Archief voor Aandacht

Papadag is geen vaderdag.

Geplaatst onder Onderwijs, Samenleven met tags , , op 19 juni 2011 door Hans de Gruijter

Er zijn van die woorden waar je gelijk een hekel aan hebt.  Stukje is er zo een. Vooral in combinatie met gevoel, geluk, verantwoordelijkheid en nog een hele stapel zelfstandige naamwoorden. Als ik erover nadenk heb ik een hekel aan heel veel verkleinwoorden. Met uitzondering van liefje en schatje.

Andere woorden die mijn nekharen activeren, zijn uitdaging, collegaatje (en die valt ook al in de categorie verkleinwoorden), multicultureel, prachtwijk, mensenmens en eigenlijk.

Het woord waar ik me, sinds ik zelf vader ben, het meest aan erger is papadag. Een woord dat zomaar, uit het niets bijna, zijn intrede in het Nederlands deed. Het juiste moment weet ik niet. Zou een mooi onderzoeksonderwerp zijn. Ik hoorde het voor het eerst toen ik 4 dagen per week ging werken. Dat moment deed zich voor toen mijn zoon 4 maanden oud was en mijn (toenmalige) vrouw weer aan het werk ging. Collega’s reageerden toen bijna en masse met: “Lekker zeg, jij hebt een papadag!”. Ik moet wat verbaasd hebben gekeken, want ze herhaalden het vaak nog eens. Als ik dan vroeg of ik de andere dagen van de week dan geen papa was, reageerden ze soms zelfs licht gepikeerd. “Tuurlijk niet! Nee, maar zo bedoel ik het ook niet.”

Aan het begin van het vaderdagweekend voerde ik een kort (twitter)gesprek met Ans Grotendorst. Het ging over het verschil tussen vaderdag en papadag. Voor mij is het één dag per jaar vaderdag en, als je dan toch vader bent, op alle 364 andere dagen papadag.

Tot mijn niet geringe verbazing en, ik zal eerlijk zijn, behoorlijke ergernis, zag ik vandaag (Vaderdag) dat op twitter Papadag een trending topic was. Gelukkig was Vaderdag ook trending.

Het kan twee kanten op. Allereerst de slechte kant. Dat er mensen zijn die denken dat vaders alleen papa zijn als ze nadrukkelijk voor hun kinderen zorgen. Het kan nog twee graadjes erger. Eén graad erger is als mensen aan je vragen of je op je eigen kind gaat passen. Twee graadjes erger is als je als ouder zelf zegt dat je op je eigen kind gaat passen.

Laat ik het, als fervent aanhanger van de waarderende benadering, van de positieve kant bekijken. Stel nou dat het alleen voor vaderdag is gedaan. Dat deze ene dag in het jaar waarop de aandacht naar alle vaders uitgaat, ook papadag wordt genoemd. En de rest van het jaar niet meer. Dan hebben we een mooie bestemming voor papadag gevonden. Dan horen we het de rest van het jaar alleen maar als verwijzing naar de 3e zondag in juni. Zou mooi zijn.

Alle andere dagen dat vaders de zorg en opvoeding van hun kind(eren) op zich nemen noemen we gewoon maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Want vader en papa ben je alle dagen vanaf het moment dat je eerste kind wordt geboren. In tijden dat er meer en meer normaal wordt gedaan over een evenrediger verdeling van werk en zorg, moeten we ook normaal doen over hoe we dagen noemen. We noemen de dagen dat moeders zorgtaken op zich nemen, toch ook geen mamadagen? Nou dan.

Of is er toch iets anders aan de hand? Ik ben benieuwd naar andere meningen, zienswijzen en oplossingen.

Drinken uit de brandslang.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , op 7 juni 2011 door Hans de Gruijter

Op twitter liep ik tegen deze blog aan. Na het lezen ervan schoot mij een aantal zaken door m’n hoofd. Het idee voor deze blog werd daar geboren. Omdat ik toen geen tijd had om te schrijven, stuurde ik wel een tweet als reactie. Die tweet had, besefte ik me later, als ondertoon “life is all about choices”. En als je niet wilt of kunt kiezen kan het wel eens gebeuren dat iets je (veel) teveel wordt.

Nadenkend over deze blog kwam ik erop uit dat het voor mij om de volgende zaken gaat: social-media etiquette, hoe maak je een keus uit de overvloed aan informatie en wie wil ik zijn op het www?

Social-media etiquette. Hier is al heel veel over geschreven op allerlei fora en blogs. Dit is één van de meer aansprekende blogs. Net als bij de “normale” etiquette geldt ook hier dat het helemaal aan jezelf is om je er al of niet aan te houden. Daarmee kom je eigenlijk ook al uit bij het derde item van mijn blog; wie wil je zijn op het www?

Hoe kies je nou? Alleen het bijhouden van je timeline op twitter kan al een dagtaak opleveren. Hangt uiteraard af van het aantal tweeps dat je volgt en hoe actief die zijn. Als je meer dan 1000 mensen volgt en 10% daarvan twittert met regelmaat (1 tweet per uur; en dat is nog niet heel veel….) heb je bij een gemiddelde werkdag (8 uur toch?) al 800 tweets te verstouwen. Ik hoef niet verder uit te weiden, denk ik. Vraag blijft, hoe kies je? Hoe drink je nu uit een brandslang die vol open staat? Deze laatste beeldspraak komt uit een verslag van de presentatie van het boek “En nu online” van Sibrenne Wagenaar en Joitske Hulsebosch. Lees het verslag en bepaal voor jezelf hoe je met die brandslang om wilt gaan.

Wie wil ik zijn op het www? Ik ben de laatste die wil voorschrijven hoe anderen invulling moeten geven aan hun on line aanwezigheid en presentatie. Ik zal daarom aangeven hoe ik mijn aanwezigheid en presentatie invul.

  • Je krijgt wat je geeft. Ik geloof in het principe van wederkerigheid.
  • Social media gaat voor mij over het toevoegen van waarde. Ik volg mensen die voor mij van waarde zijn, of waardevolle bijdragen leveren. Ik probeer van waarde te zijn voor de mensen die mij volgen. Het gaat voor mij niet om kwantiteit; zoveel mogelijk volgers en gevolgden.
  • On line = off line en vice versa. Het gebeurt regelmatig dat ik mensen die ik on line leer kennen later “in real life” tegenkom. Ik kan en wil niet toneelspelen. Ik gedraag me on line niet anders dan off line. Voor mij makkelijk, voor de ander wel zo duidelijk.
  • Kiezen is lastig en schept duidelijkheid. Hoe verleidelijk het ook is om alles te willen volgen, is kiezen voor mij noodzakelijk. Het geeft duidelijkheid en rust. Ik kies voor twitter en volg daar maximaal 120-130 mensen. Ik volg vooral mensen die twitteren over leren, ontwikkelen, leiderschap, samenwerken en, vanwege mijn eigen sportieve voorkeur, over wielrennen. En via Google Reader volg ik een twintigtal blogs. En dat alles kost me soms toch meer tijd dan me lief is…..
  • Ik parkeer m’n ego af en toe….. Ik herken het gevoel van Jan Willem Alphenaar als hij aangeeft dat het hem een kick geeft als een blog van hem wordt aanbevolen en als een tweet een retweet krijgt. Dat is inderdaad een lekker gevoel, maar daar gaat het (voor mij) niet primair om op twitter, of bij andere vormen van social media.
Als ik zo terug kijk is het laatste deel bijna een Credo geworden; ik geloof in…..
Waar geloven jullie in, als het over aanwezigheid en presentatie op Social Media gaat?

Niks knikkers, het spel!

Geplaatst onder Het nieuwe werken, Sport met tags , , , , op 29 mei 2011 door Hans de Gruijter

In november 2010 schreef ik een post over positief coachen. Essentie van positief coachen is dat je je focust op het spel in plaats van op winnen. Uit onderzoek blijkt dat sporters juist eerder en vaker winnen als de focus op het spel ligt in plaats van op winnen. Paradoxaal, maar waar. Klinkt een beetje als de opmerking dat reizen veel leuker is dan op de bestemming aankomen. ‘t Gaat er ook om dat je geniet van wat je aan het doen bent. Je bent dan ook bewuster bezig met de dingen die je doet. Het resultaat wordt daardoor dan ook beter. Dus winst.

Dit weekend staat in Volkskrant magazine een interview met Titia de Lange, professor aan de prestigieuze Rockefeller University in New York. En vermaard kankeronderzoekster. Halverwege het interview komt een interessante quote:

“Nee…. Ik ben een puzzelaar. Ik schuif met die stukjes en denk de hele tijd: heb ik die stukjes nou wel goed aan elkaar gedaan? Laten we ze maar uit elkaar trekken en opnieuw beginnen. Niets anders is meer belangrijk op zo’n moment. Alles valt weg, een soort van meditatie. Maar het kan natuurlijk zo zijn dat ik per ongeluk met dat puzzelen iets vind waarmee de mensheid enorm is geholpen, al lijkt het me niet waarschijnlijk. Er zijn ook wetenschappers die het vak beoefenen om prijzen te krijgen. Die pakken het dus totaal anders aan. Die proberen alleen maar grote ontdekkingen te doen. Ze doen nooit kleine follow-up proefjes, om toch even uit te zoeken of het echt allemaal klopt. Hun CV is de ene piek na de andere, daar zit niets tussen.”

Voor mij beschrijft Titia de Lange daar precies de essentie die ook in het positief coachen zit. Focus je op het proces, op de weg naar, op het spel (voor zover je (kanker)onderzoek een spel kan noemen). En kijk dan welk resultaat dat oplevert. Mooi is dat ze tijdens die zoektocht bijna in “flow” terecht komt. Ze kan niet anders dan doorgaan, meditatief, gefocust op wat ze doet; zoeken, puzzelen.

Als je het citaat verder leest, zie je dat die andere onderzoekers “ook mooie wetenschap opleveren”. De manier van onderzoeken en werken van Titia de Lange spreekt mij meer aan. Meer aandacht voor het ambacht van het onderzoeken. En je misschien zelfs laten verrassen door de uitkomst. In plaats van het jagen op prijzen. Die nodig zijn, want die genereren aandacht en daarmee geld om nieuw en ander onderzoek op te starten. Ook de wetenschappelijke wereld kent, vergelijkbaar aan het NL onderwijsstelsel, enige perverse financiële prikkels.

Na het lezen van het interview schoot mij een insteek voor deze post te binnen. Als de insteek van positief coachen werkt bij sporten en (tenminste dat vermoed ik) bij wetenschappelijk onderzoek, op welke vlakken nog meer? Waar zijn daar voorbeelden van? En wat kunnen we uit die voorbeelden meenemen om dat principe ook werkend te krijgen op anderen gebieden?

Ik realiseer me dat de moeilijkste stap is om mensen mee te krijgen in die andere manier van kijken. Niet resultaatgericht, maar procesgericht. Een switch in mindset is nodig. Of zit de kneep erin dat we terug moeten naar waar we als kind goed in waren? Spelen. Levert een speelse attitude de juiste insteek voor een focus op het proces? Het mooie van spelen is, dat je de tijd vergeet. Je vergeet zelfs dat je speelt. “Is het al zo laat?”, is een veelgehoorde opmerking als een groep spelers wordt onderbroken.

Ben benieuwd naar jullie reacties en zienswijzen.

10 Dingen waar ik van weet dat ze waar zijn (2).

Geplaatst onder Algemeen met tags , , , , , , op 10 april 2011 door Hans de Gruijter

Onder deze titel schreef ik twee weken al een blog. Geïnspireerd door een blog van Dirk van Mulligen en een TED Talk door Sarah Kay vroeg ik toen aan mijn lezers om lijstjes in te leveren van de “10 dingen waarvan je weet dat ze waar zijn”. Dat leverde een aantal reacties op. Zie daarvoor versie 1 van dit bericht.

Tijdens het schrijven bedacht ik me al dat ik zelf uiteraard niet kon achterblijven. Daarom nu hier mijn lijstje van de 10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn:

  1. Het mooiste dat mij is overkomen, is vader worden.
  2. Het leukste dat je worden kunt, ben jezelf.
  3. Het is een misvatting van vanjewelste te denken dat successen alleen behaald kunnen worden door te sturen op opdracht, resultaat en winst.
  4. Proberen kun je leren.
  5. Het is niet voor niets dat je goed bent in de dingen waar je goed in bent.
  6. Ik ben nooit te oud om te leren.
  7. Het leukste dat ik kan doen, heeft met opleiden en ontwikkelen van (jonge) mensen te maken.
  8. Het nieuwe werken gaat vooral (en misschien wel uitsluitend) over het nieuwe leidinggeven.
  9. Luisteren naar en gebruik maken van je gevoel is een teken van kracht.
  10. Inzet en gebruik van social media ten behoeve van werken en leren wordt dé revolutie van de 21e eeuw.

Net als bij de vorige versie van “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”, vraag ik jullie om ook je eigen lijstjes toe te voegen. Veel plezier en ik ben heel benieuwd!

10 Dingen waar ik van weet dat ze waar zijn.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , op 26 maart 2011 door Hans de Gruijter

Soms kom ik direct ter zake. Dit keer neem ik een aanloopje. Uiteindelijk kom ik wel bij uit bij “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”. Maar dan toch ff anders dan je nu wellicht denkt. Cryptisch? Ja! Daarom snel met de aanloop beginnen.

Precies 4 weken geleden stond 7 Days of Inspiration op het punt van beginnen. Een gecrowdsourced project dat als doel had om in één week Nederland mooier te maken door sociale overwaarde te benutten. Meer tekst en uitleg in een mooi filmpje dat op die site staat. Ik deed mee aan één specifiek onderdeel van de woensdag in die week. De woensdag had als thema werk. Eén van de activiteiten op die dag was “de dag van de waardering“. Over mijn betrokkenheid schreef ik eerder een blog. In de voorbereiding op die dag troffen vele trainers elkaar in Utrecht. Eén van de aanwezigen gaf me een mooi compliment; “Jij bent een echte ambassadeur van de waarderende benadering”. Ik wilde eerst ontkennen, of in ieder geval de uitspraak wat afzwakken. Ik zag mezelf helemaal niet zo. Mijn gesprekspartner gaf wat voorbeelden om haar bewering te onderbouwen. En daardoor werd het voor mij ook duidelijker. Dit gezichtspunt van een ander leidde tot een andere manier van naar mezelf kijken.

Donderdag 24 maart. In de Argumentenfabriek te Amsterdam vindt een ambassadeursbijeenkomst plaats voor “Helder Denken in School”. Initiatiefnemer voor die bijeenkomst is Kees Kraaijeveld, (mede)directeur van de Argumentenfabriek en schrijver van het boek Helder Denken. Een artikel in de Volkskrant over dat boek van vorig jaar november wekte mijn interesse. Ik schreef daar al een keer over. Vooral de oproep van Kees aan ambassadeurs voor dat Heldere Denken, klonk goed. Via mails, een bezoek en een LinkedIn groep kwam het tot de bijeenkomst op 24 maart. Ook tijdens die avond kreeg ik van Kees Kraaijeveld het compliment dat ik echt een ambassadeur ben. De verbazing was minder dan de keer een maand eerder. Het voelde alleen nog niet helemaal van mezelf. Het zette me wel aan het nadenken.

In dezelfde week als de bijeenkomst over Helder Denken zag ik een blog van Coherent Solutions op twitter langskomen. Dirk van Mulligen stelt daar een leuke vraag (“Welk boek had je 10 jaar eerder willen lezen?”) en ik heb daarop gereageerd. Er waren meer reacties. De teller staat tijdens het schrijven van mijn blog op 9. Een idee kwam toen bij me op. In een TED talk die ik eerder zag vertelt Sarah Kay over “spoken word poetry”. Eén deel van haar verhaal haakte aan bij het idee dat bij mij was ontstaan na het lezen van de blog van Dirk.

Het gaat over de lijstjes die Sarah noemt. Lijstjes die mensen maken, kunnen (uiteindelijk) leiden tot mooie verhalen. Een vraag die Sarah vaak gebruikt om mensen lijstjes te laten maken, is: “10 dingen waar je van weet dat ze waar zijn”. Als in een groep mensen iedereen zo’n lijst maakt, en daarna deelt met de anderen, zijn er 4 mogelijkheden:

  1. Je hoort of leest iets dat precies gelijk is aan één van jouw waarheden op je lijst. Of er heel erg op lijkt;
  2. Je hoort of leest iets dat precies het tegenovergestelde is van één van jouw waarheden;
  3. Je hoort of leest iets dat volslagen nieuw voor je is;
  4. Je hoort of leest een volslagen nieuw gezichtspunt bij één van jouw waarheden.

Ik wil nu ‘s kijken of ik hier een ambassadeur kan worden. Het uitdragen van een groeiend aantal lijstjes met “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”. In de hoop dat mensen die hier hun lijstje schrijven en de lijstjes van anderen lezen, mogelijkheden zien om verhalen te schrijven. Of in contact komen met gelijkgestemden, of juist met hun tegenpolen, of met aanvullers, of met…. Noem maar op.

Wat is jouw lijstje met “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn?” Schrijf ‘m als reactie onder deze blog. Vind je de blog en het idee leuk? Post deze blog dan op jouw LinkedIn pagina, op Facebook, op Twitter, of waar je ‘m ook maar wilt aanbevelen. Alvast bedankt en veel plezier!

Wat heb je ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan? (2)

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , , op 5 maart 2011 door Hans de Gruijter

uMijn eerste blog hier had ook deze titel. Toen ging het over het schrijven van een blog. Hoe toepasselijk….. Naast het gebruiken van mijn NS jaarkaart als OV chipkaart (voor ‘t eerst gedaan op dinsdag 1 maart) heb ik voor ‘t eerst meegedaan aan een “gecrowdsourced” evenement. Ik had ergens eind januari “iets” langs zien komen over een mooi initiatief; 7 Days of Inspiration (7di). Het motto; in één week Nederland een beetje mooier maken op basis van sociale overwaarde. Na een korte blik op hun site, dacht ik nog “mooi initiatief”. En ging weer over tot de orde van de dag.

Tot ik via Saskia Tjepkema een mailtje kreeg. Zij was erg enthousiast geraakt over één van de initiatieven onder de paraplu van 7di; de dag van de waardering op woensdag 2 maart. Zij wilde met haar mailtje zoveel mogelijk trainers in beweging krijgen. Die beweging zou dan moeten bestaan uit het verzorgen van een workshop over “waarderen” in een bedrijf/organisatie/instelling. Vooral via LinkedIn werd al snel een groep van een dikke 80 trainers verzameld. Een groep van 25 van deze trainers ontmoette elkaar op dinsdag 22 februari op Maliebaan 45 in Utrecht. Daar werden in een co-creatie sessie werkvormen uitgewisseld, ervaringen gedeeld en heel veel inspiratie opgedaan. Ik weet nog dat ik vrolijk en redelijk hyper van alle energie en ideeën de 75 km terug naar Breda aflegde.

Op woensdag 2 maart verzorgden een kleine 100 trainers workshops over waardering. In de hoop daarmee een golf van aandacht en waardering door en voor werkend Nederland op gang te krijgen. Ik verzorgde op die dag twee workshops bij een thuiszorgorganisatie in Noord-Limburg. Via Twitter (de hashtag #2011dtw was afgesproken voor de Dag van de Waardering) bleef ik een beetje op de hoogte van wat er elders in Nederland gebeurde. De energie en inspiratie spatte soms van de tweets. Op veel plekken raakten mensen overtuigd van de waarde van waarderen. Zagen in dat uitgaan van de talenten en sterke punten van medewerkers niets extra kost en heel veel oplevert.

En wat leverde het op? In ieder geval vele enthousiaste deelnemers. Enthousiaste trainers. Deelnemers die met voornemens weggingen. En die voornemens op donderdag al omzetten in acties. Ik durf alleen op basis van deze uitkomsten te beweren dat 7di, alle projecten van 7di, maar zeker De dag van de Waardering, ertoe heeft bijgedragen dat Nederland een beetje mooier is geworden. Ik vond het leuk, inspirerend en leerzaam om een bijdrage te hebben geleverd aan een mooi project. Op naar volgend jaar. Alleen kan ik er dan geen blog over schrijven onder de titel “Wat heb ik ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan?” Er zijn ergere dingen.

4 Observaties over balans

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , , op 9 februari 2011 door Hans de Gruijter

In deze video deelt Nigel Marsh een viertal observaties over (een betere) balans tussen privé en werk met zijn publiek. Hij geeft in die observaties een aantal rake voorbeelden (ik werd er stil van!) en tips waar iedereen zijn of haar voordeel mee kan doen. Om bij die observaties te beginnen:

  1. Wees eerlijk. Samenlevingen hebben, om vooruitgang te boeken, behoefte aan en baat bij een eerlijk debat over de balans tussen werk en privé. Eerlijkheid aan de ene kant dat baan- en carrièrekeuzes altijd (zullen) botsen met de belangen en behoeften van het gezinsleven. De eerlijkheid zit ‘m ook in het erkennen dat de meeste mensen lang en hard werken in banen die ze verafschuwen. Dat doen ze om geld te verdienen zodat ze de dingen kunnen kopen die ze nodig hebben. Die hebben ze nodig om indruk te maken op mensen waar ze een (hartgrondige) hekel aan hebben. Mooier dan deze twee eerlijke uitspraken kunnen we, en moeten we het ook niet maken.
  2. Zie de waarheid onder ogen. Iedereen moet het zelf doen. Als je gaat wachten tot je bedrijf het voor je gaat doen, kom je er achter dat hun idee van balans een andere is dan die jou voor ogen stond. Leg dus nooit de keuzes over de kwaliteit van jouw leven in de handen van een bedrijf! Elk bedrijf (ook een goede!) is er op uit om zoveel van je te vragen als waar ze mee weg kunnen komen. Hoe mooi initiatieven als kinderopvang vanuit het bedrijf ook lijken, ze leiden er ook toe dat jij meer tijd op je werk door kunt brengen…. Waar het op neer komt, is dat je zelf de grenzen moet stellen en bewaken. Jouw werkgever doet dat niet als het om de balans tussen werk en privé gaat.
  3. Realistisch. Kies een tijdpad om de gewenste balans te bereiken dat volop kansen op succes biedt. Tussen de onzinnige wens om dat in één dag voor elkaar te krijgen en de opmerking dat je dat wel gaat doen als je met pensioen zit, zitten veel realistische opties.
  4. Benader balans evenwichtig. Hoe lekker regelmatige sportbeoefening ook is, leidt meer sporten niet tot een medewerker die in balans. Dat leidt alleen tot een fitte medewerker! Balans in je leven aanbrengen gaat over alles; werk, gezin, fysiek, intellectueel, spiritueel, cultureel en sociaal. En dat is een hele kluif! Wat kan helpen daarbij is dat verbetering in die balans al door kleine dingen tot stand kunnen komen. Het is een misvatting dat je er grote dingen voor moet doen (of laten). Het radicaal hervormen van je leven doe je met kleine dingen in kleine stapjes. Precies zo gaat het transformeren van samenlevingen; met kleine aanpassingen in kleine stapjes. Als maar genoeg mensen mee gaan doen, kan het niet anders dan dat samenlevingen gaan veranderen. In dat veranderingsproces gaat het dan ook om het herdefiniëren van succes. Succes is dan niet meer weggelegd voor degene die het rijkst sterft. Succes wordt dan gedefinieerd in termen van hoe je je leven op een goede en gebalanceerde manier leidt.

Voor mij zit de waarde van de vier observaties van Nigel Marsh in de laatste. Niet dat de eerste 3 er niet toe doen. Integendeel! In zijn laatste observatie legt hij de link naar de samenleving. We zien steeds meer dat mensen en organisaties zoekend zijn naar het op een andere manier vormgeven van “de” samenleving. Dat is lastig om vanuit organisaties of instituties voor elkaar te krijgen. Waar het wel kans van slagen heeft is vanuit individuele initiatieven. Mensen die vanuit persoonlijke drijfveren radicaal andere keuzes maken. En daar erg gelukkig van worden. Hoe meer dat gebeurt, hoe eerder en vaker dat als norm wordt gezien. En niets zo besmettelijk als een norm.

Ik word in die gedachte gesterkt door het verhaal van een Twitter-contact. Ik volg haar, zij volgt mij. Ik weet dat zij bezig is met storytelling, duurzaamheid en waarderend onderzoeken. Ik stuurde haar de bovenstaande video door. Ik kreeg een mooi, persoonlijk verhaal van haar terug. Over hoe zij met haar partner andere keuzes heeft gemaakt. Keuzes gebaseerd op wensen, verlangens en talenten. Kiezen om de dingen te doen die je leuk vindt en waar je goed in bent. En daarmee creëerden zij ruimte voor henzelf en hun gezin. Zij blij, kinderen blij. Zij omschreef het zelf als een proces van jobcrafting (je werk zo vormen dat je dat om je talenten, je sterke punten heen boetseert) naar lifecrafting. Met partner en gezin je leven zo inrichten dat het precies past bij de talenten van alle leden van dat gezin.

Ik geloof erin dat als steeds meer mensen op een vergelijkbare manier nieuwe, andere keuzes gaan maken voor de inrichting van hun leven, dat daar uiteindelijk ook een (elke?) samenleving profijt van gaat trekken. Want de zo bereikte balans gaat niet alleen over privé; het gaat ook over werk. En werken zullen we toch blijven doen.

Werk je om te leven of leef je om te werken? Deze tegenstelling is te beperkt. De vraag zou wat mij betreft moeten zijn: werk je aan een manier om je leven zo in te richten dat alles wat belangrijk is (en dat kan en mag ook werk zijn!) daar die plek krijgt die voor jou en je gezin waardevol is? Succes met kiezen! En veel plezier met werken en leven.

Kwestie van kijken.

Geplaatst onder Algemeen, Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , , , op 22 januari 2011 door Hans de Gruijter

Goede dingen gaan in drieën, zegt men. Slechte dingen soms ook. Dan zou dat ook zomaar voor alle dingen op kunnen gaan. Empirisch of ander bewijs voor deze stelling heb ik niet. Maar daar gaat deze blog ook niet over. Het gaat over kijken. Kijken naar kinderen. Kijken naar gedrag van kinderen. En daarmee gaat het naast kinderen, vooral over de mensen die naar die kinderen kijken. Ouders, opvoeders, leraren, artsen, pedagogen, psychologen, docenten, etc, etc. Volwassenen dus.

Ik laat een aantal zaken voor zichzelf spreken. In de laatste weken kreeg ik via verschillende media informatie over wat de “gangbare” manier van kijken betekent voor kinderen. Onze kinderen. Ik zet ze hier op een rijtje.

  1. Video van Sir Ken Robinson. Sir Ken betoogt hier dat hij op z’n minst vraagtekens zet bij de (omvang van de) epidemie die we ADHD noemen. Het briljant vormgegeven filmpje heb ik al minimaal 3 keer aangeprezen. I rest my case.
  2. Via @AliceEWinter zag ik een tweet van @DorienKok met verwijzing naar haar blog waarin ze iedereen vraagt “even” mee te rekenen. Met statistische gegevens toont zij aan dat Sir Ken de spijker op z’n kop heeft geslagen. Er kan helemaal niet zo’n enorme epidemie zijn van ADHD.
  3. In een eerdere blog heb ik het verhaal van Professor Paul Helders aangehaald. Zijn betoog ging niet direct over ADHD, maar wel over hoe ouders naar kinderen kijken. En welke last die manier van kijken oplevert voor die kinderen. Het blijft namelijk niet alleen bij kijken. Ouders handelen ook vanuit die blik op hun kroost. Lees hier meer.
  4. Met een achtergrond als leraar Lichamelijke Opvoeding mag een voorbeeld uit de sport (‘t liefst de wielersport) niet ontbreken. Twee weken geleden zag ik op twitter twee bijdragen langs komen van @LukDewulf over Niels Albert; een meer dan begenadigd veldrijder. Lees eerst deze en dan deze.

Welke les moeten we trekken uit deze vier bijdragen? Eigenlijk maar één. We moeten anders gaan kijken naar kinderen. Naar onze kinderen. Kijken naar wat dat kind in zich heeft, in plaats van wat het misschien in zich zou kunnen hebben. Of nog scherper gesteld; wat wij graag zien dat dit kind in zich heeft. Kijken naar wat een kind wil in plaats van wat de ouder, opvoeder, etc. wenst. Kijken naar de talenten van dat kind in het hier en nu en niet naar de mogelijke (vooral door ouders gewenste?) talenten in het daar en straks.

Gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden van mensen die hetzij privé, hetzij professioneel anders naar kinderen kijken. Dat zijn de lichtpuntjes die onze kinderen nodig hebben. Ik sluit daarom af met de oproep om de lichtpuntjes te zoeken. Onze (uw?) kinderen zullen er dankbaar voor zijn. En er hele mooie en gelukkige mensen door worden.

Wie is er nou gekke Henkie?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , , op 18 januari 2011 door Hans de Gruijter

Nederland gidsland, Nederland tolerant. Die twee kreten zijn de laatste jaren behoorlijk aan inflatie onderhevig. En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Door met name de PVV is de laatste jaren veel aandacht gevraagd (en gekregen) voor een te grote instroom en (daarmee?) invloed van niet-westerse allochtonen. Vooral de invloed van de groeiende groep mensen met een islamistisch gedachtegoed werd (en wordt) als bedreigend gezien voor Nederland. Bedreigend voor de Nederlandse cultuur, voor de Nederlandse waarden.

Een oud testamentische uitdrukking luidt: “Je valt over de splinter in het oog van je buurman, maar ziet de balk in je eigen oog niet”. De splinter is de invloed van een groeiende groep islamitische burgers in Nederland. Wat we vergeten is de balk. Dat is de in Nederland van oudsher woonachtige grote groep, die minstens zo dogmatisch is als die islamitische medelanders. Ze hangen een ander, van oudsher christelijk, geloof aan. Zij zijn doorgaans lid van respectabele verenigingen en partijen. En ze zijn dogmatisch, op het intolerante af. Ze staan afwijzend tegenover alles dat niet past of zou passen in het verhaal dat hun bijbel vertelt.

Popmuziek, evolutie, medische vooruitgang, geboortebeperking, etc, etc. Een kleine, niet helemaal willekeurige greep uit de zaken die vanuit een zeer diverse kerkelijke hoek niet worden gepruimd. En hier gaat deze groep Nederlanders verdacht veel lijken op de fanatieke aanhangers van Mohammed die ook van alles afwijzen. Die verketteren wat hen onwelgevallig is. Nederland schreeuwt, terecht, moord en brand als wordt voorgesteld de Sharia in te voeren. Nederland verheft, terecht, zijn stem als (zwaar) bevochten rechten voor minderheden worden beknot.

En wat gebeurt bij de ontwikkeling van Nederlandse schoolboeken? Daar worden richtlijnen gegeven om vooral geen aanstoot te geven aan christelijke scholen….. Zie daarvoor de column van Anna van Praag in de Volkskrant van vandaag. Zij schetst een kwalijke praktijk bij het schrijven van lesboeken. Kwalijk in twee opzichten. Allereerst omdat met de wellicht goedbedoelde richtlijnen zaken niet of slecht aan de orde komen. Zaken die thuis horen in ons onderwijs. Dat een deel van Nederland op religieuze gronden niet gelooft in de evolutie is hun goed recht. Maar dat betekent niet dat niemand er van mag horen.

Het tweede kwalijke aspect is dat degenen die het betreft, kinderen, buiten hun weten, worden beknot in hun ontwikkeling, fantasie, creativiteit. Sir Ken Robinson (daar is hij weer!) heeft bij verschillende gelegenheden aangetoond dat scholen behalve opbouwen ook afbreken. Kijk naar deze RSA video om te zien wat onderwijs betekent voor “divergent thinking”. En kijk en luister naar deze TED talk om erachter te komen dat scholen de creativiteit van kinderen “doden”. Laten we nu niet ook nog eens de fantasie van kinderen inperken door boeken te “verbieden” of lesmateriaal te ontdoen van al te gevoelig liggende onderwerpen. We zijn de Taliban niet!

In een pluriforme samenleving als de Nederlandse is het onmogelijk om het iedereen voor 100% naar de zin te maken. Dat houdt in dat elke groepering zijn (haar) portie van ongenoegen zal moeten slikken. Dat is soms niet leuk, zeker als het om zaken gaat die voor die groep zeer belangrijk, want fundamenteel zijn. Het samenleven in Nederland vergt flexibiliteit, tolerantie en inschikkelijkheid. Daarin hoort niet dat een kleine groep zijn wil oplegt aan de rest. Helemaal niet over de rug van kinderen.

Voor we immigranten gaan verwijten dat ze zich niet houden aan die waarden die we in Nederland belangrijk vinden, zullen we eerst intern de zaken op orde moeten hebben. De pot kan nu eenmaal moeilijk de ketel verwijten dat ie zwart ziet…..

Overigens ben ik tegen elke vorm van orthodoxie. Want elke orthodoxie kan vervallen in dogmatisme. Dan is het nog maar een kleine stap naar intolerantie.

Use it or lose it.

Geplaatst onder Social Media met tags , , , op 6 januari 2011 door Hans de Gruijter

Belofte maakt schuld. Ja, beloofd is beloofd. Ik had vanavond een tweet de wereld ingestuurd dat ik nog een nieuw bericht zou plaatsen. Die tweet was eigenlijk bedoeld om weer wat lezers naar m’n blog te trekken. Ik constateerde om 19.00 uur tot m’n schrik dat nog niemand mijn blog had bezocht. En dat knaagde toch een beetje…… Niet dat ik van die enorme aantallen lezers trek. Het hoogste aantal was 50 op één dag. Ik hoop voor ‘t eind van de maand op 1000 hits te staan. En dan gerekend vanaf m’n eerste bericht op 26 oktober vorig jaar. Hier is dan ook gelijk de eerste verklaring voor de kreet “use it or lose it”. Als je iets niet gebruikt verlies je het. Ik schrijf niet en dus verlies ik lezers. En dan ga ik er maar van uit dat ik al wat vaste lezers heb…. Overigens werkte dat wel. Nog geen uur later stond de teller op 14 bezoekers! ;-)

De aanleiding voor de titel kwam de afgelopen dagen meerdere keren langs. De echte aanzet vond ik vandaag in een stuk op de site van de Volkskrant. Het ging over het niet of nauwelijks gebruiken van social media door de autoriteiten tijdens de grote brand in Moerdijk op woensdag 5 januari. Voor ik daar op inga nog wat andere voorbeelden van “use it or lose it”.

Lijf en leden. Uit de medische wetenschap is bekend dat als je een ledemaat niet of te weinig gebruikt, dat lichaamsdeel in prestaties achteruitgaat. Ik heb dat zelf aan den lijve ondervonden. In september ’93 scheurde ik de voorste kruisband in de linker knie finaal af. Operatie volgde. Na de operatie was ik veroordeeld tot 12 dagen in bed. Zo ging dat toen nog. En ik zag mijn bovenbeen met de dag in omvang afnemen. Toen ik na twee weken het ziekenhuis verliet, verhielden linker- en rechterbovenbeen zich ongeveer als de rechter- en linkerarm van Rafael Nadal.

Breinfuncties. In een artikel in (wederom) de Volkskrant ging het over “een leven lang leren”. En dan vooral over de mogelijkheden voor ouderen om ook op hoge(re) leeftijd nog steeds te leren. Naast dat het vaak erg leuk is om te blijven leren, is het voor ouderen ook een noodzaak. Door het leren blijven zij hersenfuncties gebruiken (lezen, onthouden, redeneren, analyseren, etc). En door dat gebruik blijven die functies intact. En daardoor is de kans groter dat zij gezonder oud worden.

Nieuwe ontwikkelingen. De Volkskrant bleef mij zaken aandragen die van pas komen bij dit onderwerp. Gisteren verscheen op de site een opiniestuk van Ferry Haan over gebruik van smartphones door leerlingen. Na lezing schoten me twee kreten door het hoofd. De eerste was “If you can’t beat them, join them!” Dat was ook wat Ferry Haan had gedaan. Hij had ook een smartphone gekocht. En was, net als veel van zijn leerlingen, verslaafd geraakt. Mijn stelling is dat hij verder kan en moet gaan in het joinen. Hij moet geen strijd voeren tegen de aanwezigheid van smartphones in de klas. Hij moet er gebruik van maken. Door slim gebruik te maken van smartphones en social media in zijn lessen. Een van de twitteraars die ik volg is Niel van Meeuwen. Niel twittert veel over social media en wat je daarmee kunt in relatie tot opleiden, ontwikkelen en onderwijs.

De tweede kreet was: “use them (social media) or lose them (leerlingen)”. Ik geloof er in dat een juist en gedoseerd gebruik van social media in het onderwijs twee zaken bewerkstelligt. Het eerste is het leuker en aantrekkelijker maken van leren. Het tweede is dat leerlingen meer leren en zich meer verbonden voelen met school en onderwijs. De huidige generatie leerlingen laat zich omschrijven als digital natives. Zij groeien op met een vanzelfsprekend gebruik van computers en internet. Daar niet op aanhaken leidt er op den duur toe dat zij afhaken. Hier ligt een grote uitdaging. Niet bij de leerlingen. Bij de leraren, onderwijzers en leidinggevenden binnen dat onderwijs. In deze groep zit een dusdanig groot aantal digibeten en internetdummies dat daar een aardverschuiving nodig is om zaken in beweging te krijgen.

Overheid. En hier komen twee zaken samen. Onbekendheid met computers, internet en social media en de kreet “use it, or lose it”. Tot verbazing van journalisten en burgers gebruikten overheidsinstellingen en rampbestrijders niet of nauwelijks de social media om te berichten over de omvang en consequenties van de brand in Moerdijk. Terwijl grote aantallen mensen elkaar (en de media!) op de hoogte hielden door veel te twitteren. De brand in Moerdijk was zelfs een tijdje world wide een trending topic. Wat in de verontwaardiging van de journalisten ook nog meespeelde was het niet bereikbaar zijn van telefoonnummers en website.

Er zit maar één ding op voor de overheid. “Use it (social media) or lose them (burgers)”. Ik ga niet nog eens uitleggen dat de verhouding tussen de overheid en haar burgers er de laatste jaren niet beter op is geworden. Een slim, goed en doordacht gebruik van social media biedt enorme kansen om die verhouding te verbeteren. Aan veel ambtenaren zal het niet liggen. Er zijn veel goede initiatieven (ambtenaar 2.0) en enorme aantallen ambtenaren die al gebruik maken (privé) van een veelheid van social media. Nu nog de (lemen) laag daarboven. Let’s shake them up!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.