Archief voor Onderwijs

Verkeerde oplossing

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , op 26 januari 2011 door Hans de Gruijter

Vol trots twitterde onze Minister Marja van Bijsterveldt op maandag 24 januari dat in Rotterdam een pilot zal starten om peuters met een taalachterstand een vliegende start te bezorgen. Een vliegende start om op de basisschool mee te kunnen met de andere kinderen en niet op een onoverbrugbare achterstand te worden gezet. En omdat taalachterstand niet alleen effect heeft op taalonderwijs, maar ook op andere gebieden lijkt het een erg goed en verstandig initiatief. Lijkt, zeg ik met opzet.

Het probleem bestaat, laat ik daar niet moeilijk over doen. En het is een serieus probleem. Elk kind dat uitvalt in het onderwijs is er één te veel. Alle initiatieven om te zorgen dat alle kinderen die aan onderwijs beginnen, dat onderwijs ook afronden is toe te juichen. Ik laat zien dat juist dit plan verkeerd is. En wel om vier redenen.

  1. Taal is belangrijk, heel erg belangrijk. Het is het enige middel dat wij hebben om kennis over te dragen, om cultuur over te dragen. Het is daarmee van het grootste belang dat iedereen Nederlands leert spreken, lezen, begrijpen en schrijven. Dit initiatief richt zich echter uitsluitend op taal. En een kind is meer dan een organisme dat moet leren praten, spreken, lezen en schrijven. Een kind dient zich ook op andere vlakken te ontwikkelen. Met mijn achtergrond als leraar LO gaat het me aan het hart dat er (weer) niets gezegd wordt over het belang van een goede fysieke en motorische ontwikkeling. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit initiatief wordt ingegeven door de wens om Nederland weer in de top 5 van de PISA ranglijst te krijgen.
  2. Elk kind kent een eigen uniek ontwikkelingstempo en -volgorde. Het ene kind zal zich eerst vooral fysiek en motorisch ontwikkelen. En wat later op cognitief vlak. Andere kinderen maken eerst een mentale en emotionele ontwikkeling door. En geen kind zal elke stap in dezelfde snelheid zetten. Het initiatief van de Minister komt voort uit de misvatting dat de ontwikkeling van alle kinderen hetzelfde patroon volgen in een en dezelfde snelheid.
  3. Het kan niet anders dan dat dit initiatief gaat leiden tot meer testen. Hoe wil de Minister anders vaststellen of een kind überhaupt een taalachterstand heeft. En na het zomerbijspijkerprogramma (3x woordwaarde!) zal weer moeten worden getest of het kind wel vorderingen heeft gemaakt. Arme 3-jarige peuters. Als ze al geen hekel hebben aan school, krijgen ze het zo wel. School = testen, zullen ze denken. Terwijl school op die leeftijd nog helemaal niet in beeld moet zijn; hooguit als lonkend perspectief. Op de dag dat deze 3-jarigen hun vierde verjaardag vieren gaat hun school carrière beginnen. Ik weet nog van mijn zoontje dat hij vol verwachting uitkeek naar die dag; zijn eerste schooldag. Hij was dan ook gelukkig niet suf getest bij het kinderdagverblijf en peuterspeelzaal. Hij mocht daar doen wat kinderen op die leeftijd behoren te doen; spelen, uitproberen, naäpen, de kunst afkijken, et, etc. En daarmee en daardoor heel veel leren.
  4. Het is een verkeerde oplossing van een serieus en nijpend probleem. Want de oplossing laat de oorzaak van het probleem in stand.  De meeste kinderen met een taalachterstand hebben ouders die niet of zeer gebrekkig Nederlands spreken. Zolang dat probleem niet wordt aangepakt blijft het in de zomerbijspijkerlessen dweilen met de kraan open . Het recept is zeer eenvoudig. Iedereen die zich vanuit een buitenland in Nederland wenst te vestigen dient eerst en vooral de taal te leren. Zonder taal geen uitzicht op werk, op scholing, op integratie. Zonder werk en integratie grote kans op een te groot beroep op sociale voorzieningen, medische hulp en vaak ook psychiatrische hulp. Een onevenredig groot beroep op steeds schaarser wordende publieke middelen. De Minister scoort pas echt op het terugdringen van taalachterstand als zij de aanpak weghaalt bij de kinderen en richt op de volwassenen. Dat vergt samenwerking met andere departementen. Mooi taak voor deze ambitieuze regering.

Succes!

Wie is er nou gekke Henkie?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , , op 18 januari 2011 door Hans de Gruijter

Nederland gidsland, Nederland tolerant. Die twee kreten zijn de laatste jaren behoorlijk aan inflatie onderhevig. En dan druk ik me nog voorzichtig uit. Door met name de PVV is de laatste jaren veel aandacht gevraagd (en gekregen) voor een te grote instroom en (daarmee?) invloed van niet-westerse allochtonen. Vooral de invloed van de groeiende groep mensen met een islamistisch gedachtegoed werd (en wordt) als bedreigend gezien voor Nederland. Bedreigend voor de Nederlandse cultuur, voor de Nederlandse waarden.

Een oud testamentische uitdrukking luidt: “Je valt over de splinter in het oog van je buurman, maar ziet de balk in je eigen oog niet”. De splinter is de invloed van een groeiende groep islamitische burgers in Nederland. Wat we vergeten is de balk. Dat is de in Nederland van oudsher woonachtige grote groep, die minstens zo dogmatisch is als die islamitische medelanders. Ze hangen een ander, van oudsher christelijk, geloof aan. Zij zijn doorgaans lid van respectabele verenigingen en partijen. En ze zijn dogmatisch, op het intolerante af. Ze staan afwijzend tegenover alles dat niet past of zou passen in het verhaal dat hun bijbel vertelt.

Popmuziek, evolutie, medische vooruitgang, geboortebeperking, etc, etc. Een kleine, niet helemaal willekeurige greep uit de zaken die vanuit een zeer diverse kerkelijke hoek niet worden gepruimd. En hier gaat deze groep Nederlanders verdacht veel lijken op de fanatieke aanhangers van Mohammed die ook van alles afwijzen. Die verketteren wat hen onwelgevallig is. Nederland schreeuwt, terecht, moord en brand als wordt voorgesteld de Sharia in te voeren. Nederland verheft, terecht, zijn stem als (zwaar) bevochten rechten voor minderheden worden beknot.

En wat gebeurt bij de ontwikkeling van Nederlandse schoolboeken? Daar worden richtlijnen gegeven om vooral geen aanstoot te geven aan christelijke scholen….. Zie daarvoor de column van Anna van Praag in de Volkskrant van vandaag. Zij schetst een kwalijke praktijk bij het schrijven van lesboeken. Kwalijk in twee opzichten. Allereerst omdat met de wellicht goedbedoelde richtlijnen zaken niet of slecht aan de orde komen. Zaken die thuis horen in ons onderwijs. Dat een deel van Nederland op religieuze gronden niet gelooft in de evolutie is hun goed recht. Maar dat betekent niet dat niemand er van mag horen.

Het tweede kwalijke aspect is dat degenen die het betreft, kinderen, buiten hun weten, worden beknot in hun ontwikkeling, fantasie, creativiteit. Sir Ken Robinson (daar is hij weer!) heeft bij verschillende gelegenheden aangetoond dat scholen behalve opbouwen ook afbreken. Kijk naar deze RSA video om te zien wat onderwijs betekent voor “divergent thinking”. En kijk en luister naar deze TED talk om erachter te komen dat scholen de creativiteit van kinderen “doden”. Laten we nu niet ook nog eens de fantasie van kinderen inperken door boeken te “verbieden” of lesmateriaal te ontdoen van al te gevoelig liggende onderwerpen. We zijn de Taliban niet!

In een pluriforme samenleving als de Nederlandse is het onmogelijk om het iedereen voor 100% naar de zin te maken. Dat houdt in dat elke groepering zijn (haar) portie van ongenoegen zal moeten slikken. Dat is soms niet leuk, zeker als het om zaken gaat die voor die groep zeer belangrijk, want fundamenteel zijn. Het samenleven in Nederland vergt flexibiliteit, tolerantie en inschikkelijkheid. Daarin hoort niet dat een kleine groep zijn wil oplegt aan de rest. Helemaal niet over de rug van kinderen.

Voor we immigranten gaan verwijten dat ze zich niet houden aan die waarden die we in Nederland belangrijk vinden, zullen we eerst intern de zaken op orde moeten hebben. De pot kan nu eenmaal moeilijk de ketel verwijten dat ie zwart ziet…..

Overigens ben ik tegen elke vorm van orthodoxie. Want elke orthodoxie kan vervallen in dogmatisme. Dan is het nog maar een kleine stap naar intolerantie.

Boys will be boys, will be boys.

Geplaatst onder Algemeen, Onderwijs met tags , , , , , op 15 januari 2011 door Hans de Gruijter

Eerst schoot de titel van deze blog me te binnen, nadat ik de video van Ali Carr-Chellman had gezien. Later bleek die quote te komen uit het nummer “Boys keep swinging” van David Bowie.  Bowie geeft in dat nummer, weliswaar met de voor hem gebruikelijke vette knipoog, een aantal karakteristieke eigenschappen en activiteiten van jongens.

Het ging (en gaat me nog steeds!) om de TED talk van Ali Carr-Chellman. Haar verhaal gaat over de situatie in de VS met betrekking tot problemen rond jongens in de schoolperiode. Zij stelt kortweg dat de jongenscultuur niet past in de schoolcultuur. Uiteraard kunnen de door haar gegeven cijfers niet 1-op-1 van toepassing worden verklaard op de Nederlandse situatie. Er zijn echter wel zoveel overeenkomsten tussen de VS en NL, dat de situatie hier vergelijkbaar is met wat Ali Carr-Chellman schetst. En dat is verontrustend. Eerst die cijfers:

  1. Voor elke 100 meisjes die worden geschorst van school staan 250 jongens;
  2. Voor elke 100 meisjes die van school worden gestuurd, staan 335 jongens;
  3. Voor elke 100 meisjes in speciaal onderwijs, staan 217 jongens;
  4. Voor elke 100 meisjes met een leerprobleem, staan 276 jongens;
  5. Voor elke 100 meisjes met een diagnose van emotionele verstoring, staan 324 jongens.

Zij voegt eraan toe dat die cijfers nog een graadje erger zijn als de jongens, zwart en/of arm zijn. En als zij op een school zitten met te (over?)volle klassen. Als klap op de vuurpijl blijkt dat jongens een 4x hogere kans hebben op een ADHD diagnose. Over dat laatste heeft Sir Ken Robinson een aantal zeer interessante nuanceringen en relativeringen gemaakt. Zie daarvoor ook mijn blog over ADHD.

Terug naar het verhaal van Ali Carr-Chellman. Zij geeft 3 duidelijke oorzaken voor het geschetste probleem:

  1. Zero tolerance; echt jongensgedrag wordt niet geaccepteerd. Jongens moeten stil zitten, zich gedragen. ‘t Liefst zoals meisjes…. Jongens willen actief zijn, willen zich meten met andere jongens. Jongens tonen interesse in dingen maken en dingen kapot maken. Een fascinatie stoeien en ruige spelletjes. Al die typische jongens zaken worden door leraressen en onderwijzeressen niet geaccepteerd. “Zit stil en doe je werk!”. In een mooi voorbeeld geeft ze aan dat jongens schrijven niet leuk vinden, omdat ze alleen mogen schrijven over wat van de lerares mag; niet over waar ze zelf graag over schrijven. En dat is over ruige dingen doen, over natuurgeweld, over vechten, etc, etc.
  2. Weinig leraren (vooral vrouwen werken in het onderwijs!); jongens zien mannelijke rolmodellen vooral buiten de school. Bij de scouting, op de sportvereniging, maar niet in school! Dat zou kunnen leiden tot de constatering dat school niet een plek voor jongens / mannen is. School zou “dus” vooral een plek voor meisjes / vrouwen zijn. Jongens kiezen dan liever voor een ander terrein om te excelleren. Maar welk terrein is dat dan?
  3. Kleuterschool is de oude 2e klas; scholen willen goede resultaten afleveren. Resultaten die gemeten kunnen worden. En met dat meten beginnen ze (te) vroeg. Ook delen van het curriculum die eerst in hogere klassen aan bod kwamen, zijn nu naar de kleutergroepen verplaatst. Een hilarische foto van een baby met een boek, spreekt wat dat betreft boekdelen!

Aan het eind van haar TED talk geeft zij een aantal mogelijke oplossingen / oplossingsrichtingen. De grote gemene deler daarin is dat er meer moet worden aangesloten bij (kenmerken van) de jongenscultuur. En dan vooral door meer en betere games.

Wat moet er in Nederland gebeuren? Waarschijnlijk is er al meer dan voldoende cijfermateriaal aanwezig. Aan onderzoek geen tekort. Waar het aan ontbreekt is actie. Actie die er op gericht moet zijn dat er meer mannen betrokken raken bij het onderwijs. Daarnaast zullen de vrouwen in het onderwijs op een andere manier om moeten gaan met dat “typische” jongensgedrag. Vooral in het basisonderwijs. Dat is wat de Minister voor elkaar moet krijgen. Omdat het leuk is om les te geven én omdat het meer dan ooit noodzakelijk is dat jongens (en meisjes) een mannelijk rolmodel zien. De uitkomst van die actie moet zijn dat jongens net zo door het onderwijs gaan als dat meisjes dat nu doen. Laten we ervoor zorgen dat de regel uit het nummer van Bowie wordt herschreven in “boys can be boys, can be boys”.

Met wortel en tak…..

Geplaatst onder Samenleven met tags , , , op 27 december 2010 door Hans de Gruijter

Soms krijg ik een schier onbedwingbare lust om iets uit te roeien, met wortel en tak het liefst. De laatste keer dat ik dat gevoel kreeg, heb ik ook geprobeerd om dat zo letterlijk mogelijk uit te voeren. Een groot deel van mijn tuin werd namelijk ontsierd (in mijn ogen dan) door een al te fluks groeiende klimop. In een aantal sessies op zaterdag- en zondagmiddagen  in de herfst (‘t liefst onder een aangenaam zonnetje) heb ik dat spul zo veel als mogelijk was met wortel en tak uitgeroeid. Gisteravond hoorde ik die kreet (met wortel en tak) weer. Al kreeg die term daar de tegenovergestelde, en daardoor mooiere betekenis.

Aan het eind van een goed en gezellig Kerstweekend keek ik naar een interview dat Paul Witteman had met Herman Finkers. Ik wist niet beer dan dat Herman Finkers vooral uitblonk in genietenswaardige meligheid en fraaie tekstvondsten. In dit gesprek verraste hij mij een aantal keer. De ene keer door heel liefdevol over (de liefde voor) zijn vrouw te vertellen en te zingen. De andere keer door een boekje open te doen over zijn vriendschap met Willem Wilmink. En hij gaf en passant aan dat de quote die hem bij minimaal de helft van de Nederlanders bekendheid heeft gegeven, door hem helemaal niet zo leuk en bijzonder werd gevonden. (“Het stoplicht gaat op rood, het andere gaat op groen, in Almelo is altijd wat te doen”).

Ongeveer halverwege het interview komt Finkers met de mooiste, want tegendraadse, uitleg van “wortel en tak”. Hij legt uit hoe hij naar de Nederlandse samenleving kijkt. En wat nodig is om die, steeds diverser wordende, samenleving sterk te maken en te houden. Stel nou dat er een nieuwe vreemde vogel bij komt, stelde hij. Dan kan die vogel alleen maar op een tak komen zitten in de boom die we Nederland noemen, als de tak wordt gedragen door een wortel die sterk genoeg is. Je krijgt een wortel en daarmee een tak pas sterk als je ervoor zorgt dat iedereen in die boom weet wat de basis is voor die boom. Hoe is Nederland geworden zoals het nu is. Hoe komt het dat we al eeuwen bekend staan als een tolerant volk? Wat is er in al die voorgaande eeuwen gebeurd? Wat is er deze eeuw gebeurd? Dat kan alleen als kinderen goed en genoeg onderwijs krijgen. En dan vooral in geschiedenis. Er moet meer Middeleeuwen in het onderwijs komen, sluit hij af.

Als de uitzending is afgelopen zit in ik nog een tijdje na te denken over zijn opmerkingen. Ik kauw er nog ff op door. Ze klinken heel plausibel; niet in de laatste plaats door de simpele bewoordingen die Finkers gebruikt. Zijn Tukkerse tongval helpt daar ook nog eens bij. Ook zijn zeer open en vaak olijke gezicht straalt iets uit van: “zo simpel kan en moet het zijn”.

Als Nederland inderdaad gezien wordt als een mooie grote boom met een grote, brede stam die wordt gevoed door een wijd en breed stelsel van wortels die zo diep steken dat de boom stevig staat. Op die basis zijn vele takken gekomen. Aan alle takken groeien de mooiste bladeren. Het geeft een mooi vol bladerdek, dat schaduw en bescherming biedt. Het takkenstelsel biedt ook volop ruimte aan heel veel vogels, bekende en vreemde. Er is zoveel ruimte dat er af en toe best een heel vreemde vogel bij kan. Aan de vogels die al langer in de boom wonen, is het dan om de nieuwkomers te vertellen wat de spelregels zijn in die boom. En niet alleen wat die regels zijn, ook hoe ze (ooit) tot stand zijn gekomen. Dat kan alleen maar als dat verhaal wordt doorverteld en overgeleverd. Dat kan door ouders en opvoeders. Maar bovenal in het onderwijs.

Een aantal behartenswaardige zaken uit het verhaal van Finkers: zorg voor goed onderwijs. In dat onderwijs moet aan bod komen wat we in Nederland belangrijk vinden en hoe het komt dat we dat belangrijk vinden. En als je dat goed regelt en uitvoert kun je prima “vreemde vogels” in je boom welkom heten!

Afbraakonderwijs?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , op 12 december 2010 door Hans de Gruijter

Frappez toujours is een uitdrukking die de Fransen gebruiken om aan te geven dat als je maar vaak genoeg klopt er uiteindelijk wel wordt opengedaan. Daarom nu weer een bijdrage aan de hand van het briljante minicollege van Sir Ken Robinson. Niet alleen vanwege de zeer actuele boodschap, maar ook door zijn fraaie Engels en de schitterende animatie, kijk en luister ik er graag naar. Iedereen mag de video (11’40″ totale lengte) uiteraard helemaal afkijken. Hier wil ik het hebben over dat wat Sir Ken vertelt tussen 7’44″ en 10’22″. Hij vertelt dan een op zich verontrustend stuk over wat het onderwijs afbreekt bij kinderen van 4 tot pakweg 15 jaar oud.

In dat fragment introduceert Sir Ken de term Divergent Thinking. Vervolgens legt hij de link naar naar de kunsten en creativiteit. Hij betoogt dat “divergent thinking” niet hetzelfde is als creativiteit; “divergent thinking” is een essentiële capaciteit voor creativiteit. Divergent thinking is in zijn ogen de vaardigheid om meer dan één antwoord op een vraag te geven. De vaardigheid om een vraag op meer dan één manier te interpreteren. Het gaat dan om, wat Edward de Bono noemt, lateraal denken. Het gaat om denken dat niet alleen lineair of convergent is.

Hij noemt vervolgens  een onderzoek, dat wordt genoemd in het boek “Breakpoint and Beyond“. In dat onderzoek werd gekeken naar “divergent thinking” aan de hand van hoeveel gebruiksmogelijkheden er zijn voor een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld een paperclip. Iedereen haalt snel 10-15 voorbeelden. Mensen die er erg goed in zijn halen 200 voorbeelden. Er is een “genius level” aan te geven. Een longitudinaal onderzoek onder 1500 kleuterschool leerlingen liet zien dat 98% van die 4-jarigen op “genius level” scoorde. Een paar jaar later werden diezelfde 1500 leerlingen weer getest op divergent thinking. Toen bevond nog maar 50% zich op genius level. En weer een aantal jaar later was het percentage dat op genius level scoorde nog verder gezakt. Het enige dat al deze leerlingen allemaal hetzelfde hadden gehad, was dat ze onderwijs hadden genoten!

Wat halen we hier nu uit? Dat ons type onderwijs blijkbaar een essentiële capaciteit voor creativiteit eerder afbreekt dan opbouwt. Bijna alle kinderen beheersen “divergent thinking”. Na 10 jaar onderwijs kan nog geen 50% van diezelfde kinderen dat nog! De zorg die ik er uit haal betreft niet alleen de kunstsector. Die zou er toch bij gebaat zijn als een essentiële capaciteit voor creativiteit bij veel meer jonge mensen behouden zou blijven. Ik wil dat breder zien. De gehele maatschappij is erbij gebaat als veel (jonge) mensen in staat zijn en blijven om divergerend te denken. Het komt veel zaken ten goede. Mensen zijn in staat om vragen en vraagstukken breder en vanuit meer gezichtspunten te bekijken. Ze zullen geen genoegen nemen met slechts één antwoord. Het biedt daardoor meer keuzemogelijkheden om een standpunt te bepalen en te onderbouwen.

Ik mag graag zaken met elkaar in verband brengen. Dat doe ik hier dan ook.  De mogelijkheid om divergerend te (kunnen blijven) denken gaat bijdragen aan Helder Denken. Een boek met die titel, van de hand van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten, verscheen vorige maand. In een artikel in de Volkskrant van 13 november lichten de schrijvers dat nog eens toe. Eén van de punten die hier aan bod komt is dat helder denken (en divergerend denken gaat daar aan bijdragen!) nodig is om goed, duidelijk en transparant beleid te maken. Beleidsmakers moeten dus helder kunnen denken. Burgers ook, want anders kunnen zij nooit die beleidsmakers controleren.

Als we willen dat we in Nederland goed, duidelijk en transparant beleid krijgen, zullen we er voor moeten zorgen dat de capaciteit die bijna alle kinderen hebben (divergent thinking) niet afgebroken wordt door ons onderwijs. Mooie opdracht voor iedereen die betrokken is bij ons onderwijs.

Lieve, leuke Marja.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , op 8 december 2010 door Hans de Gruijter

Gepast is anders, om een “open” blog naar de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen te beginnen met de aanhef “Lieve, leuke Marja”. Als ik, geheel overeenkomstig de behoorlijk gedateerde manier waarop wij militairen “onze minister” aanspreken, had gehandeld, dan had hierboven “excellentie” gestaan. Laat ik het bij deze aanhef houden, want het gaat vooral over de tweede term. Leuk. Leuk mag niet meer van Marja. Leuk in relatie tot onderwijs. Zo sprak zij namelijk in het late NOS journaal van gisteravond. (Wel even door het item over Julian Assange heen zitten!)

Ik haal haar woorden nog een keer terug: zij zegt het volgende: “Het hoeft niet altijd leuk te zijn op school. Er moet gewoon geleerd worden. Je moet uiteindelijk kennis opdoen, zodat je klaar bent voor je toekomst.” Ik kan er kort over zijn. Met pakweg 66% van dit fragment ben ik het roerend eens. Met het eerste derde deel pertinent niet. Eerst het deel waar ik het wel mee eens ben. Er moet gewoon geleerd worden. 100 Punten voor de Minister. Uiteraard is de school er om te leren. Niet voor de school, maar voor het leven. Seneca zei dat al eens.

Je moet uiteindelijk kennis opdoen, zodat je klaar bent voor je toekomst. Weer geen speld tussen te krijgen. Overigens had ik hier al eens over geschreven in mijn blog over MVO. In dit korte fragment geeft de bewindsvrouw kort en bondig weer waar het in het onderwijs over gaat, dan wel over moet gaan. Op school wordt “gewoon” geleerd om klaar te zijn voor je toekomst.

Waar Marja voor mij de bocht uitvliegt is in haar eerste woorden. “Het hoeft niet altijd leuk te zijn op school”. Het moet juist wel leuk zijn op school! Niet leuk in de zin van platte lol, ordinaire leut, dijenkletsen en wat er nog meer aan termen mag zijn voor deze vormen van leuk. Het moet leuk zijn op school omdat leren leuk is! En als leren leuk is, of leuk wordt gemaakt, dan zullen kinderen makkelijk, graag en veel leren. Het is in eerste instantie aan leraren, onderwijzers en docenten om dat leren leuk te maken. Door enthousiast te zijn over hun vak. Door kinderen serieus te nemen. Door aansprekende en uitdagende onderwijsvormen te kiezen. Dat kunnen ze nu niet om een aantal redenen. Ik zal er drie noemen.

Punt 1.  De scholen hebben een meer dan overvol programma opgedragen gekregen. Allemaal goed en belangrijk, maar het programma is zo vol, dat er per onderwerp te weinig tijd is om het echt goed te behandelen. En te weinig tijd om kinderen de stof te laten herhalen en repeteren. Want je wordt goed in wat je vaak (genoeg) doet.

De tweede reden komt voort uit alle administratieve rompslomp die is neergelegd bij docenten. Ondanks allerlei claims van vrouwen, kan geen enkel mens twee dingen tegelijk. Een docent kan dus óf lesgeven, óf administratie bijhouden. Als we de kwaliteit van het onderwijs willen verbeteren, ligt hier een levensgrote kans op een “easy and quick win”!

Als derde reden wil ik aanvoeren de manier waarop docenten worden opgeleid. De lerarenopleidingen dienen docenten, onderwijzers en leraren af te leveren die op een uitdagende en aansprekende manier lesgeven.

Uit de opsomming van de drie redenen kan de Minister zo een actieplan in 3 stappen destilleren. De eerste stap heeft ze al gezet. Terug naar de kern. Kies die vakken en onderwerpen uit die echt de basis vormen. En zorg dat kinderen daar erg goed in worden. Dat kan alleen als ze genoeg tijd krijgen om er goed in te worden. Over de andere twee stappen heb ik nog niet veel gehoord. Het terugdringen van allerlei administratieve regels en rapportages zou zomaar een stap in de goede richting kunnen zijn. Tot slot de kwaliteit van de lerarenopleidingen. Daar is de laatste jaren al veel gebeurd. De grootste stap kan en moet worden gezet door docenten zo op te leiden dat zij allemaal in staat zijn om het leren in de klas leuk te maken. Zo leuk dat kinderen leren (weer) leuk gaan vinden. En het leuk blijven vinden.

Tot slot nog één opmerking. De verbeteringen van het onderwijs moeten primair gericht zijn op de ontwikkeling van onze kinderen en niet op een zo hoog mogelijke plaats van Nederland in de PISA ranglijst. 

Lieve leuke Marja. Onderwijs en leren zijn leuk en moeten leuk blijven! Kinderen brengen een groot deel van hun jeugd op scholen door. Het helpt hen en hun docenten als zij (en de docenten!) het leuk hebben en leuk mogen hebben. Jij kan daar een grote bijdrage aan leveren!

Repeteren, herhalen, repeteren, herhalen, etc, enz….

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , , , op 2 december 2010 door Hans de Gruijter

Vroeger was ‘t niet eens zo slecht, schiet me steeds vaker te binnen. Vooral als ‘t over opvoeden en onderwijs gaat, lijkt het alsof onze ouders en voorouders ‘t allemaal wel goed hadden gezien. Aanleiding voor deze overdenking was een opiniestuk van Ferry Haan in de Volkskrant van vandaag. Zijn stuk met de titel “Repeteren komt weer helemaal terug” geeft aan dat een effectieve maar niet zo populaire manier om te leren lang ondergewaardeerd is geweest. Ten onrechte. Ik kan hem daar alleen maar in gelijk geven. Ik zal laten zien waarom.

Je wordt goed in de dingen die je veel doet. Voorbeelden hiervoor liggen voor ‘t oprapen. We hoeven alleen maar naar topsporters te kijken om te zien dat het waar is. Het is niet waar dat het alleen maar talent en aanleg is. Kijk bijvoorbeeld naar foto’s van jeugdelftallen van Ajax, Feyenoord of PSV van een jaar 10 geleden. Je herkent dan per team hooguit één of twee gezichten van spelers die inmiddels zijn doorgebroken en in het eerste van die ploegen spelen. Of wellicht zelfs bij één van de grote Europese clubs onder contract staan. En al die 11 (of meer) jongens die op die foto’s stonden, hadden aanleg en talent. Allemaal, stuk voor stuk. Wat maakt dan dat die paar het wel maken? Doorzettingsvermogen en vooral veel doen. Het mooiste voorbeeld hiervoor is Dirk Kuyt. In vergelijk met leeftijdgenoten een “beperkte” voetballer. Hij staat al jaren aan de top en speelt nu bij Liverpool.

Een ander voorbeeld dat veel doen, heel veel doen, zorgt dat je ergens goed in wordt is Rüdiger Gamm. Deze Duitser besloot, na een niet zo bijster goed verlopen school- en studieloopbaan, op 21-jarige leeftijd dat hij goed wilde worden in rekenen. Vanaf dat moment is hij gaan oefenen met hoofdrekenen. Niet een beetje oefenen, heel veel oefenen. Uren per dag, weken, maanden en jaren lang. Nu, 39 jaar oud, wordt Rüdiger beschouwd als een wereldwonder als ‘t over hoofdrekenen gaat. Hij is sneller met complexe sommen dan getrainde calculator gebruikers. Had Rüdiger een bijzonder talent, speciale aanleg voor rekenen? Nee, niet meer of beter dan anderen uit zijn schooljaren. Eén bijzonder talent heeft hij wel: doorzettingsvermogen.

Een derde en laatste voorbeeld komt uit een boek van één van m’n lievelingsschrijvers, Malcolm Gladwell. Dat boek is Uitblinkers. Gladwell toont daarin aan dat we altijd verkeerd, of wellicht beter geformuleerd, niet volledig naar uitblinkers hebben gekeken. Zo stelt Gladwell als meest opvallende punt, dat uitblinkers vaak vooral door toeval zo goed zijn geworden. Uiteraard was er sprake van talent en aanleg. Maar zeer zeker ook een behoorlijke portie toeval, of zo je wilt, geluk. Zijn belangrijkste punt voor dit stuk, maakt Gladwell echter als hij het heeft over “uren maken”, “meters maken”. Op basis van diverse voorbeelden berekent hij dat je minimaal 10.000 uur moet oefenen om echt heel erg goed te worden. Uitzonderlijk goed.

Kortom, in mijn ogen voldoende voorbeelden die laten zien dat repeteren en herhalen gewoon terug moeten komen in het onderwijs. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de principes van breinleren, die ook laten zien dat herhalen een belangrijk, zoniet onmisbaar, principe is in leren. Als ons onderwijs dit principe van repeteren weer omarmt, krijgen onze kinderen weer een stevig fundament. Dat fundament heet basiskennis en -vaardigheden. En als side-effect heeft Nederland weer een kans zijn goede naam op onderwijsgebied terug te krijgen.

Tot slot om het allemaal nogmaals te laten zien (en omdat het zo’n mooi filmpje is) een verhaal van Michael Jordan. Ja hij had talent, ja hij had aanleg, ja hij had een lichaam dat erg geschikt was voor basketbal. En ja, hij heeft zijn uren gemaakt in “the gym” en “on the pitch”. Kijk, luister en geniet. En laat de boodschap tot je doordringen!

MVO – Maatschappelijk Verantwoord Onderwijzen/Opleiden

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , , , , , , op 28 november 2010 door Hans de Gruijter

In bijgaand filmpje legt Sir Ken Robinson op duidelijke (en overigens fraai vormgegeven) wijze uit waartoe ons onderwijs dient. Allereerst is er een economische impuls om het onderwijs onder te loep te nemen en te hervormen. De tweede insteek is vanuit een cultureel oogpunt. Onderwijs (naast opvoeding) is een belangrijke manier om de cultuur van een samenleving over te dragen. Beide insteken hebben een gemeenschappelijk, want maatschappelijk belang.

Vanuit een economisch standpunt is de redenatie als volgt. Onderwijs (op welk niveau dan ook) zorgt ervoor dat leerlingen / studenten een startkwalificatie verwerven. Deze startkwalificatie maakt het hen mogelijk om werk te vinden. Voor dit werk ontvangen zijn salaris. Dit salaris stelt hen in staat zichzelf (en hun eventuele gezin) te onderhouden. Als dat allemaal niet gebeurt, kloppen deze mensen aan bij de overheid voor een uitkering. Geen enkele overheid kan het zich (op de lange termijn) veroorloven om veel mensen inactief thuis te laten zitten en hen langdurig een uitkering te verstrekken. Dat er meer dan alleen economische en financiële motieven zijn om inactiviteit tegen te gaan moge duidelijk zijn.

Vanuit een cultureel oogpunt zorgt onderwijs (vooropgesteld dat ouders in hun opvoeding een stevige basis voor verdere cultuuroverdracht hebben gelegd) ervoor dat kinderen (nog verder) ingevoerd worden in de cultuur van de samenleving waar zij en dat onderwijs deel van uit maken. Deze cultuur zorgt voor een samenbindend effect binnen die samenleving. Ook hier weer de link naar het maatschappelijk belang. Cultuur is zowel iets wat mensen onderscheidt binnen één samenleving, maar ook wat hen bindt.

In de afgelopen jaren hebben ontwikkelingen op twee vlakken  een negatieve invloed gehad op dat MVO (Maatschappelijk Verantwoord Onderwijzen/Opleiden). Allereerst is daar de schaalvergroting in het Beroepsonderwijs (zowel MBO als HBO). Naast enorme onderwijsfabrieken (mooi verwoord en vormgegeven in het filmpje van Sir Ken!) heeft dat ook een enorme bestuurlijke organisatie binnen die scholen voortgebracht. En deze bestuurslagen hebben goed voor zichzelf gezorgd. De uitspattingen van Jos Elbers bij InHolland zijn daar wel een heel navrant voorbeeld van.  Omdat scholen één pot geld krijgen (de zogenaamde lumpsum) om alles te betalen, kan het niet anders dan dat de (te hoge) salarissen voor die bestuurders en managers ten koste gaan van de studenten. Je kunt een euro tenslotte maar één keer uitgeven, nietwaar?

Een ander risico voor de maatschappelijke functie van het onderwijs (die van cultuuroverdracht) ligt in (een aantal aspecten van) de integratiediscussie. Voor ik het verwijt krijg een allochtonenhater te zijn; lees verder! In de wens om maar flexibel en tolerant te worden gevonden heeft Nederland jaren geleden de deur opengezet voor iedereen die hier wilde komen. Tot zover geen problemen. Het spek begon te stinken toen de overheid overging tot het verstrekken van allerlei informatie in de talen van de binnenkomende asiel- dan wel gelukszoekers. Ook de ruimhartigheid waarmee religieuze (doorgaans islamitische) aspecten werden behandeld staat op z’n zachtst haaks op de scheiding tussen kerk en staat. Wat is nu mijn punt? Als Nederland de eigen cultuur, zoals we die in de laatste 3-4 eeuwen tot stand hebben zien komen, centraal had gesteld was het integratie debat anders verlopen. Had elke binnenkomende allochtoon nog Nederlandser moeten worden dan Henk en Ingrid? Nee. Wat wel? Allereerst de taal leren. En daarna inzicht en begrip krijgen in de Nederlandse staat en samenleving. Met de daarbij horende scheiding van kerk en staat. Met de, inmiddels wel erg losse, huwelijkse en seksuele moraal. Met de zo goed als gelijke posities van man en vrouw. Met de vrijheid van meningsuiting. Enzovoort, enzovoort. Dat hebben we nagelaten en daar plukken we nu nog de wrange vruchten van.

Oplossingen zijn er. Allereerst vanuit een economisch standpunt. Daartoe verwijs ik graag naar een artikel van Arnold Heertje en Jasper van Dijk uit de Volkskrant van vrijdag 26 november. Zij geven een aantal prima oplossingen die gaan bijdragen dat het geld uit de lumpsum vooral ten goede gaan komen aan degene die daar op recht op hebben. Eerst de studenten, dan de docenten. En voor de, in aantal danig teruggebrachte, managers blijft dan nog altijd genoeg over om een goed belegde boterham te eten.

Vanuit het cultureel standpunt bezien is voor mij de belangrijkste les de volgende. Iedereen die naar Nederland wil komen is welkom. Vooropgesteld dat deze nieuwe medelander meer dan gerede kansen heeft zichzelf (en zijn eventuele gezin) te onderhouden. Eénmaal binnen leert hij of zij onze taal. En hij / zij herkent, erkent en respecteert alles wat onze ouders, grootouders en voorouders hebben opgebouwd en vormgegeven en wat wij nog steeds belangrijk vinden. En dat mag, nee moet, terug komen in het onderwijs. Trots op Nederland, maar dan zeker niet zoals Rita Verdonk het bedoelt. Trots op alles wat Nederland de moeite waard maakt om naar toe te komen. En de moeite waard maakt om te blijven. Het motto moet zijn: als je in Nederland wilt wonen dan doe je mee en draag je bij. Overigens geldt dat ook voor alle autochtone Nederlanders!

ADHD; Hype, Epidemie of toch wat anders?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 21 november 2010 door Hans de Gruijter

 In een in veel opzichten briljant filmpje vertelt Sir Ken Robinson in heerlijk Oxford (?) Engels een verhaal dat we in Nederland ter harte zouden moeten nemen. Allereerst door zijn heldere standpunten over onderwijs en dat je in het onderwijs je eisen zeker niet moet verlagen. Het voor mij meest interessante (en in een bepaald opzicht zelfs angstaanjagende) deel ging over ADHD. Nu wil het geval dat op 10 november jl. een interview met Kinderarts Laurens Vlasveld verscheen in de Volkskrant. Laurens Vlasveld houdt zich al jaren bezig met (wat de laatste jaren bekend is geworden als) ADHD. Hij doet een aantal duidelijke uitspraken en schetst een beeld hoe het anders (en beter) kan cq. zou moeten. Als we de betogen van Sir Ken Robinson en Laurens Vlasveld naast elkaar zetten zien we zowel verschillen als overeenkomsten. Laten we eerst eens naar de verschillen kijken.

Verschillen. Robinson stelt onomwonden dat hij niet gelooft in dat ADHD een epidemie is. Hij ontkent het bestaan van ADHD niet (“I’m not qualified tot do so!”), hij gelooft er niet in dat het zoveel voorkomt als nu wordt gesteld. Weliswaar met een voorbeeld uit de VS, laat hij zien dat de mate waarin ADHD voorkomt erg bepaald wordt door de plek waar je woont. Hij heeft grote bezwaren bij het net zo routinematig volstoppen van kinderen met Ritalin, als dat we kinderen van hun amandelen ontdoen. Laurens Vlasveld stelt daartegenover dat er wel degelijk een ADHD (een aantoonbare neurologische aandoening die vastligt op de genen) epidemie is. Hij heeft dat in zijn praktijk als kinderarts zien gebeuren. Hij hanteert ook een vergelijkbare geografische verklaring, maar nu om het ontstaan van die epidemie te verklaren. Een ander verschil tussen de twee professionals (op hele uiteenlopende terreinen) is dat Ken Robinson een duidelijke link legt met het onderwijs (en zijdelings ook met de kunsten!) en dat Laurens Vlasveld de oorzaak breder trekt. Ook de mogelijke oplossing ligt voor beide mannen op andere terreinen. Vlasveld stelt tenslotte als enige dat er niemand in Nederland is die zich druk lijkt te maken over wat nu echt de oorzaken zijn voor ADHD. Laten we kinderen met ADHD maar volstoppen met Ritalin, dan zijn ze rustig.

Overeenkomsten. Beide wetenschappers zijn het eens over dat ADHD een kwalijk effect heeft op opgroeiende kinderen. Dat dit ook zijn uitstralingseffect heeft op de gezinnen waar die kinderen opgroeien is alleen voor Vlasveld een issue. Opvallend eens zijn Robinson en Vlasveld het over wat nu ADHD triggert; onze kinderen groeien op in een wereld die rijker is dan ooit aan prikkels en stimulansen. Er komen zoveel prikkels uit zoveel verschillende richtingen en media op de kinderen af, dat dit (hoogstwaarschijnlijk) ADHD veroorzaakt. Kinderen kunnen dan blijkbaar niet anders dan op al die prikkels reageren. Dat levert het beeld op van springende, stuiterende en schreeuwende kids op. De afkeer van het routinematig toedienen van Ritalin is ook iets dat de mannen bindt.

Oplossingen. Robinson geeft in een mooie one-liner aan waar voor hem een mogelijke oplossing ligt; onze kinderen groeien op in een ongelooflijk prikkelrijke wereld en we verwijten hen dat ze geen aandacht hebben voor saaie stof! Hij geeft hiermee aan dat als we willen dat ADHD geen invloed heeft binnen het onderwijs, we het onderwijs, de stof die daarin wordt aangeboden en hoe die stof wordt aangeboden moeten worden herzien. Vlasveld zoekt het veel meer in de opvoeding van die kinderen. Sterker; hij zou zover willen gaan dat ouders verplichte opvoedingscursussen gaan volgen.

Opvoeden! Ouders zouden veel meer structuur, spelregels en stabiliteit (SSS) aan hun kinderen moeten bieden. Niet meer het aloude adagium van RRR; Rust, Reinheid en Regelmaat. Maar zoveel nieuws is met SSS ook niet onder de zon. Zeker sinds ik zelf vader ben, merk ik steeds vaker dat ik dezelfde opmerkingen maak, die ik als 7-, 10- en 13-jarige van mijn ouders hoorde. Er is niet zoveel veranderd aan opvoeden. Wel aan de wereld waarin wij en onze kinderen leven. Maar kinderen hebben nog steeds (en misschien nog wel meer dan vroeger, in die overzichtelijke en rustige wereld van toen) behoefte aan grenzen en duidelijkheid. Dat is niet het beknotten van de vrijheid van je kinderen, maar hen een veilig en duidelijk afgebakend veld bieden, waar zij in alle vrijheid kunnen ontdekken wie zij zijn en wat ze willen worden. En bij het stellen van grenzen hoort controle. En niet alleen dat; ook het sanctioneren (om het blijkbaar beladen woord straffen maar niet te gebruiken) bij het overschrijden van die grenzen hoort erbij. Het niet stellen van grenzen levert uiteindelijk kinderen (en volwassenen) op die letterlijk grenzeloos zijn. Maar dan in alle opzichten.

En sanctioneren is misschien wel de nieuwe “Hollanditis”. Onze overheid is er al niet zo van (kijk maar naar hoe makkelijk Jos Elbers wegkomt met stuitende zelfverrijking bij InHolland) en blijkbaar wij Nederlanders ook niet. Als we willen dat én de mate waarin ADHD voorkomt, afneemt  én dat we straks een generatie zien opgroeien die grenzen herkennen, erkennen en respecteren. Dat betekent dat wij ouders serieus werk moeten maken van opvoeden. En dan echt opvoeden. Succes! En veel plezier natuurlijk!

Lang leve het brein!

Geplaatst onder Breinleren, Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 14 november 2010 door Hans de Gruijter

Het was even stil de afgelopen anderhalve week. Ik vertoefde een week in Toscane en had besloten om me even helemaal niet bezig te houden met social media, blogs en nog wat van die zaken. Ik kon het niet laten om wel e-mail en twitter te checken. Ik was dus niet helemaal verstoken van de actualiteit. Eerlijk gezegd was het wel lekker rustig om niet regelmatig achter de laptop te kruipen. Dat leverde tijd op voor mooie tochten langs Toscaanse steden en dorpen, lekker eten, goede wijnen en, het belangrijkste, leuk en inspirerend gezelschap. De grootste inspiratie voor een nieuwe blog vond ik echter in de Volkskrant van zaterdag 13 november. Daar vond ik een artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten met als titel “Denken moet je leren”.

Het artikel gaat enerzijds uit van publicaties van een aantal Nederlandse Breinonderzoekers. Anderzijds sluiten de schrijvers aan bij een ontwikkeling uit de VS. Daar hebben steeds meer mensen de buik meer dan vol van holle frasen, inhoudsloze teksten en modieus gezwets. Een oproep aldaar leverde liefst 200.000 deelnemers op aan een “rally to restore sanity”. Hier loopt het Malieveld makkelijk vol, maar nog niet voor een oproep tot meer redelijk en logisch nadenken. Dat hopen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten wel voor elkaar te krijgen. Dan niet via een demonstratie op het Malieveld (of waar dan ook), maar via het onderwijs. Zij roepen iedereen op om daar een bijdrage aan te (gaan) leveren. Ik geef, allereerst via deze blog, graag gevolg aan die oproep.

Vooral door de leergang Ontwikkelen van Leertrajecten bij de FCE, was ik het afgelopen jaar al een fan geworden van breinleren. Onderzoekers als Ap Dijksterhuis, Dick Swaab en Victor Lamme laten in hun boeken en publicaties zien hoe ons brein in elkaar zit en wat dat betekent voor leren, beslissingen nemen en zoiets als de (zogenaamde) vrije wil. Zonder alle publicaties te citeren én het artikel uit de Volkskrant dunnetjes over te doen, volsta ik hier met de vaststelling dat de essentie is dat het onbewuste deel van ons brein de touwtjes doorgaans in handen heeft. Het bewuste deel van ons brein is niet de controleur, bestuurder of hoe je het noemen wilt. Ons bewustzijn is, zo stellen Kees Kraaijeveld en Suzanne Weusten, vooral te zien als de commentator die verslag doet van wat op het voetbalveld gebeurt. Ons onbewuste bepaalt en ons bewustzijn verzint daar later de goede en mooie verhaaltjes bij.

En wat betekent dat nu voor het nadenken en hoe je dat moet leren? Zoals met alles: vroeg beginnen! Logisch nadenken is nu nog vooral een zeer gewenst bij-effect van vakken als rekenen en taal. Het moet een vak op zich worden. Feiten en informatie verzamelen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, oorzaak en gevolg kunnen aangeven, zijn allemaal cognitieve vaardigheden die zeer wel van pas komen in een samenleving. Het artikel onderkent twee belangrijke aspecten. Het eerste is dat een overheid via logisch en helder nadenken transparant is en blijft bij het formuleren en vaststellen van beleid. Wij burgers, geconfronteerd met dat beleid, kunnen door op dezelfde manier na te denken, controleren of die overheid ons niet een formidabele peer zit te stoven. Mondige burgers kunnen dan, gewapend met argumenten, de discussie aangaan. Dan zijn we gelijk verstoken van alle hol geblaat op allerlei sites als geenstijl.nl en aanverwante webvervuilers. Ben ik hier kort door de bocht? Zeker, en ‘t voelt prima!

Terug naar het betoog. Start op scholen en voer voor zo jong mogelijke leerlingen het vak nadenken in. Behalve dat het leuk is, levert het ook nog eens op dat kinderen zelf leren nadenken. En op dit punt wil ik een misverstand dat hier op de loer ligt uit de weg helpen. Het feit dat het vooral het onbewuste deel van ons brein is dat de touwtjes in handen heeft, wil niet zeggen dat je alles op het gevoel of (beter gezegd) de intuïtie mag doen. Je kunt beslissingen pas aan je onbewuste overlaten als je er goed en lang over hebt nagedacht. Eerst alles op een rijtje. Feiten verzamelen, ordenen, hoofd- van bijzaken onderscheiden, etc. Pas dan de beslissing “laten onstaan”. Lees hierover ook het zeer leesbare boek van Ap Dijksterhuis; “Het slimme onbewuste”.

Er is werk aan de winkel; laten we de strekking van het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten zoveel mogelijk uitdragen. Zorgen dat het landt bij beleidsmakers van OCW, schooldirecteuren, onderwijsdeskundigen, etc, etc. Dat het Malieveld niet voor een NL versie van de “rally to restore sanity” moet vollopen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.