Het triest stemmende weer van zomer 2011 kan wel iets luchtigs gebruiken. Vooral lezers met een geboortedatum van voor 1975, zullen sommige stukken met een glimlach van herkenning lezen. Hoe luchtig het ook is, veel, zo niet alle punten zetten je wel aan het denken over of alles wat we nu normaal vinden wel terecht zo normaal wordt gevonden.
Nee, ik ben geen fervent aanhanger dan wel gebruiker van de kreet “vroeger was alles beter”. Dat is namelijk niet zo. Het is wel zeer verfrissend om in de waan van 21e eeuwse dagen stil te staan bij wat we doen. Dit lijstje kan daar bij helpen. Veel plezier.
Voor ik het vergeet; ik kreeg dit lijstje ooit via de mail. Ik weet niet meer van wie. Mocht iemand zich zeer benadeeld voelen dat ik het hier zonder bronvermelding publiceer; neem contact op en ik zal de juiste bron vermelden.
Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de 60-er/begin 70-er jaren, nog leven? Volgens de theorieën anno 2011 zouden we toch al lang dood moeten zijn?
Veiligheid
- Wij zaten in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordel of airbag. Onze bedden en speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium.
- Boven aan een trap was géén hekje; wie te ver ging, kukelde naar beneden. Als je wakker werd in bed hoorde niemand dat, en als er écht iets was moest je hard schreeuwen voordat je ouders het merkten.
- Flessen met gevaarlijke stoffen en alle apotheekflessen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen.
- Poorten en deuren gingen gewoon dicht, en als je met je vingers ertussen zat waren ze weg.
- Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en probeerde je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je.
- Een helm hadden ze nog niet eens op een bromfiets, laat staan op een fiets.
- Op school hadden ze maar één maat bank en met zo’n heerlijk gevaarlijke klep er aan.
- We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen en er werd niemand voor naar de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een extra pak slaag voor.
- Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur nog naar je zwaaide was je al een watje!
Voedsel
- Water dronken we uit de kraan, niet uit een fles. Brood stond stijf van conserveringsmiddelen, na twee weken was een Bums nog nét zo vers als in de winkel.
- Kleur en smaakstoffen moeten ook toen al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als die limonade (Exota!) toén was, zie ik ze nu écht niet meer.
- Een kauwgom legde je ‘s avonds op het nachtkastje en stak je ‘s morgens weer in je mond.
- We smeerden onze boterhammen zelf, met een grote mensen mes, en als je ze vergeten had kon je op school niets kopen! Als je de korst niet at, had je een beetje meer honger de rest van de dag.
- Wij aten ook al koekjes en kregen brood met veel boter en werden toch niet dik.
- We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.
Vrije tijd
- We gingen ‘s morgens weg van huis en we kwamen terug als de straatverlichting aan ging. Niemand wist waar we waren in de tussentijd en we hadden geen GSM mee!
- Het bos of een park was een plek om te spelen en géén vieze mannetjesverzamelplek.
- Als we naar een vriendje gingen, liep je er gewoon naar toe, je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken. Er ging ook geen volwassene met je mee.
- Wij hadden geen Wii, Playstation, Nintendo, X-box, 64 televisiezenders, DVD’s, streaming video, MP3′s, eigen televisies, computer, iPhone, iPad, Hyves, Facebook of Twitter. Wij hadden vrienden!
- De televisiezender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor kinderen en oh wee als je daarna durfde op te staan om op een knopje van een andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast). Pa bepaalde wat en hoe lang je daarna nog keek.
- Wij vochten en sloegen elkaar soms groen en blauw en er was geen volwassene die zich er druk over maakte, laat staan dat een lieveheersbeestje op je jas kroop.
- Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg dat we de rem vergeten hadden.
- We voetbalden op straat, en alleen wie goed was mocht mee doen; wie niet goed genoeg was moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.
Opvoeding
- Op school zaten ook domme kinderen. Zij gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en kregen de zelfde lessen. Zij deden soms een klas nóg een jaar en daarover waren ook geen discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk.
- Schoenen waren meestal al ingedragen door broer, zus, neef of zo, en ook je fiets was óf te groot óf te klein. Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was leerde je vader je zo snel mogelijk om hem zelf te plakken.
- Als je problemen veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wél om je te halen, maar niet om je er uit te lullen. Onze daden hadden consequenties. Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen. Wij hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid.
- We hebben moeten leren er mee om te gaan. Onze generatie heeft véél mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daar bij risico durven nemen en voor de gevolgen instaan.
