Vol trots twitterde onze Minister Marja van Bijsterveldt op maandag 24 januari dat in Rotterdam een pilot zal starten om peuters met een taalachterstand een vliegende start te bezorgen. Een vliegende start om op de basisschool mee te kunnen met de andere kinderen en niet op een onoverbrugbare achterstand te worden gezet. En omdat taalachterstand niet alleen effect heeft op taalonderwijs, maar ook op andere gebieden lijkt het een erg goed en verstandig initiatief. Lijkt, zeg ik met opzet.
Het probleem bestaat, laat ik daar niet moeilijk over doen. En het is een serieus probleem. Elk kind dat uitvalt in het onderwijs is er één te veel. Alle initiatieven om te zorgen dat alle kinderen die aan onderwijs beginnen, dat onderwijs ook afronden is toe te juichen. Ik laat zien dat juist dit plan verkeerd is. En wel om vier redenen.
- Taal is belangrijk, heel erg belangrijk. Het is het enige middel dat wij hebben om kennis over te dragen, om cultuur over te dragen. Het is daarmee van het grootste belang dat iedereen Nederlands leert spreken, lezen, begrijpen en schrijven. Dit initiatief richt zich echter uitsluitend op taal. En een kind is meer dan een organisme dat moet leren praten, spreken, lezen en schrijven. Een kind dient zich ook op andere vlakken te ontwikkelen. Met mijn achtergrond als leraar LO gaat het me aan het hart dat er (weer) niets gezegd wordt over het belang van een goede fysieke en motorische ontwikkeling. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit initiatief wordt ingegeven door de wens om Nederland weer in de top 5 van de PISA ranglijst te krijgen.
- Elk kind kent een eigen uniek ontwikkelingstempo en -volgorde. Het ene kind zal zich eerst vooral fysiek en motorisch ontwikkelen. En wat later op cognitief vlak. Andere kinderen maken eerst een mentale en emotionele ontwikkeling door. En geen kind zal elke stap in dezelfde snelheid zetten. Het initiatief van de Minister komt voort uit de misvatting dat de ontwikkeling van alle kinderen hetzelfde patroon volgen in een en dezelfde snelheid.
- Het kan niet anders dan dat dit initiatief gaat leiden tot meer testen. Hoe wil de Minister anders vaststellen of een kind überhaupt een taalachterstand heeft. En na het zomerbijspijkerprogramma (3x woordwaarde!) zal weer moeten worden getest of het kind wel vorderingen heeft gemaakt. Arme 3-jarige peuters. Als ze al geen hekel hebben aan school, krijgen ze het zo wel. School = testen, zullen ze denken. Terwijl school op die leeftijd nog helemaal niet in beeld moet zijn; hooguit als lonkend perspectief. Op de dag dat deze 3-jarigen hun vierde verjaardag vieren gaat hun school carrière beginnen. Ik weet nog van mijn zoontje dat hij vol verwachting uitkeek naar die dag; zijn eerste schooldag. Hij was dan ook gelukkig niet suf getest bij het kinderdagverblijf en peuterspeelzaal. Hij mocht daar doen wat kinderen op die leeftijd behoren te doen; spelen, uitproberen, naäpen, de kunst afkijken, et, etc. En daarmee en daardoor heel veel leren.
- Het is een verkeerde oplossing van een serieus en nijpend probleem. Want de oplossing laat de oorzaak van het probleem in stand. De meeste kinderen met een taalachterstand hebben ouders die niet of zeer gebrekkig Nederlands spreken. Zolang dat probleem niet wordt aangepakt blijft het in de zomerbijspijkerlessen dweilen met de kraan open . Het recept is zeer eenvoudig. Iedereen die zich vanuit een buitenland in Nederland wenst te vestigen dient eerst en vooral de taal te leren. Zonder taal geen uitzicht op werk, op scholing, op integratie. Zonder werk en integratie grote kans op een te groot beroep op sociale voorzieningen, medische hulp en vaak ook psychiatrische hulp. Een onevenredig groot beroep op steeds schaarser wordende publieke middelen. De Minister scoort pas echt op het terugdringen van taalachterstand als zij de aanpak weghaalt bij de kinderen en richt op de volwassenen. Dat vergt samenwerking met andere departementen. Mooi taak voor deze ambitieuze regering.
Succes!
