD. Nu wil het geval dat op 10 november jl. een interview met Kinderarts Laurens Vlasveld verscheen in de Volkskrant. Laurens Vlasveld houdt zich al jaren bezig met (wat de laatste jaren bekend is geworden als) ADHD. Hij doet een aantal duidelijke uitspraken en schetst een beeld hoe het anders (en beter) kan cq. zou moeten. Als we de betogen van Sir Ken Robinson en Laurens Vlasveld naast elkaar zetten zien we zowel verschillen als overeenkomsten. Laten we eerst eens naar de verschillen kijken.

Verschillen. Robinson stelt onomwonden dat hij niet gelooft in dat ADHD een epidemie is. Hij ontkent het bestaan van ADHD niet (“I’m not qualified tot do so!”), hij gelooft er niet in dat het zoveel voorkomt als nu wordt gesteld. Weliswaar met een voorbeeld uit de VS, laat hij zien dat de mate waarin ADHD voorkomt erg bepaald wordt door de plek waar je woont. Hij heeft grote bezwaren bij het net zo routinematig volstoppen van kinderen met Ritalin, als dat we kinderen van hun amandelen ontdoen. Laurens Vlasveld stelt daartegenover dat er wel degelijk een ADHD (een aantoonbare neurologische aandoening die vastligt op de genen) epidemie is. Hij heeft dat in zijn praktijk als kinderarts zien gebeuren. Hij hanteert ook een vergelijkbare geografische verklaring, maar nu om het ontstaan van die epidemie te verklaren. Een ander verschil tussen de twee professionals (op hele uiteenlopende terreinen) is dat Ken Robinson een duidelijke link legt met het onderwijs (en zijdelings ook met de kunsten!) en dat Laurens Vlasveld de oorzaak breder trekt. Ook de mogelijke oplossing ligt voor beide mannen op andere terreinen. Vlasveld stelt tenslotte als enige dat er niemand in Nederland is die zich druk lijkt te maken over wat nu echt de oorzaken zijn voor ADHD. Laten we kinderen met ADHD maar volstoppen met Ritalin, dan zijn ze rustig.

Overeenkomsten. Beide wetenschappers zijn het eens over dat ADHD een kwalijk effect heeft op opgroeiende kinderen. Dat dit ook zijn uitstralingseffect heeft op de gezinnen waar die kinderen opgroeien is alleen voor Vlasveld een issue. Opvallend eens zijn Robinson en Vlasveld het over wat nu ADHD triggert; onze kinderen groeien op in een wereld die rijker is dan ooit aan prikkels en stimulansen. Er komen zoveel prikkels uit zoveel verschillende richtingen en media op de kinderen af, dat dit (hoogstwaarschijnlijk) ADHD veroorzaakt. Kinderen kunnen dan blijkbaar niet anders dan op al die prikkels reageren. Dat levert het beeld op van springende, stuiterende en schreeuwende kids op. De afkeer van het routinematig toedienen van Ritalin is ook iets dat de mannen bindt.

Oplossingen. Robinson geeft in een mooie one-liner aan waar voor hem een mogelijke oplossing ligt; onze kinderen groeien op in een ongelooflijk prikkelrijke wereld en we verwijten hen dat ze geen aandacht hebben voor saaie stof! Hij geeft hiermee aan dat als we willen dat ADHD geen invloed heeft binnen het onderwijs, we het onderwijs, de stof die daarin wordt aangeboden en hoe die stof wordt aangeboden moeten worden herzien. Vlasveld zoekt het veel meer in de opvoeding van die kinderen. Sterker; hij zou zover willen gaan dat ouders verplichte opvoedingscursussen gaan volgen.

Opvoeden! Ouders zouden veel meer structuur, spelregels en stabiliteit (SSS) aan hun kinderen moeten bieden. Niet meer het aloude adagium van RRR; Rust, Reinheid en Regelmaat. Maar zoveel nieuws is met SSS ook niet onder de zon. Zeker sinds ik zelf vader ben, merk ik steeds vaker dat ik dezelfde opmerkingen maak, die ik als 7-, 10- en 13-jarige van mijn ouders hoorde. Er is niet zoveel veranderd aan opvoeden. Wel aan de wereld waarin wij en onze kinderen leven. Maar kinderen hebben nog steeds (en misschien nog wel meer dan vroeger, in die overzichtelijke en rustige wereld van toen) behoefte aan grenzen en duidelijkheid. Dat is niet het beknotten van de vrijheid van je kinderen, maar hen een veilig en duidelijk afgebakend veld bieden, waar zij in alle vrijheid kunnen ontdekken wie zij zijn en wat ze willen worden. En bij het stellen van grenzen hoort controle. En niet alleen dat; ook het sanctioneren (om het blijkbaar beladen woord straffen maar niet te gebruiken) bij het overschrijden van die grenzen hoort erbij. Het niet stellen van grenzen levert uiteindelijk kinderen (en volwassenen) op die letterlijk grenzeloos zijn. Maar dan in alle opzichten.

En sanctioneren is misschien wel de nieuwe “Hollanditis”. Onze overheid is er al niet zo van (kijk maar naar hoe makkelijk Jos Elbers wegkomt met stuitende zelfverrijking bij InHolland) en blijkbaar wij Nederlanders ook niet. Als we willen dat én de mate waarin ADHD voorkomt, afneemt  én dat we straks een generatie zien opgroeien die grenzen herkennen, erkennen en respecteren. Dat betekent dat wij ouders serieus werk moeten maken van opvoeden. En dan echt opvoeden. Succes! En veel plezier natuurlijk!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.