Archief voor Leren

10 Dingen waar ik van weet dat ze waar zijn (2).

Geplaatst onder Algemeen met tags , , , , , , op 10 april 2011 door Hans de Gruijter

Onder deze titel schreef ik twee weken al een blog. Geïnspireerd door een blog van Dirk van Mulligen en een TED Talk door Sarah Kay vroeg ik toen aan mijn lezers om lijstjes in te leveren van de “10 dingen waarvan je weet dat ze waar zijn”. Dat leverde een aantal reacties op. Zie daarvoor versie 1 van dit bericht.

Tijdens het schrijven bedacht ik me al dat ik zelf uiteraard niet kon achterblijven. Daarom nu hier mijn lijstje van de 10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn:

  1. Het mooiste dat mij is overkomen, is vader worden.
  2. Het leukste dat je worden kunt, ben jezelf.
  3. Het is een misvatting van vanjewelste te denken dat successen alleen behaald kunnen worden door te sturen op opdracht, resultaat en winst.
  4. Proberen kun je leren.
  5. Het is niet voor niets dat je goed bent in de dingen waar je goed in bent.
  6. Ik ben nooit te oud om te leren.
  7. Het leukste dat ik kan doen, heeft met opleiden en ontwikkelen van (jonge) mensen te maken.
  8. Het nieuwe werken gaat vooral (en misschien wel uitsluitend) over het nieuwe leidinggeven.
  9. Luisteren naar en gebruik maken van je gevoel is een teken van kracht.
  10. Inzet en gebruik van social media ten behoeve van werken en leren wordt dé revolutie van de 21e eeuw.

Net als bij de vorige versie van “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”, vraag ik jullie om ook je eigen lijstjes toe te voegen. Veel plezier en ik ben heel benieuwd!

10 Dingen waar ik van weet dat ze waar zijn.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , op 26 maart 2011 door Hans de Gruijter

Soms kom ik direct ter zake. Dit keer neem ik een aanloopje. Uiteindelijk kom ik wel bij uit bij “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”. Maar dan toch ff anders dan je nu wellicht denkt. Cryptisch? Ja! Daarom snel met de aanloop beginnen.

Precies 4 weken geleden stond 7 Days of Inspiration op het punt van beginnen. Een gecrowdsourced project dat als doel had om in één week Nederland mooier te maken door sociale overwaarde te benutten. Meer tekst en uitleg in een mooi filmpje dat op die site staat. Ik deed mee aan één specifiek onderdeel van de woensdag in die week. De woensdag had als thema werk. Eén van de activiteiten op die dag was “de dag van de waardering“. Over mijn betrokkenheid schreef ik eerder een blog. In de voorbereiding op die dag troffen vele trainers elkaar in Utrecht. Eén van de aanwezigen gaf me een mooi compliment; “Jij bent een echte ambassadeur van de waarderende benadering”. Ik wilde eerst ontkennen, of in ieder geval de uitspraak wat afzwakken. Ik zag mezelf helemaal niet zo. Mijn gesprekspartner gaf wat voorbeelden om haar bewering te onderbouwen. En daardoor werd het voor mij ook duidelijker. Dit gezichtspunt van een ander leidde tot een andere manier van naar mezelf kijken.

Donderdag 24 maart. In de Argumentenfabriek te Amsterdam vindt een ambassadeursbijeenkomst plaats voor “Helder Denken in School”. Initiatiefnemer voor die bijeenkomst is Kees Kraaijeveld, (mede)directeur van de Argumentenfabriek en schrijver van het boek Helder Denken. Een artikel in de Volkskrant over dat boek van vorig jaar november wekte mijn interesse. Ik schreef daar al een keer over. Vooral de oproep van Kees aan ambassadeurs voor dat Heldere Denken, klonk goed. Via mails, een bezoek en een LinkedIn groep kwam het tot de bijeenkomst op 24 maart. Ook tijdens die avond kreeg ik van Kees Kraaijeveld het compliment dat ik echt een ambassadeur ben. De verbazing was minder dan de keer een maand eerder. Het voelde alleen nog niet helemaal van mezelf. Het zette me wel aan het nadenken.

In dezelfde week als de bijeenkomst over Helder Denken zag ik een blog van Coherent Solutions op twitter langskomen. Dirk van Mulligen stelt daar een leuke vraag (“Welk boek had je 10 jaar eerder willen lezen?”) en ik heb daarop gereageerd. Er waren meer reacties. De teller staat tijdens het schrijven van mijn blog op 9. Een idee kwam toen bij me op. In een TED talk die ik eerder zag vertelt Sarah Kay over “spoken word poetry”. Eén deel van haar verhaal haakte aan bij het idee dat bij mij was ontstaan na het lezen van de blog van Dirk.

Het gaat over de lijstjes die Sarah noemt. Lijstjes die mensen maken, kunnen (uiteindelijk) leiden tot mooie verhalen. Een vraag die Sarah vaak gebruikt om mensen lijstjes te laten maken, is: “10 dingen waar je van weet dat ze waar zijn”. Als in een groep mensen iedereen zo’n lijst maakt, en daarna deelt met de anderen, zijn er 4 mogelijkheden:

  1. Je hoort of leest iets dat precies gelijk is aan één van jouw waarheden op je lijst. Of er heel erg op lijkt;
  2. Je hoort of leest iets dat precies het tegenovergestelde is van één van jouw waarheden;
  3. Je hoort of leest iets dat volslagen nieuw voor je is;
  4. Je hoort of leest een volslagen nieuw gezichtspunt bij één van jouw waarheden.

Ik wil nu ‘s kijken of ik hier een ambassadeur kan worden. Het uitdragen van een groeiend aantal lijstjes met “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn”. In de hoop dat mensen die hier hun lijstje schrijven en de lijstjes van anderen lezen, mogelijkheden zien om verhalen te schrijven. Of in contact komen met gelijkgestemden, of juist met hun tegenpolen, of met aanvullers, of met…. Noem maar op.

Wat is jouw lijstje met “10 dingen waar ik van weet dat ze waar zijn?” Schrijf ‘m als reactie onder deze blog. Vind je de blog en het idee leuk? Post deze blog dan op jouw LinkedIn pagina, op Facebook, op Twitter, of waar je ‘m ook maar wilt aanbevelen. Alvast bedankt en veel plezier!

Verkeerde oplossing

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , op 26 januari 2011 door Hans de Gruijter

Vol trots twitterde onze Minister Marja van Bijsterveldt op maandag 24 januari dat in Rotterdam een pilot zal starten om peuters met een taalachterstand een vliegende start te bezorgen. Een vliegende start om op de basisschool mee te kunnen met de andere kinderen en niet op een onoverbrugbare achterstand te worden gezet. En omdat taalachterstand niet alleen effect heeft op taalonderwijs, maar ook op andere gebieden lijkt het een erg goed en verstandig initiatief. Lijkt, zeg ik met opzet.

Het probleem bestaat, laat ik daar niet moeilijk over doen. En het is een serieus probleem. Elk kind dat uitvalt in het onderwijs is er één te veel. Alle initiatieven om te zorgen dat alle kinderen die aan onderwijs beginnen, dat onderwijs ook afronden is toe te juichen. Ik laat zien dat juist dit plan verkeerd is. En wel om vier redenen.

  1. Taal is belangrijk, heel erg belangrijk. Het is het enige middel dat wij hebben om kennis over te dragen, om cultuur over te dragen. Het is daarmee van het grootste belang dat iedereen Nederlands leert spreken, lezen, begrijpen en schrijven. Dit initiatief richt zich echter uitsluitend op taal. En een kind is meer dan een organisme dat moet leren praten, spreken, lezen en schrijven. Een kind dient zich ook op andere vlakken te ontwikkelen. Met mijn achtergrond als leraar LO gaat het me aan het hart dat er (weer) niets gezegd wordt over het belang van een goede fysieke en motorische ontwikkeling. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit initiatief wordt ingegeven door de wens om Nederland weer in de top 5 van de PISA ranglijst te krijgen.
  2. Elk kind kent een eigen uniek ontwikkelingstempo en -volgorde. Het ene kind zal zich eerst vooral fysiek en motorisch ontwikkelen. En wat later op cognitief vlak. Andere kinderen maken eerst een mentale en emotionele ontwikkeling door. En geen kind zal elke stap in dezelfde snelheid zetten. Het initiatief van de Minister komt voort uit de misvatting dat de ontwikkeling van alle kinderen hetzelfde patroon volgen in een en dezelfde snelheid.
  3. Het kan niet anders dan dat dit initiatief gaat leiden tot meer testen. Hoe wil de Minister anders vaststellen of een kind überhaupt een taalachterstand heeft. En na het zomerbijspijkerprogramma (3x woordwaarde!) zal weer moeten worden getest of het kind wel vorderingen heeft gemaakt. Arme 3-jarige peuters. Als ze al geen hekel hebben aan school, krijgen ze het zo wel. School = testen, zullen ze denken. Terwijl school op die leeftijd nog helemaal niet in beeld moet zijn; hooguit als lonkend perspectief. Op de dag dat deze 3-jarigen hun vierde verjaardag vieren gaat hun school carrière beginnen. Ik weet nog van mijn zoontje dat hij vol verwachting uitkeek naar die dag; zijn eerste schooldag. Hij was dan ook gelukkig niet suf getest bij het kinderdagverblijf en peuterspeelzaal. Hij mocht daar doen wat kinderen op die leeftijd behoren te doen; spelen, uitproberen, naäpen, de kunst afkijken, et, etc. En daarmee en daardoor heel veel leren.
  4. Het is een verkeerde oplossing van een serieus en nijpend probleem. Want de oplossing laat de oorzaak van het probleem in stand.  De meeste kinderen met een taalachterstand hebben ouders die niet of zeer gebrekkig Nederlands spreken. Zolang dat probleem niet wordt aangepakt blijft het in de zomerbijspijkerlessen dweilen met de kraan open . Het recept is zeer eenvoudig. Iedereen die zich vanuit een buitenland in Nederland wenst te vestigen dient eerst en vooral de taal te leren. Zonder taal geen uitzicht op werk, op scholing, op integratie. Zonder werk en integratie grote kans op een te groot beroep op sociale voorzieningen, medische hulp en vaak ook psychiatrische hulp. Een onevenredig groot beroep op steeds schaarser wordende publieke middelen. De Minister scoort pas echt op het terugdringen van taalachterstand als zij de aanpak weghaalt bij de kinderen en richt op de volwassenen. Dat vergt samenwerking met andere departementen. Mooi taak voor deze ambitieuze regering.

Succes!

Use it or lose it.

Geplaatst onder Social Media met tags , , , op 6 januari 2011 door Hans de Gruijter

Belofte maakt schuld. Ja, beloofd is beloofd. Ik had vanavond een tweet de wereld ingestuurd dat ik nog een nieuw bericht zou plaatsen. Die tweet was eigenlijk bedoeld om weer wat lezers naar m’n blog te trekken. Ik constateerde om 19.00 uur tot m’n schrik dat nog niemand mijn blog had bezocht. En dat knaagde toch een beetje…… Niet dat ik van die enorme aantallen lezers trek. Het hoogste aantal was 50 op één dag. Ik hoop voor ‘t eind van de maand op 1000 hits te staan. En dan gerekend vanaf m’n eerste bericht op 26 oktober vorig jaar. Hier is dan ook gelijk de eerste verklaring voor de kreet “use it or lose it”. Als je iets niet gebruikt verlies je het. Ik schrijf niet en dus verlies ik lezers. En dan ga ik er maar van uit dat ik al wat vaste lezers heb…. Overigens werkte dat wel. Nog geen uur later stond de teller op 14 bezoekers! ;-)

De aanleiding voor de titel kwam de afgelopen dagen meerdere keren langs. De echte aanzet vond ik vandaag in een stuk op de site van de Volkskrant. Het ging over het niet of nauwelijks gebruiken van social media door de autoriteiten tijdens de grote brand in Moerdijk op woensdag 5 januari. Voor ik daar op inga nog wat andere voorbeelden van “use it or lose it”.

Lijf en leden. Uit de medische wetenschap is bekend dat als je een ledemaat niet of te weinig gebruikt, dat lichaamsdeel in prestaties achteruitgaat. Ik heb dat zelf aan den lijve ondervonden. In september ’93 scheurde ik de voorste kruisband in de linker knie finaal af. Operatie volgde. Na de operatie was ik veroordeeld tot 12 dagen in bed. Zo ging dat toen nog. En ik zag mijn bovenbeen met de dag in omvang afnemen. Toen ik na twee weken het ziekenhuis verliet, verhielden linker- en rechterbovenbeen zich ongeveer als de rechter- en linkerarm van Rafael Nadal.

Breinfuncties. In een artikel in (wederom) de Volkskrant ging het over “een leven lang leren”. En dan vooral over de mogelijkheden voor ouderen om ook op hoge(re) leeftijd nog steeds te leren. Naast dat het vaak erg leuk is om te blijven leren, is het voor ouderen ook een noodzaak. Door het leren blijven zij hersenfuncties gebruiken (lezen, onthouden, redeneren, analyseren, etc). En door dat gebruik blijven die functies intact. En daardoor is de kans groter dat zij gezonder oud worden.

Nieuwe ontwikkelingen. De Volkskrant bleef mij zaken aandragen die van pas komen bij dit onderwerp. Gisteren verscheen op de site een opiniestuk van Ferry Haan over gebruik van smartphones door leerlingen. Na lezing schoten me twee kreten door het hoofd. De eerste was “If you can’t beat them, join them!” Dat was ook wat Ferry Haan had gedaan. Hij had ook een smartphone gekocht. En was, net als veel van zijn leerlingen, verslaafd geraakt. Mijn stelling is dat hij verder kan en moet gaan in het joinen. Hij moet geen strijd voeren tegen de aanwezigheid van smartphones in de klas. Hij moet er gebruik van maken. Door slim gebruik te maken van smartphones en social media in zijn lessen. Een van de twitteraars die ik volg is Niel van Meeuwen. Niel twittert veel over social media en wat je daarmee kunt in relatie tot opleiden, ontwikkelen en onderwijs.

De tweede kreet was: “use them (social media) or lose them (leerlingen)”. Ik geloof er in dat een juist en gedoseerd gebruik van social media in het onderwijs twee zaken bewerkstelligt. Het eerste is het leuker en aantrekkelijker maken van leren. Het tweede is dat leerlingen meer leren en zich meer verbonden voelen met school en onderwijs. De huidige generatie leerlingen laat zich omschrijven als digital natives. Zij groeien op met een vanzelfsprekend gebruik van computers en internet. Daar niet op aanhaken leidt er op den duur toe dat zij afhaken. Hier ligt een grote uitdaging. Niet bij de leerlingen. Bij de leraren, onderwijzers en leidinggevenden binnen dat onderwijs. In deze groep zit een dusdanig groot aantal digibeten en internetdummies dat daar een aardverschuiving nodig is om zaken in beweging te krijgen.

Overheid. En hier komen twee zaken samen. Onbekendheid met computers, internet en social media en de kreet “use it, or lose it”. Tot verbazing van journalisten en burgers gebruikten overheidsinstellingen en rampbestrijders niet of nauwelijks de social media om te berichten over de omvang en consequenties van de brand in Moerdijk. Terwijl grote aantallen mensen elkaar (en de media!) op de hoogte hielden door veel te twitteren. De brand in Moerdijk was zelfs een tijdje world wide een trending topic. Wat in de verontwaardiging van de journalisten ook nog meespeelde was het niet bereikbaar zijn van telefoonnummers en website.

Er zit maar één ding op voor de overheid. “Use it (social media) or lose them (burgers)”. Ik ga niet nog eens uitleggen dat de verhouding tussen de overheid en haar burgers er de laatste jaren niet beter op is geworden. Een slim, goed en doordacht gebruik van social media biedt enorme kansen om die verhouding te verbeteren. Aan veel ambtenaren zal het niet liggen. Er zijn veel goede initiatieven (ambtenaar 2.0) en enorme aantallen ambtenaren die al gebruik maken (privé) van een veelheid van social media. Nu nog de (lemen) laag daarboven. Let’s shake them up!

Een duik in m’n geheugen.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , op 5 december 2010 door Hans de Gruijter

Na het plaatsen van mijn bericht over Repeteren en Herhalen heb ik de afgelopen dagen een leuke discussie gevoerd op Facebook. Tijdens en na die discussie ben ik ‘s in m’n geheugen gedoken. Heb ik dan ook zelf voorbeelden uit mijn “leercarrière” die aantonen dat herhalen en repeteren echt werken? Nou gebiedt de eerlijkheid wel dat ik iets opbiecht. Ik was vroeger (en nu ook nog vaak!) vooral van het economisch principe als ‘t om leren gaat. Een maximaal resultaat met een minimum aan inspanning! En omdat ik op die manier vaak voldoendes haalde, was er niet veel druk om die aanpak te wijzigen.

Ik vond toch twee voorbeelden dat het bij mij veel resultaat opleverde. Het eerste gaat over woordjes leren bij Engels in, als ik me niet vergis, 3VWO. Het boek dat daarvoor werd gebruikt, heette Regio 3. Het bevatte, ook weer geput uit m’n geheugen, 20 hoofdstukken met elk 40 woorden. In de klas werden de hoofdstukken behandeld en ééns in de zoveel tijd werd dat overhoord. Zowel Engels – Nederlands als andersom. Vaak mondeling, soms schriftelijk. Die mondelinge overhoringen gingen nog wel; daar kon je je nog wel uitpraten. Schriftelijk was iets anders. De moeilijkheid was dat de omvang van die schriftelijke overhoringen toenam. Eerst 5 hoofdstukken, dan 10, dan 15 en dan het hele boek! Er zat dus maar één ding op. Stampen. En dat heb ik maar besloten. Ik nam me voor om bij elke keer dat ik huiswerk maakte, één hoofdstuk te leren. En dat een week lang. De volgende week een nieuw hoofdstuk én het hoofdstuk van de week ervoor. Dat groeide uit tot een behoorlijke tijdsinvestering, naarmate het eind van het boek in zicht kwam. Wat leverde dat nu op? Minimaal een 8 voor elke schriftelijke overhoring. En een redelijke woordenschat in het Engels die mij, ruim 35 jaar later, nog steeds van pas komt. Want:  Non scholae sed vitae discimus! Toch?

Het tweede voorbeeld komt uit het 2e jaar dat ik op de Amsterdamse Academie voor Lichamelijke Opvoeding studeerde. In dat jaar werd van ons verwacht dat we voor het vak Anatomie alle spieren van het menselijk lichaam zouden leren. Alle spieren? Nou ja, bijna allemaal. Pas vele jaren later leerde ik over de Musculus Cremaster, een alleraardigst spiertje, maar daar ging het toen niet over. Op aanraden van een ouderejaars startte ik maanden voor het bewuste tentamen om één spier per dag te leren. En dan ging het om naam, origo, insertie en functie (flexie, extensie, adductie, abductie, supinatie, pronatie, exorotatie of endorotatie). Deze termen komen er nog steeds zonder zoeken uit! Op dag 1 spier nummer 1, op dag 2 spier nummer 1 en 2. Enzovoort. Het begon met de spieren van de onderste extremiteit (alles vanaf de heup naar beneden). Voor dat tentamen haalde ik een 8. In het 4e jaar wist ik nog zo’n 70-80% van de geleerde stof. Het tweede tentamen ging over de schoudergordel en de armen. Ik was iets in slaap gesust door de resultaten van de eerste ronde. Ik had dus minder geleerd. En toch kwam er nog een 7 uit de bus. Maar van die spieren wist ik me 2 jaar later toch beduidend minder te herinneren.

Nu, ruim 27 jaar m’n eindexamen in Amsterdam, is slechts wat rudimentaire en fragmentarische kennis van het spierstelsel aanwezig. Dat ligt niet aan hoe ik het toen heb geleerd. Dat ligt alles aan het feit dat ik er jarenlang niets mee heb gedaan. En kennis die je niet gebruikt, vervaagt. Als ik in m’n werk weer met spieren zou moeten gaan werken, is die kennis binnen no-time terug. Ik kan die kennis dan makkelijk re-activeren. Repeteren en herhalen werkt. En je moet dan wel aan de slag blijven met die kennis. Anders is dat stampen voor niets geweest!

Repeteren, herhalen, repeteren, herhalen, etc, enz….

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , , , op 2 december 2010 door Hans de Gruijter

Vroeger was ‘t niet eens zo slecht, schiet me steeds vaker te binnen. Vooral als ‘t over opvoeden en onderwijs gaat, lijkt het alsof onze ouders en voorouders ‘t allemaal wel goed hadden gezien. Aanleiding voor deze overdenking was een opiniestuk van Ferry Haan in de Volkskrant van vandaag. Zijn stuk met de titel “Repeteren komt weer helemaal terug” geeft aan dat een effectieve maar niet zo populaire manier om te leren lang ondergewaardeerd is geweest. Ten onrechte. Ik kan hem daar alleen maar in gelijk geven. Ik zal laten zien waarom.

Je wordt goed in de dingen die je veel doet. Voorbeelden hiervoor liggen voor ‘t oprapen. We hoeven alleen maar naar topsporters te kijken om te zien dat het waar is. Het is niet waar dat het alleen maar talent en aanleg is. Kijk bijvoorbeeld naar foto’s van jeugdelftallen van Ajax, Feyenoord of PSV van een jaar 10 geleden. Je herkent dan per team hooguit één of twee gezichten van spelers die inmiddels zijn doorgebroken en in het eerste van die ploegen spelen. Of wellicht zelfs bij één van de grote Europese clubs onder contract staan. En al die 11 (of meer) jongens die op die foto’s stonden, hadden aanleg en talent. Allemaal, stuk voor stuk. Wat maakt dan dat die paar het wel maken? Doorzettingsvermogen en vooral veel doen. Het mooiste voorbeeld hiervoor is Dirk Kuyt. In vergelijk met leeftijdgenoten een “beperkte” voetballer. Hij staat al jaren aan de top en speelt nu bij Liverpool.

Een ander voorbeeld dat veel doen, heel veel doen, zorgt dat je ergens goed in wordt is Rüdiger Gamm. Deze Duitser besloot, na een niet zo bijster goed verlopen school- en studieloopbaan, op 21-jarige leeftijd dat hij goed wilde worden in rekenen. Vanaf dat moment is hij gaan oefenen met hoofdrekenen. Niet een beetje oefenen, heel veel oefenen. Uren per dag, weken, maanden en jaren lang. Nu, 39 jaar oud, wordt Rüdiger beschouwd als een wereldwonder als ‘t over hoofdrekenen gaat. Hij is sneller met complexe sommen dan getrainde calculator gebruikers. Had Rüdiger een bijzonder talent, speciale aanleg voor rekenen? Nee, niet meer of beter dan anderen uit zijn schooljaren. Eén bijzonder talent heeft hij wel: doorzettingsvermogen.

Een derde en laatste voorbeeld komt uit een boek van één van m’n lievelingsschrijvers, Malcolm Gladwell. Dat boek is Uitblinkers. Gladwell toont daarin aan dat we altijd verkeerd, of wellicht beter geformuleerd, niet volledig naar uitblinkers hebben gekeken. Zo stelt Gladwell als meest opvallende punt, dat uitblinkers vaak vooral door toeval zo goed zijn geworden. Uiteraard was er sprake van talent en aanleg. Maar zeer zeker ook een behoorlijke portie toeval, of zo je wilt, geluk. Zijn belangrijkste punt voor dit stuk, maakt Gladwell echter als hij het heeft over “uren maken”, “meters maken”. Op basis van diverse voorbeelden berekent hij dat je minimaal 10.000 uur moet oefenen om echt heel erg goed te worden. Uitzonderlijk goed.

Kortom, in mijn ogen voldoende voorbeelden die laten zien dat repeteren en herhalen gewoon terug moeten komen in het onderwijs. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de principes van breinleren, die ook laten zien dat herhalen een belangrijk, zoniet onmisbaar, principe is in leren. Als ons onderwijs dit principe van repeteren weer omarmt, krijgen onze kinderen weer een stevig fundament. Dat fundament heet basiskennis en -vaardigheden. En als side-effect heeft Nederland weer een kans zijn goede naam op onderwijsgebied terug te krijgen.

Tot slot om het allemaal nogmaals te laten zien (en omdat het zo’n mooi filmpje is) een verhaal van Michael Jordan. Ja hij had talent, ja hij had aanleg, ja hij had een lichaam dat erg geschikt was voor basketbal. En ja, hij heeft zijn uren gemaakt in “the gym” en “on the pitch”. Kijk, luister en geniet. En laat de boodschap tot je doordringen!

Alles wat je aandacht geeft, groeit.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 22 november 2010 door Hans de Gruijter

Ik had al een keer beloofd om over dit onderwerp een blog te schrijven. ‘t Was daar even niet van gekomen. Omdat belofte doorgaans schuld maakt en ik niet graag schulden heb hier dus het stuk over alles wat je aandacht geeft groeit.

De basis voor dit stuk wordt gevormd door het gelijknamige boek van Cora Smit en Saskia Tjepkema. Het heeft als ondertitel ” De kunst van het transparant managen”. Ik wil in de komende regels laten zien dat het principe “alles wat je aandacht geeft, groeit” op meer toepasbaar is dan alleen het managen.

In het boek leggen Cora en Saskia uit dat het echt zo is dat alles wat je aandacht geeft, groeit. Dan kun je maar beter dat aandacht geven wat je goed vindt. Want ook negatieve zaken die aandacht krijgen zullen toenemen, is de logische vervolgstap. In de kunst van het transparant managen is de eerste stap het duidelijk en ondubbelzinnig formuleren wat je wel wilt als manager / leidinggevende. Zorg dat iedereen in jouw team dat weet. En ga dan elke keer dat mensen het gewenste gedrag vertonen (dat is gedrag dat bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat) dat bedrag belonen. Vertonen je medewerkers ander, minder of zelfs ongewenst gedrag? Negeer het! Niets zo erg voor mensen (we zijn en blijven tenslotte sociale dieren) om genegeerd te worden. Gedrag dat geen aandacht krijgt, dooft uit. Als extra bewijs voor deze stelling moge het volgende voorbeeld dienen. Een primitieve stam (de exacte locatie weet ik niet meer) kende een eigen “rechtspraak”. De zwaarste straf in dat eigen systeem was niet de doodstraf. Als een stamlid iets had gedaan wat in de ogen van de stamoudsten de ultieme misdaad was, werd hij / zij niet ter dood gebracht. De straf was zo mogelijk nog erger………. De “misdadiger” diende door de hele stam te worden genegeerd. Doorgaans gingen deze geëxcommuniceerde leden dood (als ze in de stam bleven) of ze kozen eieren voor hun geld en verlieten de stam. Liever een leven in eenzaamheid, dan te worden genegeerd.

Op welke vlakken is het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” nog meer van toepassing? Waar anders dan in de opvoeding van kinderen? Veel gedrag van kinderen komt voort uit (overdreven) aandacht van hun ouders. Zoals voorbeelden die Paul Helders (de hoogleraar Fysiotherapie) aanhaalde in zijn artikel in de Volkskrant van maandag 15 november. Zie daarvoor ook mijn Blog van vorige week. Kinderen die vallen of zich bezeren, kijken in veel gevallen eerst naar hun ouders. Als die erg schrikken en veel (overigens goedbedoelde!) aandacht geven aan hun kind, zal deze aandacht in een volgend geval leiden tot weer “zielig” gedrag. Of de aard van de val daar nu wel of niet aanleiding toe geeft. Erg veel (te veel?) goedbedoelde aandacht bij elk wissewasje levert kinderen op die geen enkel stootje kunnen verdragen. En wees gerust; elke ouder herkent de signalen van zijn / haar kind dat zich echt heel erg zeer heeft gedaan en veel zorg en troost nodig heeft!

Een ander vlak waar het principe opgaat is het leren en ontwikkelen. Hier wil ik graag een koppeling maken naar het werk van Carol Dweck. ook over haar boek (Mindset) heb ik al eerder een blog geschreven. Zoals Carol Dweck, onder meer, stelt in haar boek is dat de belangrijkste voorspeller voor het leren van nieuwe vaardigheden, het ontwikkelen van nieuw gedrag is of je zelf gelooft in de mogelijkheid om het te leren dan wel te ontwikkelen. In haar woorden; heb je een growth mindset, dan gaat ‘t je lukken. Heb je een fixed mindset, dan is de kans vele malen kleiner dat je succesvol zult zijn. Wat hebben opleiders, docenten, leraren en trainers dus te doen? Aandacht geven aan elke vorm van gedrag die duiden op een growth mindset. En elk gedrag dat duidt op een fixed mindset domweg negeren. In sommige gevallen zal het een weg van de lange adem worden, maar zoals zo vaak, zullen de aanhouders winnen! Een collega blogster op WordPress (Eef Huiser) schrijft een aantal aardige artkelen over sterke punten en hoe je die kunt ontwikkelen. Uit haar stukken blijkt dat sommig gedrag al heel jong is aangeleerd. En afleren van lang geleden gevormd gedrag is het moeilijkst.

Lezen over nieuwe inzichten en theorieën is leuk. Nog leuker is het om te kijken of je iets kunt met die inzichten en theorieën. Wat houdt je tegen om de komende dagen het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” toe te gaan passen? Dat dacht ik al…….. eigenlijk niets. Ga het nou gewoon doen en laat mij weten wat je ervaringen zijn. Veel succes en nog meer plezier!

Lang leve het brein!

Geplaatst onder Breinleren, Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 14 november 2010 door Hans de Gruijter

Het was even stil de afgelopen anderhalve week. Ik vertoefde een week in Toscane en had besloten om me even helemaal niet bezig te houden met social media, blogs en nog wat van die zaken. Ik kon het niet laten om wel e-mail en twitter te checken. Ik was dus niet helemaal verstoken van de actualiteit. Eerlijk gezegd was het wel lekker rustig om niet regelmatig achter de laptop te kruipen. Dat leverde tijd op voor mooie tochten langs Toscaanse steden en dorpen, lekker eten, goede wijnen en, het belangrijkste, leuk en inspirerend gezelschap. De grootste inspiratie voor een nieuwe blog vond ik echter in de Volkskrant van zaterdag 13 november. Daar vond ik een artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten met als titel “Denken moet je leren”.

Het artikel gaat enerzijds uit van publicaties van een aantal Nederlandse Breinonderzoekers. Anderzijds sluiten de schrijvers aan bij een ontwikkeling uit de VS. Daar hebben steeds meer mensen de buik meer dan vol van holle frasen, inhoudsloze teksten en modieus gezwets. Een oproep aldaar leverde liefst 200.000 deelnemers op aan een “rally to restore sanity”. Hier loopt het Malieveld makkelijk vol, maar nog niet voor een oproep tot meer redelijk en logisch nadenken. Dat hopen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten wel voor elkaar te krijgen. Dan niet via een demonstratie op het Malieveld (of waar dan ook), maar via het onderwijs. Zij roepen iedereen op om daar een bijdrage aan te (gaan) leveren. Ik geef, allereerst via deze blog, graag gevolg aan die oproep.

Vooral door de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten bij de FCE, was ik het afgelopen jaar al een fan geworden van breinleren. Onderzoekers als Ap Dijksterhuis, Dick Swaab en Victor Lamme laten in hun boeken en publicaties zien hoe ons brein in elkaar zit en wat dat betekent voor leren, beslissingen nemen en zoiets als de (zogenaamde) vrije wil. Zonder alle publicaties te citeren én het artikel uit de Volkskrant dunnetjes over te doen, volsta ik hier met de vaststelling dat de essentie is dat het onbewuste deel van ons brein de touwtjes doorgaans in handen heeft. Het bewuste deel van ons brein is niet de controleur, bestuurder of hoe je het noemen wilt. Ons bewustzijn is, zo stellen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten, vooral te zien als de commentator die verslag doet van wat op het voetbalveld gebeurt. Ons onbewuste bepaalt en ons bewustzijn verzint daar later de goede en mooie verhaaltjes bij.

En wat betekent dat nu voor het nadenken en hoe je dat moet leren? Zoals met alles: vroeg beginnen! Logisch nadenken is nu nog vooral een zeer gewenst bij-effect van vakken als rekenen en taal. Het moet een vak op zich worden. Feiten en informatie verzamelen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, oorzaak en gevolg kunnen aangeven, zijn allemaal cognitieve vaardigheden die zeer wel van pas komen in een samenleving. Het artikel onderkent twee belangrijke aspecten. Het eerste is dat een overheid via logisch en helder nadenken transparant is en blijft bij het formuleren en vaststellen van beleid. Wij burgers, geconfronteerd met dat beleid, kunnen door op dezelfde manier na te denken, controleren of die overheid ons niet een formidabele peer zit te stoven. Mondige burgers kunnen dan, gewapend met argumenten, de discussie aangaan. Dan zijn we gelijk verstoken van alle hol geblaat op allerlei sites als geenstijl.nl en aanverwante webvervuilers. Ben ik hier kort door de bocht? Zeker, en ‘t voelt prima!

Terug naar het betoog. Start op scholen en voer voor zo jong mogelijke leerlingen het vak nadenken in. Behalve dat het leuk is, levert het ook nog eens op dat kinderen zelf leren nadenken. En op dit punt wil ik een misverstand dat hier op de loer ligt uit de weg helpen. Het feit dat het vooral het onbewuste deel van ons brein is dat de touwtjes in handen heeft, wil niet zeggen dat je alles op het gevoel of (beter gezegd) de intuïtie mag doen. Je kunt beslissingen pas aan je onbewuste overlaten als je er goed en lang over hebt nagedacht. Eerst alles op een rijtje. Feiten verzamelen, ordenen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, etc. Pas dan de beslissing “laten onstaan”. Lees hierover ook het zeer leesbare boek van Ap Dijksterhuis; “Het slimme onbewuste”.

Er is werk aan de winkel; laten we de strekking van het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten zoveel mogelijk uitdragen. Zorgen dat het landt bij beleidsmakers van OCW, schooldirecteuren, onderwijsdeskundigen, etc, etc. Dat het Malieveld niet voor een NL versie van de “rally to restore sanity” moet vollopen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.