Archief voor Herhalen

10 Dingen waar ik van weet dat ze waar zijn (2).

Geplaatst onder Algemeen met tags , , , , , , op 10 april 2011 door Hans de Gruijter

Onder deze titel schreef ik twee weken al een blog. Geïnspireerd door een blog van Dirk van Mulligen en een TED Talk door Sarah Kay vroeg ik toen aan mijn lezers om lijstjes in te leveren van de “10 dingen waarvan je weet dat ze waar zijn”. Dat leverde een aantal reacties op. Zie daarvoor versie 1 van dit bericht.

Tijdens het schrijven bedacht ik me al dat ik zelf uiteraard niet kon achterblijven. Daarom nu hier mijn lijstje van de 10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn:

  1. Het mooiste dat mij is overkomen, is vader worden.
  2. Het leukste dat je worden kunt, ben jezelf.
  3. Het is een misvatting van vanjewelste te denken dat successen alleen behaald kunnen worden door te sturen op opdracht, resultaat en winst.
  4. Proberen kun je leren.
  5. Het is niet voor niets dat je goed bent in de dingen waar je goed in bent.
  6. Ik ben nooit te oud om te leren.
  7. Het leukste dat ik kan doen, heeft met opleiden en ontwikkelen van (jonge) mensen te maken.
  8. Het nieuwe werken gaat vooral (en misschien wel uitsluitend) over het nieuwe leidinggeven.
  9. Luisteren naar en gebruik maken van je gevoel is een teken van kracht.
  10. Inzet en gebruik van social media ten behoeve van werken en leren wordt dé revolutie van de 21e eeuw.

Net als bij de vorige versie van “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”, vraag ik jullie om ook je eigen lijstjes toe te voegen. Veel plezier en ik ben heel benieuwd!

De krant van Joop

Geplaatst onder Sport, Wielrennen met tags , , , op 31 januari 2011 door Hans de Gruijter

Zomer 1980. De laatste keer dat ik de zomervakantie met ouders in Frankrijk doorbracht. Mijn zus had al een paar jaar eerder besloten om zelf haar plan te trekken in de zomers. Dat zorgde wel voor meer ruimte in de auto voor mijn broer en mij. En ruimte voor onze racefietsen. Want dat zouden we gaan doen die zomer. En naar de Tour kijken, het liefst langs de route. En anders wel in de kroeg. Na een paar eendaagse verblijven streken we neer op de camping Domaine du Castex in Aignan; een lief klein dorpje in de Gers. Vooral bekend van de Armagnac. Volgens de lokale bevolking zoiets als Cognac, maar dan beter.

Vandaar zouden we vooral fietsen en wielrennen kijken. Het fietsen ging prima. De streek rond Aignan laat zich het best vergelijken met de Franse Ardennen. Mooi glooiend, niet te hoog en te steil. Wel een stuk warmer. Zolang de Tour nog niet echt dichtbij was, togen we elke dag, na een ochtendlijke trainingsrit, naar de lokale kroeg om daar de live verslagen van de touretappes te kijken. De eerste dagen vonden de stamgasten het prima; zelfs vermakelijk dat twee blonde Nederlandse knullen hun Tour kwamen bekijken. Af en toe een etappe was prima, maar we moesten vooral snappen dat Bernard Hinault weer zou winnen. Na 3 dagen sloeg dat toch iets om. Na 5 dagen werd ons bij binnenkomst lacherig te kennen gegeven dat er vast wel weer een Hollander zou winnen. Vanaf dag 8 werd de sfeer een beetje vijandig. Raleigh bleef maar winnen; 10 etappes op rij. Ritten in lijn, ploegentijdritten en individuele tijdritten. Alles werd gewonnen en alle rijders kregen hun deel.

Tot de dag van de etappe naar Pau. Die zagen we ergens in het Franse landschap. We zagen daar vooral de reclamekaravaan. Dat duurde een uur. De renners waren in één lange kleurrijke en rumoerige streep binnen één minuut voorbij. En toch vonden we het geweldig. We hadden ze gezien. En zelfs wat renners herkend. Die avond kwam voor alles wat Frans was en wielrennen een warm hart toedroeg, een verpletterend bericht. Bernard Hinault verlaat de Tour. Zijn knie liet verder fietsen niet toe.

De dag erna staat de klassieke Pyreneeënetappe op het programma. Aubisque, Tourmalet, Aspin en Peyresourde. Wij moesten en zouden gaan kijken. Op de Aspin. Het weer was druilerig, regen dreigde continu te gaan vallen, maar we hielden het gelukkig droog. Al lang voor de renners langs kwamen stonden wij tussen de laatste huizen van Ste Marie de Campan; het dorpje aan de voet van twee van die vier reuzen; Tourmalet en Aspin. Weer zagen we de ellenlange sliert met reclamevoertuigen. En langzaam steeg de spanning en opwinding. Snel bleek waarom. Mensen met transistorradiootjes wisten te melden dat Raymond Martin op kop lag. Een groep met onder anderen Joop Zoetemelk volgde op een kleine achterstand.

Na wat een eeuwigheid leek kwamen motoren en auto’s aan. De spanning en opwinding nam nog meer toe. En ja, eerst kwam een kleine pezige Fransman in dat roze shirt van Miko langs; Raymond Martin. Wat ons opviel was hoe hard hij reed. Binnen de minuut gevolgd door onze held, Joop! Uitgerekend voor onze neus peutert Joop de krant, die hem warm moest houden tijdens de lange koude afdaling van de Tourmalet, onder zijn shirt vandaan. 

Joop gooit die krant zowat op de voeten van mijn moeder. Wat ertoe leidde dat mijn broer en ik even geen oog meer voor de renners hadden. “Pak die krant!” schreeuwden we uit volle borst. Pas toen we zeker wisten dat dit souvenir goed was opgeborgen, hadden we weer oog voor de koers. Johan van der Velde, Hennie Kuiper en Henk Lubberding hadden we gemist. Dat ze echt waren langs gekomen, zagen we pas thuis, op foto’s die Pa keurig van alle renners had gemaakt.

De finish van die etappe zagen we op TV. In een kroeg ergens langs de route op weg terug naar de camping. Raymond Martin had de opgebouwde voorsprong vastgehouden. Hij de etappe, Joop het geel. De trui die Joop geweigerd had aan te trekken na het vertrek van Hinault. Die Pyreneeënetappe is waarschijnlijk de enige bergetappe geweest zonder een renner in het geel.

De rest is geschiedenis. Raleigh wint nog één etappe (een tijdrit) en brengt de gele trui naar Parijs. Zelfs een afgrijselijke zwieper van Johan van der Velde en daaropvolgende val van Joop verandert daar niets aan.

In de kroeg in Aignan zijn we de rest van de vakantie niet meer geweest.

Een dag later merkten mijn broer en ik dat fietsen in de bergen, echte bergen, wel iets anders is dan in de heuvels. Zeker als je geen bergverzet bij je hebt. Dan doet het echt zeer. Maar we konden wel onze eerste echte col noteren, Col d’Aspin.

De krant zit nog steeds ergens in het vakantiearchief van mijn ouders. Goed opgeborgen. En ondanks herhaald ruiken, hebben we nooit iets kunnen vaststellen dat moest lijken op het zweet van Joop, de laatste Nederlandse tourwinnaar.

Ik irriteer me suf….

Geplaatst onder Onderwijs met tags , , , , op 28 december 2010 door Hans de Gruijter

Het lijkt op een virus dat inmiddels resistent is geworden tegen elk denkbaar antibioticum. Je hoort het bijna overal. Gebruikt door alle lagen van de bevolking. Zelfs door mensen die boven alle twijfel verheven leken. Ik weiger te geloven dat ook dit verkeerde gebruik van een werkwoord past in wat taalkundigen een levende taal noemen. Daarom nu de kortste blog die ik tot nu toe heb geschreven. Nog één keer dan: ik erger me rot. Want het verkeerde gebruik van wederkerende werkwoorden irriteert me mateloos!

Hoort zegt het voort.

Overigens kan ik iedereen aanraden om op Youtube te zoeken naar nog meer briljante filmpjes van Van Kooten en de Bie. Vooral de uitleg over het juiste gebruik van “als” en “dan” overstijgt zelfs de term briljant. Want behalve vreselijk geestig zijn ze ook nog eens leerzaam. Misschien verplichte leerstof voor de lessen Nederlands op school. Leren de kinderen nog wat en het is nog leuk ook. Oh nee, dat mocht niet meer van de Minister.

Een duik in m’n geheugen.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , op 5 december 2010 door Hans de Gruijter

Na het plaatsen van mijn bericht over Repeteren en Herhalen heb ik de afgelopen dagen een leuke discussie gevoerd op Facebook. Tijdens en na die discussie ben ik ‘s in m’n geheugen gedoken. Heb ik dan ook zelf voorbeelden uit mijn “leercarrière” die aantonen dat herhalen en repeteren echt werken? Nou gebiedt de eerlijkheid wel dat ik iets opbiecht. Ik was vroeger (en nu ook nog vaak!) vooral van het economisch principe als ‘t om leren gaat. Een maximaal resultaat met een minimum aan inspanning! En omdat ik op die manier vaak voldoendes haalde, was er niet veel druk om die aanpak te wijzigen.

Ik vond toch twee voorbeelden dat het bij mij veel resultaat opleverde. Het eerste gaat over woordjes leren bij Engels in, als ik me niet vergis, 3VWO. Het boek dat daarvoor werd gebruikt, heette Regio 3. Het bevatte, ook weer geput uit m’n geheugen, 20 hoofdstukken met elk 40 woorden. In de klas werden de hoofdstukken behandeld en ééns in de zoveel tijd werd dat overhoord. Zowel Engels – Nederlands als andersom. Vaak mondeling, soms schriftelijk. Die mondelinge overhoringen gingen nog wel; daar kon je je nog wel uitpraten. Schriftelijk was iets anders. De moeilijkheid was dat de omvang van die schriftelijke overhoringen toenam. Eerst 5 hoofdstukken, dan 10, dan 15 en dan het hele boek! Er zat dus maar één ding op. Stampen. En dat heb ik maar besloten. Ik nam me voor om bij elke keer dat ik huiswerk maakte, één hoofdstuk te leren. En dat een week lang. De volgende week een nieuw hoofdstuk én het hoofdstuk van de week ervoor. Dat groeide uit tot een behoorlijke tijdsinvestering, naarmate het eind van het boek in zicht kwam. Wat leverde dat nu op? Minimaal een 8 voor elke schriftelijke overhoring. En een redelijke woordenschat in het Engels die mij, ruim 35 jaar later, nog steeds van pas komt. Want:  Non scholae sed vitae discimus! Toch?

Het tweede voorbeeld komt uit het 2e jaar dat ik op de Amsterdamse Academie voor Lichamelijke Opvoeding studeerde. In dat jaar werd van ons verwacht dat we voor het vak Anatomie alle spieren van het menselijk lichaam zouden leren. Alle spieren? Nou ja, bijna allemaal. Pas vele jaren later leerde ik over de Musculus Cremaster, een alleraardigst spiertje, maar daar ging het toen niet over. Op aanraden van een ouderejaars startte ik maanden voor het bewuste tentamen om één spier per dag te leren. En dan ging het om naam, origo, insertie en functie (flexie, extensie, adductie, abductie, supinatie, pronatie, exorotatie of endorotatie). Deze termen komen er nog steeds zonder zoeken uit! Op dag 1 spier nummer 1, op dag 2 spier nummer 1 en 2. Enzovoort. Het begon met de spieren van de onderste extremiteit (alles vanaf de heup naar beneden). Voor dat tentamen haalde ik een 8. In het 4e jaar wist ik nog zo’n 70-80% van de geleerde stof. Het tweede tentamen ging over de schoudergordel en de armen. Ik was iets in slaap gesust door de resultaten van de eerste ronde. Ik had dus minder geleerd. En toch kwam er nog een 7 uit de bus. Maar van die spieren wist ik me 2 jaar later toch beduidend minder te herinneren.

Nu, ruim 27 jaar m’n eindexamen in Amsterdam, is slechts wat rudimentaire en fragmentarische kennis van het spierstelsel aanwezig. Dat ligt niet aan hoe ik het toen heb geleerd. Dat ligt alles aan het feit dat ik er jarenlang niets mee heb gedaan. En kennis die je niet gebruikt, vervaagt. Als ik in m’n werk weer met spieren zou moeten gaan werken, is die kennis binnen no-time terug. Ik kan die kennis dan makkelijk re-activeren. Repeteren en herhalen werkt. En je moet dan wel aan de slag blijven met die kennis. Anders is dat stampen voor niets geweest!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.