Archief voor actie

Wat heb je ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan? (2)

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , , op 5 maart 2011 door Hans de Gruijter

uMijn eerste blog hier had ook deze titel. Toen ging het over het schrijven van een blog. Hoe toepasselijk….. Naast het gebruiken van mijn NS jaarkaart als OV chipkaart (voor ‘t eerst gedaan op dinsdag 1 maart) heb ik voor ‘t eerst meegedaan aan een “gecrowdsourced” evenement. Ik had ergens eind januari “iets” langs zien komen over een mooi initiatief; 7 Days of Inspiration (7di). Het motto; in één week Nederland een beetje mooier maken op basis van sociale overwaarde. Na een korte blik op hun site, dacht ik nog “mooi initiatief”. En ging weer over tot de orde van de dag.

Tot ik via Saskia Tjepkema een mailtje kreeg. Zij was erg enthousiast geraakt over één van de initiatieven onder de paraplu van 7di; de dag van de waardering op woensdag 2 maart. Zij wilde met haar mailtje zoveel mogelijk trainers in beweging krijgen. Die beweging zou dan moeten bestaan uit het verzorgen van een workshop over “waarderen” in een bedrijf/organisatie/instelling. Vooral via LinkedIn werd al snel een groep van een dikke 80 trainers verzameld. Een groep van 25 van deze trainers ontmoette elkaar op dinsdag 22 februari op Maliebaan 45 in Utrecht. Daar werden in een co-creatie sessie werkvormen uitgewisseld, ervaringen gedeeld en heel veel inspiratie opgedaan. Ik weet nog dat ik vrolijk en redelijk hyper van alle energie en ideeën de 75 km terug naar Breda aflegde.

Op woensdag 2 maart verzorgden een kleine 100 trainers workshops over waardering. In de hoop daarmee een golf van aandacht en waardering door en voor werkend Nederland op gang te krijgen. Ik verzorgde op die dag twee workshops bij een thuiszorgorganisatie in Noord-Limburg. Via Twitter (de hashtag #2011dtw was afgesproken voor de Dag van de Waardering) bleef ik een beetje op de hoogte van wat er elders in Nederland gebeurde. De energie en inspiratie spatte soms van de tweets. Op veel plekken raakten mensen overtuigd van de waarde van waarderen. Zagen in dat uitgaan van de talenten en sterke punten van medewerkers niets extra kost en heel veel oplevert.

En wat leverde het op? In ieder geval vele enthousiaste deelnemers. Enthousiaste trainers. Deelnemers die met voornemens weggingen. En die voornemens op donderdag al omzetten in acties. Ik durf alleen op basis van deze uitkomsten te beweren dat 7di, alle projecten van 7di, maar zeker De dag van de Waardering, ertoe heeft bijgedragen dat Nederland een beetje mooier is geworden. Ik vond het leuk, inspirerend en leerzaam om een bijdrage te hebben geleverd aan een mooi project. Op naar volgend jaar. Alleen kan ik er dan geen blog over schrijven onder de titel “Wat heb ik ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan?” Er zijn ergere dingen.

4 Observaties over balans

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , , op 9 februari 2011 door Hans de Gruijter

In deze video deelt Nigel Marsh een viertal observaties over (een betere) balans tussen privé en werk met zijn publiek. Hij geeft in die observaties een aantal rake voorbeelden (ik werd er stil van!) en tips waar iedereen zijn of haar voordeel mee kan doen. Om bij die observaties te beginnen:

  1. Wees eerlijk. Samenlevingen hebben, om vooruitgang te boeken, behoefte aan en baat bij een eerlijk debat over de balans tussen werk en privé. Eerlijkheid aan de ene kant dat baan- en carrièrekeuzes altijd (zullen) botsen met de belangen en behoeften van het gezinsleven. De eerlijkheid zit ‘m ook in het erkennen dat de meeste mensen lang en hard werken in banen die ze verafschuwen. Dat doen ze om geld te verdienen zodat ze de dingen kunnen kopen die ze nodig hebben. Die hebben ze nodig om indruk te maken op mensen waar ze een (hartgrondige) hekel aan hebben. Mooier dan deze twee eerlijke uitspraken kunnen we, en moeten we het ook niet maken.
  2. Zie de waarheid onder ogen. Iedereen moet het zelf doen. Als je gaat wachten tot je bedrijf het voor je gaat doen, kom je er achter dat hun idee van balans een andere is dan die jou voor ogen stond. Leg dus nooit de keuzes over de kwaliteit van jouw leven in de handen van een bedrijf! Elk bedrijf (ook een goede!) is er op uit om zoveel van je te vragen als waar ze mee weg kunnen komen. Hoe mooi initiatieven als kinderopvang vanuit het bedrijf ook lijken, ze leiden er ook toe dat jij meer tijd op je werk door kunt brengen…. Waar het op neer komt, is dat je zelf de grenzen moet stellen en bewaken. Jouw werkgever doet dat niet als het om de balans tussen werk en privé gaat.
  3. Realistisch. Kies een tijdpad om de gewenste balans te bereiken dat volop kansen op succes biedt. Tussen de onzinnige wens om dat in één dag voor elkaar te krijgen en de opmerking dat je dat wel gaat doen als je met pensioen zit, zitten veel realistische opties.
  4. Benader balans evenwichtig. Hoe lekker regelmatige sportbeoefening ook is, leidt meer sporten niet tot een medewerker die in balans. Dat leidt alleen tot een fitte medewerker! Balans in je leven aanbrengen gaat over alles; werk, gezin, fysiek, intellectueel, spiritueel, cultureel en sociaal. En dat is een hele kluif! Wat kan helpen daarbij is dat verbetering in die balans al door kleine dingen tot stand kunnen komen. Het is een misvatting dat je er grote dingen voor moet doen (of laten). Het radicaal hervormen van je leven doe je met kleine dingen in kleine stapjes. Precies zo gaat het transformeren van samenlevingen; met kleine aanpassingen in kleine stapjes. Als maar genoeg mensen mee gaan doen, kan het niet anders dan dat samenlevingen gaan veranderen. In dat veranderingsproces gaat het dan ook om het herdefiniëren van succes. Succes is dan niet meer weggelegd voor degene die het rijkst sterft. Succes wordt dan gedefinieerd in termen van hoe je je leven op een goede en gebalanceerde manier leidt.

Voor mij zit de waarde van de vier observaties van Nigel Marsh in de laatste. Niet dat de eerste 3 er niet toe doen. Integendeel! In zijn laatste observatie legt hij de link naar de samenleving. We zien steeds meer dat mensen en organisaties zoekend zijn naar het op een andere manier vormgeven van “de” samenleving. Dat is lastig om vanuit organisaties of instituties voor elkaar te krijgen. Waar het wel kans van slagen heeft is vanuit individuele initiatieven. Mensen die vanuit persoonlijke drijfveren radicaal andere keuzes maken. En daar erg gelukkig van worden. Hoe meer dat gebeurt, hoe eerder en vaker dat als norm wordt gezien. En niets zo besmettelijk als een norm.

Ik word in die gedachte gesterkt door het verhaal van een Twitter-contact. Ik volg haar, zij volgt mij. Ik weet dat zij bezig is met storytelling, duurzaamheid en waarderend onderzoeken. Ik stuurde haar de bovenstaande video door. Ik kreeg een mooi, persoonlijk verhaal van haar terug. Over hoe zij met haar partner andere keuzes heeft gemaakt. Keuzes gebaseerd op wensen, verlangens en talenten. Kiezen om de dingen te doen die je leuk vindt en waar je goed in bent. En daarmee creëerden zij ruimte voor henzelf en hun gezin. Zij blij, kinderen blij. Zij omschreef het zelf als een proces van jobcrafting (je werk zo vormen dat je dat om je talenten, je sterke punten heen boetseert) naar lifecrafting. Met partner en gezin je leven zo inrichten dat het precies past bij de talenten van alle leden van dat gezin.

Ik geloof erin dat als steeds meer mensen op een vergelijkbare manier nieuwe, andere keuzes gaan maken voor de inrichting van hun leven, dat daar uiteindelijk ook een (elke?) samenleving profijt van gaat trekken. Want de zo bereikte balans gaat niet alleen over privé; het gaat ook over werk. En werken zullen we toch blijven doen.

Werk je om te leven of leef je om te werken? Deze tegenstelling is te beperkt. De vraag zou wat mij betreft moeten zijn: werk je aan een manier om je leven zo in te richten dat alles wat belangrijk is (en dat kan en mag ook werk zijn!) daar die plek krijgt die voor jou en je gezin waardevol is? Succes met kiezen! En veel plezier met werken en leven.

Use it or lose it.

Geplaatst onder Social Media met tags , , , op 6 januari 2011 door Hans de Gruijter

Belofte maakt schuld. Ja, beloofd is beloofd. Ik had vanavond een tweet de wereld ingestuurd dat ik nog een nieuw bericht zou plaatsen. Die tweet was eigenlijk bedoeld om weer wat lezers naar m’n blog te trekken. Ik constateerde om 19.00 uur tot m’n schrik dat nog niemand mijn blog had bezocht. En dat knaagde toch een beetje…… Niet dat ik van die enorme aantallen lezers trek. Het hoogste aantal was 50 op één dag. Ik hoop voor ‘t eind van de maand op 1000 hits te staan. En dan gerekend vanaf m’n eerste bericht op 26 oktober vorig jaar. Hier is dan ook gelijk de eerste verklaring voor de kreet “use it or lose it”. Als je iets niet gebruikt verlies je het. Ik schrijf niet en dus verlies ik lezers. En dan ga ik er maar van uit dat ik al wat vaste lezers heb…. Overigens werkte dat wel. Nog geen uur later stond de teller op 14 bezoekers! ;-)

De aanleiding voor de titel kwam de afgelopen dagen meerdere keren langs. De echte aanzet vond ik vandaag in een stuk op de site van de Volkskrant. Het ging over het niet of nauwelijks gebruiken van social media door de autoriteiten tijdens de grote brand in Moerdijk op woensdag 5 januari. Voor ik daar op inga nog wat andere voorbeelden van “use it or lose it”.

Lijf en leden. Uit de medische wetenschap is bekend dat als je een ledemaat niet of te weinig gebruikt, dat lichaamsdeel in prestaties achteruitgaat. Ik heb dat zelf aan den lijve ondervonden. In september ’93 scheurde ik de voorste kruisband in de linker knie finaal af. Operatie volgde. Na de operatie was ik veroordeeld tot 12 dagen in bed. Zo ging dat toen nog. En ik zag mijn bovenbeen met de dag in omvang afnemen. Toen ik na twee weken het ziekenhuis verliet, verhielden linker- en rechterbovenbeen zich ongeveer als de rechter- en linkerarm van Rafael Nadal.

Breinfuncties. In een artikel in (wederom) de Volkskrant ging het over “een leven lang leren”. En dan vooral over de mogelijkheden voor ouderen om ook op hoge(re) leeftijd nog steeds te leren. Naast dat het vaak erg leuk is om te blijven leren, is het voor ouderen ook een noodzaak. Door het leren blijven zij hersenfuncties gebruiken (lezen, onthouden, redeneren, analyseren, etc). En door dat gebruik blijven die functies intact. En daardoor is de kans groter dat zij gezonder oud worden.

Nieuwe ontwikkelingen. De Volkskrant bleef mij zaken aandragen die van pas komen bij dit onderwerp. Gisteren verscheen op de site een opiniestuk van Ferry Haan over gebruik van smartphones door leerlingen. Na lezing schoten me twee kreten door het hoofd. De eerste was “If you can’t beat them, join them!” Dat was ook wat Ferry Haan had gedaan. Hij had ook een smartphone gekocht. En was, net als veel van zijn leerlingen, verslaafd geraakt. Mijn stelling is dat hij verder kan en moet gaan in het joinen. Hij moet geen strijd voeren tegen de aanwezigheid van smartphones in de klas. Hij moet er gebruik van maken. Door slim gebruik te maken van smartphones en social media in zijn lessen. Een van de twitteraars die ik volg is Niel van Meeuwen. Niel twittert veel over social media en wat je daarmee kunt in relatie tot opleiden, ontwikkelen en onderwijs.

De tweede kreet was: “use them (social media) or lose them (leerlingen)”. Ik geloof er in dat een juist en gedoseerd gebruik van social media in het onderwijs twee zaken bewerkstelligt. Het eerste is het leuker en aantrekkelijker maken van leren. Het tweede is dat leerlingen meer leren en zich meer verbonden voelen met school en onderwijs. De huidige generatie leerlingen laat zich omschrijven als digital natives. Zij groeien op met een vanzelfsprekend gebruik van computers en internet. Daar niet op aanhaken leidt er op den duur toe dat zij afhaken. Hier ligt een grote uitdaging. Niet bij de leerlingen. Bij de leraren, onderwijzers en leidinggevenden binnen dat onderwijs. In deze groep zit een dusdanig groot aantal digibeten en internetdummies dat daar een aardverschuiving nodig is om zaken in beweging te krijgen.

Overheid. En hier komen twee zaken samen. Onbekendheid met computers, internet en social media en de kreet “use it, or lose it”. Tot verbazing van journalisten en burgers gebruikten overheidsinstellingen en rampbestrijders niet of nauwelijks de social media om te berichten over de omvang en consequenties van de brand in Moerdijk. Terwijl grote aantallen mensen elkaar (en de media!) op de hoogte hielden door veel te twitteren. De brand in Moerdijk was zelfs een tijdje world wide een trending topic. Wat in de verontwaardiging van de journalisten ook nog meespeelde was het niet bereikbaar zijn van telefoonnummers en website.

Er zit maar één ding op voor de overheid. “Use it (social media) or lose them (burgers)”. Ik ga niet nog eens uitleggen dat de verhouding tussen de overheid en haar burgers er de laatste jaren niet beter op is geworden. Een slim, goed en doordacht gebruik van social media biedt enorme kansen om die verhouding te verbeteren. Aan veel ambtenaren zal het niet liggen. Er zijn veel goede initiatieven (ambtenaar 2.0) en enorme aantallen ambtenaren die al gebruik maken (privé) van een veelheid van social media. Nu nog de (lemen) laag daarboven. Let’s shake them up!

You don’t have to be straight to shoot straight.

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , , , op 20 december 2010 door Hans de Gruijter

Een betere tekst had er niet op het T-shirt kunnen staan. Het werd gedragen door activisten bij een persconferentie in Amerika. Die persconferentie ging over het officiële US Armed Forces beleid van “Don’t tell, don’t ask.

En dat was uiteraard de grootste gotspe van de laatste jaren. Een officieel beleid (17 jaar geleden door nota bene een democratische President ingesteld) dat ervoor zorgde dat de enige supermacht van deze wereld grote groepen militairen ertoe dwong in ieder geval figuurlijk (en wellicht ook letterlijk!) in de kast te blijven. Na wat gejojo werd het vandaag toch officieel; het beleid van “Don’t ask, don’t tell” is verleden tijd. Een weekje gelden was er nog een laatste stuiptrekking toen de Commandant van de US Marines, Generaal John Amos, beweerde dat homo’s in het leger een gevaar vormden voor “zijn” Marines.

Obama heeft in dit geval het ijzer gesmeed toen het heet was. En toen er nog kans was op een positieve afloop. Want met ingang van 3 januari a.s. is het Huis van Afgevaardigden niet meer in Democratische handen. Dus toen wetsvoorstel om “Don’t tell, don’t ask” af te schaffen vorige week door het Huis werd aangenomen ging het ineens snel. En omdat in de Senaat acht Republikeinse Senatoren met hun partij braken was de wet er ineens heel snel door.

Terecht. terecht om twee redenen. De eerste werd vooral door Obama treffend verwoord. ’Het is tijd om dit hoofdstuk in onze geschiedenis af te sluiten’, zei hij. ‘Tijd om in te zien dat opoffering, moed en integriteit evenmin iets met seksualiteit te maken hebben als met ras of sekse, geloof of afkomst.’ De tweede werd, uiteraard, niet door Obama benoemd. Die heeft te maken met de hypocrisie die Amerika hier tentoon spreidde. De aanwezigheid van veel Amerikaanse troepen heeft allereerst te maken met het bestrijden van internationaal terrorisme dat in dit Centraal-Aziatische land een bakermat kent. Een tweede, of misschien wel pas derde reden voor die aanwezigheid van Uncle Sam aldaar heeft te maken met een nobeler streven. En dat is het verbeteren van de positie van de vrouw in de Afghaanse cultuur en samenleving.

En hier is het dat het Amerikaanse spek begint te stinken. Hoe kun en durf je het vol te houden dat je, voor een deel, op een emancipatoire missie bent als je een (groot) deel van je eigen mannen en vrouwen verplicht om niet voor hun (seksuele) geaardheid uit te komen? Niet dus. Het gaat nu ook weer te ver om de Amerikanen een groter draagvlak in Afghanistan toe te kennen, alleen door het opheffen van het “Don’t ask, don’t tell” beleid.

Is het nu allemaal koek en ei op het vlak van normale verhoudingen in de US Armed Forces? Als het gaat om de openlijke erkenning van homoseksuele mannen en vrouwen dan durf ik daar voorzichtig ja op te zeggen. Al zal het nog wel enige jaren duren voordat dit in de enorme organisaties (US Army, US Air Force, US Navy en US Marines) de normaalste zaak van de wereld is. Waar het nog ernstig aan schort is een normale benadering van relaties op de werkvloer. Zolang dat tussen een man en een vrouw (en dus straks ook tussen twee personen van hetzelfde geslacht!) van gelijke rang is, is er niets aan de hand. Op dit moment is het nog steeds “undone” om “door de rangen” heen relaties aan te knopen. Als het toch gebeurt en de leiding komt erachter is doorgaans de laagst gegradueerde van het tweetal de pineut. Waarbij gedwongen overplaatsing nog de minste straf is.

Hoog tijd voor de US Armed Forces om ook hier emancipatoir op te treden. Verbeter de wereld en begin bij jezelf!

Menselijke magneet en toeval dat niet bestaat.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 16 december 2010 door Hans de Gruijter

Toeval bestaat niet. Dat betekent dat er iets moet zijn geweest dat mij vandaag deed besluiten om niet op de Seelig kazerne in Breda te blijven. De vergadering daar was ruim voor 2 uur afgelopen. Naar Den Haag gaan vond ik geen optie; te veel reistijd waar te weinig effectieve werktijd tegenover zou staan. Ik twijfelde even of ik naar de KMA zou gaan, of naar de Trip van Zoutlandtkazerne om nog wat te werken. Ik wist dat er op de Trip een leuke flexplek is waar ik een paar weken geleden ook al was aangeland. En zo belandde ik rond 2 uur op de inmiddels al bekende flex plek. In tegenstelling tot de vorige keer was het bureau ernaast nu wel bezet. Een collega zat te bellen.

Ik wachtte even tot mijn, tot dat moment nog volslagen onbekende, collega zijn telefoongesprek had afgerond. Ik stapte zijn kamer binnen. “Als we dan toch op 3 meter van elkaar zitten te werken, kunnen we ook kennismaken”, sprak ik. We wisselden even de obligate beleefdheden uit en raakten in gesprek. Ik stond op het punt om me op de lijst nog af te werken mailtjes te storten, toen iets wat ik zei mijn collega triggerde. “Nou ga ik toch even doorvragen”, zei hij. Ik had ‘m verteld dat ik net op een nieuwe functie was begonnen en wat dat inhield. Ook had ik kort gerefereerd aan wat ik de 2,5 jaar daarvoor had gedaan. Iets in dat verhaal moet hem hebben aangesproken.

Ik pakte een stoel en liet hem zijn verhaal doen.  Waar het kort en bondig op neer kwam was dit. In het 1e kwartaal van 2011 gaat één van zijn collega’s binnen dezelfde afdeling weg. Ze zijn op zoek naar een opvolger. En ze hebben duidelijk voor ogen welke kwaliteiten die opvolger zou moeten hebben. Niet alleen kwaliteiten zijn van belang, ook de inpasbaarheid in het (kleine) team speelt een belangrijke rol. Ze zoeken een “karakter”. Ik zei al die tijd niet veel, maar non verbaal moet er van alles te zien zijn geweest. Hij onderbreekt zijn verhaal. “Moet ik nog verder gaan?’, vraagt hij. “Ik geloof dat je al een keus hebt gemaakt”. Ik geeft aan dat ik zit te glimmen en glunderen om twee redenen. De eerste omdat ik het erg leuk vind, wat ik hoor. De functie en zoals hij de invulling daarvan, zoals zij die voor ogen hebben, schetst, zijn mij op het lijf geschreven. De tweede reden is eigenlijk een grimlach. Omdat ik merk dat het ergens schuurt en knaagt.

Ik loop tegen mijn eigen waarden en principes aan. Eén daarvan is dat ik graag als een betrouwbare medewerker word gezien. Een andere is dat je afmaakt, waar je aan begonnen bent. En ik ben net begonnen aan een nieuwe job. Die leuk is, uitdagend, spannend. Los van formele regelingen binnen Defensie, vind ik dat ik “gewoon” minimaal twee jaar op die functie aan de slag moet blijven. Maar toch, maar toch. Het is een erg leuke functie. Er zit een bevordering aan vast. En ‘t is op 5 minuten fietsen van mijn huis. Het eerste aspect weegt ‘t zwaarst. In die job kan ik alles kwijt dat ik de laatste jaren heb geleerd en ontwikkeld.

Ter plekke besluit ik open kaart te gaan en blijven spelen. Ik vertel mijn gesprekspartner dat ik het een erg leuk aanbod vind. Dat ik het in overweging neem. En dat ik aanstaande maandag met mijn baas ga praten. Hem uitleg wat er speelt. En ik zie dan wel wat daar uit voort komt.

Een half uur na het gesprek met die collega zit ik nog na te genieten. Het werkt dus. Ik vertelde een week geleden een collega die bij mij in een coachingstraject zit dat het werkt. Dat je op zoveel mogelijk plekken moet vertellen wat je leuk vindt. Dat je vertelt wat je graag zou willen gaan doen. Niet omdat je wilt dat het op (zeer) korte termijn gebeurt, maar omdat je wilt dat zoveel mogelijk mensen van je ambities, wensen en dromen op de hoogte zijn. Ik heb de laatste jaren niet nagelaten te vertellen wat ik leuk vind. Vooral uitgedrukt in activiteiten. Niet in concrete functies. En hier is het; een heel erg leuke functie, bijna op een presenteerblaadje.

Toeval? Nee. Wat dan wel? Weet ik ook niet. Maar ik vind het bijzonder en erg leuk. Maandag een goed gesprek met m’n baas. En dan zie ik wel wat er van komt. En lukt het deze keer niet, dan een volgende keer wel. De zaadjes zijn uitgestrooid. Er zal vast een volgende ontkiemen.

Van inspiratie naar daden

Geplaatst onder Algemeen met tags , op 27 oktober 2010 door Hans de Gruijter

Ook wel weer toepasselijk deze titel; en wel op meer dan één manier. Het gaat over de manier waarop ik tot het onderwerp voor deze blog kom. En het heeft te maken met zaken die ik het afgelopen jaar heb meegemaakt en boeken die ik heb gelezen. En ik hoop al schrijvende weer meer inspiratie (of is het inzicht?) te krijgen voor het vervolg en het slot van deze bijdrage.

Om bij het begin te beginnen; de hele dag spelen verschillende ingevingen door m’n hoofd. Ik ga iets schrijven over breinleren. Een onderwerp dat een aantal keer aan bod kwam tijdens de OvL van afgelopen jaar. Een onderwerp dat zowel door de inhoud als door de manier van presenteren door Brigitte Spee en Martijn Frijters inspireerde. Ook een paar boeken van Malcolm Gladwell (“Intuitie” en “Het beslissende moment”) droegen inspiratie aan. Al schrijvende vraag ik me wel af wat die inspiratie dan was. Was het alleen dat het onderwerp me aansprak? En wat sprak me dan aan? Haakte het aan bij dingen die ik al wist? Bevestigde het meningen, overtuigen die ik toch al had? Steeds meer realiseer ik me dat inspiratie op zich mooi is; het geeft een lekker gevoel. Je voelt je begeesterd. Al is dat laatste wel wat hooggegrepen als je bedenkt dat inspiratie op zich niets meer en niets minder is dan dat je letterlijk “lucht ingeblazen krijgt”.

Een ander moment dat ik me “ingeblazen” voelde was een dag die we tijdens de OvL doorbrachten met Joseph Kessels, de oprichter van Kessels&Smit (zie ook mijn vorige blog). Joseph klom op zijn praatstoel en begon een gloedvol betoog over de waarde van ons onderwijssysteem en wat tegelijk de zwakke punten daarvan zijn. Hij koppelde inhoud aan enthousiasme en betrokkenheid. Hij vertelde zacht, rustig maar met zo’n overtuiging dat wij allemaal alleen maar konden luisteren. Uiteindelijk vergaten we collectief de lunch…. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik elke keer goed moest nadenken wat Joseph nu allemaal had verteld, als mensen me vroegen waar ik dan zo enthousiast over was. Wat kan ik hieruit leren? Geïnspireerd worden is mooi; onthouden waar ‘t over gaat is dan nog mooier!

Het laatste voorbeeld van inspiratie komt wederom uit een boek; Switch van de broers Chip & Dan Heath. Zij geven in dit boek aan de hand van vele voorbeelden, sommigen ook gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, hoe je veranderingen voor elkaar kunt krijgen. Daarbij zeer wel realiserend hoe moeilijk die gewenste verandering ook wel is. De inspiratie komt voort uit de vanzelfsprekendheid en het – schijnbare – gemak waarmee zij hun verhaal vertellen. Hiermee bereikten zij bij mij in ieder geval dat ik, doorgaans toch al behept met een behoorlijk optimistische blik, vol vertrouwen ben ga kijken naar het realiseren van veranderingen.

However……… Inspiratie op zich is leuk, maar levert (nog) niets op. Inspiratie zonder een vervolg geeft alleen een goed gevoel, in ieder geval bij mij. Inspiratie gaat nog meer waarde krijgen als het een vervolg krijgt in actie. Actie die zijn basis vindt in die inspiratie. En daar zit ‘m voor mij nu de kneep. Ik wentel me graag in de gekregen en gevoelde inspiratie. En vertel de verhalen graag verder, omdat ik anderen graag laat delen in de kennis, inzichten en inspiratie die ik kreeg. En merk ook dat ik de stappen om die kennis, inzichten en inspiratie om te zetten in concreet gedrag niet zet. Waar ‘t aan ligt? Ik weet het nog niet, want anders was ‘t geen punt.

Een oplossing om maar te wachten op inspiratie om wel in actie te komen, betekent ronddraaien in een kringetje. Niet dralen, “gewoon” in actie komen. Dat is de oplossing! Herkenbaar? Of heb je de oplossing al lang in huis? Laat het me weten. Via reacties op deze blog of via m’n twitter account.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.