Archief voor Ontwikkelen

Wat heb je ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan? (2)

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Social Media met tags , , , , op 5 maart 2011 door Hans de Gruijter

uMijn eerste blog hier had ook deze titel. Toen ging het over het schrijven van een blog. Hoe toepasselijk….. Naast het gebruiken van mijn NS jaarkaart als OV chipkaart (voor ‘t eerst gedaan op dinsdag 1 maart) heb ik voor ‘t eerst meegedaan aan een “gecrowdsourced” evenement. Ik had ergens eind januari “iets” langs zien komen over een mooi initiatief; 7 Days of Inspiration (7di). Het motto; in één week Nederland een beetje mooier maken op basis van sociale overwaarde. Na een korte blik op hun site, dacht ik nog “mooi initiatief”. En ging weer over tot de orde van de dag.

Tot ik via Saskia Tjepkema een mailtje kreeg. Zij was erg enthousiast geraakt over één van de initiatieven onder de paraplu van 7di; de dag van de waardering op woensdag 2 maart. Zij wilde met haar mailtje zoveel mogelijk trainers in beweging krijgen. Die beweging zou dan moeten bestaan uit het verzorgen van een workshop over “waarderen” in een bedrijf/organisatie/instelling. Vooral via LinkedIn werd al snel een groep van een dikke 80 trainers verzameld. Een groep van 25 van deze trainers ontmoette elkaar op dinsdag 22 februari op Maliebaan 45 in Utrecht. Daar werden in een co-creatie sessie werkvormen uitgewisseld, ervaringen gedeeld en heel veel inspiratie opgedaan. Ik weet nog dat ik vrolijk en redelijk hyper van alle energie en ideeën de 75 km terug naar Breda aflegde.

Op woensdag 2 maart verzorgden een kleine 100 trainers workshops over waardering. In de hoop daarmee een golf van aandacht en waardering door en voor werkend Nederland op gang te krijgen. Ik verzorgde op die dag twee workshops bij een thuiszorgorganisatie in Noord-Limburg. Via Twitter (de hashtag #2011dtw was afgesproken voor de Dag van de Waardering) bleef ik een beetje op de hoogte van wat er elders in Nederland gebeurde. De energie en inspiratie spatte soms van de tweets. Op veel plekken raakten mensen overtuigd van de waarde van waarderen. Zagen in dat uitgaan van de talenten en sterke punten van medewerkers niets extra kost en heel veel oplevert.

En wat leverde het op? In ieder geval vele enthousiaste deelnemers. Enthousiaste trainers. Deelnemers die met voornemens weggingen. En die voornemens op donderdag al omzetten in acties. Ik durf alleen op basis van deze uitkomsten te beweren dat 7di, alle projecten van 7di, maar zeker De dag van de Waardering, ertoe heeft bijgedragen dat Nederland een beetje mooier is geworden. Ik vond het leuk, inspirerend en leerzaam om een bijdrage te hebben geleverd aan een mooi project. Op naar volgend jaar. Alleen kan ik er dan geen blog over schrijven onder de titel “Wat heb ik ‘t laatst voor ‘t eerst gedaan?” Er zijn ergere dingen.

Een leider moet aardig zijn

Geplaatst onder Leidinggeven met tags , , , , op 12 januari 2011 door Hans de Gruijter

Onder deze titel stond zaterdag 8 januari een interview met Boudewijn Poelmann. In het kader van de serie artikelen “De stijl van de leider” hadden Pieter Broertjes en Wilma de Rek de baas van de Nationale Postcode Loterij geïnterviewd. Nou had ik al eens eerder een stuk willen schrijven over leiderschap. Daarbij had ik in gedachten het boek van Manfred Kets de Vries – “Leiderschap ontraadseld“. Nog steeds één van de meest complete, interessante en inspirerende boeken over leiderschap. Om nou in een kort en leesbaar blog dat boek te behandelen was en bleef een te groot obstakel. Toen ik het interview met Boudewijn Poelmann had gelezen, wist ik het. Hier ga ik over schrijven.

Maakt dat het boek van Kets de Vries minder of niet bruikbaar? Welnee. Diegenen met veel nieuwsgierigheid en net zoveel tijd; lees “Leiderschap ontraadseld”. Degenen met minder tijd, maar wel veel nieuwsgierigheid; lees vooral verder.

Voor ik verder schrijf; ik pretendeer niet dat ik hier een pasklaar “recept” ga geven voor leidinggeven. Er zijn mij duizenden voorgegaan met het schrijven over leiderschap. Hele warenhuizen vol boeken zijn geschreven. De reden dat ik nu wel ga schrijven is dat het verhaal van Boudewijn Poelmann mij aansprak. Mij inspireerde. Door de eenvoud, de focus die hij aanbrengt, de bescheidenheid en de betrokkenheid bij de mensen waar hij leiding aan geeft, of gegeven heeft. Uit het interview met Poelmann destilleer ik 7 aspecten die voor hem van belang zijn als het om leiderschap gaat. Stiekem toch de “7 habits of highly effective people? ;-)

Passie. Dit is ook het advies dat hij aan startende ondernemers zegt als die hem om raad vragen. “Er is maar één ding en dat is passie. Klaar.” Hij stelt dat passie kennis vermeerdert. Door passie ga je ergens voor, je laat zien dat je doorzettingsvermogen hebt. Ik zie hier zomaar parallellen met het verhaal van Gladwell; je wordt goed in de dingen die je heel vaak doet. Passie gaat je helpen dat vele doen en oefenen vol te houden.

Visie. Door de veranderde rol die hij in de loop der jaren heeft opgepakt binnen zijn bedrijf, onderkent hij dat hij nu vooral moet zorgen voor een heldere visie. De centrale visie is dat een gezonde samenleving behoefte heeft aan een krachtig  maatschappelijk middenveld. Daartoe heeft hij, onder anderen met Herman Wijffels, een kleine bijbel geschreven; Planet First. In het belang van onze toekomst moet onze aarde weer onze eerste prioriteit worden. Daarin benoemt die “bijbel” drie hoofdpunten:

  1. De bescherming van ons milieu
  2. Duurzaam gebruik van natuurlijke rijkdom
  3. Eerlijk verdeelde toegang tot die rijkdom.

Missie. Je moet iets willen. Poelmann wil iets en gelukkig willen een heleboel mensen om hem heen dat ook. Die gezamenlijk gedragen missie zorgt voor twee zaken; een duidelijk doel waar zij naar toe willen. En verbondenheid met die missie, met de organisatie en met de mensen die daar in werken. Hij geeft toe dat die missie een hele softe is: Dat overal op de wereld bloemetjes bloeien en dat iedereen gelukkig is. Poelmann wil langzaam aan wel weg uit de “frontlijn”. Hij wil de leiding overdragen aan nieuwe, jongere mensen. Hij wil wel zorgen dat de onderneming kan blijven bestaan zoals dat ooit is bedoeld. Daartoe zal hij moeten blijven bijdragen aan de visie en de missie. Daar zit de garantie voor het voortbestaan van die onderneming.

Kwaliteit eisen. Je moet uitstralen dat je beter wilt zijn dan de anderen en dat dan ook waarmaken. In alles wat je doet. Eis het van jezelf en eis het van de medewerkers. Wat hier in zit is het volgende: verhef het tot groepsnorm; niets zo besmettelijk als een groepsnorm.

Aardig zijn. Poelmann is er van overtuigd dat je het niet lang volhoudt als leider als je je als klootzak gedraagt. Hij betoogt dat alle grote leiders een erg belangrijke eigenschap hadden: ze waren aardig. De klootzakken gaan uiteindelijk op hun bek, omdat er altijd wel iemand is (die waarschijnlijk hufterig is behandeld) die deze klootzak laat struikelen. Als je groot wilt worden, moet je aardig zijn. Je moet anderen hun succes gunnen. Dan komt dat uiteindelijk ook terug; anderen gunnen je jouw succes.

Flexibel in rollen. Toen Poelmann begon met zijn ondernemingen was hij vooral de pionier. De man met een visie, een missie en boordevol ideeën. De voortrekker, de doordouwer, de organisator. Nu zijn onderneming groot is geworden en goed draait, merkt hij dat hij vooral de man is die de visie en missie bewaakt en scherp houdt. Die flexibiliteit in rollen is niet iedereen gegeven. Ook de wijsheid om iemand anders de noodzakelijke rol, die je zelf als leider niet beheerst, te geven, ontbreekt ook nog al eens. Op veel plekken overheerst het (waan)idee dat je als leider alles moet kunnen.

Vrouw achter de leider. Poelmann beseft dat je als leider bescheiden moet blijven. Hij geeft aan dat in zijn geval het thuisfront er voor zorgt dat hij geen gekke dingen gaat doen. Zijn vrouw zorgt er, onder anderen, voor dat hij in alle bescheidenheid zijn leidinggevende rol wil vervullen en zich niet gek wil laten maken. Deze laatste quote haalt Poelmann uit het boek “Good to great” van Jim Collins. Hier koppelt Poelmann nog een interessante opmerking aan. “Je moet veel bazen hebben, zodat je aan veel mensen verantwoording moet afleggen”. Poelmann legt verantwoording af aan twee Raden van Commissarissen.

In het verloop van het artikel zegt Poelmann, hij was ooit bestuurslid van de VVDM, ook nog een aantal opmerkelijke dingen over de krijgsmacht en militairen. Daar ga ik het graag een volgende keer over hebben. Dan hebben mijn lezers, samen met mij, iets om naar uit te kijken.

Diegenen die graag het volledige interview met Poelmann willen lezen en geen abonnement op de Volkskrant hebben, kunnen het artikel downloaden van mijn LinkedIn profiel.

Use it or lose it.

Geplaatst onder Social Media met tags , , , op 6 januari 2011 door Hans de Gruijter

Belofte maakt schuld. Ja, beloofd is beloofd. Ik had vanavond een tweet de wereld ingestuurd dat ik nog een nieuw bericht zou plaatsen. Die tweet was eigenlijk bedoeld om weer wat lezers naar m’n blog te trekken. Ik constateerde om 19.00 uur tot m’n schrik dat nog niemand mijn blog had bezocht. En dat knaagde toch een beetje…… Niet dat ik van die enorme aantallen lezers trek. Het hoogste aantal was 50 op één dag. Ik hoop voor ‘t eind van de maand op 1000 hits te staan. En dan gerekend vanaf m’n eerste bericht op 26 oktober vorig jaar. Hier is dan ook gelijk de eerste verklaring voor de kreet “use it or lose it”. Als je iets niet gebruikt verlies je het. Ik schrijf niet en dus verlies ik lezers. En dan ga ik er maar van uit dat ik al wat vaste lezers heb…. Overigens werkte dat wel. Nog geen uur later stond de teller op 14 bezoekers! ;-)

De aanleiding voor de titel kwam de afgelopen dagen meerdere keren langs. De echte aanzet vond ik vandaag in een stuk op de site van de Volkskrant. Het ging over het niet of nauwelijks gebruiken van social media door de autoriteiten tijdens de grote brand in Moerdijk op woensdag 5 januari. Voor ik daar op inga nog wat andere voorbeelden van “use it or lose it”.

Lijf en leden. Uit de medische wetenschap is bekend dat als je een ledemaat niet of te weinig gebruikt, dat lichaamsdeel in prestaties achteruitgaat. Ik heb dat zelf aan den lijve ondervonden. In september ’93 scheurde ik de voorste kruisband in de linker knie finaal af. Operatie volgde. Na de operatie was ik veroordeeld tot 12 dagen in bed. Zo ging dat toen nog. En ik zag mijn bovenbeen met de dag in omvang afnemen. Toen ik na twee weken het ziekenhuis verliet, verhielden linker- en rechterbovenbeen zich ongeveer als de rechter- en linkerarm van Rafael Nadal.

Breinfuncties. In een artikel in (wederom) de Volkskrant ging het over “een leven lang leren”. En dan vooral over de mogelijkheden voor ouderen om ook op hoge(re) leeftijd nog steeds te leren. Naast dat het vaak erg leuk is om te blijven leren, is het voor ouderen ook een noodzaak. Door het leren blijven zij hersenfuncties gebruiken (lezen, onthouden, redeneren, analyseren, etc). En door dat gebruik blijven die functies intact. En daardoor is de kans groter dat zij gezonder oud worden.

Nieuwe ontwikkelingen. De Volkskrant bleef mij zaken aandragen die van pas komen bij dit onderwerp. Gisteren verscheen op de site een opiniestuk van Ferry Haan over gebruik van smartphones door leerlingen. Na lezing schoten me twee kreten door het hoofd. De eerste was “If you can’t beat them, join them!” Dat was ook wat Ferry Haan had gedaan. Hij had ook een smartphone gekocht. En was, net als veel van zijn leerlingen, verslaafd geraakt. Mijn stelling is dat hij verder kan en moet gaan in het joinen. Hij moet geen strijd voeren tegen de aanwezigheid van smartphones in de klas. Hij moet er gebruik van maken. Door slim gebruik te maken van smartphones en social media in zijn lessen. Een van de twitteraars die ik volg is Niel van Meeuwen. Niel twittert veel over social media en wat je daarmee kunt in relatie tot opleiden, ontwikkelen en onderwijs.

De tweede kreet was: “use them (social media) or lose them (leerlingen)”. Ik geloof er in dat een juist en gedoseerd gebruik van social media in het onderwijs twee zaken bewerkstelligt. Het eerste is het leuker en aantrekkelijker maken van leren. Het tweede is dat leerlingen meer leren en zich meer verbonden voelen met school en onderwijs. De huidige generatie leerlingen laat zich omschrijven als digital natives. Zij groeien op met een vanzelfsprekend gebruik van computers en internet. Daar niet op aanhaken leidt er op den duur toe dat zij afhaken. Hier ligt een grote uitdaging. Niet bij de leerlingen. Bij de leraren, onderwijzers en leidinggevenden binnen dat onderwijs. In deze groep zit een dusdanig groot aantal digibeten en internetdummies dat daar een aardverschuiving nodig is om zaken in beweging te krijgen.

Overheid. En hier komen twee zaken samen. Onbekendheid met computers, internet en social media en de kreet “use it, or lose it”. Tot verbazing van journalisten en burgers gebruikten overheidsinstellingen en rampbestrijders niet of nauwelijks de social media om te berichten over de omvang en consequenties van de brand in Moerdijk. Terwijl grote aantallen mensen elkaar (en de media!) op de hoogte hielden door veel te twitteren. De brand in Moerdijk was zelfs een tijdje world wide een trending topic. Wat in de verontwaardiging van de journalisten ook nog meespeelde was het niet bereikbaar zijn van telefoonnummers en website.

Er zit maar één ding op voor de overheid. “Use it (social media) or lose them (burgers)”. Ik ga niet nog eens uitleggen dat de verhouding tussen de overheid en haar burgers er de laatste jaren niet beter op is geworden. Een slim, goed en doordacht gebruik van social media biedt enorme kansen om die verhouding te verbeteren. Aan veel ambtenaren zal het niet liggen. Er zijn veel goede initiatieven (ambtenaar 2.0) en enorme aantallen ambtenaren die al gebruik maken (privé) van een veelheid van social media. Nu nog de (lemen) laag daarboven. Let’s shake them up!

Menselijke magneet en toeval dat niet bestaat.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , , op 16 december 2010 door Hans de Gruijter

Toeval bestaat niet. Dat betekent dat er iets moet zijn geweest dat mij vandaag deed besluiten om niet op de Seelig kazerne in Breda te blijven. De vergadering daar was ruim voor 2 uur afgelopen. Naar Den Haag gaan vond ik geen optie; te veel reistijd waar te weinig effectieve werktijd tegenover zou staan. Ik twijfelde even of ik naar de KMA zou gaan, of naar de Trip van Zoutlandtkazerne om nog wat te werken. Ik wist dat er op de Trip een leuke flexplek is waar ik een paar weken geleden ook al was aangeland. En zo belandde ik rond 2 uur op de inmiddels al bekende flex plek. In tegenstelling tot de vorige keer was het bureau ernaast nu wel bezet. Een collega zat te bellen.

Ik wachtte even tot mijn, tot dat moment nog volslagen onbekende, collega zijn telefoongesprek had afgerond. Ik stapte zijn kamer binnen. “Als we dan toch op 3 meter van elkaar zitten te werken, kunnen we ook kennismaken”, sprak ik. We wisselden even de obligate beleefdheden uit en raakten in gesprek. Ik stond op het punt om me op de lijst nog af te werken mailtjes te storten, toen iets wat ik zei mijn collega triggerde. “Nou ga ik toch even doorvragen”, zei hij. Ik had ‘m verteld dat ik net op een nieuwe functie was begonnen en wat dat inhield. Ook had ik kort gerefereerd aan wat ik de 2,5 jaar daarvoor had gedaan. Iets in dat verhaal moet hem hebben aangesproken.

Ik pakte een stoel en liet hem zijn verhaal doen.  Waar het kort en bondig op neer kwam was dit. In het 1e kwartaal van 2011 gaat één van zijn collega’s binnen dezelfde afdeling weg. Ze zijn op zoek naar een opvolger. En ze hebben duidelijk voor ogen welke kwaliteiten die opvolger zou moeten hebben. Niet alleen kwaliteiten zijn van belang, ook de inpasbaarheid in het (kleine) team speelt een belangrijke rol. Ze zoeken een “karakter”. Ik zei al die tijd niet veel, maar non verbaal moet er van alles te zien zijn geweest. Hij onderbreekt zijn verhaal. “Moet ik nog verder gaan?’, vraagt hij. “Ik geloof dat je al een keus hebt gemaakt”. Ik geeft aan dat ik zit te glimmen en glunderen om twee redenen. De eerste omdat ik het erg leuk vind, wat ik hoor. De functie en zoals hij de invulling daarvan, zoals zij die voor ogen hebben, schetst, zijn mij op het lijf geschreven. De tweede reden is eigenlijk een grimlach. Omdat ik merk dat het ergens schuurt en knaagt.

Ik loop tegen mijn eigen waarden en principes aan. Eén daarvan is dat ik graag als een betrouwbare medewerker word gezien. Een andere is dat je afmaakt, waar je aan begonnen bent. En ik ben net begonnen aan een nieuwe job. Die leuk is, uitdagend, spannend. Los van formele regelingen binnen Defensie, vind ik dat ik “gewoon” minimaal twee jaar op die functie aan de slag moet blijven. Maar toch, maar toch. Het is een erg leuke functie. Er zit een bevordering aan vast. En ‘t is op 5 minuten fietsen van mijn huis. Het eerste aspect weegt ‘t zwaarst. In die job kan ik alles kwijt dat ik de laatste jaren heb geleerd en ontwikkeld.

Ter plekke besluit ik open kaart te gaan en blijven spelen. Ik vertel mijn gesprekspartner dat ik het een erg leuk aanbod vind. Dat ik het in overweging neem. En dat ik aanstaande maandag met mijn baas ga praten. Hem uitleg wat er speelt. En ik zie dan wel wat daar uit voort komt.

Een half uur na het gesprek met die collega zit ik nog na te genieten. Het werkt dus. Ik vertelde een week geleden een collega die bij mij in een coachingstraject zit dat het werkt. Dat je op zoveel mogelijk plekken moet vertellen wat je leuk vindt. Dat je vertelt wat je graag zou willen gaan doen. Niet omdat je wilt dat het op (zeer) korte termijn gebeurt, maar omdat je wilt dat zoveel mogelijk mensen van je ambities, wensen en dromen op de hoogte zijn. Ik heb de laatste jaren niet nagelaten te vertellen wat ik leuk vind. Vooral uitgedrukt in activiteiten. Niet in concrete functies. En hier is het; een heel erg leuke functie, bijna op een presenteerblaadje.

Toeval? Nee. Wat dan wel? Weet ik ook niet. Maar ik vind het bijzonder en erg leuk. Maandag een goed gesprek met m’n baas. En dan zie ik wel wat er van komt. En lukt het deze keer niet, dan een volgende keer wel. De zaadjes zijn uitgestrooid. Er zal vast een volgende ontkiemen.

Afbraakonderwijs?

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen met tags , , , op 12 december 2010 door Hans de Gruijter

Frappez toujours is een uitdrukking die de Fransen gebruiken om aan te geven dat als je maar vaak genoeg klopt er uiteindelijk wel wordt opengedaan. Daarom nu weer een bijdrage aan de hand van het briljante minicollege van Sir Ken Robinson. Niet alleen vanwege de zeer actuele boodschap, maar ook door zijn fraaie Engels en de schitterende animatie, kijk en luister ik er graag naar. Iedereen mag de video (11’40″ totale lengte) uiteraard helemaal afkijken. Hier wil ik het hebben over dat wat Sir Ken vertelt tussen 7’44″ en 10’22″. Hij vertelt dan een op zich verontrustend stuk over wat het onderwijs afbreekt bij kinderen van 4 tot pakweg 15 jaar oud.

In dat fragment introduceert Sir Ken de term Divergent Thinking. Vervolgens legt hij de link naar naar de kunsten en creativiteit. Hij betoogt dat “divergent thinking” niet hetzelfde is als creativiteit; “divergent thinking” is een essentiële capaciteit voor creativiteit. Divergent thinking is in zijn ogen de vaardigheid om meer dan één antwoord op een vraag te geven. De vaardigheid om een vraag op meer dan één manier te interpreteren. Het gaat dan om, wat Edward de Bono noemt, lateraal denken. Het gaat om denken dat niet alleen lineair of convergent is.

Hij noemt vervolgens  een onderzoek, dat wordt genoemd in het boek “Breakpoint and Beyond“. In dat onderzoek werd gekeken naar “divergent thinking” aan de hand van hoeveel gebruiksmogelijkheden er zijn voor een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld een paperclip. Iedereen haalt snel 10-15 voorbeelden. Mensen die er erg goed in zijn halen 200 voorbeelden. Er is een “genius level” aan te geven. Een longitudinaal onderzoek onder 1500 kleuterschool leerlingen liet zien dat 98% van die 4-jarigen op “genius level” scoorde. Een paar jaar later werden diezelfde 1500 leerlingen weer getest op divergent thinking. Toen bevond nog maar 50% zich op genius level. En weer een aantal jaar later was het percentage dat op genius level scoorde nog verder gezakt. Het enige dat al deze leerlingen allemaal hetzelfde hadden gehad, was dat ze onderwijs hadden genoten!

Wat halen we hier nu uit? Dat ons type onderwijs blijkbaar een essentiële capaciteit voor creativiteit eerder afbreekt dan opbouwt. Bijna alle kinderen beheersen “divergent thinking”. Na 10 jaar onderwijs kan nog geen 50% van diezelfde kinderen dat nog! De zorg die ik er uit haal betreft niet alleen de kunstsector. Die zou er toch bij gebaat zijn als een essentiële capaciteit voor creativiteit bij veel meer jonge mensen behouden zou blijven. Ik wil dat breder zien. De gehele maatschappij is erbij gebaat als veel (jonge) mensen in staat zijn en blijven om divergerend te denken. Het komt veel zaken ten goede. Mensen zijn in staat om vragen en vraagstukken breder en vanuit meer gezichtspunten te bekijken. Ze zullen geen genoegen nemen met slechts één antwoord. Het biedt daardoor meer keuzemogelijkheden om een standpunt te bepalen en te onderbouwen.

Ik mag graag zaken met elkaar in verband brengen. Dat doe ik hier dan ook.  De mogelijkheid om divergerend te (kunnen blijven) denken gaat bijdragen aan Helder Denken. Een boek met die titel, van de hand van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten, verscheen vorige maand. In een artikel in de Volkskrant van 13 november lichten de schrijvers dat nog eens toe. Eén van de punten die hier aan bod komt is dat helder denken (en divergerend denken gaat daar aan bijdragen!) nodig is om goed, duidelijk en transparant beleid te maken. Beleidsmakers moeten dus helder kunnen denken. Burgers ook, want anders kunnen zij nooit die beleidsmakers controleren.

Als we willen dat we in Nederland goed, duidelijk en transparant beleid krijgen, zullen we er voor moeten zorgen dat de capaciteit die bijna alle kinderen hebben (divergent thinking) niet afgebroken wordt door ons onderwijs. Mooie opdracht voor iedereen die betrokken is bij ons onderwijs.

Opvoeden? Nee, verzekeren!

Geplaatst onder Opvoeden met tags , , , , op 6 december 2010 door Hans de Gruijter

Elk nadeel heeft z’n eigen voordeel; zo stelt de 1e Wet van Cruyff. Dat speelde vanochtend mee toen ik besloot om, in plaats van met de trein, met de auto naar m’n werk te gaan. Ik weet dat de kans op files levensgroot is tussen Breda en Den Haag. Soms neem ik dat voor lief. En elke keer hoop ik eigenlijk dat er file staat; niet heel veel, maar net genoeg om lang naar Evers Staat Op te luisteren. Zo ook vanochtend. Ik kreeg al luisterend en genietend ook nog inspiratie voor een blog. Het eerste moment kwam tijdens een gesprek dat Edwin had met Dr. Frank Jansen, hoogleraar in de Nederlandse Taal en Letteren aan de Universiteit van Utrecht. Het gesprek ging over schrijffouten in teksten en hoe erg mensen dat vinden. De eerste ingeving die ik kreeg was naar aanleiding van een opmerking over het onderwijs in de Nederlandse taal. De tweede ingeving kwam bij een opmerking van Frank Jansen over “sporen van onvermogen”. En toch gaat ‘t daar niet over.

Ergens in een reclameblok kwam een commercial langs voor een ziektekostenverzekeraar die ik nog niet kende; Kiemer. Wat me opviel, of beter gezegd, ergerde aan die commercial was de tekst. “Je kind is altijd nummer 1. Ook als het te dik is. Daarom zit de vergoeding voor beweegprogramma’s in de dekking van Kiemer”. Of woorden van deze strekking. Als een verzekeringsmaatschappij zoiets aanbiedt, zal, nee moet er een markt voor zijn. Uiteraard is er een markt voor; de berichten over (teveel) zwaarlijvigheid bij (te jonge) kinderen verschijnen steeds vaker. De oplossing is dus, volgens Kiemer, een verzekering afsluiten. Uiteraard. Kind tevreden, want dat mag eten en snoepen zoveel het wil. Ouders blij, want zij hoeven geen nee te zeggen tegen een kind dat om snoep bedelt. En Kiemer tevreden omdat het omzet genereert.

Het verbieden van dit verzekeringsproduct kan niet. Dat is ook niet wat ik wil propageren. Laten ouders weer ‘s ouderwets gaan opvoeden. Dat is mijn devies. Regels aangeven. Grenzen stellen. Nee zeggen. En uiteraard ook ja zeggen als dat kan en past. Complimenteren als je kind iets goeds doet. Als het leert, als het zich ontwikkelt. Maar bovenal Structuur, Spelregels en Stabiliteit (SSS). Ik heb deze variant op het aloude RRR (Rust, Reinheid en Regelmaat) in een van mijn vorige blogs geïntroduceerd. Is het iets nieuws dan? Nee, gewoon oude wijn in nieuwe zakken. ‘t Is inmiddels vele malen onderzocht en aangetoond dat kinderen gedurende hun gehele ontwikkeling baat hebben bij structuur, regels, regelmaat en grenzen. Jammer dat dit waardevolle adagium RRR is gesneuveld, toen we allerlei oude en achterhaalde zaken van onze (voor)ouders bij het vuilnis hebben gezet.

Dus: ouders neem je taak als opvoeder serieus. Niet omdat ik het zeg. Omdat jullie kinderen dat nodig hebben om op te groeien tot gezonde, sociale en waardevolle leden van onze maatschappij. Die kans krijgen ze als ze leren wat grenzen zijn en waarom die er zijn. Die kans krijgen zij als ze leren wat gezond eten is en waarom dat belangrijk is. Die kans krijgen ze als ze leren veel en afwisselend te bewegen en waarom dat belangrijk is. Maar laat vooral (een niet onbelangrijk deel van) hun gezondheid niet over aan een marktpartij als een verzekeraar!

Alles wat je aandacht geeft, groeit.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 22 november 2010 door Hans de Gruijter

Ik had al een keer beloofd om over dit onderwerp een blog te schrijven. ‘t Was daar even niet van gekomen. Omdat belofte doorgaans schuld maakt en ik niet graag schulden heb hier dus het stuk over alles wat je aandacht geeft groeit.

De basis voor dit stuk wordt gevormd door het gelijknamige boek van Cora Smit en Saskia Tjepkema. Het heeft als ondertitel ” De kunst van het transparant managen”. Ik wil in de komende regels laten zien dat het principe “alles wat je aandacht geeft, groeit” op meer toepasbaar is dan alleen het managen.

In het boek leggen Cora en Saskia uit dat het echt zo is dat alles wat je aandacht geeft, groeit. Dan kun je maar beter dat aandacht geven wat je goed vindt. Want ook negatieve zaken die aandacht krijgen zullen toenemen, is de logische vervolgstap. In de kunst van het transparant managen is de eerste stap het duidelijk en ondubbelzinnig formuleren wat je wel wilt als manager / leidinggevende. Zorg dat iedereen in jouw team dat weet. En ga dan elke keer dat mensen het gewenste gedrag vertonen (dat is gedrag dat bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat) dat bedrag belonen. Vertonen je medewerkers ander, minder of zelfs ongewenst gedrag? Negeer het! Niets zo erg voor mensen (we zijn en blijven tenslotte sociale dieren) om genegeerd te worden. Gedrag dat geen aandacht krijgt, dooft uit. Als extra bewijs voor deze stelling moge het volgende voorbeeld dienen. Een primitieve stam (de exacte locatie weet ik niet meer) kende een eigen “rechtspraak”. De zwaarste straf in dat eigen systeem was niet de doodstraf. Als een stamlid iets had gedaan wat in de ogen van de stamoudsten de ultieme misdaad was, werd hij / zij niet ter dood gebracht. De straf was zo mogelijk nog erger………. De “misdadiger” diende door de hele stam te worden genegeerd. Doorgaans gingen deze geëxcommuniceerde leden dood (als ze in de stam bleven) of ze kozen eieren voor hun geld en verlieten de stam. Liever een leven in eenzaamheid, dan te worden genegeerd.

Op welke vlakken is het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” nog meer van toepassing? Waar anders dan in de opvoeding van kinderen? Veel gedrag van kinderen komt voort uit (overdreven) aandacht van hun ouders. Zoals voorbeelden die Paul Helders (de hoogleraar Fysiotherapie) aanhaalde in zijn artikel in de Volkskrant van maandag 15 november. Zie daarvoor ook mijn Blog van vorige week. Kinderen die vallen of zich bezeren, kijken in veel gevallen eerst naar hun ouders. Als die erg schrikken en veel (overigens goedbedoelde!) aandacht geven aan hun kind, zal deze aandacht in een volgend geval leiden tot weer “zielig” gedrag. Of de aard van de val daar nu wel of niet aanleiding toe geeft. Erg veel (te veel?) goedbedoelde aandacht bij elk wissewasje levert kinderen op die geen enkel stootje kunnen verdragen. En wees gerust; elke ouder herkent de signalen van zijn / haar kind dat zich echt heel erg zeer heeft gedaan en veel zorg en troost nodig heeft!

Een ander vlak waar het principe opgaat is het leren en ontwikkelen. Hier wil ik graag een koppeling maken naar het werk van Carol Dweck. ook over haar boek (Mindset) heb ik al eerder een blog geschreven. Zoals Carol Dweck, onder meer, stelt in haar boek is dat de belangrijkste voorspeller voor het leren van nieuwe vaardigheden, het ontwikkelen van nieuw gedrag is of je zelf gelooft in de mogelijkheid om het te leren dan wel te ontwikkelen. In haar woorden; heb je een growth mindset, dan gaat ‘t je lukken. Heb je een fixed mindset, dan is de kans vele malen kleiner dat je succesvol zult zijn. Wat hebben opleiders, docenten, leraren en trainers dus te doen? Aandacht geven aan elke vorm van gedrag die duiden op een growth mindset. En elk gedrag dat duidt op een fixed mindset domweg negeren. In sommige gevallen zal het een weg van de lange adem worden, maar zoals zo vaak, zullen de aanhouders winnen! Een collega blogster op WordPress (Eef Huiser) schrijft een aantal aardige artkelen over sterke punten en hoe je die kunt ontwikkelen. Uit haar stukken blijkt dat sommig gedrag al heel jong is aangeleerd. En afleren van lang geleden gevormd gedrag is het moeilijkst.

Lezen over nieuwe inzichten en theorieën is leuk. Nog leuker is het om te kijken of je iets kunt met die inzichten en theorieën. Wat houdt je tegen om de komende dagen het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” toe te gaan passen? Dat dacht ik al…….. eigenlijk niets. Ga het nou gewoon doen en laat mij weten wat je ervaringen zijn. Veel succes en nog meer plezier!

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.