Archief voor Nadenken

#Kentweken

Geplaatst onder Algemeen, Social Media met tags , , op 14 mei 2011 door Hans de Gruijter

De nieuwe kentekens zijn al een tijdje gemeengoed op de Nederlandse wegen. ‘t Was natuurlijk ff wennen; niet meer de vertrouwde indeling met drie setjes met elk twee tekens (letters en cijfers). Nu dus 2 cijfers – 3 letters – 1 cijfer.

Het biedt echter nieuwe mogelijkheden. Mogelijkheden voor spelletjes als je je zit te vervelen in de auto of op de fiets. Zo werkt het voor mij in ieder geval wel. Ik probeer bestaande afkortingen te vinden in die 3 letters. En er dan een passende naam voor de betreffende auto voor te vinden.

Hiernaast de twee (wel erg defensie gerelateerd) die ik vond, op foto vastlegde en via twitter de wereld instuurde. Ik heb er al meer gezien onderweg. Helaas had ik die keren geen camera bij de hand of de situatie was te onveilig om snel te fotograferen. Twee kentekens die ik heb gezien en van een “naam” heb voorzien waren: HBS – “Old skool auto”, NHG – “Auto op gegarandeerde afbetaling”.

Wie doet mee aan deze “speurtocht”? Leuk is dan wel dat je het kenteken op de foto zet, een naam verzint voor de auto en dit via twitter de wereld in stuurt. Voorzie je tweet van de hashtag #kentweken. Dat zoekt iets makkelijker. Ik zal proberen hier een onregelmatige update te geven van de gevonden #kentwekens. Ben benieuwd naar de vondsten; zowel kentekens als namen.

Veel plezier!

21 Bochten en een goed gesprek met jezelf

Geplaatst onder Wielrennen met tags , , , op 21 maart 2011 door Hans de Gruijter

Zaterdag 1 juli 2000. Uur of drie ‘s middags. De Marmotte is dan een uur of 8 onderweg. Drie cols achter de rug, nog één te gaan; Alpe d’Huez. Een klim die ik bijna kan dromen. Ooit de eerste grote berg die ik in de Alpen reed. In 1981 reed ik met m’n broer die fameuze Nederlandse berg op. In alle rust reden we omhoog, Ik een groot deel samen met een Fransman die het op routine deed. Uiteindelijk leverde die eerste rit een tijd op van 1 uur en 15 minuten. Broerlief deed het rustiger en kwam 10 minuten later boven. In de jaren die volgden zou de klim elk jaar minstens één keer op het vakantiemenu staan. Zo makkelijk als de klim die eerste keer ging, zo vreesaanjagend was die eerste keer de afdaling door 21 haarspeldbochten. Pas bij bocht 21 kreeg ik het een beetje door. Remmen kon erg laat; zo’n 50 meter voor de bocht. Die ervaring zou ik pas weer een jaar later kunnen gebruiken.

De Marmotte had me tot aan de Alpe veel moeite gekost. M’n training in dat voorjaar had een duidelijke dip gehad. Kwam allemaal door het kopen van een nieuw huis en de noodzaak om dat nieuwe onderkomen grondig op te knappen. En dat ging ten koste van de broodnodige trainingskilometers. De laatste voorbereiding was een week voor de Marmotte. Met vier fietsvrienden reed ik, de korte (!) versie van Les Trois Ballons. Toch altijd nog 150 kilometers door een natte en koude Elzas. Daarna door naar de Alpen waar we nog wat kilometers maakten en vooral veel lol hadden. De lol kwam van de vanzelfsprekendheid waarmee we met z’n vijven onze sport beleefden en de gereden trainingskilometers van commentaar voorzagen. Lol kwam ook nog van een wedstrijd van Oranje tijdens het EK in eigen land. Vooral de 6-1 tegen Joegoslavië leverde een gedenkwaardige avond op. Die euforische sfeer was een paar dagen later in één klap weg.

Gelukkig mochten we een dag later doen waar we voor gekomen waren; een rit van 175 kom over het rijtje dat half wielrennend Nederland kan dromen; Col de la Croix de Fer, Col du Télégraphe, Col du Galibier en l’ Alpe d’Huez. ‘s Ochtends om net na 6 uur staan we naast de auto in La Garde, drie kilometer op de klim naar de Alpe. Kleumend in een druilerig regentje peuteren we onze fietsen uit de auto. Banden worden nog een keer opgepompt. Schoenen aan, helmen op, de laatste check op alles dat in orde moet zijn. Bidons gevuld en achterzakken vol met voeding. We dalen licht gespannen 3 kilometer af naar de start, waar de term “met de Franse slag” nog een compliment voor is. Een jaar later zie ik bij de Dolomietenmaraton hoe het ook kan.

Iets na 7 uur komt dan eindelijk beweging in de massa van 4300 deelnemers. Mijn vrienden, die inmiddels Marmotte veteranen zijn, hadden me al voorbereid op de gekte na de start. Het blijkt nog gekker te zijn. De eerste 10 kilometer naar de voet van de Col de la Croix de Fer gaan in krap een kwartier. De meute gaat in een dolle gestrekte draf op die eerste klim af. Ook al had ik me voorgenomen me niet gek te laten maken; het gaat vanzelf. En het lijkt geen moeite te kosten. De Croix de Fer gaat redelijk. Gek word ik alleen van die übergesoigneerde Italiaantjes die vrolijk keuvelend langsfietsen. Meer moeite kost me, gewoontegetrouw, de Galibier. De enige keren dat ik die berg lekker reed, waren de ritten waar ik pas in Valloire op de fiets stapte. Genieten doe ik ook, gek genoeg. De verlatenheid en desolate schoonheid van de Galibier blijven indrukwekkend. Ook als ik zit te vloeken vanwege een zeer merkbaar tekort aan training.

Dat het nog erger kan merk ik 2 uur later. De 45 kilometer dalen vanaf het dak van de Marmotte (2645 meter) naar de voet van de Alpe lijken me goed te hebben gedaan. Ik heb gegeten en gedronken. Bij le Clapier haal ik nog wat extra drinken en eten. Met redelijk goede moed begin ik aan de 13 kilometer en 21 bochten. Ergens na La Garde, waarschijnlijk tussen km 4 en 5 begint het. Ik voel me leeg, ook al heb ik geen honger. Zelfs wandelaars lijken sneller omhoog te gaan. Ik voel me slap en alles begint zeer te doen. Ik neem me voor om bij het volgende kilometerbordje even te pauzeren. Als dat bordje in zicht komt, realiseer ik me dat dit voornemen net zo realistisch als absurd is. Realistisch omdat ik me leeg en uitgeknepen voel. Absurd omdat je niet afstapt in een klim. Vooruit, bij een lekke band kan het. Verder niet.

Kilometerbordje 6 laat ik voorbijgaan. Nog geen 100 meter verder voel ik me nog slechter. En weer komt het voornemen in me op om krap 900 meter verderop even te pauzeren. Als km 7 in zicht komt, vervloek ik mezelf. “Lul, klootzak, je stapt niet af!” M’n benen, m’n rug en m’n ingewanden protesteren heftig tegen. Die willen maar één ding. Toch gaat ook bordje 7 traag langs. Ik kom in een ritme; na 100 meter komt het voornemen om even te pauzeren net zo onweerstaanbaar m’n brein binnen als een afloper leegloopt. En elke keer gaat de ratio de strijd met de emotie aan. En wint weer. Tergend langzaam schuift bordje 8 in en uit mijn blikveld.

Zo gaan bordjes 9, 10 en 11 ook langs. M’n brein en lijf hebben blijkbaar geen behoefte aan afwisseling. Korte vloeken en verwensingen werken elke kilometer weer. “Afstappen is voor losers, lul!” En “Klootzak, je vergeeft het je nooit als je nu afstapt!”. Diverse variaties op deze mantra’s werken elke keer. En zo kom ik bij het bordje van de laatste kilometer. Dan gaat het lekker; vooral omdat de laatste kilometer grote stukken vlak en licht vals plat kent. Uitgewrongen rol ik na 9 uur en 38 minuten over de streep. M’n eerste Marmotte zit erop. Volgend jaar weer een goed gesprek!

Met beide voeten op de grond

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , op 15 november 2010 door Hans de Gruijter

Behalve een logisch vervolg op m’n vorige blog (Lang leve het brein!) zag ik ook een hartverwarmend pleidooi voor “gewoon doen” in het artikel over (bijna gepensioneerde) Professor Paul Helders in de Volkskrant van vandaag. Ik zal zowel de strekking van m’n vorige blog als de essentie van het stuk over Paul Helders koppelen.

Ik was tegelijk enthousiast én teleurgesteld door het stuk over Paul Helders. Enthousiast omdat hij voor mij de vinger op de zere plek legt. En die zere plek zit ‘m dan in hoe veel ouders nu hun kinderen op voeden. En daar zat ook gelijk mijn teleurstelling. Kenmerkte de gemiddelde opvoeding zich vroeger, heus niet alleen door de grote gezinnen, vooral als “liefdevolle verwaarlozing”. Tegenwoordig rusten mensen niet als alles perfect is. Werk moet perfect zijn, de partner idem dito. De woning mag niet onderdoen voor werk en partner (of was ‘t nu andersom?). De bekroning voor de moderne mens is het krijgen van één of meer kinderen. En ja hoor, ook die kinderen moeten perfect zijn. Als er ook maar het vermoeden is dat er iets niet goed is, zijn pa en ma in rep en roer. Elk kind moet goed zijn, moet slagen. In de wieg, in de box, op de kinderopvang, op school, op de muziekles, in sport, anywhere. Het kind moet presteren en het kind moet ge-entertaind worden. Een kind dat niet aan die torenhoge eisen voldoet gaat uiteindelijk een keer naar de fysiotherapeut. En dan blijkt dat bij de 1800 nieuwe behandelingen per jaar, slechts 450 kinderen echt iets blijken te mankeren. Die andere 1350 maken dus voor niets gebruik van dure fysiotherapeuten. En waarom? Omdat papa en mama niet willen accepteren dat hun kind zich op zijn eigen manier en in eigen tempo ontwikkelt.

Helaas vergeten deze ouders één ding. Wat wil mijn kind? Soms wil een kind zich gewoon vervelen. Waarom? Omdat verveling creatie oproept, schepping. Kinderen die zich nooit vervelen, zullen zich later vervelend gedragen. En dan mag je hopen dat het bij vervelend blijft.

Paul Helders zet alles weer heerlijk rustig en nuchter in het juiste perspectief. Kinderen ontwikkelen zich allemaal in hun eigen tempo. Geen twee kinderen volgen een identiek ontwikkelpad. Zo ontwikkelt het ene kind zich eerst vooral op fysiek vlak. En zal daarom ook eerder (en misschien ook beter) kunnen fietsen dan zijn buurjongetje dat even oud is. Een ander kind ontwikkelt zich eerst cognitief en mentaal. Kan eerder lezen en rekenen dan zijn fietsende vriendje. Enzovoort. Maar dat willen ouders niet horen, lezen en weten. En hier zit de link naar m’n blog over leren nadenken. Ouders van nu (waar is dat blad trouwens gebleven?) huilen mee met de wolven in het grote vinex bos. Zien en horen dat andere kinderen anders (beter? verder?) zijn dan hun bloedjes. En niet gehinderd door enige kennis van ontwikkelingsfasen gaan zij hun “recht” halen. En doen daarmee hun kinderen onrecht.

Waarschijnlijk is Paul Helders een man die z’n leven lang is blijven nadenken. Eerst kijken, inventariseren, informatie vergaren, ordenen, rangschikken, hoofd- en bijzaken onderkennen. Dan naar oorzaken en gevolgen kijken. En in gesprek blijven. Klinkt allemaal zo logisch. Blijkbaar is dat voor veel mensen geen “appeltje-eitje” meer. Dat moet het wel worden. Lees het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten uit de Volkskrant van zaterdag 13 november nog maar een keer. Ik sluit me weer aan bij hun pleidooi voor onderwijs in “logisch nadenken” en roep tegelijkertijd Paul Helders uit tot een rolmodel van dat “oude nadenken”.

Naast de oproep om het “logisch nadenken” in ere te herstellen wil ik alle ouders oproepen om hun kinderen de kans te geven in hun eigen tijd en tempo op te groeien en zich te ontwikkelen tot mooie mensen. Dat is naast de plicht van alle ouders, vooral het recht van elk kind.

Er zat nog een aspect in het artikel over Paul Helders. Dat heeft te maken met het principe dat alles dat je aandacht geeft, groeit. Daarover gaat m’n volgende blog. Tot dan.

Lang leve het brein!

Geplaatst onder Breinleren, Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 14 november 2010 door Hans de Gruijter

Het was even stil de afgelopen anderhalve week. Ik vertoefde een week in Toscane en had besloten om me even helemaal niet bezig te houden met social media, blogs en nog wat van die zaken. Ik kon het niet laten om wel e-mail en twitter te checken. Ik was dus niet helemaal verstoken van de actualiteit. Eerlijk gezegd was het wel lekker rustig om niet regelmatig achter de laptop te kruipen. Dat leverde tijd op voor mooie tochten langs Toscaanse steden en dorpen, lekker eten, goede wijnen en, het belangrijkste, leuk en inspirerend gezelschap. De grootste inspiratie voor een nieuwe blog vond ik echter in de Volkskrant van zaterdag 13 november. Daar vond ik een artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten met als titel “Denken moet je leren”.

Het artikel gaat enerzijds uit van publicaties van een aantal Nederlandse Breinonderzoekers. Anderzijds sluiten de schrijvers aan bij een ontwikkeling uit de VS. Daar hebben steeds meer mensen de buik meer dan vol van holle frasen, inhoudsloze teksten en modieus gezwets. Een oproep aldaar leverde liefst 200.000 deelnemers op aan een “rally to restore sanity”. Hier loopt het Malieveld makkelijk vol, maar nog niet voor een oproep tot meer redelijk en logisch nadenken. Dat hopen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten wel voor elkaar te krijgen. Dan niet via een demonstratie op het Malieveld (of waar dan ook), maar via het onderwijs. Zij roepen iedereen op om daar een bijdrage aan te (gaan) leveren. Ik geef, allereerst via deze blog, graag gevolg aan die oproep.

Vooral door de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten bij de FCE, was ik het afgelopen jaar al een fan geworden van breinleren. Onderzoekers als Ap Dijksterhuis, Dick Swaab en Victor Lamme laten in hun boeken en publicaties zien hoe ons brein in elkaar zit en wat dat betekent voor leren, beslissingen nemen en zoiets als de (zogenaamde) vrije wil. Zonder alle publicaties te citeren én het artikel uit de Volkskrant dunnetjes over te doen, volsta ik hier met de vaststelling dat de essentie is dat het onbewuste deel van ons brein de touwtjes doorgaans in handen heeft. Het bewuste deel van ons brein is niet de controleur, bestuurder of hoe je het noemen wilt. Ons bewustzijn is, zo stellen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten, vooral te zien als de commentator die verslag doet van wat op het voetbalveld gebeurt. Ons onbewuste bepaalt en ons bewustzijn verzint daar later de goede en mooie verhaaltjes bij.

En wat betekent dat nu voor het nadenken en hoe je dat moet leren? Zoals met alles: vroeg beginnen! Logisch nadenken is nu nog vooral een zeer gewenst bij-effect van vakken als rekenen en taal. Het moet een vak op zich worden. Feiten en informatie verzamelen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, oorzaak en gevolg kunnen aangeven, zijn allemaal cognitieve vaardigheden die zeer wel van pas komen in een samenleving. Het artikel onderkent twee belangrijke aspecten. Het eerste is dat een overheid via logisch en helder nadenken transparant is en blijft bij het formuleren en vaststellen van beleid. Wij burgers, geconfronteerd met dat beleid, kunnen door op dezelfde manier na te denken, controleren of die overheid ons niet een formidabele peer zit te stoven. Mondige burgers kunnen dan, gewapend met argumenten, de discussie aangaan. Dan zijn we gelijk verstoken van alle hol geblaat op allerlei sites als geenstijl.nl en aanverwante webvervuilers. Ben ik hier kort door de bocht? Zeker, en ‘t voelt prima!

Terug naar het betoog. Start op scholen en voer voor zo jong mogelijke leerlingen het vak nadenken in. Behalve dat het leuk is, levert het ook nog eens op dat kinderen zelf leren nadenken. En op dit punt wil ik een misverstand dat hier op de loer ligt uit de weg helpen. Het feit dat het vooral het onbewuste deel van ons brein is dat de touwtjes in handen heeft, wil niet zeggen dat je alles op het gevoel of (beter gezegd) de intuïtie mag doen. Je kunt beslissingen pas aan je onbewuste overlaten als je er goed en lang over hebt nagedacht. Eerst alles op een rijtje. Feiten verzamelen, ordenen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, etc. Pas dan de beslissing “laten onstaan”. Lees hierover ook het zeer leesbare boek van Ap Dijksterhuis; “Het slimme onbewuste”.

Er is werk aan de winkel; laten we de strekking van het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten zoveel mogelijk uitdragen. Zorgen dat het landt bij beleidsmakers van OCW, schooldirecteuren, onderwijsdeskundigen, etc, etc. Dat het Malieveld niet voor een NL versie van de “rally to restore sanity” moet vollopen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.