Archief voor de Categorie Samenleven

Overlevers?

Geplaatst onder Algemeen, Opvoeden, Samenleven met tags , op 11 augustus 2011 door Hans de Gruijter

Het triest stemmende weer van zomer 2011 kan wel iets luchtigs gebruiken. Vooral lezers met een geboortedatum van voor 1975, zullen sommige stukken met een glimlach van herkenning lezen. Hoe luchtig het ook is, veel, zo niet alle punten zetten je wel aan het denken over of alles wat we nu normaal vinden wel terecht zo normaal wordt gevonden.

Nee, ik ben geen fervent aanhanger dan wel gebruiker van de kreet “vroeger was alles beter”. Dat is namelijk niet zo. Het is wel zeer verfrissend om in de waan van 21e eeuwse dagen stil te staan bij wat we doen. Dit lijstje kan daar bij helpen. Veel plezier.

Voor ik het vergeet; ik kreeg dit lijstje ooit via de mail. Ik weet niet meer van wie. Mocht iemand zich zeer benadeeld voelen dat ik het hier zonder bronvermelding publiceer; neem contact op en ik zal de juiste bron vermelden.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de 60-er/begin 70-er jaren, nog leven? Volgens de theorieën anno 2011 zouden we toch al lang dood moeten zijn?

Veiligheid

  • Wij zaten in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordel of airbag. Onze bedden en speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium.
  • Boven aan een trap was géén hekje; wie te ver ging, kukelde naar beneden. Als je wakker werd in bed hoorde niemand dat, en als er écht iets was moest je hard schreeuwen voordat je ouders het merkten.
  • Flessen met gevaarlijke stoffen en alle apotheekflessen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen.
  • Poorten en deuren gingen gewoon dicht, en als je met je vingers ertussen zat waren ze weg.
  • Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en probeerde je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je.
  • Een helm hadden ze nog niet eens op een bromfiets, laat staan op een fiets.
  • Op school hadden ze maar één maat bank en met zo’n heerlijk gevaarlijke klep er aan.
  • We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen en er werd niemand voor naar de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een extra pak slaag voor.
  • Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur nog naar je zwaaide was je al een watje!

Voedsel

  • Water dronken we uit de kraan, niet uit een fles. Brood stond stijf van conserveringsmiddelen, na twee weken was een Bums nog nét zo vers als in de winkel.
  • Kleur en smaakstoffen moeten ook toen al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als die limonade (Exota!) toén was, zie ik ze nu écht niet meer.
  • Een kauwgom legde je ‘s avonds op het nachtkastje en stak je ‘s morgens weer in je mond.
  • We smeerden onze boterhammen zelf, met een grote mensen mes, en als je ze vergeten had kon je op school niets kopen! Als je de korst niet at, had je een beetje meer honger de rest van de dag.
  • Wij aten ook al koekjes en kregen brood met veel boter en werden toch niet dik.
  • We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.

Vrije tijd

  • We gingen ‘s morgens weg van huis en we kwamen terug als de straatverlichting aan ging. Niemand wist waar we waren in de tussentijd en we hadden geen GSM mee!
  • Het bos of een park was een plek om te spelen en géén vieze mannetjesverzamelplek.
  • Als we naar een vriendje gingen, liep je er gewoon naar toe, je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken. Er ging ook geen volwassene met je mee.
  • Wij hadden geen Wii, Playstation, Nintendo, X-box, 64 televisiezenders, DVD’s, streaming video, MP3′s, eigen televisies, computer, iPhone, iPad, Hyves, Facebook of Twitter. Wij hadden vrienden!
  • De televisiezender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor kinderen en oh wee als je daarna durfde op te staan om op een knopje van een andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast). Pa bepaalde wat en hoe lang je daarna nog keek.
  • Wij vochten en sloegen elkaar soms groen en blauw en er was geen volwassene die zich er druk over maakte, laat staan dat een lieveheersbeestje op je jas kroop.
  • Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg dat we de rem vergeten hadden.
  • We voetbalden op straat, en alleen wie goed was mocht mee doen; wie niet goed genoeg was moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.

Opvoeding

  • Op school zaten ook domme kinderen. Zij gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en kregen de zelfde lessen. Zij deden soms een klas nóg een jaar en daarover waren ook geen discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk.
  • Schoenen waren meestal al ingedragen door broer, zus, neef of zo, en ook je fiets was óf te groot óf te klein. Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was leerde je vader je zo snel mogelijk om hem zelf te plakken.
  • Als je problemen veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wél om je te halen, maar niet om je er uit te lullen. Onze daden hadden consequenties. Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen. Wij hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid.
  • We hebben moeten leren er mee om te gaan. Onze generatie heeft véél mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daar bij risico durven nemen en voor de gevolgen instaan.
Opmerkingen, aanvullingen, herinneringen en alle overige reacties zijn uiteraard van harte welkom.

2 Rolmodellen

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , op 12 juli 2011 door Hans de Gruijter

Twee momenten. Twee jaartallen. Twee grote evenementen. Twee sporten. Twee topsporters. Eén wereldtopper en één NL topper. En die tweede wordt ook nog wel een wereldtopper. Twee momenten die op het netvlies van vele Nederlandse sportliefhebbers gebrand staan. En uiteindelijk twee rolmodellen.

  • 10 kilometer heren OS 2010.
  • 9e etappe Tour de France 2011.
Afgrijselijke gebeurtenissen voor deze twee topsporters. Dat zoiets hen overkomt op het hoogste podium van hun sport. Voor het oog van camera’s en daarmee van miljoenen mensen. Het tweede fragment kan ik trouwens niet eens bekijken zonder een misselijk gevoel in mijn buik te krijgen. Voor beide topsporters meer dan redenen genoeg om na de race helemaal los te gaan. Hoe zij reageerden? Kijk en luister hier naar hun commentaren.
  • Sven Kramer
  • Johnny Hoogerland
What’s the point? We zien twee topsporters, die alle reden hebben om te vloeken, te tieren en de boel aan puin te slaan, reageren met een bewonderenswaardige zelfbeheersing en gevoel voor nuance. Daarmee worden het voor mij twee rolmodellen voor de rest van Nederland. Voor al die mensen die bij het minste of geringste aan het schelden slaan. Het vaak niet eens bij schelden laten. Er ook op los slaan. Johnny en Sven hebben misschien wel tot 100 moeten tellen voor zij in staat waren zo te reageren. Dan moet het voor ieder ander mogelijk zijn om tot 10 te tellen.
Laat scholen deze video’s gebruiken om kinderen te leren wat zelfbeheersing is. Zeker het verhaal van Johnny Hoogerland (de @zeeuwseleeuw) zal iedereen aanspreken. Na zo’n afgrijselijk val, de etappe uitrijden en na de rustdag “gewoon” weer opstappen en de etappe uitrijden. Johnny is unaniem tot held uitgeroepen. En terecht. Helden verdienen navolging, niet door ook het prikkeldraad in te rijden. Wel door zijn manier van reageren over te nemen. Beide mannen hadden al mijn respect door hun sportieve prestaties. Nu ook door hun grootse optreden na de race. Het zijn waarlijk topprestaties; binnen én buiten de race.

Papadag is geen vaderdag.

Geplaatst onder Onderwijs, Samenleven met tags , , op 19 juni 2011 door Hans de Gruijter

Er zijn van die woorden waar je gelijk een hekel aan hebt.  Stukje is er zo een. Vooral in combinatie met gevoel, geluk, verantwoordelijkheid en nog een hele stapel zelfstandige naamwoorden. Als ik erover nadenk heb ik een hekel aan heel veel verkleinwoorden. Met uitzondering van liefje en schatje.

Andere woorden die mijn nekharen activeren, zijn uitdaging, collegaatje (en die valt ook al in de categorie verkleinwoorden), multicultureel, prachtwijk, mensenmens en eigenlijk.

Het woord waar ik me, sinds ik zelf vader ben, het meest aan erger is papadag. Een woord dat zomaar, uit het niets bijna, zijn intrede in het Nederlands deed. Het juiste moment weet ik niet. Zou een mooi onderzoeksonderwerp zijn. Ik hoorde het voor het eerst toen ik 4 dagen per week ging werken. Dat moment deed zich voor toen mijn zoon 4 maanden oud was en mijn (toenmalige) vrouw weer aan het werk ging. Collega’s reageerden toen bijna en masse met: “Lekker zeg, jij hebt een papadag!”. Ik moet wat verbaasd hebben gekeken, want ze herhaalden het vaak nog eens. Als ik dan vroeg of ik de andere dagen van de week dan geen papa was, reageerden ze soms zelfs licht gepikeerd. “Tuurlijk niet! Nee, maar zo bedoel ik het ook niet.”

Aan het begin van het vaderdagweekend voerde ik een kort (twitter)gesprek met Ans Grotendorst. Het ging over het verschil tussen vaderdag en papadag. Voor mij is het één dag per jaar vaderdag en, als je dan toch vader bent, op alle 364 andere dagen papadag.

Tot mijn niet geringe verbazing en, ik zal eerlijk zijn, behoorlijke ergernis, zag ik vandaag (Vaderdag) dat op twitter Papadag een trending topic was. Gelukkig was Vaderdag ook trending.

Het kan twee kanten op. Allereerst de slechte kant. Dat er mensen zijn die denken dat vaders alleen papa zijn als ze nadrukkelijk voor hun kinderen zorgen. Het kan nog twee graadjes erger. Eén graad erger is als mensen aan je vragen of je op je eigen kind gaat passen. Twee graadjes erger is als je als ouder zelf zegt dat je op je eigen kind gaat passen.

Laat ik het, als fervent aanhanger van de waarderende benadering, van de positieve kant bekijken. Stel nou dat het alleen voor vaderdag is gedaan. Dat deze ene dag in het jaar waarop de aandacht naar alle vaders uitgaat, ook papadag wordt genoemd. En de rest van het jaar niet meer. Dan hebben we een mooie bestemming voor papadag gevonden. Dan horen we het de rest van het jaar alleen maar als verwijzing naar de 3e zondag in juni. Zou mooi zijn.

Alle andere dagen dat vaders de zorg en opvoeding van hun kind(eren) op zich nemen noemen we gewoon maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Want vader en papa ben je alle dagen vanaf het moment dat je eerste kind wordt geboren. In tijden dat er meer en meer normaal wordt gedaan over een evenrediger verdeling van werk en zorg, moeten we ook normaal doen over hoe we dagen noemen. We noemen de dagen dat moeders zorgtaken op zich nemen, toch ook geen mamadagen? Nou dan.

Of is er toch iets anders aan de hand? Ik ben benieuwd naar andere meningen, zienswijzen en oplossingen.

Koude kriebels

Geplaatst onder Samenleven, Wielrennen met tags , , , op 11 mei 2011 door Hans de Gruijter

Maandag 9 mei begon zoals maandagen vaak beginnen. Terugkijken op een lekker weekend. Tevreden vanwege ‘t mooie weer, het fietsen, ‘n beetje lummelen, het sleutelen aan racefiets en mountainbike en kranten lezen. En natuurlijk de eerste etappes van de Giro kijken. Maandag 9 mei hield helaas snel op een gewone maandag te zijn. Om kwart over 9 krijg ik via de mail te horen dat P. is overleden. Deze oud-collega is in januari 2010 met leeftijdsontslag gegaan. Eind 2010 werd een tumor in zijn darmen vastgesteld. Na veel overleg en afwegingen wordt deze tumor half maart verwijderd. Vanaf dat moment leeft P. met zijn gezin en al zijn naasten tussen hoop en vrees. Net als deze gevoelens op en neer gaan, gaat ook zijn herstel. Dan weer licht positief, dan weer zorgelijk. Tot op woensdag 4 mei het “vonnis” volgt. Uitzaaiingen overal en nog maximaal 3 maanden te leven. Ik hoor het bijna uit de eerste hand. Ik belde net zijn vrouw om te vragen of bezoek in het ziekenhuis op vrijdag 6 mei schikte….

De kriebels schieten door m’n lijf en gaan voorlopig niet weg. Ik zie P. voor me. Een sterke man, beer van een vent. Hartelijk, recht voor z’n raap, trouw en vol plannen voor de jaren na z’n tijd bij Defensie. Samen met zijn vrouw; weg in zijn net eigenhandig verbouwde camper. En nu veroordeeld tot een beperkt aantal dagen. Zijn vrouw klinkt sterk; “Je bent welkom bij ons thuis, we gaan nog proberen een leuke tijd van die laatste maanden te maken”. Ik neem me voor op 6 mei in plaats van naar het ziekenhuis, naar hun huis te gaan.

Dat voornemen kan op 5 mei overboord; P. is te ziek. Als bezoek al mogelijk is, dan eerst familie. Uiteraard. Hij verlaat soms mijn gedachten, maar nooit voor lang. Ik probeer me voor te stellen wat de ziekte en 7 weken ziekenhuis hebben overgelaten van dat sterke, grote lijf. Het lukt me niet goed, en ik vind dat niet eens erg. Ik hou het liefst dat oude beeld voor me.

Maandag 9 mei blijkt dat P. van die 3 maanden net 4 dagen gegund zijn geweest. Misschien ook beter; de 7 weken in het ziekenhuis waren al een bezoeking voor hem geweest.

De maandag gaat tergend langzaam voorbij. In de loop van de middag vang ik flarden op van het verloop van de 3e etappe van de Giro. Ergens vang ik op dat er een ernstige val is. Ik besteed er verder weinig aandacht aan, m’n gedachten zijn elders. In de trein kan ik met moeite de gedachten bij een boek houden.

Als ik thuis kom en op het punt sta te gaan koken voor zoonlief en mijzelf, check ik de twitterstream van @ProcyclingLive. Weer die kriebels door m’n lijf; Wouter Weylandt, hij was het van die ernstige val, heeft het niet overleefd. Mijn gedachten gaan terug naar die bloedhete zomer van 1995. De val van Fabio Casartelli in de afdaling van de Portet d’Aspet. De beelden van een levenloos rennerslijf met een stroom bloed over gitzwart asfalt. De waanzin van een topsportevenement dat “gewoon” doorgaat.

In de loop van de avond zie ik af en toe beelden. Ik merk dat ik wel wil weten wat er gebeurd is met Wouter Weylandt, maar beelden hoeven niet. De beelden van Jens Voigt die in de tour van 2009 een gruwelijke valpartij meemaakt in de afdaling van de Petit St Bernhard doen mijn maag nog steeds omdraaien. Jens Voigt kan het navertellen en fietst weer. Tijdens Holland Sport van maandagavond laat Wilfried de Jong zien dat je goede en respectvolle TV kan maken rond zo’n vreselijke gebeurtenis. Tranen prikken achter m’n ogen.

De dinsdag verloopt redelijk normaal. Voor zover een dag normaal is als een dag eerder 2 sterfgevallen bekend zijn geworden. Ik zie niets van de Giro; krijg wel iets mee van de geneutraliseerde etappe. Ik verheug me op de rest van de week; ik heb een paar vakantiedagen genomen. Zoonlief heeft meivakantie en we gaan leuke dingen doen. In m’n agenda had ik al de 5e etappe van de Giro omcirkeld. De heroïsche tocht over de Strade Bianchi in de 2010 editie doet hopen op iets vergelijkbaars.

In de loop van de dinsdag en woensdag verschijnen op Het is koers! zeven mooie bijdragen over een gruwelijk wielerongeval. Ik lees ze allemaal. Ze helpen me om beeld, verhaal en gevoelens met elkaar te laten rijmen.

Zoonlief begint gelukkig, langzaamaan een interesse voor wielrennen te ontwikkelen. We zetten ons daarom rond 3 uur voor de tv. Lange tijd is er niet veel te beleven. Totdat de koers echt begint met de passage over de nu gortdroge strade bianchi. In het laatste uur worden we allebei enthousiast; Rabo doet het goed en is met 3-4 man vooraan vertegenwoordigd. Bram Tankink gaat op jacht en krijgt pech. Pieter Weening neemt over en krijgt een serieuze kans op winst.

Het enthousiasme wordt beetje bij beetje euforie. Weening gaat voor het eerst sinds 1999 voor een NL zege in de Giro zorgen. Tot de regisseur kiest voor een shot achter de achtervolgers. Op een kaarsrecht stuk zien we een renner keihard tegen de grond gaan. In een flits herken ik het oranje-blauw van Rabo. Ik krijg het warm en koud tegelijk als de renner roerloos blijft liggen. De kriebels van de maandag komen in hevigheid terug als hulpverleners druk bewegend bij de renner komen. M’n hart slaat op hol als ik één van die helpers bewegingen zie maken die maar één ding betekenen; hartmassage. Ook de commentatoren van Sporza paniekéren; “Nee, niet weer!”

Ik voel zoonlief verstrakken op m’n schoot; “Papa, gaat die renner nu dood?”. Ik weet niet wat te zeggen. Hoop dat er beweging komt in dat stille lijf. De regisseur blijft lang bij dat beeld, voor mij te lang. Gelukkig blijft de cameraman op afstand. Rondom het tafereel is paniek; mannen rennen, bewegen, gebaren. En nog steeds geen beweging. Beelden van Casartelli, Weylandt, schieten door mijn hoofd. Ook denk ik aan de talloze malen dat ik zelf op mijn racefiets met 60, 70, 80 km/u een afdaling in ging. En wat het zou zijn als zoonlief te horen zou moeten krijgen dat…..

Op dat moment zie ik een arm bewegen. En op dat moment schakelt de regisseur naar de koers. Dan pas ben ik in staat zoonlief te vertellen dat het allemaal goed komt. Dat die renner niet dood gaat. Dat het echt allemaal goed komt. Helemaal zeker ben ik daar niet van. Waar ik zeker van ben is dat ik hoop dat het bij dat ene gruwelijke ongeluk van maandag blijft.

Hoe hard de wielersport en het leven is, blijkt als nog geen 15 minuten later Pieter Weening voor Nederlands en Rabo succes zorgt. Dubbel wordt het als blijkt dat hij niet alleen de etappe wint, maar ook het roze aan mag trekken. Het is dan nog niet op. Steven Kruijswijk pakt de witte trui van het jongerenklassement. Hun ploegmaat Tom Jelte Slagter, hij was de ongelukkige, is dan op weg naar het ziekenhuis.

Mijn gedachten blijven de hele tijd bij P., Wouter Weylandt en Tom Jelte Slagter. Ik wacht en zoek net zolang in allerlei nieuwsfora tot ik zekerheid heb dat deze jonge prof de dagen krijgt om het wel na te vertellen. Dan gaat het leven ook bij zoonlief en mij door. “Wat eten we, papa?” helpt mij om de draad weer op te pakken.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Slecht voorbeeld helaas ook….

Geplaatst onder Samenleven, Sport met tags , , , op 28 februari 2011 door Hans de Gruijter

 

 

En dit drietal video’s is nog maar een magere oogst. Uit twee eredivisie-weekenden drie voorbeelden van wat profvoetballers zoal doen op het voetbalveld. Mijn betoog zal niet gaan over wat ze elkaar aandoen. Ook niet over dat de meeste van die gedragingen , als ze al door de politie worden gezien, je een forse boete en misschien zelfs gevangenisstraf opleveren. Het gaat me om het voorbeeld dat deze professionele sporters hier geven. Een voorbeeld aan duizenden jonge voetballers. En velen van die jonge voetballers hopen ooit net zo goed te worden als hun idolen. Laten we profvoetballers gemakshalve rolmodellen noemen.

Een ander rolmodel, tegen wil en dank, bleek een Betaald Voetbal Organisatie, FC Twente, te zijn. De Tukkers maakten maandag 28 februari ergens halverwege de ochtend bekend dat zij zelf overgingen tot een schorsing van Douglas. Voor 5 wedstrijden. Inclusief de, wellicht, voor het kampioenschap beslissende wedstrijd op 2 april tegen PSV. Want, zo zei FC Twente, wat Douglas deed, hoort niet bij wat wij als FC Twente belangrijk vinden. Klasse! Hulde! Een club die zijn verantwoordelijkheid neemt. Een beetje het braafste jongetje van de klas, maar toch. Het geeft wel aan dat voor FC Twente waarden als sportiviteit, voorbeeldgedrag en verantwoordelijkheid nemen belangrijker zijn dan succes op de korte termijn. En daardoor is FC Twente niet alleen door het vertoonde spel een parel in het Nederlandse voetbal. Dat lieten ze ook al zien met het drankbakkie van The Jansen.

Erg jammer dat de KNVB er nog een schepje bovenop deed. De scherprechters uit Zeist deden het dunnetjes over; 6 wedstrijden. Het siert de Tukkers nog meer dat ze die ophoging zonder morren accepteerden.

Nu PSV. Zij hebben een Zweedse parel in de persoon van Ola Toivonen. Koel, trefzeker, sterk en helaas ook wat gluiperig. Gek dat bij zo’n stapel kwaliteiten ook één weeffoutje wordt meegeleverd. Je ziet het bij meer toppers; Zlatan Ibrahimowic had ook van die geniepige, zoniet smerige streken. Toivonen begint een kwalijke reputatie te krijgen van matennaaier en gluiperd. Hijzelf noch zijn verenging doet er weinig tot niets aan om die reputatie te wijzigen. Er telt maar één doel; de schaal. En dit doel heiligt alle middelen. Wat PSV niet beseft is dat het gedrag van Toivonen én van de clubleiding funest is voor alle jonge voetballertjes voor wie Toivonen een idool, een rolmodel is. Lekker rolmodel. Op voeten gaan staan, ellebogen in gezichten planten en tegenspelers gele en rode kaarten aansmeren.

Wat nog het ergste is dat Toivonen met zijn gedrag en PSV met het nalaten daar iets aan te doen, vele goedwillende sporters en vrijwilligers een klap in hun gezicht geven. De laatste jaren hebben vele voetbalverenigingen initiatieven ontplooid. Initiatieven die ertoe moeten leiden dat jonge voetballers hun sport terug krijgen. Dat zij leren wat sportiviteit is. En dat zoiets al jong begint, jong moet beginnen. Goed voorbeeld helpt daarbij. En hét voorbeeld voor heel voetballend Nederland wordt getoond in het weekend. In 9 wedstrijden laten profs soms hele mooie voorbeelden zien. En te vaak ook hele slechte voorbeelden.

FC Twente begon met een slecht voorbeeld op de zondagmiddag. Vooral Douglas en zijn trainer Preudhomme lieten zien hoe het niet moet. Hun voorzitter, Joop Munsterman, had tijdens de wedstrijd al laten zien dat hij een echte clubvoorzitter is. Hij was de tribune opgegaan om zijn supporters tot rust te manen. En met hen vreugde (om de gelijkmaker) en verdriet (om de winnende treffer van AZ) te delen. Op maandag gaf hij heel voetballend Nederland het goede voorbeeld; Douglas kreeg een schorsing van 5 wedstrijden. En een boete. En de opdracht een, nog nader te bepalen, maatschappelijke activiteit uit te voeren. Prima!

En nu de andere 17 BVO’s. Goed voorbeeld doet goed volgen, hoop ik. Een beetje tegen beter weten in. Op moment dat ik deze blog schrijf nog geen nieuws uit Eindhoven. PSV lijkt het over te laten aan de KNVB. Terwijl ze het voetbal (en ook Toivonen) zouden helpen door hun speler te schorsen. Omdat wat hij gedaan heeft niet past in voetbal.

De gevraagde actie doet wel zeer aan de sportieve ambities. Maar op de lange duur is het een zegen voor het voetbal in Nederland. Een zegen voor al die jonge spelers. Spelers die in uw duurbetaalde profs elke week een rolmodel zien. En een blijk van waardering voor al die clubvrijwilligers die week in week uit hun stinkende best doen. Hun best om kinderen sportiviteit bij te brengen. Is een groot gebaar; met grote gevolgen. Succes voorzitters!

Een man en zijn fiets. En wat daar uit voort komt.

Geplaatst onder Samenleven, Wielrennen met tags , , , , , op 16 februari 2011 door Hans de Gruijter

Zaterdag 14 Februari 2004, Marco Pantani wordt dood aangetroffen in zijn kamer in een hotel in Rimini. Hij kwam niet opdagen bij het diner en men ging hem zoeken. Heel wielerminnend Italië is in rouw. Allerlei geruchten over zelfdoding en drugsgebruik kunnen niet voorkomen dat Il Elephantino of Il Diavolo al snel een nog grotere heldenstatus kreeg dan hij bij leven al had.

Voorjaar 2010. Wilfried de Jong brengt zijn boek “Man en zijn fiets” uit. Een bundel met wielerverhalen. Of zijn het verhalen over wielrennen? Het zijn in ieder geval verhalen waar liefde voor de racefiets uit spreekt. En liefde voor het wielrennen. De Jong blijkt een scherp oog te hebben voor details en bijzondere situaties in en rond het wielrennen. Hij weet in soms verbluffend eenvoudige woorden de schoonheid van de wielersport te raken.

Vroege voorjaar 2011. Wilfried de Jong brengt samen met zijn huisband Ocobar (uit Holland Sport) zijn boek de planken op. Ik ga met collega, twittermaat en onregelmatige fietsvriend Niels Roelen naar de voorstelling in Diligentia in Den Haag. Wilfried en zijn muzikanten zetten in 80 minuten fraaie scènes neer. De verhalen worden ondersteund door de muziek, soms dromerig, loom, dan weer stampend, vaak swingend. Aan bod komen de liefde van de man voor zijn fiets, het ritme van de pedaaltred, het afzien tijdens een klim en de gekte van een sprint. Van alle scenes druipt de liefde van Wilfried voor de fiets, voor het wielrennen.

Dan komt een scene over Pantani. Het verhaal kende ik al uit het boek. Wilfried’s opmerking “Pantani neemt een kamer op de 5e verdieping van een hotel in Rimini. Hij doet de deur open en laat de dood binnen”, komt bij mij binnen. Ik ben terug in het vroege voorjaar van 1993. Ik woon en werk in Blomberg. Op maandag kom ik de basis op en zie de vlag halfstok.  Ik schrik; het kan niet anders dan een sterfgeval van een collega betekenen. Ik schrik nog meer als ik hoor dat het Jos is. Een goede collega; sportief, betrokken en altijd opgewekt. Hij is de dag ervoor aangetroffen. In een bos een kilometer of 30 verderop, in zijn camper. Alles afgeplakt en een slang van de uitlaat door een kleine opening naar binnen. Het enige dat de verbijsterde nabestaanden en collega’s te weten komen, komt van een klein, kort briefje. “Ik ben moe, ik wil rust. Ik ga slapen”.

In Diligentia duurt het, 18 jaar later, even voor ik weer in het verhaal van Wilfried de Jong zit. Het beeld van een man, moederziel alleen in een doodstil bos blijft hardnekkig in m’n hoofd hangen. Een man doelbewust bezig. Bezig zijn camper dicht te plakken. Bezig een slang aan de uitlaat vast te maken. En dan, als alles goed dicht zit, doet hij de deur open, gaat naar binnen en doet de deur dicht. De dood staat nog buiten. Die komt die keer niet door de deur naar binnen. Ik moet slikken en de tranen prikken weer achter m’n ogen.

Achteraf voelt het goed. De scene over Pantani bracht beelden terug van een triomferende kleine grote renner. Beelden van betoverende wielersport. Ook bracht de scene beelden terug van een mooie collega. Beelden van lange duurlopen die ik samen met Jos maakte in de bossen rond Blomberg. De gesprekken die we voerden over hardlopen, over wielrennen, over het leven. Mooie herinneringen aan mooie sportmannen. Mannen die ervoor kozen de dood in hun kamer toe te laten.

4 Observaties over balans

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , , op 9 februari 2011 door Hans de Gruijter

In deze video deelt Nigel Marsh een viertal observaties over (een betere) balans tussen privé en werk met zijn publiek. Hij geeft in die observaties een aantal rake voorbeelden (ik werd er stil van!) en tips waar iedereen zijn of haar voordeel mee kan doen. Om bij die observaties te beginnen:

  1. Wees eerlijk. Samenlevingen hebben, om vooruitgang te boeken, behoefte aan en baat bij een eerlijk debat over de balans tussen werk en privé. Eerlijkheid aan de ene kant dat baan- en carrièrekeuzes altijd (zullen) botsen met de belangen en behoeften van het gezinsleven. De eerlijkheid zit ‘m ook in het erkennen dat de meeste mensen lang en hard werken in banen die ze verafschuwen. Dat doen ze om geld te verdienen zodat ze de dingen kunnen kopen die ze nodig hebben. Die hebben ze nodig om indruk te maken op mensen waar ze een (hartgrondige) hekel aan hebben. Mooier dan deze twee eerlijke uitspraken kunnen we, en moeten we het ook niet maken.
  2. Zie de waarheid onder ogen. Iedereen moet het zelf doen. Als je gaat wachten tot je bedrijf het voor je gaat doen, kom je er achter dat hun idee van balans een andere is dan die jou voor ogen stond. Leg dus nooit de keuzes over de kwaliteit van jouw leven in de handen van een bedrijf! Elk bedrijf (ook een goede!) is er op uit om zoveel van je te vragen als waar ze mee weg kunnen komen. Hoe mooi initiatieven als kinderopvang vanuit het bedrijf ook lijken, ze leiden er ook toe dat jij meer tijd op je werk door kunt brengen…. Waar het op neer komt, is dat je zelf de grenzen moet stellen en bewaken. Jouw werkgever doet dat niet als het om de balans tussen werk en privé gaat.
  3. Realistisch. Kies een tijdpad om de gewenste balans te bereiken dat volop kansen op succes biedt. Tussen de onzinnige wens om dat in één dag voor elkaar te krijgen en de opmerking dat je dat wel gaat doen als je met pensioen zit, zitten veel realistische opties.
  4. Benader balans evenwichtig. Hoe lekker regelmatige sportbeoefening ook is, leidt meer sporten niet tot een medewerker die in balans. Dat leidt alleen tot een fitte medewerker! Balans in je leven aanbrengen gaat over alles; werk, gezin, fysiek, intellectueel, spiritueel, cultureel en sociaal. En dat is een hele kluif! Wat kan helpen daarbij is dat verbetering in die balans al door kleine dingen tot stand kunnen komen. Het is een misvatting dat je er grote dingen voor moet doen (of laten). Het radicaal hervormen van je leven doe je met kleine dingen in kleine stapjes. Precies zo gaat het transformeren van samenlevingen; met kleine aanpassingen in kleine stapjes. Als maar genoeg mensen mee gaan doen, kan het niet anders dan dat samenlevingen gaan veranderen. In dat veranderingsproces gaat het dan ook om het herdefiniëren van succes. Succes is dan niet meer weggelegd voor degene die het rijkst sterft. Succes wordt dan gedefinieerd in termen van hoe je je leven op een goede en gebalanceerde manier leidt.

Voor mij zit de waarde van de vier observaties van Nigel Marsh in de laatste. Niet dat de eerste 3 er niet toe doen. Integendeel! In zijn laatste observatie legt hij de link naar de samenleving. We zien steeds meer dat mensen en organisaties zoekend zijn naar het op een andere manier vormgeven van “de” samenleving. Dat is lastig om vanuit organisaties of instituties voor elkaar te krijgen. Waar het wel kans van slagen heeft is vanuit individuele initiatieven. Mensen die vanuit persoonlijke drijfveren radicaal andere keuzes maken. En daar erg gelukkig van worden. Hoe meer dat gebeurt, hoe eerder en vaker dat als norm wordt gezien. En niets zo besmettelijk als een norm.

Ik word in die gedachte gesterkt door het verhaal van een Twitter-contact. Ik volg haar, zij volgt mij. Ik weet dat zij bezig is met storytelling, duurzaamheid en waarderend onderzoeken. Ik stuurde haar de bovenstaande video door. Ik kreeg een mooi, persoonlijk verhaal van haar terug. Over hoe zij met haar partner andere keuzes heeft gemaakt. Keuzes gebaseerd op wensen, verlangens en talenten. Kiezen om de dingen te doen die je leuk vindt en waar je goed in bent. En daarmee creëerden zij ruimte voor henzelf en hun gezin. Zij blij, kinderen blij. Zij omschreef het zelf als een proces van jobcrafting (je werk zo vormen dat je dat om je talenten, je sterke punten heen boetseert) naar lifecrafting. Met partner en gezin je leven zo inrichten dat het precies past bij de talenten van alle leden van dat gezin.

Ik geloof erin dat als steeds meer mensen op een vergelijkbare manier nieuwe, andere keuzes gaan maken voor de inrichting van hun leven, dat daar uiteindelijk ook een (elke?) samenleving profijt van gaat trekken. Want de zo bereikte balans gaat niet alleen over privé; het gaat ook over werk. En werken zullen we toch blijven doen.

Werk je om te leven of leef je om te werken? Deze tegenstelling is te beperkt. De vraag zou wat mij betreft moeten zijn: werk je aan een manier om je leven zo in te richten dat alles wat belangrijk is (en dat kan en mag ook werk zijn!) daar die plek krijgt die voor jou en je gezin waardevol is? Succes met kiezen! En veel plezier met werken en leven.

Verkeerde oplossing

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , op 26 januari 2011 door Hans de Gruijter

Vol trots twitterde onze Minister Marja van Bijsterveldt op maandag 24 januari dat in Rotterdam een pilot zal starten om peuters met een taalachterstand een vliegende start te bezorgen. Een vliegende start om op de basisschool mee te kunnen met de andere kinderen en niet op een onoverbrugbare achterstand te worden gezet. En omdat taalachterstand niet alleen effect heeft op taalonderwijs, maar ook op andere gebieden lijkt het een erg goed en verstandig initiatief. Lijkt, zeg ik met opzet.

Het probleem bestaat, laat ik daar niet moeilijk over doen. En het is een serieus probleem. Elk kind dat uitvalt in het onderwijs is er één te veel. Alle initiatieven om te zorgen dat alle kinderen die aan onderwijs beginnen, dat onderwijs ook afronden is toe te juichen. Ik laat zien dat juist dit plan verkeerd is. En wel om vier redenen.

  1. Taal is belangrijk, heel erg belangrijk. Het is het enige middel dat wij hebben om kennis over te dragen, om cultuur over te dragen. Het is daarmee van het grootste belang dat iedereen Nederlands leert spreken, lezen, begrijpen en schrijven. Dit initiatief richt zich echter uitsluitend op taal. En een kind is meer dan een organisme dat moet leren praten, spreken, lezen en schrijven. Een kind dient zich ook op andere vlakken te ontwikkelen. Met mijn achtergrond als leraar LO gaat het me aan het hart dat er (weer) niets gezegd wordt over het belang van een goede fysieke en motorische ontwikkeling. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit initiatief wordt ingegeven door de wens om Nederland weer in de top 5 van de PISA ranglijst te krijgen.
  2. Elk kind kent een eigen uniek ontwikkelingstempo en -volgorde. Het ene kind zal zich eerst vooral fysiek en motorisch ontwikkelen. En wat later op cognitief vlak. Andere kinderen maken eerst een mentale en emotionele ontwikkeling door. En geen kind zal elke stap in dezelfde snelheid zetten. Het initiatief van de Minister komt voort uit de misvatting dat de ontwikkeling van alle kinderen hetzelfde patroon volgen in een en dezelfde snelheid.
  3. Het kan niet anders dan dat dit initiatief gaat leiden tot meer testen. Hoe wil de Minister anders vaststellen of een kind überhaupt een taalachterstand heeft. En na het zomerbijspijkerprogramma (3x woordwaarde!) zal weer moeten worden getest of het kind wel vorderingen heeft gemaakt. Arme 3-jarige peuters. Als ze al geen hekel hebben aan school, krijgen ze het zo wel. School = testen, zullen ze denken. Terwijl school op die leeftijd nog helemaal niet in beeld moet zijn; hooguit als lonkend perspectief. Op de dag dat deze 3-jarigen hun vierde verjaardag vieren gaat hun school carrière beginnen. Ik weet nog van mijn zoontje dat hij vol verwachting uitkeek naar die dag; zijn eerste schooldag. Hij was dan ook gelukkig niet suf getest bij het kinderdagverblijf en peuterspeelzaal. Hij mocht daar doen wat kinderen op die leeftijd behoren te doen; spelen, uitproberen, naäpen, de kunst afkijken, et, etc. En daarmee en daardoor heel veel leren.
  4. Het is een verkeerde oplossing van een serieus en nijpend probleem. Want de oplossing laat de oorzaak van het probleem in stand.  De meeste kinderen met een taalachterstand hebben ouders die niet of zeer gebrekkig Nederlands spreken. Zolang dat probleem niet wordt aangepakt blijft het in de zomerbijspijkerlessen dweilen met de kraan open . Het recept is zeer eenvoudig. Iedereen die zich vanuit een buitenland in Nederland wenst te vestigen dient eerst en vooral de taal te leren. Zonder taal geen uitzicht op werk, op scholing, op integratie. Zonder werk en integratie grote kans op een te groot beroep op sociale voorzieningen, medische hulp en vaak ook psychiatrische hulp. Een onevenredig groot beroep op steeds schaarser wordende publieke middelen. De Minister scoort pas echt op het terugdringen van taalachterstand als zij de aanpak weghaalt bij de kinderen en richt op de volwassenen. Dat vergt samenwerking met andere departementen. Mooi taak voor deze ambitieuze regering.

Succes!

Wie is er nou gekke Henkie?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , , op 18 januari 2011 door Hans de Gruijter

Nederland gidsland, Nederland tolerant. Die twee kreten zijn de laatste jaren behoorlijk aan inflatie onderhevig. En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Door met name de PVV is de laatste jaren veel aandacht gevraagd (en gekregen) voor een te grote instroom en (daarmee?) invloed van niet-westerse allochtonen. Vooral de invloed van de groeiende groep mensen met een islamistisch gedachtegoed werd (en wordt) als bedreigend gezien voor Nederland. Bedreigend voor de Nederlandse cultuur, voor de Nederlandse waarden.

Een oud testamentische uitdrukking luidt: “Je valt over de splinter in het oog van je buurman, maar ziet de balk in je eigen oog niet”. De splinter is de invloed van een groeiende groep islamitische burgers in Nederland. Wat we vergeten is de balk. Dat is de in Nederland van oudsher woonachtige grote groep, die minstens zo dogmatisch is als die islamitische medelanders. Ze hangen een ander, van oudsher christelijk, geloof aan. Zij zijn doorgaans lid van respectabele verenigingen en partijen. En ze zijn dogmatisch, op het intolerante af. Ze staan afwijzend tegenover alles dat niet past of zou passen in het verhaal dat hun bijbel vertelt.

Popmuziek, evolutie, medische vooruitgang, geboortebeperking, etc, etc. Een kleine, niet helemaal willekeurige greep uit de zaken die vanuit een zeer diverse kerkelijke hoek niet worden gepruimd. En hier gaat deze groep Nederlanders verdacht veel lijken op de fanatieke aanhangers van Mohammed die ook van alles afwijzen. Die verketteren wat hen onwelgevallig is. Nederland schreeuwt, terecht, moord en brand als wordt voorgesteld de Sharia in te voeren. Nederland verheft, terecht, zijn stem als (zwaar) bevochten rechten voor minderheden worden beknot.

En wat gebeurt bij de ontwikkeling van Nederlandse schoolboeken? Daar worden richtlijnen gegeven om vooral geen aanstoot te geven aan christelijke scholen….. Zie daarvoor de column van Anna van Praag in de Volkskrant van vandaag. Zij schetst een kwalijke praktijk bij het schrijven van lesboeken. Kwalijk in twee opzichten. Allereerst omdat met de wellicht goedbedoelde richtlijnen zaken niet of slecht aan de orde komen. Zaken die thuis horen in ons onderwijs. Dat een deel van Nederland op religieuze gronden niet gelooft in de evolutie is hun goed recht. Maar dat betekent niet dat niemand er van mag horen.

Het tweede kwalijke aspect is dat degenen die het betreft, kinderen, buiten hun weten, worden beknot in hun ontwikkeling, fantasie, creativiteit. Sir Ken Robinson (daar is hij weer!) heeft bij verschillende gelegenheden aangetoond dat scholen behalve opbouwen ook afbreken. Kijk naar deze RSA video om te zien wat onderwijs betekent voor “divergent thinking”. En kijk en luister naar deze TED talk om erachter te komen dat scholen de creativiteit van kinderen “doden”. Laten we nu niet ook nog eens de fantasie van kinderen inperken door boeken te “verbieden” of lesmateriaal te ontdoen van al te gevoelig liggende onderwerpen. We zijn de Taliban niet!

In een pluriforme samenleving als de Nederlandse is het onmogelijk om het iedereen voor 100% naar de zin te maken. Dat houdt in dat elke groepering zijn (haar) portie van ongenoegen zal moeten slikken. Dat is soms niet leuk, zeker als het om zaken gaat die voor die groep zeer belangrijk, want fundamenteel zijn. Het samenleven in Nederland vergt flexibiliteit, tolerantie en inschikkelijkheid. Daarin hoort niet dat een kleine groep zijn wil oplegt aan de rest. Helemaal niet over de rug van kinderen.

Voor we immigranten gaan verwijten dat ze zich niet houden aan die waarden die we in Nederland belangrijk vinden, zullen we eerst intern de zaken op orde moeten hebben. De pot kan nu eenmaal moeilijk de ketel verwijten dat ie zwart ziet…..

Overigens ben ik tegen elke vorm van orthodoxie. Want elke orthodoxie kan vervallen in dogmatisme. Dan is het nog maar een kleine stap naar intolerantie.

2011, wat nu?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , op 2 januari 2011 door Hans de Gruijter

Het zat al een tijdje in m’n hoofd. Misschien zat het ook wel in m’n hele lijf. Zo voelt het nu wel, als ik het afgelopen jaar terugkijk. Ik kan ook terughalen wanneer het begon. Donderdag 17 december 2009. Die dag vond (de eerste dag van) het 3e blok plaats van de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten bij de FCE. Werken aan en met sterke punten was één van de onderwerpen. Saskia Tjepkema begeleidde de dag. Een dag die zich in een paar woorden laat vangen; energie, inspiratie, plezier, herkenning, talenten en waardering.

Onderliggend idee bij het werken aan en met sterke punten (van mensen, teams, organisaties) is het gedachtegoed van Appreciative Inquiry (AI). In goed Nederlands Waarderend Onderzoeken. Vooral kijken naar wat (al) goed gaat. Kijken naar wat mensen (goed) kunnen. Met als volgende stap, wat kunnen we dan leren van dat wat goed gaat? Kunnen we die “best practices” ook op andere vlakken inzetten? Hoe zorgen we er dan voor dat het daar ook goed gaat? In een eerdere blog schreef ik er al iets over.

Ik merkte die dag en de dagen die er direct op volgden dat ik momenten uit mijn geheugen opdiepte waarin ik dat waarderend onderzoeken al (onbewust?) had toegepast. Op andere momenten betrapte ik me erop dat “waarderend kijken” iets is dat je moet oefenen. Ik stapte namelijk ook net zo makkelijk in de valkuil van het negativisme, als dat Lionel Messi wonderpasses verstuurt. Ander, nieuw gedrag moet je inslijpen. Je moet het vaak toepassen. Pas dan wordt het net zo vanzelfsprekend als dat het oude gedrag eens was. Ik werd wel gesterkt in dat nieuwe kijken (en praten) door mensen in mijn omgeving die hier al verder in waren. Het volgen van geoefende “waarderende kijkers” op Twitter hielp ook enorm.

Een aantal weken geleden las ik een stuk dat mij nog een boost gaf. Het ging over een onderzoek naar de effecten van positief gedrag. Het bleek dat mensen die zich positief opstellen en anderen vanuit die houding ook positief (en aardig en vriendelijk!) benaderen, zich veel beter en gelukkiger voelen. Het lijkt een beetje op het verhaal dat het veel meer moeite kost om een chagrijnig gezicht te trekken dan een glimlach te maken. Voor een glimlach heb je nu eenmaal veel minder spieren nodig dan voor een chagrijnig gezicht….. Oftewel; doe ‘s aardig naar een ander. Kleine moeite, groot plezier – voor allebei.

Een ander voorbeeld van deze ontwikkeling over positief kijken, kwam vanuit een, voor mij, onverwachte hoek. Maar wel een aansprekende hoek. In mijn blog over positief coachen had ik daar in november al over geschreven. Het onverwachte zat er in dat het was verpakt in de vorm van een toneelrecensie. Essentie van het positief coachen is in wezen hetzelfde als dat van AI.

Wat is nu de link naar het nieuwe jaar? Op nieuwjaarsochtend werd ik door een tweet geattendeerd op een nieuwe Nederlandse website; www.one11.nl. Tot mijn verrassing en verbazing bleek dat een site te zijn die door een aantal journalisten is opgezet. Meer vanuit ideële dan commerciële overwegingen. Met als belangrijkste uitgangspunt te gaan onderzoeken waar ter wereld dingen goed gaan. Soms zelfs tegen de stroom in en tegen de klippen op. Wat doen die mensen om het voor anderen beter, mooier en makkelijker te maken. De intentie van de site is om te laten zien dat er vooral ook gebouwd wordt, in plaats van afgebroken. Dat er helden zijn, in plaats van verliezers. En om een tegenwicht te bieden aan alle zuurpuimen en azijnpissers. Niet om alles dat niet goed gaat te ontkennen of onder tafel te poetsen. Gewoon omdat al te vaak goed nieuws wordt vermalen in de grote stroom rampspoed en andere ellende. Lees hier het waarom van de initiatiefnemers.

Op die eerste ochtend van 2011 kwamen voor mij zaken bij elkaar. De ontwikkelingen die voor mij begonnen op die, erg winterse, 17e december 2009. Door de introductie in het werken aan en met sterke punten. Het gedachtegoed van appreciative inquiry. Het ondervinden dat op die manier kijken, praten en werken resultaat oplevert . Merken dat het energie geeft in plaats van kost. Ondervinden dat je je beter (gelukkiger?) gaat voelen als je zo in de wereld staat en daar naar handelt.

Wat mij betreft is het antwoord op de vraag 2011, wat nu, makkelijk. Dit jaar wordt de doorbraak van positief kijken en doen. Er was al van alles gaande. In de wereld van trainers, coaches en opleidings- en onderwijsdeskundigen was AI al langer bekend. Ook binnen de sport was het doorgedrongen. En bij de start van 2011 blijken ook journalisten hiervan doordrongen. Als je een onderwerp onder de aandacht wilt brengen kun je je geen betere pleitbezorgers wensen dan journalisten.

Het kan niet anders dan dat 2011 een mooi jaar gaat worden!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.