Na het plaatsen van mijn bericht over Repeteren en Herhalen heb ik de afgelopen dagen een leuke discussie gevoerd op Facebook. Tijdens en na die discussie ben ik ‘s in m’n geheugen gedoken. Heb ik dan ook zelf voorbeelden uit mijn “leercarrière” die aantonen dat herhalen en repeteren echt werken? Nou gebiedt de eerlijkheid wel dat ik iets opbiecht. Ik was vroeger (en nu ook nog vaak!) vooral van het economisch principe als ‘t om leren gaat. Een maximaal resultaat met een minimum aan inspanning! En omdat ik op die manier vaak voldoendes haalde, was er niet veel druk om die aanpak te wijzigen.
Ik vond toch twee voorbeelden dat het bij mij veel resultaat opleverde. Het eerste gaat over woordjes leren bij Engels in, als ik me niet vergis, 3VWO. Het boek dat daarvoor werd gebruikt, heette Regio 3. Het bevatte, ook weer geput uit m’n geheugen, 20 hoofdstukken met elk 40 woorden. In de klas werden de hoofdstukken behandeld en ééns in de zoveel tijd werd dat overhoord. Zowel Engels – Nederlands als andersom. Vaak mondeling, soms schriftelijk. Die mondelinge overhoringen gingen nog wel; daar kon je je nog wel uitpraten. Schriftelijk was iets anders. De moeilijkheid was dat de omvang van die schriftelijke overhoringen toenam. Eerst 5 hoofdstukken, dan 10, dan 15 en dan het hele boek! Er zat dus maar één ding op. Stampen. En dat heb ik maar besloten. Ik nam me voor om bij elke keer dat ik huiswerk maakte, één hoofdstuk te leren. En dat een week lang. De volgende week een nieuw hoofdstuk én het hoofdstuk van de week ervoor. Dat groeide uit tot een behoorlijke tijdsinvestering, naarmate het eind van het boek in zicht kwam. Wat leverde dat nu op? Minimaal een 8 voor elke schriftelijke overhoring. En een redelijke woordenschat in het Engels die mij, ruim 35 jaar later, nog steeds van pas komt. Want: Non scholae sed vitae discimus! Toch?
Het tweede voorbeeld komt uit het 2e jaar dat ik op de Amsterdamse Academie voor Lichamelijke Opvoeding studeerde. In dat jaar werd van ons verwacht dat we voor het vak Anatomie alle spieren van het menselijk lichaam zouden leren. Alle spieren? Nou ja, bijna allemaal. Pas vele jaren later leerde ik over de Musculus Cremaster, een alleraardigst spiertje, maar daar ging het toen niet over. Op aanraden van een ouderejaars startte ik maanden voor het bewuste tentamen om één spier per dag te leren. En dan ging het om naam, origo, insertie en functie (flexie, extensie, adductie, abductie, supinatie, pronatie, exorotatie of endorotatie). Deze termen komen er nog steeds zonder zoeken uit! Op dag 1 spier nummer 1, op dag 2 spier nummer 1 en 2. Enzovoort. Het begon met de spieren van de onderste extremiteit (alles vanaf de heup naar beneden). Voor dat tentamen haalde ik een 8. In het 4e jaar wist ik nog zo’n 70-80% van de geleerde stof. Het tweede tentamen ging over de schoudergordel en de armen. Ik was iets in slaap gesust door de resultaten van de eerste ronde. Ik had dus minder geleerd. En toch kwam er nog een 7 uit de bus. Maar van die spieren wist ik me 2 jaar later toch beduidend minder te herinneren.
Nu, ruim 27 jaar m’n eindexamen in Amsterdam, is slechts wat rudimentaire en fragmentarische kennis van het spierstelsel aanwezig. Dat ligt niet aan hoe ik het toen heb geleerd. Dat ligt alles aan het feit dat ik er jarenlang niets mee heb gedaan. En kennis die je niet gebruikt, vervaagt. Als ik in m’n werk weer met spieren zou moeten gaan werken, is die kennis binnen no-time terug. Ik kan die kennis dan makkelijk re-activeren. Repeteren en herhalen werkt. En je moet dan wel aan de slag blijven met die kennis. Anders is dat stampen voor niets geweest!