Vroeger was ‘t niet eens zo slecht, schiet me steeds vaker te binnen. Vooral als ‘t over opvoeden en onderwijs gaat, lijkt het alsof onze ouders en voorouders ‘t allemaal wel goed hadden gezien. Aanleiding voor deze overdenking was een opiniestuk van Ferry Haan in de Volkskrant van vandaag. Zijn stuk met de titel “Repeteren komt weer helemaal terug” geeft aan dat een effectieve maar niet zo populaire manier om te leren lang ondergewaardeerd is geweest. Ten onrechte. Ik kan hem daar alleen maar in gelijk geven. Ik zal laten zien waarom.
Je wordt goed in de dingen die je veel doet. Voorbeelden hiervoor liggen voor ‘t oprapen. We hoeven alleen maar naar topsporters te kijken om te zien dat het waar is. Het is niet waar dat het alleen maar talent en aanleg is. Kijk bijvoorbeeld naar foto’s van jeugdelftallen van Ajax, Feyenoord of PSV van een jaar 10 geleden. Je herkent dan per team hooguit één of twee gezichten van spelers die inmiddels zijn doorgebroken en in het eerste van die ploegen spelen. Of wellicht zelfs bij één van de grote Europese clubs onder contract staan. En al die 11 (of meer) jongens die op die foto’s stonden, hadden aanleg en talent. Allemaal, stuk voor stuk. Wat maakt dan dat die paar het wel maken? Doorzettingsvermogen en vooral veel doen. Het mooiste voorbeeld hiervoor is Dirk Kuyt. In vergelijk met leeftijdgenoten een “beperkte” voetballer. Hij staat al jaren aan de top en speelt nu bij Liverpool.
Een ander voorbeeld dat veel doen, heel veel doen, zorgt dat je ergens goed in wordt is Rüdiger Gamm. Deze Duitser besloot, na een niet zo bijster goed verlopen school- en studieloopbaan, op 21-jarige leeftijd dat hij goed wilde worden in rekenen. Vanaf dat moment is hij gaan oefenen met hoofdrekenen. Niet een beetje oefenen, heel veel oefenen. Uren per dag, weken, maanden en jaren lang. Nu, 39 jaar oud, wordt Rüdiger beschouwd als een wereldwonder als ‘t over hoofdrekenen gaat. Hij is sneller met complexe sommen dan getrainde calculator gebruikers. Had Rüdiger een bijzonder talent, speciale aanleg voor rekenen? Nee, niet meer of beter dan anderen uit zijn schooljaren. Eén bijzonder talent heeft hij wel: doorzettingsvermogen.
Een derde en laatste voorbeeld komt uit een boek van één van m’n lievelingsschrijvers, Malcolm Gladwell. Dat boek is Uitblinkers. Gladwell toont daarin aan dat we altijd verkeerd, of wellicht beter geformuleerd, niet volledig naar uitblinkers hebben gekeken. Zo stelt Gladwell als meest opvallende punt, dat uitblinkers vaak vooral door toeval zo goed zijn geworden. Uiteraard was er sprake van talent en aanleg. Maar zeer zeker ook een behoorlijke portie toeval, of zo je wilt, geluk. Zijn belangrijkste punt voor dit stuk, maakt Gladwell echter als hij het heeft over “uren maken”, “meters maken”. Op basis van diverse voorbeelden berekent hij dat je minimaal 10.000 uur moet oefenen om echt heel erg goed te worden. Uitzonderlijk goed.
Kortom, in mijn ogen voldoende voorbeelden die laten zien dat repeteren en herhalen gewoon terug moeten komen in het onderwijs. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de principes van breinleren, die ook laten zien dat herhalen een belangrijk, zoniet onmisbaar, principe is in leren. Als ons onderwijs dit principe van repeteren weer omarmt, krijgen onze kinderen weer een stevig fundament. Dat fundament heet basiskennis en -vaardigheden. En als side-effect heeft Nederland weer een kans zijn goede naam op onderwijsgebied terug te krijgen.
Tot slot om het allemaal nogmaals te laten zien (en omdat het zo’n mooi filmpje is) een verhaal van Michael Jordan. Ja hij had talent, ja hij had aanleg, ja hij had een lichaam dat erg geschikt was voor basketbal. En ja, hij heeft zijn uren gemaakt in “the gym” en “on the pitch”. Kijk, luister en geniet. En laat de boodschap tot je doordringen!