Archief voor Opvoeden

Overlevers?

Geplaatst onder Algemeen, Opvoeden, Samenleven met tags , op 11 augustus 2011 door Hans de Gruijter

Het triest stemmende weer van zomer 2011 kan wel iets luchtigs gebruiken. Vooral lezers met een geboortedatum van voor 1975, zullen sommige stukken met een glimlach van herkenning lezen. Hoe luchtig het ook is, veel, zo niet alle punten zetten je wel aan het denken over of alles wat we nu normaal vinden wel terecht zo normaal wordt gevonden.

Nee, ik ben geen fervent aanhanger dan wel gebruiker van de kreet “vroeger was alles beter”. Dat is namelijk niet zo. Het is wel zeer verfrissend om in de waan van 21e eeuwse dagen stil te staan bij wat we doen. Dit lijstje kan daar bij helpen. Veel plezier.

Voor ik het vergeet; ik kreeg dit lijstje ooit via de mail. Ik weet niet meer van wie. Mocht iemand zich zeer benadeeld voelen dat ik het hier zonder bronvermelding publiceer; neem contact op en ik zal de juiste bron vermelden.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat wij als geborenen in de 60-er/begin 70-er jaren, nog leven? Volgens de theorieën anno 2011 zouden we toch al lang dood moeten zijn?

Veiligheid

  • Wij zaten in auto’s zonder veiligheidsstoeltjes, gordel of airbag. Onze bedden en speelgoed waren geschilderd met verf vol lood en cadmium.
  • Boven aan een trap was géén hekje; wie te ver ging, kukelde naar beneden. Als je wakker werd in bed hoorde niemand dat, en als er écht iets was moest je hard schreeuwen voordat je ouders het merkten.
  • Flessen met gevaarlijke stoffen en alle apotheekflessen konden we gewoon met onze handjes en beperkte motoriek openen.
  • Poorten en deuren gingen gewoon dicht, en als je met je vingers ertussen zat waren ze weg.
  • Op de fiets zat je achterop met je gat op de bagagedrager en probeerde je vast te houden aan de schroefveren van het zadel voor je.
  • Een helm hadden ze nog niet eens op een bromfiets, laat staan op een fiets.
  • Op school hadden ze maar één maat bank en met zo’n heerlijk gevaarlijke klep er aan.
  • We hebben ons gesneden, botten gebroken, tanden uitgevallen en er werd niemand voor naar de rechter gesleept. Dat waren gewoon ‘ongelukken’ en soms kreeg je er ook nog zelf een extra pak slaag voor.
  • Wij gingen met de fiets naar school, helemaal zelf, ook in de winter! Als je moeder aan de huisdeur nog naar je zwaaide was je al een watje!

Voedsel

  • Water dronken we uit de kraan, niet uit een fles. Brood stond stijf van conserveringsmiddelen, na twee weken was een Bums nog nét zo vers als in de winkel.
  • Kleur en smaakstoffen moeten ook toen al bestaan hebben, want zo rood, groen of geel als die limonade (Exota!) toén was, zie ik ze nu écht niet meer.
  • Een kauwgom legde je ‘s avonds op het nachtkastje en stak je ‘s morgens weer in je mond.
  • We smeerden onze boterhammen zelf, met een grote mensen mes, en als je ze vergeten had kon je op school niets kopen! Als je de korst niet at, had je een beetje meer honger de rest van de dag.
  • Wij aten ook al koekjes en kregen brood met veel boter en werden toch niet dik.
  • We dronken uit dezelfde fles als onze vrienden en niemand werd er ziek van.

Vrije tijd

  • We gingen ‘s morgens weg van huis en we kwamen terug als de straatverlichting aan ging. Niemand wist waar we waren in de tussentijd en we hadden geen GSM mee!
  • Het bos of een park was een plek om te spelen en géén vieze mannetjesverzamelplek.
  • Als we naar een vriendje gingen, liep je er gewoon naar toe, je hoefde niet aan te bellen en ook geen afspraak te maken. Er ging ook geen volwassene met je mee.
  • Wij hadden geen Wii, Playstation, Nintendo, X-box, 64 televisiezenders, DVD’s, streaming video, MP3′s, eigen televisies, computer, iPhone, iPad, Hyves, Facebook of Twitter. Wij hadden vrienden!
  • De televisiezender begon pas om 18.00 uur. Dan kwam een uurtje wat leuks voor kinderen en oh wee als je daarna durfde op te staan om op een knopje van een andere zender te duwen (die zaten aan het toestel vast). Pa bepaalde wat en hoe lang je daarna nog keek.
  • Wij vochten en sloegen elkaar soms groen en blauw en er was geen volwassene die zich er druk over maakte, laat staan dat een lieveheersbeestje op je jas kroop.
  • Pedagogisch verantwoord speelgoed maakten we zelf; met stokken sloegen we naar ballen, we bouwden zeepkisten en merkten onder aan de berg dat we de rem vergeten hadden.
  • We voetbalden op straat, en alleen wie goed was mocht mee doen; wie niet goed genoeg was moest maar blijven kijken en leren omgaan met teleurstellingen.

Opvoeding

  • Op school zaten ook domme kinderen. Zij gingen en kwamen op dezelfde tijd als wij en kregen de zelfde lessen. Zij deden soms een klas nóg een jaar en daarover waren ook geen discussies op ouderavonden. De meester had altijd gelijk.
  • Schoenen waren meestal al ingedragen door broer, zus, neef of zo, en ook je fiets was óf te groot óf te klein. Een fiets had geen versnellingen en als een band kapot was leerde je vader je zo snel mogelijk om hem zelf te plakken.
  • Als je problemen veroorzaakt had, waren je ouders het eens met de politie. Ze kwamen wél om je te halen, maar niet om je er uit te lullen. Onze daden hadden consequenties. Dat was duidelijk en je kon je niet verstoppen. Wij hadden vrijheid, mislukkingen, succes en verantwoordelijkheid.
  • We hebben moeten leren er mee om te gaan. Onze generatie heeft véél mensen voortgebracht die problemen kunnen oplossen, innovatief bezig zijn en daar bij risico durven nemen en voor de gevolgen instaan.
Opmerkingen, aanvullingen, herinneringen en alle overige reacties zijn uiteraard van harte welkom.

Goed voorbeeld doet goed volgen. Slecht voorbeeld helaas ook….

Geplaatst onder Samenleven, Sport met tags , , , op 28 februari 2011 door Hans de Gruijter

 

 

En dit drietal video’s is nog maar een magere oogst. Uit twee eredivisie-weekenden drie voorbeelden van wat profvoetballers zoal doen op het voetbalveld. Mijn betoog zal niet gaan over wat ze elkaar aandoen. Ook niet over dat de meeste van die gedragingen , als ze al door de politie worden gezien, je een forse boete en misschien zelfs gevangenisstraf opleveren. Het gaat me om het voorbeeld dat deze professionele sporters hier geven. Een voorbeeld aan duizenden jonge voetballers. En velen van die jonge voetballers hopen ooit net zo goed te worden als hun idolen. Laten we profvoetballers gemakshalve rolmodellen noemen.

Een ander rolmodel, tegen wil en dank, bleek een Betaald Voetbal Organisatie, FC Twente, te zijn. De Tukkers maakten maandag 28 februari ergens halverwege de ochtend bekend dat zij zelf overgingen tot een schorsing van Douglas. Voor 5 wedstrijden. Inclusief de, wellicht, voor het kampioenschap beslissende wedstrijd op 2 april tegen PSV. Want, zo zei FC Twente, wat Douglas deed, hoort niet bij wat wij als FC Twente belangrijk vinden. Klasse! Hulde! Een club die zijn verantwoordelijkheid neemt. Een beetje het braafste jongetje van de klas, maar toch. Het geeft wel aan dat voor FC Twente waarden als sportiviteit, voorbeeldgedrag en verantwoordelijkheid nemen belangrijker zijn dan succes op de korte termijn. En daardoor is FC Twente niet alleen door het vertoonde spel een parel in het Nederlandse voetbal. Dat lieten ze ook al zien met het drankbakkie van The Jansen.

Erg jammer dat de KNVB er nog een schepje bovenop deed. De scherprechters uit Zeist deden het dunnetjes over; 6 wedstrijden. Het siert de Tukkers nog meer dat ze die ophoging zonder morren accepteerden.

Nu PSV. Zij hebben een Zweedse parel in de persoon van Ola Toivonen. Koel, trefzeker, sterk en helaas ook wat gluiperig. Gek dat bij zo’n stapel kwaliteiten ook één weeffoutje wordt meegeleverd. Je ziet het bij meer toppers; Zlatan Ibrahimowic had ook van die geniepige, zoniet smerige streken. Toivonen begint een kwalijke reputatie te krijgen van matennaaier en gluiperd. Hijzelf noch zijn verenging doet er weinig tot niets aan om die reputatie te wijzigen. Er telt maar één doel; de schaal. En dit doel heiligt alle middelen. Wat PSV niet beseft is dat het gedrag van Toivonen én van de clubleiding funest is voor alle jonge voetballertjes voor wie Toivonen een idool, een rolmodel is. Lekker rolmodel. Op voeten gaan staan, ellebogen in gezichten planten en tegenspelers gele en rode kaarten aansmeren.

Wat nog het ergste is dat Toivonen met zijn gedrag en PSV met het nalaten daar iets aan te doen, vele goedwillende sporters en vrijwilligers een klap in hun gezicht geven. De laatste jaren hebben vele voetbalverenigingen initiatieven ontplooid. Initiatieven die ertoe moeten leiden dat jonge voetballers hun sport terug krijgen. Dat zij leren wat sportiviteit is. En dat zoiets al jong begint, jong moet beginnen. Goed voorbeeld helpt daarbij. En hét voorbeeld voor heel voetballend Nederland wordt getoond in het weekend. In 9 wedstrijden laten profs soms hele mooie voorbeelden zien. En te vaak ook hele slechte voorbeelden.

FC Twente begon met een slecht voorbeeld op de zondagmiddag. Vooral Douglas en zijn trainer Preudhomme lieten zien hoe het niet moet. Hun voorzitter, Joop Munsterman, had tijdens de wedstrijd al laten zien dat hij een echte clubvoorzitter is. Hij was de tribune opgegaan om zijn supporters tot rust te manen. En met hen vreugde (om de gelijkmaker) en verdriet (om de winnende treffer van AZ) te delen. Op maandag gaf hij heel voetballend Nederland het goede voorbeeld; Douglas kreeg een schorsing van 5 wedstrijden. En een boete. En de opdracht een, nog nader te bepalen, maatschappelijke activiteit uit te voeren. Prima!

En nu de andere 17 BVO’s. Goed voorbeeld doet goed volgen, hoop ik. Een beetje tegen beter weten in. Op moment dat ik deze blog schrijf nog geen nieuws uit Eindhoven. PSV lijkt het over te laten aan de KNVB. Terwijl ze het voetbal (en ook Toivonen) zouden helpen door hun speler te schorsen. Omdat wat hij gedaan heeft niet past in voetbal.

De gevraagde actie doet wel zeer aan de sportieve ambities. Maar op de lange duur is het een zegen voor het voetbal in Nederland. Een zegen voor al die jonge spelers. Spelers die in uw duurbetaalde profs elke week een rolmodel zien. En een blijk van waardering voor al die clubvrijwilligers die week in week uit hun stinkende best doen. Hun best om kinderen sportiviteit bij te brengen. Is een groot gebaar; met grote gevolgen. Succes voorzitters!

Nog meer kijken.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , op 23 januari 2011 door Hans de Gruijter

Soms is haastige spoed niet echt goed. En gaan alle goede dingen in drieën. Zo begon ik mijn blog gisteren. In de drang die blog de wereld in te sturen, vergat ik één van de artikelen die ik onder de aandacht wilde brengen. Dus vanmiddag weer ff grasduinen op het web, naar wat ik was vergeten toe te voegen. Cruyff kwam ook nog om de hoek met zijn 1e wet; elk nadeel heb z’n eigen voordeel. Er kwamen zowaar nog 2 artikelen bij; allen uit Trouw van de laatste week.

  1. Allereerst zocht ik het artikel van Lidwien Dobber. Zij schreef over scholen die zich als “etikettenmachine” zijn gaan manifesteren. In haar stuk beschrijft Lidwien hoe zij, vanuit haar positie als betrokken en soms bezorgde ouder, veel moeite moet doen om haar kinderen geen etiket opgeplakt te laten krijgen.
  2. Op het artikel van Lidwien verscheen dit weekend twee reacties. Het eerste artikel gaat specifiek in op het label ADHD en of dat label wel altijd terecht wordt geplakt. En wat dat label dan met het betreffende kind doet.
  3. Het derde artikel is van Paul Helder, in november vorig jaar geïnterviewd door de Volkskrant ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar. In dit stuk in Trouw gaat hij verder op wat hij in de Volkskrant betoogde. Was zijn eerste oproep vooral aan de ouders: “Laat dat kind met rust!”. Zijn tweede oproep is aan scholen, inspectie en anderen die betrokken zijn bij de inrichting van het onderwijssysteem en van scholen: “De therapeut de school uit!”. En scholen moeten dat gaan doen waar ze voor zijn; goed onderwijs verzorgen.

Voor ik verder ga wil ik benadrukken dat ik niet, ik herhaal niet, beweer dat ADHD niet bestaat. Onder navolging van Sir Ken Robinson: I’m not qualified to do so”. ADHD bestaat, punt. Waar ik in ieder geval vraagtekens bij wil zetten is het gemak waarmee kinderen dat etiket opgeplakt krijgen. Waar ik me zorgen over maak is dat de voornaamste remedie bij gediagnostiseerde ADHD, medicatie is. We spuiten onze kinderen plat, om ze maar rustig te houden. Ook hoop ik met deze blogs een bijdrage te leveren aan de bewustwording bij ouders dat er meer manieren zijn om naar hun kinderen te kijken. En dat een andere manier van kijken al ander gedrag van een kind kan bewerkstelligen.

Ik kreeg vanochtend een mailtje van een collega. Hij had mijn vorige blog gelezen. Hij liet me weten dat het hem veel had gedaan. Zijn vrouw en hij maakten zich zorgen om hun oudste zoon. Die zou wellicht een vorm van autisme hebben. Mijn blog liet hen op een andere manier kijken. Een manier die hen veel beter bevalt. Een manier die hen een kader biedt met de focus op kansen en mogelijkheden, in plaats van op beperkingen en onmogelijkheden.

Ik ben begonnen met het schrijven van blogs in de hoop veel mensen te bereiken. En vanochtend was ik geraakt door het verhaal dat in ieder geval al één lezer zich gesterkt voelde door een van mijn berichten. En toen was de zondag net begonnen. Mijn hele weekend is goed!

Tot een volgende keer.

Kwestie van kijken.

Geplaatst onder Algemeen, Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , , , op 22 januari 2011 door Hans de Gruijter

Goede dingen gaan in drieën, zegt men. Slechte dingen soms ook. Dan zou dat ook zomaar voor alle dingen op kunnen gaan. Empirisch of ander bewijs voor deze stelling heb ik niet. Maar daar gaat deze blog ook niet over. Het gaat over kijken. Kijken naar kinderen. Kijken naar gedrag van kinderen. En daarmee gaat het naast kinderen, vooral over de mensen die naar die kinderen kijken. Ouders, opvoeders, leraren, artsen, pedagogen, psychologen, docenten, etc, etc. Volwassenen dus.

Ik laat een aantal zaken voor zichzelf spreken. In de laatste weken kreeg ik via verschillende media informatie over wat de “gangbare” manier van kijken betekent voor kinderen. Onze kinderen. Ik zet ze hier op een rijtje.

  1. Video van Sir Ken Robinson. Sir Ken betoogt hier dat hij op z’n minst vraagtekens zet bij de (omvang van de) epidemie die we ADHD noemen. Het briljant vormgegeven filmpje heb ik al minimaal 3 keer aangeprezen. I rest my case.
  2. Via @AliceEWinter zag ik een tweet van @DorienKok met verwijzing naar haar blog waarin ze iedereen vraagt “even” mee te rekenen. Met statistische gegevens toont zij aan dat Sir Ken de spijker op z’n kop heeft geslagen. Er kan helemaal niet zo’n enorme epidemie zijn van ADHD.
  3. In een eerdere blog heb ik het verhaal van Professor Paul Helders aangehaald. Zijn betoog ging niet direct over ADHD, maar wel over hoe ouders naar kinderen kijken. En welke last die manier van kijken oplevert voor die kinderen. Het blijft namelijk niet alleen bij kijken. Ouders handelen ook vanuit die blik op hun kroost. Lees hier meer.
  4. Met een achtergrond als leraar Lichamelijke Opvoeding mag een voorbeeld uit de sport (‘t liefst de wielersport) niet ontbreken. Twee weken geleden zag ik op twitter twee bijdragen langs komen van @LukDewulf over Niels Albert; een meer dan begenadigd veldrijder. Lees eerst deze en dan deze.

Welke les moeten we trekken uit deze vier bijdragen? Eigenlijk maar één. We moeten anders gaan kijken naar kinderen. Naar onze kinderen. Kijken naar wat dat kind in zich heeft, in plaats van wat het misschien in zich zou kunnen hebben. Of nog scherper gesteld; wat wij graag zien dat dit kind in zich heeft. Kijken naar wat een kind wil in plaats van wat de ouder, opvoeder, etc. wenst. Kijken naar de talenten van dat kind in het hier en nu en niet naar de mogelijke (vooral door ouders gewenste?) talenten in het daar en straks.

Gelukkig zijn er steeds meer voorbeelden van mensen die hetzij privé, hetzij professioneel anders naar kinderen kijken. Dat zijn de lichtpuntjes die onze kinderen nodig hebben. Ik sluit daarom af met de oproep om de lichtpuntjes te zoeken. Onze (uw?) kinderen zullen er dankbaar voor zijn. En er hele mooie en gelukkige mensen door worden.

Alles wat je aandacht geeft, groeit.

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Opvoeden met tags , , , op 22 november 2010 door Hans de Gruijter

Ik had al een keer beloofd om over dit onderwerp een blog te schrijven. ‘t Was daar even niet van gekomen. Omdat belofte doorgaans schuld maakt en ik niet graag schulden heb hier dus het stuk over alles wat je aandacht geeft groeit.

De basis voor dit stuk wordt gevormd door het gelijknamige boek van Cora Smit en Saskia Tjepkema. Het heeft als ondertitel ” De kunst van het transparant managen”. Ik wil in de komende regels laten zien dat het principe “alles wat je aandacht geeft, groeit” op meer toepasbaar is dan alleen het managen.

In het boek leggen Cora en Saskia uit dat het echt zo is dat alles wat je aandacht geeft, groeit. Dan kun je maar beter dat aandacht geven wat je goed vindt. Want ook negatieve zaken die aandacht krijgen zullen toenemen, is de logische vervolgstap. In de kunst van het transparant managen is de eerste stap het duidelijk en ondubbelzinnig formuleren wat je wel wilt als manager / leidinggevende. Zorg dat iedereen in jouw team dat weet. En ga dan elke keer dat mensen het gewenste gedrag vertonen (dat is gedrag dat bijdraagt aan het behalen van het gewenste resultaat) dat bedrag belonen. Vertonen je medewerkers ander, minder of zelfs ongewenst gedrag? Negeer het! Niets zo erg voor mensen (we zijn en blijven tenslotte sociale dieren) om genegeerd te worden. Gedrag dat geen aandacht krijgt, dooft uit. Als extra bewijs voor deze stelling moge het volgende voorbeeld dienen. Een primitieve stam (de exacte locatie weet ik niet meer) kende een eigen “rechtspraak”. De zwaarste straf in dat eigen systeem was niet de doodstraf. Als een stamlid iets had gedaan wat in de ogen van de stamoudsten de ultieme misdaad was, werd hij / zij niet ter dood gebracht. De straf was zo mogelijk nog erger………. De “misdadiger” diende door de hele stam te worden genegeerd. Doorgaans gingen deze geëxcommuniceerde leden dood (als ze in de stam bleven) of ze kozen eieren voor hun geld en verlieten de stam. Liever een leven in eenzaamheid, dan te worden genegeerd.

Op welke vlakken is het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” nog meer van toepassing? Waar anders dan in de opvoeding van kinderen? Veel gedrag van kinderen komt voort uit (overdreven) aandacht van hun ouders. Zoals voorbeelden die Paul Helders (de hoogleraar Fysiotherapie) aanhaalde in zijn artikel in de Volkskrant van maandag 15 november. Zie daarvoor ook mijn Blog van vorige week. Kinderen die vallen of zich bezeren, kijken in veel gevallen eerst naar hun ouders. Als die erg schrikken en veel (overigens goedbedoelde!) aandacht geven aan hun kind, zal deze aandacht in een volgend geval leiden tot weer “zielig” gedrag. Of de aard van de val daar nu wel of niet aanleiding toe geeft. Erg veel (te veel?) goedbedoelde aandacht bij elk wissewasje levert kinderen op die geen enkel stootje kunnen verdragen. En wees gerust; elke ouder herkent de signalen van zijn / haar kind dat zich echt heel erg zeer heeft gedaan en veel zorg en troost nodig heeft!

Een ander vlak waar het principe opgaat is het leren en ontwikkelen. Hier wil ik graag een koppeling maken naar het werk van Carol Dweck. ook over haar boek (Mindset) heb ik al eerder een blog geschreven. Zoals Carol Dweck, onder meer, stelt in haar boek is dat de belangrijkste voorspeller voor het leren van nieuwe vaardigheden, het ontwikkelen van nieuw gedrag is of je zelf gelooft in de mogelijkheid om het te leren dan wel te ontwikkelen. In haar woorden; heb je een growth mindset, dan gaat ‘t je lukken. Heb je een fixed mindset, dan is de kans vele malen kleiner dat je succesvol zult zijn. Wat hebben opleiders, docenten, leraren en trainers dus te doen? Aandacht geven aan elke vorm van gedrag die duiden op een growth mindset. En elk gedrag dat duidt op een fixed mindset domweg negeren. In sommige gevallen zal het een weg van de lange adem worden, maar zoals zo vaak, zullen de aanhouders winnen! Een collega blogster op WordPress (Eef Huiser) schrijft een aantal aardige artkelen over sterke punten en hoe je die kunt ontwikkelen. Uit haar stukken blijkt dat sommig gedrag al heel jong is aangeleerd. En afleren van lang geleden gevormd gedrag is het moeilijkst.

Lezen over nieuwe inzichten en theorieën is leuk. Nog leuker is het om te kijken of je iets kunt met die inzichten en theorieën. Wat houdt je tegen om de komende dagen het principe van “alles wat je aandacht geeft, groeit” toe te gaan passen? Dat dacht ik al…….. eigenlijk niets. Ga het nou gewoon doen en laat mij weten wat je ervaringen zijn. Veel succes en nog meer plezier!

Met beide voeten op de grond

Geplaatst onder Leren en ontwikkelen, Samenleven met tags , , op 15 november 2010 door Hans de Gruijter

Behalve een logisch vervolg op m’n vorige blog (Lang leve het brein!) zag ik ook een hartverwarmend pleidooi voor “gewoon doen” in het artikel over (bijna gepensioneerde) Professor Paul Helders in de Volkskrant van vandaag. Ik zal zowel de strekking van m’n vorige blog als de essentie van het stuk over Paul Helders koppelen.

Ik was tegelijk enthousiast én teleurgesteld door het stuk over Paul Helders. Enthousiast omdat hij voor mij de vinger op de zere plek legt. En die zere plek zit ‘m dan in hoe veel ouders nu hun kinderen op voeden. En daar zat ook gelijk mijn teleurstelling. Kenmerkte de gemiddelde opvoeding zich vroeger, heus niet alleen door de grote gezinnen, vooral als “liefdevolle verwaarlozing”. Tegenwoordig rusten mensen niet als alles perfect is. Werk moet perfect zijn, de partner idem dito. De woning mag niet onderdoen voor werk en partner (of was ‘t nu andersom?). De bekroning voor de moderne mens is het krijgen van één of meer kinderen. En ja hoor, ook die kinderen moeten perfect zijn. Als er ook maar het vermoeden is dat er iets niet goed is, zijn pa en ma in rep en roer. Elk kind moet goed zijn, moet slagen. In de wieg, in de box, op de kinderopvang, op school, op de muziekles, in sport, anywhere. Het kind moet presteren en het kind moet ge-entertaind worden. Een kind dat niet aan die torenhoge eisen voldoet gaat uiteindelijk een keer naar de fysiotherapeut. En dan blijkt dat bij de 1800 nieuwe behandelingen per jaar, slechts 450 kinderen echt iets blijken te mankeren. Die andere 1350 maken dus voor niets gebruik van dure fysiotherapeuten. En waarom? Omdat papa en mama niet willen accepteren dat hun kind zich op zijn eigen manier en in eigen tempo ontwikkelt.

Helaas vergeten deze ouders één ding. Wat wil mijn kind? Soms wil een kind zich gewoon vervelen. Waarom? Omdat verveling creatie oproept, schepping. Kinderen die zich nooit vervelen, zullen zich later vervelend gedragen. En dan mag je hopen dat het bij vervelend blijft.

Paul Helders zet alles weer heerlijk rustig en nuchter in het juiste perspectief. Kinderen ontwikkelen zich allemaal in hun eigen tempo. Geen twee kinderen volgen een identiek ontwikkelpad. Zo ontwikkelt het ene kind zich eerst vooral op fysiek vlak. En zal daarom ook eerder (en misschien ook beter) kunnen fietsen dan zijn buurjongetje dat even oud is. Een ander kind ontwikkelt zich eerst cognitief en mentaal. Kan eerder lezen en rekenen dan zijn fietsende vriendje. Enzovoort. Maar dat willen ouders niet horen, lezen en weten. En hier zit de link naar m’n blog over leren nadenken. Ouders van nu (waar is dat blad trouwens gebleven?) huilen mee met de wolven in het grote vinex bos. Zien en horen dat andere kinderen anders (beter? verder?) zijn dan hun bloedjes. En niet gehinderd door enige kennis van ontwikkelingsfasen gaan zij hun “recht” halen. En doen daarmee hun kinderen onrecht.

Waarschijnlijk is Paul Helders een man die z’n leven lang is blijven nadenken. Eerst kijken, inventariseren, informatie vergaren, ordenen, rangschikken, hoofd- en bijzaken onderkennen. Dan naar oorzaken en gevolgen kijken. En in gesprek blijven. Klinkt allemaal zo logisch. Blijkbaar is dat voor veel mensen geen “appeltje-eitje” meer. Dat moet het wel worden. Lees het artikel van Kees Kraaijeveld en Suzanne Woesten uit de Volkskrant van zaterdag 13 november nog maar een keer. Ik sluit me weer aan bij hun pleidooi voor onderwijs in “logisch nadenken” en roep tegelijkertijd Paul Helders uit tot een rolmodel van dat “oude nadenken”.

Naast de oproep om het “logisch nadenken” in ere te herstellen wil ik alle ouders oproepen om hun kinderen de kans te geven in hun eigen tijd en tempo op te groeien en zich te ontwikkelen tot mooie mensen. Dat is naast de plicht van alle ouders, vooral het recht van elk kind.

Er zat nog een aspect in het artikel over Paul Helders. Dat heeft te maken met het principe dat alles dat je aandacht geeft, groeit. Daarover gaat m’n volgende blog. Tot dan.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.