Archief voor Dood

Koude kriebels

Geplaatst onder Samenleven, Wielrennen met tags , , , op 11 mei 2011 door Hans de Gruijter

Maandag 9 mei begon zoals maandagen vaak beginnen. Terugkijken op een lekker weekend. Tevreden vanwege ‘t mooie weer, het fietsen, ‘n beetje lummelen, het sleutelen aan racefiets en mountainbike en kranten lezen. En natuurlijk de eerste etappes van de Giro kijken. Maandag 9 mei hield helaas snel op een gewone maandag te zijn. Om kwart over 9 krijg ik via de mail te horen dat P. is overleden. Deze oud-collega is in januari 2010 met leeftijdsontslag gegaan. Eind 2010 werd een tumor in zijn darmen vastgesteld. Na veel overleg en afwegingen wordt deze tumor half maart verwijderd. Vanaf dat moment leeft P. met zijn gezin en al zijn naasten tussen hoop en vrees. Net als deze gevoelens op en neer gaan, gaat ook zijn herstel. Dan weer licht positief, dan weer zorgelijk. Tot op woensdag 4 mei het “vonnis” volgt. Uitzaaiingen overal en nog maximaal 3 maanden te leven. Ik hoor het bijna uit de eerste hand. Ik belde net zijn vrouw om te vragen of bezoek in het ziekenhuis op vrijdag 6 mei schikte….

De kriebels schieten door m’n lijf en gaan voorlopig niet weg. Ik zie P. voor me. Een sterke man, beer van een vent. Hartelijk, recht voor z’n raap, trouw en vol plannen voor de jaren na z’n tijd bij Defensie. Samen met zijn vrouw; weg in zijn net eigenhandig verbouwde camper. En nu veroordeeld tot een beperkt aantal dagen. Zijn vrouw klinkt sterk; “Je bent welkom bij ons thuis, we gaan nog proberen een leuke tijd van die laatste maanden te maken”. Ik neem me voor op 6 mei in plaats van naar het ziekenhuis, naar hun huis te gaan.

Dat voornemen kan op 5 mei overboord; P. is te ziek. Als bezoek al mogelijk is, dan eerst familie. Uiteraard. Hij verlaat soms mijn gedachten, maar nooit voor lang. Ik probeer me voor te stellen wat de ziekte en 7 weken ziekenhuis hebben overgelaten van dat sterke, grote lijf. Het lukt me niet goed, en ik vind dat niet eens erg. Ik hou het liefst dat oude beeld voor me.

Maandag 9 mei blijkt dat P. van die 3 maanden net 4 dagen gegund zijn geweest. Misschien ook beter; de 7 weken in het ziekenhuis waren al een bezoeking voor hem geweest.

De maandag gaat tergend langzaam voorbij. In de loop van de middag vang ik flarden op van het verloop van de 3e etappe van de Giro. Ergens vang ik op dat er een ernstige val is. Ik besteed er verder weinig aandacht aan, m’n gedachten zijn elders. In de trein kan ik met moeite de gedachten bij een boek houden.

Als ik thuis kom en op het punt sta te gaan koken voor zoonlief en mijzelf, check ik de twitterstream van @ProcyclingLive. Weer die kriebels door m’n lijf; Wouter Weylandt, hij was het van die ernstige val, heeft het niet overleefd. Mijn gedachten gaan terug naar die bloedhete zomer van 1995. De val van Fabio Casartelli in de afdaling van de Portet d’Aspet. De beelden van een levenloos rennerslijf met een stroom bloed over gitzwart asfalt. De waanzin van een topsportevenement dat “gewoon” doorgaat.

In de loop van de avond zie ik af en toe beelden. Ik merk dat ik wel wil weten wat er gebeurd is met Wouter Weylandt, maar beelden hoeven niet. De beelden van Jens Voigt die in de tour van 2009 een gruwelijke valpartij meemaakt in de afdaling van de Petit St Bernhard doen mijn maag nog steeds omdraaien. Jens Voigt kan het navertellen en fietst weer. Tijdens Holland Sport van maandagavond laat Wilfried de Jong zien dat je goede en respectvolle TV kan maken rond zo’n vreselijke gebeurtenis. Tranen prikken achter m’n ogen.

De dinsdag verloopt redelijk normaal. Voor zover een dag normaal is als een dag eerder 2 sterfgevallen bekend zijn geworden. Ik zie niets van de Giro; krijg wel iets mee van de geneutraliseerde etappe. Ik verheug me op de rest van de week; ik heb een paar vakantiedagen genomen. Zoonlief heeft meivakantie en we gaan leuke dingen doen. In m’n agenda had ik al de 5e etappe van de Giro omcirkeld. De heroïsche tocht over de Strade Bianchi in de 2010 editie doet hopen op iets vergelijkbaars.

In de loop van de dinsdag en woensdag verschijnen op Het is koers! zeven mooie bijdragen over een gruwelijk wielerongeval. Ik lees ze allemaal. Ze helpen me om beeld, verhaal en gevoelens met elkaar te laten rijmen.

Zoonlief begint gelukkig, langzaamaan een interesse voor wielrennen te ontwikkelen. We zetten ons daarom rond 3 uur voor de tv. Lange tijd is er niet veel te beleven. Totdat de koers echt begint met de passage over de nu gortdroge strade bianchi. In het laatste uur worden we allebei enthousiast; Rabo doet het goed en is met 3-4 man vooraan vertegenwoordigd. Bram Tankink gaat op jacht en krijgt pech. Pieter Weening neemt over en krijgt een serieuze kans op winst.

Het enthousiasme wordt beetje bij beetje euforie. Weening gaat voor het eerst sinds 1999 voor een NL zege in de Giro zorgen. Tot de regisseur kiest voor een shot achter de achtervolgers. Op een kaarsrecht stuk zien we een renner keihard tegen de grond gaan. In een flits herken ik het oranje-blauw van Rabo. Ik krijg het warm en koud tegelijk als de renner roerloos blijft liggen. De kriebels van de maandag komen in hevigheid terug als hulpverleners druk bewegend bij de renner komen. M’n hart slaat op hol als ik één van die helpers bewegingen zie maken die maar één ding betekenen; hartmassage. Ook de commentatoren van Sporza paniekéren; “Nee, niet weer!”

Ik voel zoonlief verstrakken op m’n schoot; “Papa, gaat die renner nu dood?”. Ik weet niet wat te zeggen. Hoop dat er beweging komt in dat stille lijf. De regisseur blijft lang bij dat beeld, voor mij te lang. Gelukkig blijft de cameraman op afstand. Rondom het tafereel is paniek; mannen rennen, bewegen, gebaren. En nog steeds geen beweging. Beelden van Casartelli, Weylandt, schieten door mijn hoofd. Ook denk ik aan de talloze malen dat ik zelf op mijn racefiets met 60, 70, 80 km/u een afdaling in ging. En wat het zou zijn als zoonlief te horen zou moeten krijgen dat…..

Op dat moment zie ik een arm bewegen. En op dat moment schakelt de regisseur naar de koers. Dan pas ben ik in staat zoonlief te vertellen dat het allemaal goed komt. Dat die renner niet dood gaat. Dat het echt allemaal goed komt. Helemaal zeker ben ik daar niet van. Waar ik zeker van ben is dat ik hoop dat het bij dat ene gruwelijke ongeluk van maandag blijft.

Hoe hard de wielersport en het leven is, blijkt als nog geen 15 minuten later Pieter Weening voor Nederlands en Rabo succes zorgt. Dubbel wordt het als blijkt dat hij niet alleen de etappe wint, maar ook het roze aan mag trekken. Het is dan nog niet op. Steven Kruijswijk pakt de witte trui van het jongerenklassement. Hun ploegmaat Tom Jelte Slagter, hij was de ongelukkige, is dan op weg naar het ziekenhuis.

Mijn gedachten blijven de hele tijd bij P., Wouter Weylandt en Tom Jelte Slagter. Ik wacht en zoek net zolang in allerlei nieuwsfora tot ik zekerheid heb dat deze jonge prof de dagen krijgt om het wel na te vertellen. Dan gaat het leven ook bij zoonlief en mij door. “Wat eten we, papa?” helpt mij om de draad weer op te pakken.

Een man en zijn fiets. En wat daar uit voort komt.

Geplaatst onder Samenleven, Wielrennen met tags , , , , , op 16 februari 2011 door Hans de Gruijter

Zaterdag 14 Februari 2004, Marco Pantani wordt dood aangetroffen in zijn kamer in een hotel in Rimini. Hij kwam niet opdagen bij het diner en men ging hem zoeken. Heel wielerminnend Italië is in rouw. Allerlei geruchten over zelfdoding en drugsgebruik kunnen niet voorkomen dat Il Elephantino of Il Diavolo al snel een nog grotere heldenstatus kreeg dan hij bij leven al had.

Voorjaar 2010. Wilfried de Jong brengt zijn boek “Man en zijn fiets” uit. Een bundel met wielerverhalen. Of zijn het verhalen over wielrennen? Het zijn in ieder geval verhalen waar liefde voor de racefiets uit spreekt. En liefde voor het wielrennen. De Jong blijkt een scherp oog te hebben voor details en bijzondere situaties in en rond het wielrennen. Hij weet in soms verbluffend eenvoudige woorden de schoonheid van de wielersport te raken.

Vroege voorjaar 2011. Wilfried de Jong brengt samen met zijn huisband Ocobar (uit Holland Sport) zijn boek de planken op. Ik ga met collega, twittermaat en onregelmatige fietsvriend Niels Roelen naar de voorstelling in Diligentia in Den Haag. Wilfried en zijn muzikanten zetten in 80 minuten fraaie scènes neer. De verhalen worden ondersteund door de muziek, soms dromerig, loom, dan weer stampend, vaak swingend. Aan bod komen de liefde van de man voor zijn fiets, het ritme van de pedaaltred, het afzien tijdens een klim en de gekte van een sprint. Van alle scenes druipt de liefde van Wilfried voor de fiets, voor het wielrennen.

Dan komt een scene over Pantani. Het verhaal kende ik al uit het boek. Wilfried’s opmerking “Pantani neemt een kamer op de 5e verdieping van een hotel in Rimini. Hij doet de deur open en laat de dood binnen”, komt bij mij binnen. Ik ben terug in het vroege voorjaar van 1993. Ik woon en werk in Blomberg. Op maandag kom ik de basis op en zie de vlag halfstok.  Ik schrik; het kan niet anders dan een sterfgeval van een collega betekenen. Ik schrik nog meer als ik hoor dat het Jos is. Een goede collega; sportief, betrokken en altijd opgewekt. Hij is de dag ervoor aangetroffen. In een bos een kilometer of 30 verderop, in zijn camper. Alles afgeplakt en een slang van de uitlaat door een kleine opening naar binnen. Het enige dat de verbijsterde nabestaanden en collega’s te weten komen, komt van een klein, kort briefje. “Ik ben moe, ik wil rust. Ik ga slapen”.

In Diligentia duurt het, 18 jaar later, even voor ik weer in het verhaal van Wilfried de Jong zit. Het beeld van een man, moederziel alleen in een doodstil bos blijft hardnekkig in m’n hoofd hangen. Een man doelbewust bezig. Bezig zijn camper dicht te plakken. Bezig een slang aan de uitlaat vast te maken. En dan, als alles goed dicht zit, doet hij de deur open, gaat naar binnen en doet de deur dicht. De dood staat nog buiten. Die komt die keer niet door de deur naar binnen. Ik moet slikken en de tranen prikken weer achter m’n ogen.

Achteraf voelt het goed. De scene over Pantani bracht beelden terug van een triomferende kleine grote renner. Beelden van betoverende wielersport. Ook bracht de scene beelden terug van een mooie collega. Beelden van lange duurlopen die ik samen met Jos maakte in de bossen rond Blomberg. De gesprekken die we voerden over hardlopen, over wielrennen, over het leven. Mooie herinneringen aan mooie sportmannen. Mannen die ervoor kozen de dood in hun kamer toe te laten.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.