Archief voor de Categorie Sport

Niks knikkers, het spel!

Geplaatst onder Het nieuwe werken, Sport met tags , , , , op 29 mei 2011 door Hans de Gruijter

In november 2010 schreef ik een post over positief coachen. Essentie van positief coachen is dat je je focust op het spel in plaats van op winnen. Uit onderzoek blijkt dat sporters juist eerder en vaker winnen als de focus op het spel ligt in plaats van op winnen. Paradoxaal, maar waar. Klinkt een beetje als de opmerking dat reizen veel leuker is dan op de bestemming aankomen. ‘t Gaat er ook om dat je geniet van wat je aan het doen bent. Je bent dan ook bewuster bezig met de dingen die je doet. Het resultaat wordt daardoor dan ook beter. Dus winst.

Dit weekend staat in Volkskrant magazine een interview met Titia de Lange, professor aan de prestigieuze Rockefeller University in New York. En vermaard kankeronderzoekster. Halverwege het interview komt een interessante quote:

“Nee…. Ik ben een puzzelaar. Ik schuif met die stukjes en denk de hele tijd: heb ik die stukjes nou wel goed aan elkaar gedaan? Laten we ze maar uit elkaar trekken en opnieuw beginnen. Niets anders is meer belangrijk op zo’n moment. Alles valt weg, een soort van meditatie. Maar het kan natuurlijk zo zijn dat ik per ongeluk met dat puzzelen iets vind waarmee de mensheid enorm is geholpen, al lijkt het me niet waarschijnlijk. Er zijn ook wetenschappers die het vak beoefenen om prijzen te krijgen. Die pakken het dus totaal anders aan. Die proberen alleen maar grote ontdekkingen te doen. Ze doen nooit kleine follow-up proefjes, om toch even uit te zoeken of het echt allemaal klopt. Hun CV is de ene piek na de andere, daar zit niets tussen.”

Voor mij beschrijft Titia de Lange daar precies de essentie die ook in het positief coachen zit. Focus je op het proces, op de weg naar, op het spel (voor zover je (kanker)onderzoek een spel kan noemen). En kijk dan welk resultaat dat oplevert. Mooi is dat ze tijdens die zoektocht bijna in “flow” terecht komt. Ze kan niet anders dan doorgaan, meditatief, gefocust op wat ze doet; zoeken, puzzelen.

Als je het citaat verder leest, zie je dat die andere onderzoekers “ook mooie wetenschap opleveren”. De manier van onderzoeken en werken van Titia de Lange spreekt mij meer aan. Meer aandacht voor het ambacht van het onderzoeken. En je misschien zelfs laten verrassen door de uitkomst. In plaats van het jagen op prijzen. Die nodig zijn, want die genereren aandacht en daarmee geld om nieuw en ander onderzoek op te starten. Ook de wetenschappelijke wereld kent, vergelijkbaar aan het NL onderwijsstelsel, enige perverse financiële prikkels.

Na het lezen van het interview schoot mij een insteek voor deze post te binnen. Als de insteek van positief coachen werkt bij sporten en (tenminste dat vermoed ik) bij wetenschappelijk onderzoek, op welke vlakken nog meer? Waar zijn daar voorbeelden van? En wat kunnen we uit die voorbeelden meenemen om dat principe ook werkend te krijgen op anderen gebieden?

Ik realiseer me dat de moeilijkste stap is om mensen mee te krijgen in die andere manier van kijken. Niet resultaatgericht, maar procesgericht. Een switch in mindset is nodig. Of zit de kneep erin dat we terug moeten naar waar we als kind goed in waren? Spelen. Levert een speelse attitude de juiste insteek voor een focus op het proces? Het mooie van spelen is, dat je de tijd vergeet. Je vergeet zelfs dat je speelt. “Is het al zo laat?”, is een veelgehoorde opmerking als een groep spelers wordt onderbroken.

Ben benieuwd naar jullie reacties en zienswijzen.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Slecht voorbeeld helaas ook….

Geplaatst onder Samenleven, Sport met tags , , , op 28 februari 2011 door Hans de Gruijter

 

 

En dit drietal video’s is nog maar een magere oogst. Uit twee eredivisie-weekenden drie voorbeelden van wat profvoetballers zoal doen op het voetbalveld. Mijn betoog zal niet gaan over wat ze elkaar aandoen. Ook niet over dat de meeste van die gedragingen , als ze al door de politie worden gezien, je een forse boete en misschien zelfs gevangenisstraf opleveren. Het gaat me om het voorbeeld dat deze professionele sporters hier geven. Een voorbeeld aan duizenden jonge voetballers. En velen van die jonge voetballers hopen ooit net zo goed te worden als hun idolen. Laten we profvoetballers gemakshalve rolmodellen noemen.

Een ander rolmodel, tegen wil en dank, bleek een Betaald Voetbal Organisatie, FC Twente, te zijn. De Tukkers maakten maandag 28 februari ergens halverwege de ochtend bekend dat zij zelf overgingen tot een schorsing van Douglas. Voor 5 wedstrijden. Inclusief de, wellicht, voor het kampioenschap beslissende wedstrijd op 2 april tegen PSV. Want, zo zei FC Twente, wat Douglas deed, hoort niet bij wat wij als FC Twente belangrijk vinden. Klasse! Hulde! Een club die zijn verantwoordelijkheid neemt. Een beetje het braafste jongetje van de klas, maar toch. Het geeft wel aan dat voor FC Twente waarden als sportiviteit, voorbeeldgedrag en verantwoordelijkheid nemen belangrijker zijn dan succes op de korte termijn. En daardoor is FC Twente niet alleen door het vertoonde spel een parel in het Nederlandse voetbal. Dat lieten ze ook al zien met het drankbakkie van The Jansen.

Erg jammer dat de KNVB er nog een schepje bovenop deed. De scherprechters uit Zeist deden het dunnetjes over; 6 wedstrijden. Het siert de Tukkers nog meer dat ze die ophoging zonder morren accepteerden.

Nu PSV. Zij hebben een Zweedse parel in de persoon van Ola Toivonen. Koel, trefzeker, sterk en helaas ook wat gluiperig. Gek dat bij zo’n stapel kwaliteiten ook één weeffoutje wordt meegeleverd. Je ziet het bij meer toppers; Zlatan Ibrahimowic had ook van die geniepige, zoniet smerige streken. Toivonen begint een kwalijke reputatie te krijgen van matennaaier en gluiperd. Hijzelf noch zijn verenging doet er weinig tot niets aan om die reputatie te wijzigen. Er telt maar één doel; de schaal. En dit doel heiligt alle middelen. Wat PSV niet beseft is dat het gedrag van Toivonen én van de clubleiding funest is voor alle jonge voetballertjes voor wie Toivonen een idool, een rolmodel is. Lekker rolmodel. Op voeten gaan staan, ellebogen in gezichten planten en tegenspelers gele en rode kaarten aansmeren.

Wat nog het ergste is dat Toivonen met zijn gedrag en PSV met het nalaten daar iets aan te doen, vele goedwillende sporters en vrijwilligers een klap in hun gezicht geven. De laatste jaren hebben vele voetbalverenigingen initiatieven ontplooid. Initiatieven die ertoe moeten leiden dat jonge voetballers hun sport terug krijgen. Dat zij leren wat sportiviteit is. En dat zoiets al jong begint, jong moet beginnen. Goed voorbeeld helpt daarbij. En hét voorbeeld voor heel voetballend Nederland wordt getoond in het weekend. In 9 wedstrijden laten profs soms hele mooie voorbeelden zien. En te vaak ook hele slechte voorbeelden.

FC Twente begon met een slecht voorbeeld op de zondagmiddag. Vooral Douglas en zijn trainer Preudhomme lieten zien hoe het niet moet. Hun voorzitter, Joop Munsterman, had tijdens de wedstrijd al laten zien dat hij een echte clubvoorzitter is. Hij was de tribune opgegaan om zijn supporters tot rust te manen. En met hen vreugde (om de gelijkmaker) en verdriet (om de winnende treffer van AZ) te delen. Op maandag gaf hij heel voetballend Nederland het goede voorbeeld; Douglas kreeg een schorsing van 5 wedstrijden. En een boete. En de opdracht een, nog nader te bepalen, maatschappelijke activiteit uit te voeren. Prima!

En nu de andere 17 BVO’s. Goed voorbeeld doet goed volgen, hoop ik. Een beetje tegen beter weten in. Op moment dat ik deze blog schrijf nog geen nieuws uit Eindhoven. PSV lijkt het over te laten aan de KNVB. Terwijl ze het voetbal (en ook Toivonen) zouden helpen door hun speler te schorsen. Omdat wat hij gedaan heeft niet past in voetbal.

De gevraagde actie doet wel zeer aan de sportieve ambities. Maar op de lange duur is het een zegen voor het voetbal in Nederland. Een zegen voor al die jonge spelers. Spelers die in uw duurbetaalde profs elke week een rolmodel zien. En een blijk van waardering voor al die clubvrijwilligers die week in week uit hun stinkende best doen. Hun best om kinderen sportiviteit bij te brengen. Is een groot gebaar; met grote gevolgen. Succes voorzitters!

De krant van Joop

Geplaatst onder Sport, Wielrennen met tags , , , op 31 januari 2011 door Hans de Gruijter

Zomer 1980. De laatste keer dat ik de zomervakantie met ouders in Frankrijk doorbracht. Mijn zus had al een paar jaar eerder besloten om zelf haar plan te trekken in de zomers. Dat zorgde wel voor meer ruimte in de auto voor mijn broer en mij. En ruimte voor onze racefietsen. Want dat zouden we gaan doen die zomer. En naar de Tour kijken, het liefst langs de route. En anders wel in de kroeg. Na een paar eendaagse verblijven streken we neer op de camping Domaine du Castex in Aignan; een lief klein dorpje in de Gers. Vooral bekend van de Armagnac. Volgens de lokale bevolking zoiets als Cognac, maar dan beter.

Vandaar zouden we vooral fietsen en wielrennen kijken. Het fietsen ging prima. De streek rond Aignan laat zich het best vergelijken met de Franse Ardennen. Mooi glooiend, niet te hoog en te steil. Wel een stuk warmer. Zolang de Tour nog niet echt dichtbij was, togen we elke dag, na een ochtendlijke trainingsrit, naar de lokale kroeg om daar de live verslagen van de touretappes te kijken. De eerste dagen vonden de stamgasten het prima; zelfs vermakelijk dat twee blonde Nederlandse knullen hun Tour kwamen bekijken. Af en toe een etappe was prima, maar we moesten vooral snappen dat Bernard Hinault weer zou winnen. Na 3 dagen sloeg dat toch iets om. Na 5 dagen werd ons bij binnenkomst lacherig te kennen gegeven dat er vast wel weer een Hollander zou winnen. Vanaf dag 8 werd de sfeer een beetje vijandig. Raleigh bleef maar winnen; 10 etappes op rij. Ritten in lijn, ploegentijdritten en individuele tijdritten. Alles werd gewonnen en alle rijders kregen hun deel.

Tot de dag van de etappe naar Pau. Die zagen we ergens in het Franse landschap. We zagen daar vooral de reclamekaravaan. Dat duurde een uur. De renners waren in één lange kleurrijke en rumoerige streep binnen één minuut voorbij. En toch vonden we het geweldig. We hadden ze gezien. En zelfs wat renners herkend. Die avond kwam voor alles wat Frans was en wielrennen een warm hart toedroeg, een verpletterend bericht. Bernard Hinault verlaat de Tour. Zijn knie liet verder fietsen niet toe.

De dag erna staat de klassieke Pyreneeënetappe op het programma. Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde. Wij moesten en zouden gaan kijken. Op de Aspin. Het weer was druilerig, regen dreigde continu te gaan vallen, maar we hielden het gelukkig droog. Al lang voor de renners langs kwamen stonden wij tussen de laatste huizen van Ste Marie de Campan; het dorpje aan de voet van twee van die vier reuzen; Tourmalet en Aspin. Weer zagen we de ellenlange sliert met reclamevoertuigen. En langzaam steeg de spanning en opwinding. Snel bleek waarom. Mensen met transistorradiootjes wisten te melden dat Raymond Martin op kop lag. Een groep met onder anderen Joop Zoetemelk volgde op een kleine achterstand.

Na wat een eeuwigheid leek kwamen motoren en auto’s aan. De spanning en opwinding nam nog meer toe. En ja, eerst kwam een kleine pezige Fransman in dat roze shirt van Miko langs; Raymond Martin. Wat ons opviel was hoe hard hij reed. Binnen de minuut gevolgd door onze held, Joop! Uitgerekend voor onze neus peutert Joop de krant, die hem warm moest houden tijdens de lange koude afdaling van de Tourmalet, onder zijn shirt vandaan. 

Joop gooit die krant zowat op de voeten van mijn moeder. Wat ertoe leidde dat mijn broer en ik even geen oog meer voor de renners hadden. “Pak die krant!” schreeuwden we uit volle borst. Pas toen we zeker wisten dat dit souvenir goed was opgeborgen, hadden we weer oog voor de koers. Johan van der Velde, Hennie Kuiper en Henk Lubberding hadden we gemist. Dat ze echt waren langs gekomen, zagen we pas thuis, op foto’s die Pa keurig van alle renners had gemaakt.

De finish van die etappe zagen we op TV. In een kroeg ergens langs de route op weg terug naar de camping. Raymond Martin had de opgebouwde voorsprong vastgehouden. Hij de etappe, Joop het geel. De trui die Joop geweigerd had aan te trekken na het vertrek van Hinault. Die Pyreneeënetappe is waarschijnlijk de enige bergetappe geweest zonder een renner in het geel.

De rest is geschiedenis. Raleigh wint nog één etappe (een tijdrit) en brengt de gele trui naar Parijs. Zelfs een afgrijselijke zwieper van Johan van der Velde en daaropvolgende val van Joop verandert daar niets aan.

In de kroeg in Aignan zijn we de rest van de vakantie niet meer geweest.

Een dag later merkten mijn broer en ik dat fietsen in de bergen, echte bergen, wel iets anders is dan in de heuvels. Zeker als je geen bergverzet bij je hebt. Dan doet het echt zeer. Maar we konden wel onze eerste echte col noteren, Col d’Aspin.

De krant zit nog steeds ergens in het vakantiearchief van mijn ouders. Goed opgeborgen. En ondanks herhaald ruiken, hebben we nooit iets kunnen vaststellen dat moest lijken op het zweet van Joop, de laatste Nederlandse tourwinnaar.

Flow

Geplaatst onder Sport met tags , op 23 december 2010 door Hans de Gruijter

Late herfst, misschien wel begin winter 1986. Als ik het typ, realiseer ik me dat het al bijna 25 jaar geleden is. De eerste en, helaas,  tot nu toe ook laatste keer dat ik een runners high meemaakte. Zo noem ik het maar, want ik weet niet zeker of het er inderdaad eentje was. Vergelijkingsmateriaal heb ik niet. Zal ik ooit nooit hebben, want ik kan niet voelen wat een andere loper voelt als hij een runners high meemaakt. Ik hou het erop dat ik er toen ééntje had.

Hoe kwam ik hier nu bij? Mijn gedachten kwamen daarbij uit na het lezen van wat bijdragen van andere bloggers hier op WordPress. Van positieve psychologie tot sporten dat bijdraagt aan bevorderen van geluk. In één van die stukken repte de schrijfster van het hervonden plezier in en welbevinden door sport. Ze sprak van flow; de staat die je lichaam kan bereiken en waarin alles als vanzelf lijkt te gaan. Of zoals  Csikszentmihalyi het beschrijft: “De toestand waarin mensen dermate betrokken zijn bij een activiteit dat ze alles om hen heen vergeten. De ervaring is zó prettig, dat men er vaak veel voor over heeft om die nogmaals te hebben”. Mijn gedachten dwalen af; naar het najaar, wellicht winter van 1986.

Vanaf september dat jaar volgde ik op de toenmalige Luchtmachtofficiersschool (LUOS) op de Vliegbasis Gilze-Rijen, een voortgezette opleiding. Het rooster liep doorgaans van maandag tot en met vrijdag, van ‘s ochtends 8 uur tot ‘s middags half 5. Gelukkig was er twee keer per week sport ingeroosterd. Ergens eind november, begin december viel op het allerlaatste moment een gastcollege uit. Er bleek geen enkele mogelijkheid om dit op te vangen, dus viel ineens een hele woensdagmiddag uit. Een cursusgenoot stelde voor een duurloop te doen in de bossen van Surae, behorend bij de boswachterij Dorst; in de driehoek tussen de Vliegbasis, Oosterhout en Breda. Toen we tegen een uurtje of 3 aan de duurloop begonnen was het aardig grijs geworden. En koud. Niet veel later begonnen de eerste sneeuwvlokken te vallen. Het rondje wat we liepen was een kleine 10 kilometer lang. Door de vallende sneeuw werd het stiller en stiller. Alsof we als enige twee mensen over waren, in dat grote, witte bos.

Aan het eind van het rondje gaf mijn medeloper aan dat hij mij graag met de auto terugbracht naar de basis. Hij zou naar huis rijden, een paar kilometer verderop in Oosterhout. Op mijn vraag daarnaar gaf hij aan dat de basis een goede 4-5 km verderop lag. “ik loop wel terug”, hoorde ik mezelf zeggen. Terwijl ik op dat moment goed voelde dat we er al 10 kilometer op hadden zitten. “Weet je het zeker? Kleine moeite om je terug te brengen”, held mijn collega aan. Ik gaf aan graag terug te lopen. 

Vanaf dat punt was het een kleine 500 meter lopen, het bos uit tot op de Vijfeikenweg. Een kaarsrechte weg, die van de afslag Oosterhout-Zuid van de A27 naar de Vijfeikenpoort van de Vliegbasis Gilze-Rijen loopt. Niet een inspirerende omgeving. Ik had er vanaf dat punt ook eigenlijk geen zin meer in. En nog geen 100 meter verder gebeurde er iets wonderlijks. Ik merkte eigenlijk niet meer dat ik liep en tegelijk hoorde, zag en voelde ik alles. Ik liep en liep en liep. Langzaamaan verhoogde ik mijn snelheid. Als vanzelf. Slechts sporadisch kwam een auto langs, lanzaam rijdend door de gestaag vallende dikke sneeuwvlokken. Ik liep in een stille, witte en wonderschone wereld. Ik was me van alles bewust. Het ritme van mijn passen, mijn ademhaling die moeiteloos doorging. Mijn hartslag die al die tijd onwaarschijnlijk regelmatig bleef. De stilte aan de rand van het bos. De kaarsrechte weg naar de basis. En bovenal het heerlijke gevoel dat lopen oplevert als het geen enkele moeite kost.

Dat gevoel hield aan tot ik begon te denken aan de toegang tot de vliegbasis. In die tijd was de Vijfeikenpoort alleen open voor woon-werkverkeer. Onze duurloop had toch ruim een uur geduurd. En de tocht vanaf Surae tot aan de basis kostte ook tijd. Ik hoopte vurig dat de Vijfeikenpoort nog open zou zijn, omdat het gebouw waar ik moest zijn pal achter die poort lag. Helaas was ik net een minuut of 10 te laat; poort dicht. Er zat niets anders op dan naar de hoofdpoort te gaan. Dat betekende dat ik daarna nog een keer die afstand terug moest lopen om bij mijn gebouw uit te komen. Hier bleek duidelijk dat teleurstellingen vaak voortkomen uit hoog gespannen verwachtingen. De flow was subiet weg. De moeite die de laatste 4 kilometers kostten was (wellicht kwadratisch) omgekeerd evenredig aan het gemak waarmee ik de kilometers langs de Vijfeikenweg had gelopen. De douche na het uitzweten was er des te lekker door. 

Positief Coachen

Geplaatst onder Samenleven, Sport met tags , , , , , op 30 november 2010 door Hans de Gruijter

Een zaterdagochtend, ergens in 1971. SV Olympia ’25 speelt nog op de oude velden; op wat toen nog een winderig stuk niemandsland tussen Hilversum en Loosdrecht was. Nu ligt er al jaren een bedrijventerrein. En Olympia heeft al twee verhuizingen gekend sinds die datum. De accommodatie was op z’n zachtst gezegd krakkemikkig. Drie velden, een houten kantine en kleedkamers die het predicaat veredelde varkensstal maar net verdienden. En toch had die plek iets. Ik weet nog dat ik met een beetje pijn in m’n hart afscheid nam. Ook al verhuisde mijn cluppie naar een gloednieuw complex aan de Beresteinseweg. Met een nieuwe kantine. Met mooie kleedkamers. Met een trainingsveld met verlichting! 

Die zaterdagochtend dus. Ik sta met m’n elftalgenootjes klaar voor een wedstrijd tegen een al vergeten tegenstander. Onze elftalbegeleider heeft ons volgestopt met aanwijzingen en tactieken. We knikten wel van ja, dat we hem begrepen. Maar we wilden maar één ding; lekker ballen! Dat begreep hij dan weer niet. En zo kwam het dat hij af en toe helemaal gek werd langs de lijn. Wat hij precies riep aan alle, uiteraard goedbedoelde, aanwijzingen weet ik niet meer. “Doordekken op die man”, of “breedhouden”, zouden zomaar twee van zijn kreten geweest kunnen zijn. En in de rust de dooddoener; “Wel winnen he, jongens!”. Alsof wij niet wilden winnen!

Daar moest ik allemaal aan denken toen ik vanochtend de krant las en het artikel over ”Appreciative Coaching”, of in goed Nederlands; positief coachen, las. De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat de Engelse term van mij is. Appreciative Inquiry en Appreciative Living waren mij al bekend. Dat er nu ook op die manier naar coachen werd gekeken, wist ik niet. Een aantal puzzelstukjes (waarvan ik het bestaan tot dat moment niet eens vermoedde!) vielen op hun plek. Ik zag verbanden naar Sterke punten, naar Mindset van Carol Dweck, naar “Alles wat je aandacht geeft, groeit”, naar Appreciative Inquiry. En dat allemaal voor het belangrijkste in de sport: zorgen dat kinderen sport leuk gaan vinden en blijven vinden!

Er was al een campagne van de overheid; “Geef kinderen hun spel terug”. Dat kan helemaal gaan slagen als alle sportclubs in Nederland overgaan tot positief coachen bij alle jeugdteams. Dan groeit het plezier, groeien de ledenaantallen en komt het resultaat, bijna, als vanzelf. Spread the rumour!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.